Headerafbeelding
De operatiekamer van het ziekenhuis
Behandeling

Refluxziekte en/of middenrifbreuk operatie

Als u ernstige refluxklachten heeft, kan een operatie nodig zijn.

U heeft last van een middenrifbreuk en/of een aandoening waarbij de zure inhoud van uw maag te vaak terugstroomt in uw slokdarm. Dit wordt gastro-oesofageale refluxziekte genoemd. Middenrifbreuken geven soms vooral klachten van pijn, benauwdheid en het slecht zakken van voedsel (dysfagie).

U kunt samen met uw arts besluiten dat u geopereerd gaat worden. De operatie heeft als doel de middenrifbreuk te corrigeren en - als dat nodig is - het terugstromen van de maaginhoud naar de slokdarm te voorkomen. Bij deze operatie wordt de overgang van de slokdarm naar de maag versterkt. Hierdoor kan de maaginhoud moeilijker terugstromen naar de slokdarm. Als er sprake is van een middenrifbreuk, of verplaatsing van de maag naar de borstkas, dan wordt dit ook meteen verholpen.

Lees meer

Meer informatie over refluxziekte kunt u vinden op de pagina 'Refluxziekte' of op www.maagzuur.info.

Hier leest u meer over de aandachtspunten rondom de operatie. Het is goed om u te realiseren, dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

MijnJBZ

Via MijnJBZ kunt u zelf een deel van uw persoonlijke en medische gegevens inzien die in het JBZ over u bekend zijn. Zie ook: Wat kan ik in MijnJBZ zien? 

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Betrokken afdelingen

Code CHI-081
Laatste revisie: 4 april 2022 - 11:31
Hoe verloopt de behandeling?

Refluxziekte en/of middenrifbreuk operatie

Onderzoek voor de operatie

Voordat besloten wordt om deze operatie uit te voeren, moet duidelijk zijn hoe ernstig de klachten zijn en in welke mate de slokdarm is beschadigd. Daarvoor kunnen verschillende onderzoeken nodig zijn, zoals:

  • een onderzoek waarbij we in uw slokdarm en maag kijken (gastroscopie).
  • het meten van de zuurgraad van de slokdarm gedurende 24 uur (24 uurs pHmeting).
  • het meten van de beweging (peristaltiek) van de slokdarm (manometrie).
  • heel soms röntgenfoto’s van uw slokdarm en maag (slikfoto’s).

Uw behandelend arts geeft u uitleg over de onderzoeken die u gaat krijgen. Als alle uitslagen bekend zijn, wordt bepaald of deze operatie voor u mogelijk is.

Preoperatieve Screening en Centraal Apotheek Punt

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom heeft u enige tijd voor uw opname in het ziekenhuis een afspraak met het Centraal Apotheek Punt (CAP) en de afdeling PreOperatieve Screening (POS). Dit zijn meestal telefonische afspraken. De anesthesist kan het om medische redenen nodig vinden dat u naar het ziekenhuis komt voor de afspraak. Deze afspraak op de afdeling POS duurt dan ongeveer 1 uur.

Let op! De afspraken met het CAP en POS zijn belangrijk; uw operatie kan zonder deze afspraken niet door gaan. Heeft u een belafspraak; zorg dan dat u goed bereikbaar bent en de tijd heeft om alle vragen goed te beantwoorden.

Op www.jbz.nl/anesthesie leest u meer over de verdoving en bewaking tijdens de operatie. Als u hierover vragen heeft, kunt u deze bespreken tijdens uw afspraak met de afdeling POS.

Informatieboekje voorbereiding opname

Van de afdeling Preoperatieve Screening (POS) krijgt u een informatieboekje. Hierin leest u belangrijke informatie die u nodig heeft bij de voorbereiding op uw opname. U krijgt het boekje als papieren versie en/of als digitale versie in uw MijnJBZ. Lees dit boekje goed door!

Nuchter zijn

Opereren kan alleen als u nuchter bent. ‘Nuchter’ betekent dat uw maag leeg is. Zo wordt voorkomen dat de inhoud van uw maag tijdens de operatie in de luchtpijp en longen terechtkomt. Dit zou tot ernstige complicaties kunnen leiden.

