Headerafbeelding
afdelingen chirurgie verpleegafdeling verpleegkundige patiënt
Behandeling

Amputatie van een (deel van een) been

Amputeren of amputatie is het afzetten, oftewel verwijderen, van een lichaamsdeel. Een amputatie is nodig als het weefsel zo beschadigd is, dat genezing niet meer mogelijk is. Het lichaamsdeel is als het ware dood en kan uw hele lichaam ziek maken.

Er zijn verschillende oorzaken waardoor een lichaamsdeel beschadigd kan zijn. Meestal zijn er problemen met de bloedvaten, bijvoorbeeld door slagaderverkalking of suikerziekte. In sommige gevallen is een ongeluk of een kwaadaardig gezwel de oorzaak.

Wat de chirurg amputeert en tot hoever is van een aantal factoren afhankelijk. Het is erg belangrijk tot waar het dode weefsel is uitgebreid en hoe goed de doorbloeding is. Ook het passen van een eventuele prothese speelt een rol. Dit hangt namelijk nauw samen met de plaats en lengte van de stomp.

Lees meer

De beslissing om tot amputatie over te gaan, kan moeilijk zijn. U kunt allerlei vragen hebben over de operatie en over de toekomst. Wij geven u hier wat meer informatie over wat u kunt verwachten. Heeft u vragen? Stel ze gerust aan de arts of verpleegkundige. Zij helpen u graag verder.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling
Code PMD-065
Laatste revisie: 15 september 2020 - 11:07
Hoe verloopt de behandeling?

Amputatie van een (deel van een) been

Preoperatieve Screening en Centraal Apotheek Punt

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom brengt u enige tijd voor uw opname in het ziekenhuis een bezoek aan het Centraal Apotheek Punt (CAP) en de afdeling PreOperatieve Screening (POS/Intake). Deze afdelingen bevinden zich alleen op onze locatie in ’s-Hertogenbosch. Het bezoek aan het CAP duurt maximaal 20 minuten. De afspraak op de afdeling POS/Intake duurt ongeveer 1 uur. Let op! Het is belangrijk dat u naar de afspraak bij het CAP gaat; ook als u geen medicijnen gebruikt.

Op www.jbz.nl/anesthesiologie leest u meer over de verdoving en bewaking tijdens de operatie. Als u hierover vragen heeft, kunt u deze bespreken tijdens uw bezoek aan de afdeling POS/Intake.

Informatieboekje POS/Intake

Op de afdeling POS/Intake krijgt u een informatieboekje mee. Hierin leest u belangrijke informatie die u nodig heeft bij de voorbereiding op uw opname. Lees dit boekje goed door!

Nuchter zijn

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf een bepaald tijdstip niets meer mag eten en drinken. U krijgt hierover uitleg van het Planbureau.

Hoe verloopt de operatie?

Op de dag van de operatie brengt de verpleegkundige u van de verpleegafdeling naar de verkoeverkamer. Hier krijgt u een infuus. Krijgt u een epidurale (plaatselijke) verdoving? Dan geeft de anesthesist u hier de ruggenprik. Na ongeveer een half uur gaat u naar de operatiekamer. Het kan ook zijn dat u algehele anesthesie krijgt voor de operatie. Dit gebeurt op de operatiekamer zelf.

De operatie duurt ongeveer 1 uur, afhankelijk van welk gedeelte van uw been wordt geamputeerd. 

Wat gebeurt er na de operatie?

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer waar u rustig kunt bijkomen. De verpleegkundige controleert uw bloeddruk en polsslag. Als die goed zijn, mag u terug naar de verpleegafdeling. Meestal is dit na ongeveer een uur.

Op de afdeling houden de verpleegkundigen u goed in de gaten. Dit in verband met het optreden van mogelijke complicaties. U ligt dan nog aan het infuus en u kan een soort pompje hebben voor de pijnbestrijding. Verder heeft u soms 1 of 2 drains. Een drain is een dun slangetje dat bloed en wondvocht afvoert. 

Wat zijn de risico's?

Er kunnen verschillende complicaties (bijkomende problemen) optreden.

  • een nabloeding;
  • een wondinfectie;
  • wondnecrose, dit is het afsterven van wondranden;
  • trombose, dit is een bloedstolsel in de bloedvaten;
  • decubitus, het vormen van doorligplekken door het steeds in dezelfde houding liggen;
  • dwangstand van de stomp. Het in een vaste stand gaan staan van heup- of kniegewricht door pijn en onvoldoende beweeglijkheid.

Pijn en fantoompijn

U kunt pijn hebben aan de amputatiestomp. Dat is normaal na de operatie en u krijgt hier dan ook standaard medicijnen voor. Verder kunt u last hebben van fantoompijn. Dit betekent dat u pijn voelt in het gedeelte wat is geamputeerd. Fantoompijn kan door bepaalde factoren worden versterkt:

  • door weersomstandigheden;
  • als u plast, poept of bij een zaadlozing;
  • door steeds te denken aan de pijn;
  • door emoties zoals angst en boosheid.

Bij de ene patiënt trekt de fantoompijn weg, bij de ander blijft de pijn bestaan. Hier zijn speciale medicijnen voor. Ook kan veel en normaal lopen met de prothese de pijn verzachten.

Behalve fantoompijn bestaat het verschijnsel fantoomgevoel. U kunt het gevoel hebben dat het geamputeerde deel er nog steeds is. U kunt bijvoorbeeld jeuk aan uw voet hebben. De fysiotherapeut kan u bepaalde oefeningen geven waardoor dit gevoel langzaam afneemt.

Hoe begint u met revalideren?

