Headerafbeelding
Operatiecentrum Anesthesiemedewerker 2
Behandeling

Anesthesie

Uw behandelend specialist heeft met u afgesproken dat u binnenkort geopereerd wordt. Bij die operatie is een vorm van anesthesie nodig.

Lees hier over de voorbereiding op de operatie, de verschillende vormen van anesthesie en het belang van het meten van pijn na een operatie.

Belangrijke informatie

Hier vindt u alle belangrijke informatie over anesthesie

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Code VPA-015
Laatste revisie: 22 oktober 2020 - 16:39
Belangrijke informatie

Anesthesie

Afspraak bij CAP en POS/Intake

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom heeft u enige tijd vóór de operatie een afspraak met het Centraal Apotheek Punt (CAP) en met de afdeling POS/Intake. Deze afspraken zijn meestal telefonisch. De anesthesist kan het nodig vinden dat u naar het ziekenhuis komt voor de afspraak. De afspraak op de afdeling POS/Intake duurt ongeveer een uur.

Let op! De afspraken met het CAP en POS/Intake zijn belangrijk; uw operatie kan zonder deze afspraken niet door gaan. Heeft u een belafspraak; zorg dan dat u goed bereikbaar bent en de tijd heeft om alle vragen goed te beantwoorden.

Invullen vragenlijst

Vóór uw afspraak moet u een vragenlijst invullen. De anesthesioloog wil namelijk weten wat uw huidige gezondheidstoestand is. Vul de vragenlijst digitaal in via de beveiligde website MijnJBZ (zie: www.mijnjbz.nl. Om in MijnJBZ te kunnen inloggen heeft u een DigiD met SMS-functie nodig). Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 20 minuten.

Kunt u de vragenlijst thuis niet invullen via MijnJBZ? Dan neemt de medewerker van de POS/Intake de vragenlijst met u door. Houdt u er rekening mee dat uw afspraak met de POS/Intake dan langer duurt. 

Hoe verloopt uw afspraak?

Uw afspraken verlopen als volgt:

  • De medewerker van het Centraal Apotheek Punt (CAP) neemt uw medicijngebruik en allergieën met u door. 
  • De medewerker van de afdeling POS/Intake stelt u een aantal vragen over uw thuissituatie en bespreekt welke vorm van anesthesie voor u het meest geschikt is. Hij/zij bekijkt of er aanvullend onderzoek nodig is, zoals bijvoorbeeld bloedonderzoek of een E.C.G. (hartfilmpje).
  • Tenslotte spreekt u de anesthesioloog. Hij/zij geeft de definitieve toestemming voor de operatie. De anesthesioloog kan besluiten dat u eerst nog door een andere specialist (bijv. cardioloog, internist of longarts) onderzocht moet worden. 

Het Jeroen Bosch Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis. U zult daarom zowel anesthesiologen als anesthesiologen in opleiding tegenkomen. De anesthesioloog die u op de afdeling POS/Intake spreekt, is niet altijd dezelfde anesthesioloog die u tijdens de operatie behandelt.

De anesthesioloog is de arts die zich heeft gespecialiseerd in de verschillende vormen van anesthesie, pijnbestrijding en intensieve zorg rondom de operatie. Deze medisch specialist controleert en regelt tijdens de ingreep uw levensfuncties (zoals bloeddruk, hartslag, ademhaling). Hij/zij zorgt er voor dat u de operatie zo goed mogelijk doorstaat. Tijdens de operatie is de anesthesioloog en/of de anesthesie medewerker voortdurend bij u. Zo nodig kan de anesthesioloog ieder moment de anesthesie bijstellen.

Nuchter zijn

Opereren kan alleen als u nuchter bent. 'Nuchter' betekent dat uw maag leeg is. Zo wordt voorkomen dat de inhoud van uw maag tijdens de operatie in de luchtpijp en longen terechtkomt. Dit zou tot ernstige complicaties kunnen leiden. U moet voor een operatie altijd nuchter zijn, ook als u een regionale verdoving (bijvoorbeeld ruggenprik) krijgt. Om te zorgen dat u nuchter bent, houdt u zich aan de volgend regels:

Tot 6 uur voor uw OPNAME:

  • U mag normaal eten en drinken.