U moet voor een operatie altijd nuchter zijn, ook als u een regionale verdoving (bijvoorbeeld ruggenprik) krijgt. Om te zorgen dat u nuchter bent, houdt u zich aan de volgende regels:

Tot 6 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag normaal eten en drinken.

Vanaf 6 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag niets meer eten (ook geen snoepjes). U mag nog wel kauwgom kauwen, maar u mag deze niet doorslikken.
  • U mag nog wel drinken: water, helder appelsap, thee of koffie zonder melk (eventueel met zoetjes of suiker).
  • U mag niet meer drinken: melk(producten), koolzuurhoudende dranken of alcohol.

Vanaf 2 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag niets meer eten en drinken (ook geen  snoepjes). U mag ook geen kauwgom meer kauwen.
  • Een slokje water om medicijnen in te nemen - of bij het tandenpoetsen - mag wel.

Na opname op de afdeling: 

  • Na opname kunt u nog tot 300 ml ranja (dat zijn 2 glaasjes) met paracetamol op de afdeling van opname aangeboden krijgen. 

Als u een dag vóór de operatie wordt opgenomen, volgt u de instructies van de verpleegafdeling over het nuchter zijn.  

Waarom een operatie bij refluxziekte?

Reflux is het terugstromen van de maaginhoud naar de slokdarm. Ernstige refluxklachten kunnen ontstaan door een middenrifbreuk bij de slokdarm. Een middenrifbreuk houdt in dat er een te wijde opening in het middenrif is.

Het middenrif is een spierplaat die de borstholte apart houdt van de buikholte. In het middenrif zit een opening. De slokdarm gaat door deze opening heen. Als deze opening wijder is dan noodzakelijk, spreken we van een middenrifbreuk. Bij mensen met een middenrifbreuk sluit de overgang tussen de slokdarm en de maag soms niet goed. Dat komt doordat een deel van de maag, door de wijde opening in het middenrif, in de borstholte kan komen te liggen. Hierdoor kan de maaginhoud gemakkelijk omhoog de slokdarm in stromen. De slokdarm is niet sterk genoeg tegen het agressieve maagzuur. Als u klachten krijgt als gevolg van de middenrifbreuk en/of als de maaginhoud regelmatig en langdurig omhoog stroomt, kan de slokdarm geïrriteerd raken en na een tijdje ontstoken raken. Een operatie kan dan verstandig zijn.

Uw verblijf in het ziekenhuis

Het Planbureau spreekt met u de opnamedag en tijd af.

Waar meldt u zich op de dag van opname?

U meldt zich bij de Infobalie in de centrale ontvangsthal, de Boulevard. Daar wordt u verwezen naar de juiste afdeling. Het kan zijn dat u eerst nog langs de polikliniek Bloedafname moet om bloed te laten prikken.

Gesprek met de verpleegkundige

Op de afdeling wordt u ontvangen door een verpleegkundige. Deze bespreekt met u:

  • De gang van zaken tijdens uw opname.
  • De voorbereidingen die nodig zijn en wat hierbij van u wordt verwacht.
  • Wat u na de operatie kunt verwachten en wat u zelf moet doen voor verder herstel.
  • De vragen die u nog heeft over de voorbereiding, de behandeling en de nazorg.
  • Bij wie u terecht kunt als u nog vragen heeft over uw opname.

Voor de behandeling

De voorbereiding op de operatie gaat zo:

  • U krijgt operatiekleding aan.
  • U krijgt een tabletje waar u rustig van wordt en een injectie om trombose te voorkomen. Bij trombose is er een bloedstolsel dat een ader kan afsluiten.
  • Wanneer u aan de beurt bent, brengt een verpleegkundige u in een bed naar de operatieafdeling. Daar gaat u zelf op de operatietafel liggen.
  • U krijgt een infuus in de arm. Hierdoor worden de medicijnen toegediend voor de anesthesie. Daarna begint de operatie.

Tijdens de behandeling

De operatie wordt gedaan via een kijkoperatie. Hierbij maakt de chirurg een aantal kleine openingen in de buik van ongeveer 0,5 tot 1 centimeter. Via deze openingen worden de camera en instrumenten in de buikholte gebracht. Eerst wordt de maag en het middenrif in beeld gebracht. Als de maag richting de borstkas is gegleden, brengt de chirurg deze weer naar beneden. Als dat nodig is, maakt de chirurg de opening in het middenrif met een paar hechtingen kleiner. Daarna wordt de overgang van de slokdarm naar de maag versterkt.

