Headerafbeelding
Operatiedossier Operatiekamer 2
Behandeling

Operatie bij een verzakking van de baarmoeder of vaginatop (Sacrospinale fixatie, SSF)

Een verzakking van de baarmoeder of de vaginatop kunt u soms voelen en zien als een bol in de opening van de vagina.

Bij een verzakking kan een operatie een mogelijkheid zijn. Tijdens de operatie brengt de gynaecoloog de uitgezakte baarmoeder of vaginatop weer op de plaats terug. De operatie noemen we een hysteropexie of sacrospinale fixatie (SSF). Opereren is de meest ingrijpende behandeling. Het is daarom goed om te weten wat de operatie inhoudt.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Meer informatie

Code GYN-740
Laatste revisie: 21 juli 2020 - 16:23
Hoe verloopt de behandeling?

Operatie bij een verzakking van de baarmoeder of vaginatop (Sacrospinale fixatie, SSF)

Voorlichtingsbijeenkomst

Om u goed voor te bereiden op de operatie en het herstel, organiseren we een groepsvoorlichtingsbijeenkomst over een gynaecologische verzakkingsoperatie. Deze bijeenkomst is 1 keer in de maand op een dinsdagochtend.

We proberen deze bijeenkomst tegelijk in te plannen met de afspraak op de afdeling POS/Intake. Dit betekent dat u deze ochtend 2 afspraken heeft en u er rekening mee moet houden dat u 2 uur in het ziekenhuis bent.

Wat gebeurt er tijdens de voorlichtingsbijeenkomst?

We raden u aan om naar deze bijeenkomst te komen. Tijdens deze bijeenkomst krijgt u van de verpleegkundige informatie over de voorbereiding op de operatie en uw opname in het ziekenhuis. Verder geeft zij u adviezen en uitgebreid uitleg over de leefregels voor de periode na de operatie. Deze leefregels zijn erg belangrijk om te volgen voor het beste resultaat en een goed herstel. Bij deze bijeenkomst is ook een bekkenfysiotherapeut aanwezig. Zij geeft u uitleg over de bekkenbodemspieren en -oefeningen.

Deze voorlichtingsbijeenkomst duurt 1 uur en u krijgt hiervoor een uitnodiging thuis gestuurd.

Kunt u op de vastgestelde opnamedatum niet komen?

Belt u dan zo snel mogelijk, maar uiterlijk een werkdag voor de opnamedatum, naar de polikliniek. Bent u de dagen voor de operatie erg verkouden? Moet u veel hoesten of heeft u koorts? Neemt u dan minimaal 24 uur van tevoren contact op met de polikliniek.

Preoperatieve Screening en Centraal Apotheek Punt

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom heeft u enige tijd voor uw opname in het ziekenhuis een afspraak met het Centraal Apotheek Punt (CAP) en de afdeling PreOperatieve Screening (POS/Intake). Dit zijn meestal telefonische afspraken. De anesthesist kan het nodig vinden dat u naar het ziekenhuis komt voor de afspraak. Deze afspraak op de afdeling POS/Intake duurt dan ongeveer 1 uur.

Let op! De afspraken met het CAP en POS/Intake zijn belangrijk; uw operatie kan zonder deze afspraken niet door gaan. Heeft u een belafspraak; zorg dan dat u goed bereikbaar bent en de tijd heeft om alle vragen goed te beantwoorden.

Op www.jbz.nl/anesthesiologie leest u meer over de verdoving en bewaking tijdens de operatie. Als u hierover vragen heeft, kunt u deze bespreken tijdens uw bezoek aan de afdeling POS/Intake.

Informatieboekje POS/Intake

Op de afdeling POS/Intake krijgt u een informatieboekje mee. Hierin leest u belangrijke informatie die u nodig heeft bij de voorbereiding op uw opname. Lees dit boekje goed door!

Andere zaken

Inplannen operatie

Na de afspraak op de afdeling POS/Intake krijgt u een telefoontje van een medewerker van de operatieplanning. Zij plant met u een operatiedatum.

Allergie

Bent u overgevoelig voor bepaalde medicijnen, jodium of pleisters? Dan willen wij dat graag voor de operatie weten. Vertel het aan uw arts als hij of zij dit nog niet weet.

