Headerafbeelding
Operatiedossier Operatiekamer 2
Behandeling

Liesbreukoperatie

Als u een liesbreuk heeft, kan een operatie soms nodig zijn.

Hier vindt u meer informatie over de operatie, de voorbereiding hierop en het herstel na de ingreep.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Betrokken afdelingen

Code CHI-012
Laatste revisie: 23 juli 2020 - 11:11
Hoe verloopt de behandeling?

Liesbreukoperatie

Kunt u op de vastgestelde opnamedatum niet komen?

Belt u dan zo snel mogelijk, maar uiterlijk een werkdag voor de opnamedatum, naar de polikliniek. Bent u de dagen voor de operatie erg verkouden? Moet u veel hoesten of heeft u koorts? Neemt u dan minimaal 24 uur van tevoren contact op met de polikliniek.

Preoperatieve Screening en Centraal Apotheek Punt

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom heeft u enige tijd voor uw opname in het ziekenhuis een afspraak met het Centraal Apotheek Punt (CAP) en de afdeling PreOperatieve Screening (POS/Intake). Deze is meestal een telefonische afspraak. De anesthesist kan het nodig vinden dat u naar het ziekenhuis komt voor de afspraak. Deze afspraak op de afdeling POS/Intake duurt dan ongeveer 1 uur.

Let op! De afspraken met het CAP en POS/Intake zijn belangrijk; uw operatie kan zonder deze afspraken niet door gaan. Heeft u een belafspraak; zorg dan dat u goed bereikbaar bent en de tijd heeft om alle vragen goed te beantwoorden.

Op www.jbz.nl/anesthesiologie leest u meer over de verdoving en bewaking tijdens de operatie. Als u hierover vragen heeft, kunt u deze bespreken tijdens uw bezoek aan de afdeling POS/Intake.

Informatieboekje POS/Intake

Op de afdeling POS/Intake krijgt u een informatieboekje mee. Hierin leest u belangrijke informatie die u nodig heeft bij de voorbereiding op uw opname. Lees dit boekje goed door!

Nuchter zijn

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf een bepaald tijdstip niets meer mag eten en drinken. U krijgt hierover uitleg van het Planbureau.

Zelf regelen

U moet zelf een aantal zaken regelen voor de operatie:

  • Meestal mag u 2 tot 3 uur na de operatie weer naar huis. Het is belangrijk dat u van tevoren regelt dat een familielid of kennis u dan naar huis kan brengen. Omdat het tijdstip niet precies bekend is, kunt u afspreken dat deze persoon telefonisch bereikbaar is. Geef de naam en het telefoonnummer van deze persoon ook door aan de verpleegkundige van de afdeling Dagbehandeling.
  • U mag de eerste nacht niet alleen thuis zijn. Woont u alleen? Regel dan dat een kennis of familielid de eerste nacht bij u in huis blijft.
  • Meestal heeft u na de operatie geen thuiszorg nodig. Wel is het prettig als u de eerste 2 weken hulp kunt krijgen van familie of bekenden bij het huishouden.
  • Let op! U mag het operatiegebied niet zelf ontharen. Uit onderzoek is gebleken dat de kans op een infectie groter is als er onthaard wordt. Als er haren in de weg zitten, worden deze in het ziekenhuis verwijderd. Bent u gewend om het operatiegebied te ontharen? Dan vragen wij u dit minstens 7 dagen vóór de operatie niet te doen.

Waar meldt u zich?

Op de dag van de opname meldt u zich bij de Infobalie bovenaan de roltrap. Daar wordt u doorverwezen naar de juiste verpleegafdeling.

Voor de behandeling

U wordt voor deze operatie meestal opgenomen op de afdeling Dagbehandeling. Een verpleegkundige van deze afdeling brengt u in een bed naar de operatieafdeling.

Tijdens de behandeling

Op de operatieafdeling krijgt u een infuus in uw arm. Hiermee worden medicijnen en vocht toegediend. U krijgt voor de zekerheid al voor de operatie antibiotica toegediend via het infuus. Zo wordt voorkomen dat de wond na de operatie gaat ontsteken.

De operatie duurt ongeveer 30 minuten.