Voor het versterken van de overgang van de slokdarm naar de maag zijn een aantal verschillende operatietechnieken mogelijk. Bij bijna alle technieken wordt de bovenkant van de maag los gemaakt van alle omliggende weefsels en voor- of achterlangs de slokdarm gevouwen. Dit noemen we een fundoplicatie. We versterken de overgang meestal met een Toupet (gedeeltelijk achterlangs) of Dor (gedeeltelijk voorlangs) fundoplicatie.

Door het vouwen van de maag wordt de druk van buitenaf verhoogd bij de slokdarm-maag overgang. Hierdoor kan de maaginhoud moeilijker terugstromen richting de slokdarm. Dit wordt allemaal gedaan zonder de maag of slokdarm te openen. Wanneer vooraf bekend is dat de hele maag in de borstkas zit of als er een zeer groot gat in het middenrif zit, dan wordt gebruik gemaakt van de Da Vinci operatierobot.

Het grootste voordeel van de robot chirurgie is dat de chirurg in een ontspannen houding met grote nauwkeurigheid in zeer kleine en moeilijk benaderbare ruimtes kan werken, zoals het diepe bekken, de koepel van het middenrif of de borstholte. De robot doet dus niets zelf.

U wordt 1 tot 2 nachten opgenomen voor deze operatie. Soms kan in overleg de operatie zelfs in dagbehandeling uitgevoerd worden.

Opleidingsziekenhuis

In het Jeroen Bosch Ziekenhuis neemt de opleiding van verpleegkundigen, artsen en andere zorgverleners een belangrijke plaats in. Op de afdelingen Chirurgie komt u daarom zowel chirurgen als chirurgen in opleiding tegen. De chirurg (of chirurg in opleiding) die u op polikliniek spreekt, is in principe dezelfde chirurg die u opereert. Mocht dit onverwachts anders zijn, dan informeren we u hierover zo vroeg mogelijk. De chirurgen in opleiding werken altijd onder supervisie van een gekwalificeerde chirurg. 

Wat gebeurt er na de behandeling?

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Dit wordt ook wel de recovery genoemd. Als u pijn heeft of misselijk bent, kunt u om medicijnen vragen bij de verpleegkundige.

Wanneer uw bloeddruk en ademhaling goed zijn en u bent goed wakker, brengt een verpleegkundige u terug naar de verpleegafdeling. Twee uur na de operatie komt u uit bed en mag u starten met het drinken van kleine slokjes water. Daarna heeft u een vloeibaar dieet. U breidt dit naar eigen kunnen verder uit tot een normaal dieet. Op de tweede dag na uw operatie verwijdert een verpleegkundige de operatiepleister.

Risico's

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo zijn ook bij deze operaties de normale risico’s op complicaties aanwezig, zoals:

  •  een (na)bloeding;
  • wondinfectie;
  •  trombose;
  • longontsteking. 

Er bestaat ook een hele kleine kans op beschadiging van de milt, de maag, de slokdarm of de zenuwtakken naar de maag en de darmen. Natuurlijk werkt de chirurg heel nauwkeurig om deze beschadigingen te voorkomen.

In de eerste periode na de operatie geven patiënten vaak aan dat het eten moeizaam zakt. Dit is een probleem dat meestal na maximaal 3 maanden vanzelf verdwijnt. Bij ongeveer 5% van de patiënten houden deze klachten aan en kan dat de reden zijn voor een nieuwe operatie.

Andere risico’s voor de langere termijn zijn:

  • een opgeblazen gevoel;
  • het niet meer kunnen braken en/of opboeren;
  • toegenomen winderigheid;
  • eventueel het opnieuw optreden van de refluxziekte.

Naar huis

Als alles goed gaat, kunt u na 1 of 2 nachten in het ziekenhuis naar huis. Voordat u naar huis gaat, komt de zaalarts bij u langs. De arts bekijkt de wondjes en regelt uw ontslag. U krijgt een afspraak mee voor controle bij de diëtist na 1 week en een controle op de polikliniek Chirurgie na meestal 4 weken.