Vanaf 6 uur voor uw OPNAME:

  • U mag niets meer eten, ook geen snoepjes. U mag nog wel kauwgom kauwen, maar deze niet doorslikken.
  • U mag nog wel drinken: water, helder appelsap, thee of koffie zonder melk (eventueel met zoetjes of suiker).
  • U mag niet meer drinken: melk(producten), koolzuurhoudende dranken of alcohol.

Vanaf 2 uur voor uw OPNAME:

  • U mag niets meer eten en drinken (ook geen  snoepjes). U mag ook geen kauwgom meer kauwen.
  • Een slokje water om medicijnen in te nemen - of bij het tandenpoetsen - mag nog wel.

Medicijnen innemen

De behandelend specialist en/of de anesthesioloog bespreekt met u welke medicijnen u vóór de operatie moet stoppen en welke medicijnen u mag blijven gebruiken.  

Roken

Het is verstandig om laatste uren vóór de operatie niet te roken. De ademhalingswegen van rokers zijn vaak geïrriteerd en daardoor gevoeliger voor ontsteking. Daarnaast verdringt het koolmonoxide in de rook de zuurstof uit het bloed. Dat is slecht voor uw organen en voor de genezing van de wond. Bovendien kan hoesten na de operatie erg pijnlijk zijn.

Ontharen

Om infecties te voorkomen mag u het operatiegebied niet zelf ontharen! Als ontharen nodig is, gebeurt dit op de operatiekamer.

Er zijn verschillende vormen van anesthesie:

  • algehele anesthesie. Hierbij wordt het hele lichaam verdoofd en bent u tijdelijk buiten bewustzijn.
  • loco-regionale anesthesie. Hierbij wordt een deel van het lichaam tijdelijk gevoelloos gemaakt (ruggenprik en zenuwblokkades).
  • sedatie.
  • combinaties van deze vormen van verdoving.

Welke anesthesie het meest voor u geschikt is hangt af van verschillende factoren, zoals leeftijd, uw lichamelijke conditie en het soort operatie die u ondergaat. Uw eigen wensen kunt u bespreken tijdens uw bezoek aan de afdeling POS/Intake.

Welke vorm van anesthesie u ook krijgt, u wordt van tevoren altijd aangesloten op bewakingsapparatuur. U krijgt plakkers op de borst om de hartslag te meten en een klemmetje op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. U krijgt een band om uw arm waarmee de bloeddruk wordt gemeten. Er wordt een infuusnaald in uw hand of arm gebracht. Via deze naald kunnen medicijnen worden toegediend.

Nadat u aan de bewakingsapparatuur bent aangesloten, dient de anesthesioloog via de infuusnaald de medicijnen voor de anesthesie toe. U valt snel in slaap. Als u slaapt, schuift de anesthesioloog meestal een plastic buisje in uw keel. Dit is om uw ademhaling tijdens de anesthesie te kunnen controleren. Tijdens de operatie blijft de anesthesioloog of de anesthesiemedewerker voortdurend bij u. Dankzij de moderne bewakingsapparatuur en geneesmiddelen kan de anesthesioloog precies vaststellen hoe uw lichaam reageert op de operatie. De ademhaling en de bloedsomloop kunnen zo nodig worden bijgestuurd en er worden medicijnen toegediend om de anesthesie te onderhouden.

Bijwerkingen

U kunt zich na de operatie slaperig voelen. U kunt ook misselijk zijn en moeten braken. Verder kunt u pijn krijgen. De verpleegkundige weet precies wat u mag krijgen tegen de pijn en/of de misselijkheid. U mag er ook om vragen. 