Opname ziekenhuis

Tenzij anders met u is afgesproken, blijft u na deze operatie één nacht in het ziekenhuis.

Nuchter zijn

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf een bepaald tijdstip niets meer mag eten en drinken. U krijgt hierover uitleg van het Planbureau.

Waar meldt u zich?

U meldt zich bij de Infobalie bovenaan de roltrap. Daar wordt u doorverwezen naar de verpleegafdeling.

Voor de behandeling

De verpleegkundige ontvangt u op de afdeling en bereidt u verder voor op de behandeling. Als u aan de beurt bent voor de operatie, brengt de verpleegkundige van de afdeling u naar het Operatiecentrum

De verpleegkundige brengt u eerst naar de 'holding'. Dit is de voorbereidingsruimte. Hier draagt de verpleegkundige u over aan de anesthesiemedewerker.

Op de holding sluiten we u aan op bewakingsapparatuur. U krijgt plakkers op de borst om de hartslag te meten en een klemmetje op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. Ook krijgt u een band om uw arm waarmee de bloeddruk wordt gemeten. Verder krijgt u een infuus in uw hand of arm. Hierdoor kunnen we u medicijnen geven.

Het kan zijn dat de operateur en/of de anesthesioloog daarna nog langskomen om een paar laatste vragen te stellen. We brengen u vervolgens naar de operatiekamer.

Tijdens de behandeling

Bij deze operatie brengt de gynaecoloog de uitgezakte baarmoeder of vaginatop weer terug op de plaats. De operatie gebeurt via de vagina. Als u nog een baarmoeder heeft, blijft deze bij de operatie zitten.

De gynaecoloog maakt aan de achterzijde van de vaginawand een snede en maakt de baarmoeder of vaginatop vast aan een stevige band in het kleine bekken. Die stevige band noemen we het sacrospinale ligament. Op deze manier wordt de baarmoeder of vaginatop opgehangen en komt zo weer op de plaats waar deze hoort te zitten. De uitstulping is verdwenen en de verzakking verholpen. De hechtingen waarmee de baarmoeder of vaginatop zijn opgehangen, lossen niet op.

Deze operatie combineren we vaak met het ondersteunen van de blaas met hechtingen. Deze hechtingen lossen wel op en er ontstaat littekenweefsel. Dit littekenweefsel ondersteunt de blaas. Daarna haalt de gynaecoloog ook een stukje van de vaginawand weg. Dit stukje is te wijd geworden. De vaginawand wordt vervolgens over de blaas gehecht. Zo is de blaas(verzakking) ondersteund.

De sacrospinale fixatie wordt vaak gecombineerd met een voorwandplastiek en duurt ongeveer 45 minuten.

Uitslaapkamer

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Hier worden uw bloeddruk, hartritme en zuurstofbehoefte gecontroleerd. Als u zich goed voelt, wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling.

Op de afdeling

  • De verpleegkundige verwijdert de tampon en de katheter de dag na de operatie. We controleren dan of u goed kunt uitplassen. Het kan soms zo zijn dat u niet goed kunt uitplassen. Dit is een reactie op de operatie. Deze controle gebeurt met een echo.
  • De eerste dagen na de operatie zijn uw onderbuik en vagina gevoelig. Hiervoor krijgt u medicijnen. De gevoeligheid wordt langzaam minder. Vermijd heftig hoesten. Moet u hoesten, niezen of lachen? Dan kunt u het beste uw buik met uw handen ondersteunen. Dit voorkomt pijn.
  • Uw darmen hebben door de narcose en de operatie tijdelijk stilgelegen. Na de operatie komen de darmen langzaam weer op gang. U mag weer eten en drinken als u niet misselijk bent en er zin in heeft. Winden laten is een positief teken. Dat wijst erop dat de darmen weer gaan werken.
  • Tijdens de opname krijgt u spuitjes in uw buik of bovenbeen om trombose te voorkomen.
  • Uw gynaecoloog komt bij u langs op de afdeling voor uitleg over het resultaat van de operatie.

Hoe succesvol is deze behandeling?