Leefregels na de behandeling

Als u weer thuis bent, is het belangrijk dat u zich aan deze leefregels houdt:

Verzorging van de wond

De operatiepleister is al in het ziekenhuis verwijderd. Een nieuw verband is alleen nodig als de wond doorlekt.

Douchen en baden

U mag douchen zodra de operatiepleister is verwijderd. Baden en zwemmen mag pas na 2 weken als de wond helemaal genezen is. Let erop dat het water niet al te heet is.

Lichamelijke activiteiten

  • De eerste 2 weken mag u niet zwaar tillen. Het advies hierbij is om niet meer dan 2 kilogram te tillen.
  • Bij hoesten of niezen is het verstandig om de plek van de wondjes te ondersteunen met een hand of een kussentje.
  • Doe de eerste dagen rustig aan en breidt uw activiteiten uit afhankelijk van de pijn en de wondgenezing. Overleg met uw chirurg wanneer u weer kunt gaan werken. Dit is afhankelijk van het soort werk dat u doet.
  • U mag gewoon fietsen en autorijden.

Pijn

Als u thuis nog pijn heeft, mag u hiervoor paracetamol nemen. Volg hierbij het voorschrift op de bijsluiter. De pijn verdwijnt meestal binnen enkele dagen.

Voeding

De chirurg geeft u een dieetadvies. Hierbij mag u eten naar kunnen. In het begin zal dit een vloeibaar of licht verteerbaar dieet zijn, waarbij u vaker op een dag kleine hoeveelheden eet. Dit mag u later langzaam uitbreiden naar gewone voeding. Bij het eten zijn de volgende punten belangrijk:

  • Praat niet terwijl u eet of drinkt. Anders heeft u kans op luchtslikken.
  • Eet rustig en niet gejaagd of snel.
  • Kauw goed.
  • Zit rechtop tijdens het eten.
  • Drink niet teveel meteen na de maaltijd.
  • Drink geen koolzuurhoudende dranken. Door de operatie kunt u namelijk niet goed meer opboeren.
  • Eet meerdere keren op een dag kleine hoeveelheden. Als u teveel in een keer eet, bestaat de kans dat u hierdoor gaat braken.

Belangrijk! Krijgt u tijdens het eten het gevoel dat u genoeg heeft gegeten of ‘vol’ zit? Stop dan meteen met eten. Als u toch verder eet, stapelt het voedsel zich op in uw slokdarm, waardoor u krampen kan krijgen. Ook kan hierdoor pijn achter het borstbeen of tussen de schouderbladen ontstaan. Het kan ook zijn dat u moet braken. Deze klachten kunnen 3 tot 6 maanden aanhouden en verdwijnen meestal spontaan.

Ontlasting

Een regelmatige ontlasting is heel belangrijk. Dit is in het begin wat moeilijker, doordat u minder eet. Vezelrijke voeding helpt hierbij. Uw arts en de verpleegkundige kunnen u hierover adviseren. Ook veel bewegen is hierbij belangrijk.

Wanneer neemt u contact op?

In de onderstaande situaties is het belangrijk dat u contact met ons opneemt:

  • Als de wond rood wordt of gaat nabloeden.
  • Wanneer er een zwelling ontstaat rond de wond.
  • Als u koorts krijgt hoger dan 38,5°C.
  • Als uw pijn niet vermindert na het nemen van paracetamol.
  • Als u na een paar weken nog steeds moet braken.

Wat doet u bij problemen thuis ?

Krijgt u vóór uw controleafspraak meer pijn of blijft u pijn houden? Of zijn er andere problemen die te maken hebben met de operatie? Dan belt u het ziekenhuis. Tijdens kantoortijden belt u naar de polikliniek Chirurgie, telefoonnummer: (073) 553 60 05. In dringende gevallen buiten kantoortijden belt u verpleegafdeling Chirurgie, telefoonnummer (073) 553 20 23.

Bij vragen of problemen ná uw eerste controleafspraak belt u uw huisarts.

Heeft u geen controleafspraak in het ziekenhuis? Dan belt u met het ziekenhuis bij problemen in de eerste 10 dagen na de operatie. Ná 10 dagen belt u met uw huisarts.

Heeft u nog andere vragen?

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel deze gerust aan uw behandelend chirurg, verpleegkundige of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u het beste bellen naar de polikliniek Chirurgie, telefoonnummer: (073) 553 60 05.