Complicaties

Ernstige complicaties bij de algehele anesthesie komen zelden voor. Er kunnen allergische  reacties op medicijnen optreden. Bij het inbrengen van het beademingsbuisje kan uw gebit worden beschadigd. Door een ongelukkige houding tijdens de operatie kan een zenuw in uw arm of het been beklemd raken. U kunt daardoor tijdelijk last hebben van tintelingen en krachtverlies. 

Gebruikt u de anticonceptie-pil?

Bij algehele anesthesie kan de anesthesie de betrouwbaarheid van de anticonceptie-pil verminderen. Het is dus verstandig om vanaf de operatie, naast de anticonceptie-pil, tijdelijk een ander anticonceptiemiddel te gebruiken tot u met de volgende pil-strip start. 

Bij loco-regionale anesthesie wordt een gedeelte van het lichaam verdoofd. Dit gebeurt door een verdovingsmiddel in te spuiten rond een zenuw of zenuwbaan.

  • Ruggenprik: Met de zogenaamde ruggenprik (spinale of epidurale anesthesie) kan het hele onderlichaam en de benen worden verdoofd.
  • Zenuwblokkade: Bij een operatie aan hand, arm, voet of been kan gebruik worden gemaakt van zenuwblokkades. Ook bij sommige andere operaties wordt dit tegenwoordig steeds vaker toegepast. Het verdovingsmiddel wordt rond de zenuwen in uw oksel, hals, bil, lies of knieholte ingespoten.

Bij deze vormen van anesthesie blijft u bij bewustzijn. U ziet niets van de operatie omdat u afgedekt bent met doeken. Als u liever slaapt, kan de anesthesioloog u een licht slaapmiddel geven. Als u bij bewustzijn blijft, zult u merken dat uw gevoel in het verdoofde lichaamsdeel niet helemaal verdwijnt. Het is normaal als u voelt dat u wordt aangeraakt, maar u voelt geen pijn. Ook de spieren worden met de verdoving uitgeschakeld. U kunt tijdelijk het verdoofde lichaamsdeel niet bewegen. Zodra de verdoving is uitgewerkt, heeft u weer de normale kracht en beheersing over de spieren.

Met een ruggenprik worden het onderlichaam en de benen verdoofd. De ruggenprik is niet pijnlijker dan een gewone injectie. Een ruggenprik kan via een 'spinaal anesthesie' of een 'epiduraal anesthesie' worden uitgevoerd.

Bij een spinale anesthesie wordt de verdovingsvloeistof ingespoten in de ruimte waar de ruggenmergvloeistof zit. Deze verdoving werkt heel snel. U merkt direct dat uw benen warm worden en gaan tintelen. Later worden ze gevoelloos en slap evenals de rest van het onderlichaam. Afhankelijk van het gebruikte medicijn kan het drie tot zes uur duren voordat de verdoving volledig is uitgewerkt. Met het uitwerken van de verdoving kan ook pijn optreden. Wacht niet te lang om de verpleegkundige een pijnstiller te vragen.

Bij een epidurale anesthesie wordt de verdovingsvloeistof rondom het ruggenmergvlies gespoten. Deze verdoving werkt langzamer in dan de spinale. Bij deze techniek kan een katheter (slangetje) worden achtergelaten, waarop een ‘pijnpomp’ wordt aangesloten. Via het slangetje kan na de operatie pijnstilling toegediend worden.

Veilige ruggenprik met APAD

In het Jeroen Bosch Ziekenhuis is een nieuw systeem ontwikkeld voor het veilig zetten van de epidurale ruggenprik: de APAD. Dit apparaat meet kleine drukverschillen in de naald en zet deze om in een beeld- en geluidsignaal. De anesthesioloog wordt zo geïnformeerd over de positie van de naald in het lichaam. 

Combinatie van verdovingen

Als dat nodig is wordt de epidurale anesthesie gecombineerd met een spinale anesthesie (bijvoorbeeld voor een operatie aan de heup) of met algehele anesthesie (bijvoorbeeld voor een operatie aan de buik).