De meeste vrouwen zijn erg opgelucht en tevreden na deze operatie. Ook na een geslaagde operatie kunnen jaren later opnieuw klachten ontstaan. Dit gebeurt bij 5% van de vrouwen. De oorzaak van de verzakking kan namelijk niet altijd worden verholpen. Oorzaken waardoor klachten opnieuw kunnen ontstaan zijn beschadigd steunweefsel, veel hoesten en persen bij ontlasting. Er bestaat geen behandeling die zekerheid geeft dat een verzakking voor altijd wegblijft. Bij een nieuwe verzakking kijken we opnieuw of en hoe we deze verzakking kunnen behandelen.

Risico's

Bij elke operatie kunnen complicaties optreden. Gelukkig komen complicaties na een verzakkingsoperatie heel weinig voor. Hieronder worden de meest voorkomende complicaties van bekkenbodemoperaties beschreven:

  • Pijnklachten in de rechterbil. Dit komt door druk op een zenuw die achter het bindweefsel (ligament) loopt. Daar is de baarmoeder aan vastgezet. Deze klachten duren ongeveer 1 week. Meestal gaat de pijn vanzelf weg. Soms is het nodig dat u iets langer medicijnen inneemt tegen de pijn. Bij een paar vrouwen is het nodig de hechtingen te verwijderen vanwege de pijn.
  • Nabloeding. Een nabloeding is een vrij zeldzame complicatie. Vaak is het voldoende om opnieuw een tampon in de vagina te brengen. Soms is een tweede operatie nodig.
  • Beschadiging van de blaas. Heel soms wordt de blaas, bij het losmaken van de omliggende weefsels, beschadigd. Er ontstaat dan een gaatje in de blaas. Dit wordt tijdens de operatie weer hersteld. De opname in het ziekenhuis kan dan wat langer zijn. Ook heeft u na de operatie iets langer een blaaskatheter nodig.
  • Blaasontsteking. Een blaasontsteking komt veel voor na een verzakkingsoperatie. Als het nodig is, krijgt u een antibioticum. Een blaasontsteking is daarmee goed te behandelen.
  • Problemen met het op gang komen van het plassen. Dit komt doordat de stand van de blaas en de plasbuis is veranderd en door een zwelling op de plaats waar u geopereerd bent. Soms kan het ook komen dat de bekkenbodem gespannen blijft door pijn. Als u niet goed kunt plassen of de blaas niet voldoende leeg plast, leert u zichzelf te katheteriseren. Het is ook mogelijk dat u voor een wat langere tijd opnieuw een katheter krijgt. Dit probleem is bijna altijd tijdelijk.
  • Urine-incontinentie. Vooral na grote verzakkingen kan het voorkomen dat u ongewenst urine verliest. Dit komt doordat de stand van de blaas is veranderd. Dit is meestal niet goed te voorspellen. Voor de operatie was de afsluiting van de plasbuis al niet goed. Maar door de grote verzakkingsbal werd de plasbuis dichtgedrukt en wordt nu ‘ontmaskerd’. Het is dus geen complicatie van de operatie. Meestal is dit goed te herstellen met een kleine operatie of bekkenbodemtraining.
  • Seksuele problemen. Een verzakking kan seksuele problemen geven. Na herstel van de verzakking is dit vaak beter. Door de operatie kan littekenweefsel ontstaan dat vooral in de eerste periode na de operatie gevoelig kan zijn. Ervaart u seksuele problemen na de operatie? Aarzel dan niet om een afspraak met de gynaecoloog te maken om hierover te praten. Deze problemen kunnen vaak verholpen worden.

Naar huis

Bent u gezond en zijn er geen problemen na de operatie? Dan mag u de volgende dag weer naar huis.

Uw herstel en de ontwikkeling van littekenweefsel, uw nieuwe ondersteuning, heeft tijd nodig. Daarom is het belangrijk om het rustig aan te doen. Uw lichaam geeft aan wat u aankunt en het is belangrijk dat u daarnaar luistert. Ga niet te snel te veel doen.

De dinsdag na de operatie belt de verpleegkundige u op om te vragen hoe het met u gaat.

Vaginale zetpillen

Bent u in de overgang of heeft u de overgang al achter de rug? Dan kan de gynaecoloog u adviseren om voor en na de operatie vaginale zetpillen of tabletten met vrouwelijke hormonen te gebruiken. Deze verbeteren de doorbloeding van de vagina, waardoor de vaginawand beter herstelt.