Na de operatie begint het revalideren. Dit duurt in totaal een paar maanden. U gaat leren om zelfstandig te lopen. Met of zonder prothese en met of zonder hulpmiddel. U leert om weer zo goed mogelijk te functioneren in het dagelijks leven. De revalidatie begint al op de verpleegafdeling in het ziekenhuis. Onder begeleiding van een fysiotherapeut en verpleegkundige gaat u uit en in bed.

Waarom zwachtelen we uw stomp?

De eerste zorg is nu dat de operatiewond geneest. Als de wond niet meer lekt, gaat de fysiotherapeut samen met de verpleegkundige uw stomp zwachtelen. Dit gebeurt in overleg met de arts/revalidatiearts. Het doel hiervan is te zorgen dat het vocht in de stomp langzaam afneemt. U krijgt dan uiteindelijk een spits toe lopende stomp die makkelijker in een prothese past.

Oefenen met de fysiotherapeut

De fysiotherapeut komt ook bij u langs om met u samen aan het herstel te werken.

Wat doet de fysiotherapie samen met u?

  • U leert om uit en in bed te komen;
  • U leert om te lopen zonder prothese, maar mét loophulpmiddel. Natuurlijk alleen als dit kan;
  • U doet oefeningen om het andere been sterker te maken en om de armen meer kracht te geven;
  • U doet oefeningen met de stomp om deze in beweging te houden. Maar ook om ervoor te zorgen dat u spierkracht houdt en deze te verbeteren;
  • Afhankelijk van wat voor amputatie u heeft gehad, doet u oefeningen om verkortingen van de spieren te voorkomen. Omdat het been een deel mist, bent u geneigd de stomp steeds omhoog te houden. Hierdoor kunt u pijn krijgen, of kan het knie- of heupgewricht een dwangstand aannemen. Om dit te voorkomen moet u 1 tot 2 keer per dag een half uur plat op uw rug of buik liggen. Natuurlijk alleen als u dit lichamelijk kunt.

De fysiotherapeut geeft u een folder met informatie over de oefeningen. 

Hoe gaat u na ontslag verder met revalideren?

Na ontslag uit het ziekenhuis gaat u verder revalideren in een revalidatiecentrum. Het kan zijn dat u daar wordt opgenomen, of u gaat vanuit huis steeds daar naar toe. Ook is het mogelijk dat u tijdelijk naar een verzorgings- of verpleeghuis met een revalidatieafdeling gaat.

Wie helpen u bij de revalidatie?

Het einddoel van de revalidatie is dat u weer zo zelfstandig mogelijk kunt functioneren. Het team dat u daarbij begeleidt bestaat uit:

  • verpleegkundigen, zij helpen u bij het wassen en aankleden, bij het verzorgen en verbinden van de stomp en verder bij het hele revalidatieproces;
  • een fysiotherapeut, deze geeft oefeningen om uw arm-, been- en rompspieren te versterken. En leert hoe u zich moet verplaatsen op een been;
  • een ergotherapeut, deze begeleidt u bij eventuele aanpassingen in huis, werk en/of auto;
  • een psycholoog, deze helpt u bij het verwerken van het verlies van een lichaamsdeel; 
  • een maatschappelijk werker, deze begeleidt u bij de persoonlijke beleving en verwerking van de beenamputatie en de beperkingen die daarvan het gevolg kunnen zijn. Ook besteedt hij/zij aandacht aan de veranderde omstandigheden voor uw partner en familie. Verder bespreekt hij/zij met u vragen over huisvesting, sociale verzekering, dagbesteding, werk en scholing;
  • een orthopedisch instrumentenmaker, om een eventuele prothese aan te meten;
  • een revalidatiearts, deze werkt met u een plan uit om te herstellen en is nauw betrokken bij het passen en maken van de prothese;
  • een bewegingsagoog, om u te begeleiden bij sporten, fietsen en eventueel zwemmen.

Verzorging van de stomp

De stomp en de stomphuid verdienen de nodige aandacht. Is de operatiewond genezen? Dan is dagelijkse hygiëne erg belangrijk. U kunt het beste de stomp ‘s avonds voor u naar bed gaat wassen met koud water en een zachte zeep. Droog de stomp daarna af met een ruwe handdoek. Deze stevige aanpak vermindert de gevoeligheid van de stomp en verhoogt de druk die een stomp aan kan tijdens het lopen met een prothese. Verder zijn de stomp en de huid dan de volgende dag goed droog.

Een te droge huid kunt u als u wilt behandelen met een goede huidlotion. Verder kunt u beter geen andere smeersels gebruiken. Wilt u die toch gebruiken? Overleg dan eerst even met uw arts. Voordat u de prothese aandoet, is het belangrijk dat u de stomp iedere dag controleert op kleine schaafwondjes.

De revalidatiearts beoordeelt of u met een prothese zal kunnen lopen. Verschillende factoren spelen daarbij een rol:

  • de conditie van uw hart en longen;
  • de conditie van uw andere been;
  • uw coördinatie, uw houding en evenwicht;
  • uw zelfvertrouwen;
  • uw doorzettingsvermogen;
  • uw leeftijd;
  • de lengte van de amputatiestomp en het niveau van de amputatie. Waar zit de amputatie, bij uw voet, enkel, onderbeen, bovenbeen;
  • Zitten er op de huid van de stomp wondjes en kunt u wel druk of iedere vorm van aanraking aan de stomp verdragen.

De revalidatiearts en de fysiotherapeut gaan samen met de instrumentenmaker beoordelen wat voor prothese het beste bij u past. De orthopedische instrumentenmaker meet de prothese aan. U ontmoet hem of haar op de revalidatieafdeling.