Soms werkt een ruggenprik onvoldoende. De anesthesioloog geeft dan extra medicijnen. Of er wordt gekozen voor een andere anesthesievorm, bijvoorbeeld algehele anesthesie. De anesthesioloog overlegt dit met u.

Bijwerkingen

Bijwerkingen van een ruggenprik kunnen zijn:

  • Tijdens de ingreep kan een lage bloeddruk optreden. De anesthesioloog let hier goed op en neemt maatregelen als dit bij u het geval is.
  • De verdoving kan zich verder naar boven uitbreiden dan de bedoeling is. U merkt dat doordat uw handen gaan tintelen. Misschien kunt u wat moeilijker ademen. De anesthesioloog zal u extra zuurstof toedienen. Meestal zijn de klachten daarmee opgelost.
  • Na de operatie kan het plassen moeilijker gaan. Dit komt doordat de blaas ook verdoofd is. Het kan nodig zijn de blaas met een katheter leeg te maken.
  • Na de ingreep ontstaat soms rugpijn op de plaats waar de ruggenprik is gegeven. Dit heeft te maken met de houding tijdens de operatie. De klachten verdwijnen meestal binnen enkele dagen.
  • Na een ruggenprik kan hoofdpijn optreden. Kenmerkend is dat deze hoofdpijn minder wordt bij platliggen en erger wordt bij overeind komen. Meestal verdwijnt deze hoofdpijn binnen een week vanzelf. Als de klachten zo hevig zijn dat u in bed moet blijven, neemt u dan contact op met de anesthesioloog. Deze heeft mogelijkheden om het natuurlijk herstel te bespoedigen.

Deze vorm van anesthesie kan worden toegepast als u aan uw arm, hand, voet of been geopereerd moet worden. Tegenwoordig wordt het ook steeds vaker bij andere operaties toegepast. Het grote voordeel va deze technieken is dat u na de operatie naar alle waarschijnlijkheid veel minder pijn ervaart en minder zware pijnstillers nodig heeft. Het verdovingsmiddel wordt rond de zenuwen ingespoten. Welke techniek voor de plaatselijke verdoving precies wordt toegepast bepaalt de anesthesioloog die op de dag van de operatie uw anesthesie verzorgt. Voor een operatie aan de hand bijvoorbeeld, kan de arm op diverse plaatsen verdoofd worden. Het is belangrijk dat u tijdens het prikken stil blijft liggen.

De zenuwbanen worden opgezocht met behulp van een echo-apparaat en - als dat nodig is - met een ‘zenuwstimulator’. Met een lage elektrische stroom wordt dan de zenuw geprikkeld. U merkt dat omdat uw hand/arm/been/voet onwillekeurig beweegt. De anesthesioloog weet dan dat de naald dichtbij de zenuw zit en kan het verdovingsmiddel inspuiten.

Korte tijd later merkt u dat het verdoofde lichaamsdeel gaat tintelen en warm wordt. Later verdwijnt het gevoel en kunt u het verdoofde lichaamsdeel niet meer bewegen. De verdoving moet 15 tot 30 minuten inwerken voordat het effect optimaal is.

Als de verdoving is uitgewerkt keren de spierkracht en het gevoel weer terug. Na een zenuwblokkade van een arm hoeft u niet altijd in het ziekenhuis te blijven totdat de verdoving is uitgewerkt. Dat hangt of van de operatie die bij u is verricht. Zolang de arm verdoofd is moet u hem in een draagdoek (mitella) houden. Als u een zenuwblokkade aan uw been heeft gehad en deze is nog verdoofd, dan heeft u soms krukken nodig om te lopen. Deze kunt u zonder verwijzing bij het uitleenpunt voor hulpmiddelen in uw woonplaats/regio lenen.

Als de zenuwblokkade bij u onvoldoende werkt, kan de anesthesioloog soms wat extra medicijnen geven. Soms is het beter om voor een andere anesthesievorm te kiezen, bijvoorbeeld algehele anesthesie. De anesthesioloog overlegt dat met u.