Adviezen voor thuis

Eten en drinken

Drink voldoende, zo'n 1,5 tot 2 liter per dag.

Tillen

Zwaar tillen en zwaardere huishoudelijke bezigheden kunt u de eerste 6 weken na de operatie beter niet doen. Wel kunt u meestal na 1 week weer licht huishoudelijk werk doen.

Douchen, baden en zwemmen

U mag gewoon douchen. U mag wel pas na 6 weken weer in bad en zwemmen.

Afscheiding

Het kan zijn dat u wat afscheiding heeft. U kunt hiervoor een inlegkruisje of verbandje gebruiken. Zolang u afscheiding heeft, mag u geen tampons gebruiken. Dit is belangrijk om een infectie te voorkomen.

Hechtingen

In de weken na de operatie lossen de hechtingen in de vagina vanzelf op. De hechtingen kunnen tot ruim 6 weken na de operatie vanzelf uit de vagina komen.

Werk

Werkt u buitenhuis? Dan adviseren we u om dit de eerste weken niet te doen. Bij lichamelijk zwaar werk is het verstandig nog iets langer te wachten met werken. U kunt dit al voor de operatie met de gynaecoloog en uw bedrijfsarts bespreken. Eventueel kunt u samen met uw bedrijfsarts een plan opstellen.

Wanneer mag ik weer autorijden?

Autorijden, maar ook het besturen van andere vervoersmiddelen mag alléén doen als u weer goed bent hersteld. Dit zegt de wet. Uw arts kan en mag niet beoordelen of u in staat bent om uw auto te besturen. U moet dus zelf een inschatting maken of het veilig en verantwoord is om te rijden na een behandeling. Autorijden doet u altijd op eigen risico. Vanwege de behandeling adviseert de arts u de eerste 4 weken niet zelf auto te rijden. Wij adviseren u om uw autoverzekeringspolis te bekijken omdat ook uw verzekeraar bepaalde eisen kan stellen aan het rijden na een behandeling.

Seksualiteit

We adviseren u om tot de eerste controleafspraak geen seks te hebben. Zo geeft u de vaginawand de kans om te genezen. Tijdens de controleafspraak kijkt de gynaecoloog of de vaginawand goed genezen is. Is dit het geval? Dan kunt u daarna weer seks hebben.

Leefregels voor thuis

0 tot 2 weken

Mag u niet zwaar tillen. Dit betekent dat u niet meer dan 1 tot 2 kilogram mag tillen.

2 tot 6 weken

Mag u niet zwaar tillen. Dit betekent dat u niet meer dan 5 kilogram mag tillen.

Vanaf 4 weken

Zoals we al eerder hebben gezegd, adviseren we u de eerste 4 weken geen auto te rijden.

Vanaf 6 weken

Mag u:

  • uw dagelijkse activiteiten oppakken;
  • meer tillen, maar niet meer dan 10 tot 12 kilogram. Let op! Dit is het maximale gewicht dat u voor de rest van uw leven mag tillen;
  • in bad;
  • seks hebben en/of tampons gebruiken;
  • (buitenshuis) werken;
  • meestal weer sporten;
  • fietsen;
  • zwemmen, als u geen bloedverlies meer heeft.

Wat te doen bij problemen thuis?

Bij één van de volgende problemen belt u naar de polikliniek Gynaecologie:

  • toenemende pijn;
  • aanhoudende koorts boven de 38°C;
  • bij een blaasontsteking: u moet vaak plassen en u heeft een branderig gevoel bij het plassen;
  • moeilijk kunnen plassen;
  • sterk ruikende abnormale afscheiding;
  • toenemend (helderrood) bloedverlies;
  • moeilijk naar het toilet kunnen om te poepen;
  • wegblijven van de menstruatie in combinatie met buikpijn.

U belt dan tijdens kantooruren de polikliniek Gynaecologie, telefoonnummer: (073) 553 38 75. Buiten kantooruren belt u met de Spoedafdeling Verloskunde & Gynaecologie, telefoonnummer: (073) 553 20 20.

Na 6 weken komt u op controle.

Bij vragen kunt u bellen naar de polikliniek Gynaecologie, telefoonnummer: (073) 553 62 50.