Bijwerkingen

Bijwerkingen van een zenuwblokkade kunnen zijn:

  • Nadat de verdoving is uitgewerkt, kunt u nog enige tijd last houden van tintelingen in de arm of het been. Deze verdwijnen vanzelf.
  • Overgevoeligheid voor de gebruikte verdovingsmiddelen komt soms voor. Dit kan zich uiten in benauwdheid, huiduitslag, lage bloeddruk.
  • De zenuwen die verdoofd moeten worden lopen vlakbij grote bloedvaten. Het is mogelijk dat er verdovend medicijn in de bloedbaan komt. U merkt dat aan een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, een slaperig gevoel, hartritmestoornissen, trekkingen en uiteindelijk bewusteloosheid. De anesthesioloog zal in zo’n situatie zorgen voor de juiste behandeling.
  • Als u een prik in de hals krijgt om de schouder te verdoven voor een operatie, kan uw ooglid gaat hangen aan de zijde waar u de prik heeft gekregen. Dit trekt vanzelf bij als het verdovingsmiddel uitwerkt.
  • Als u een blokkade krijgt van de arm, kan het voorkomen dat een gedeelte van het middenrif mee verdoofd wordt. In enkele gevallen kan dit een benauwd gevoel geven. Vertel dit dan aan de anesthesioloog.

Sedatie wordt toegepast om een onaangenaam onderzoek of behandeling zo comfortabel mogelijk te laten verlopen. Doordat u minder ongemak, zoals stress, angst en pijn ervaart, kan de ingreep of het onderzoek gemakkelijker plaatsvinden. Bij sedatie krijgt u via een infuus een slaapmiddel toegediend. Het doel is om uw bewustzijn zodanig te verlagen dat de onaangename procedure toch veilig kan worden uitgevoerd. Hierbij blijven uw reflexen en ademhaling  intact.

Ook kunnen pijnstillers worden gegeven om de pijnlijke momenten van het onderzoek te onderdrukken. Sedatie kan variëren van geringe slaperigheid tot een diepe slaap. 

Voorbeelden van ingrepen die onder sedatie kunnen worden uitgevoerd zijn maag-darmonderzoek,  curettage of bepaalde hartkatheterisaties. 

Meer informatie over Sedatie

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer (of recovery) gebracht. Daar houden speciaal opgeleide verpleegkundigen in de gaten of alles goed met u gaat.

Pijncijfer

De verpleegkundige op de uitslaapkamer en op de verpleegafdeling vragen een paar keer hoeveel pijn u heeft. U geeft de pijn een cijfer tussen de nul en tien. Nul betekent géén pijn; tien is de ergst denkbare pijn. De verpleegkundige vraagt ook of de pijn u belemmert bij hoesten, bewegen of ademen. Bij een cijfer van vier of hoger heeft u matige tot ernstige pijn. Dan is het nodig dat u extra medicijnen krijgt tegen de pijn. Een pijncijfer lager dan vier betekent dat de pijn voor u draaglijk is.

Belangrijk

Het is belangrijk dat u aan de verpleegkundige laat weten hoe het met de pijn is. De pijnmedicatie kan dan, als dat nodig is, op tijd aangepast worden. U blijft op de uitslaapkamer totdat u pijnvrij bent en veilig naar de afdeling kunt.

Als u na de ingreep nog dezelfde dag naar huis mag, moet u door een volwassene begeleid worden. Regel vervoer per taxi of eigen auto, maar rijd niet zelf! U mag de eerste nacht thuis niet alleen zijn. Doe het thuis de eerste 24 uur na de operatie rustig aan. Bedien geen machines. Neem geen belangrijke beslissingen. 

Dan kunt u tijdens kantooruren bellen met de afdeling POS/Intake, telefoonnummer (073) 553 34 64.

Bronvermelding: patiëntenvoorlichting NVA, www.anesthesiologie.nl