De operatietechniek

Er zijn verschillende technieken om een liesbreuk te opereren. Er zijn:

  • ‘open’ technieken, ook wel ‘voorste benadering’ genoemd;
  • ‘laparoscopische’ technieken, ook wel ‘kijkoperatie’ of ‘achterste benadering’ genoemd.

In het JBZ wordt meestal geopereerd volgens een ‘open’ techniek, het Prolene Hernia Systeem. 

Liesbreuk matje

De laparoscopische operatie (TEPP) van een liesbreuk wordt meestal niet toegepast in het JBZ. De ‘open’ operatie is even goed en veiliger voor de patiënt. De kans dat nog een operatie nodig is, is ook kleiner bij de ‘open’ operatie.

Bij de PHS techniek maakt de chirurg een snee van ongeveer 5 centimeter op de plaats van de breuk. De chirurg zorgt ervoor dat het buikvlies niet meer uitstulpt. Om een nieuwe liesbreuk te voorkomen, wordt er een kunststof matje aan de binnenkant van de spierlaag gelegd. Dit matje is in het midden verbonden met een ander matje dat tussen de spierlagen komt te liggen. Dit PHS-matje bedekt en versterkt de plaats van de breuk zonder dat het weefsel onder spanning bij elkaar wordt getrokken. Het PHS-matje:

  • wordt meestal goed door het lichaam verdragen;
  • is makkelijk te plaatsen door de chirurg;
  • is veilig in gebruik;
  • en heeft bewezen goede resultaten op lange termijn.

Een andere bekende ‘open’ operatie is de ‘Lichtensteintechniek’. Hierbij wordt alleen een matje tussen de spierlagen gelegd. Dit matje moet worden vastgezet met hechtingen rondom de hele mat, omdat de mat bovenop de breuk wordt geplaatst en daarmee de breuk wegduwt.

Meestal worden patiënten in het Jeroen Bosch Ziekenhuis geopereerd met de PHS-techniek. De chirurg bekijkt samen met u of deze techniek ook in uw geval de beste keuze is, of dat er goede redenen zijn om te kiezen voor een andere techniek.

De verdoving

Meestal krijgt u een epidurale verdoving, ook wel ruggenprik genoemd. Hierbij is alleen uw onderlichaam verdoofd en bent u gewoon wakker tijdens de operatie. De anesthesioloog kan ook zorgen dat u slaapt tijdens de operatie. U kunt ook kiezen voor algehele narcose. De kans op misselijkheid en pijn na de operatie is dan wel wat groter dan na een epidurale verdoving.

Na de operatie komt u eerst op de uitslaapkamer. Als uw bloeddruk, hartslag, enzovoort goed zijn, brengt een medewerker u terug naar de verpleegafdeling.

Misselijkheid

Aan het eind van de operatie geven we u uit voorzorg een middel tegen misselijkheid. Toch kan misselijkheid niet altijd voorkomen worden. Vertel het aan de verpleegkundige als u misselijk bent. Ook op de verpleegafdeling kunt u hier iets voor krijgen.

Pijn

Aan het einde van de operatie wordt de wond plaatselijk verdoofd met een pijnstillend middel. Na de operatie is de pijn daardoor meestal goed te verdragen en te onderdrukken met pijnstillers.

Na de operatie vraagt de verpleegkundige een paar keer hoeveel pijn u heeft op dat moment. De pijn geeft u een cijfer tussen de 0 en 10. 0 betekent géén pijn en 10 is de ergst denkbare pijn. Daarnaast wordt er gevraagd of de pijn een belemmering voor u is bij hoesten, bewegen of doorademen. Bij een cijfer van 4 of hoger heeft u matige tot ernstige pijn. U heeft dan extra medicatie nodig om de pijn te verminderen. Een pijncijfer lager dan 4 betekent dat de pijn voor u draaglijk is.

Het is belangrijk dat u aan de verpleegkundige laat weten hoe het met de pijn is. De pijnmedicatie kan dan op tijd aangepast worden als dat nodig is.

Risico's

Zoals bij iedere operatie is er ook bij een liesbreukoperatie een kleine kans op complicaties. Ondanks deze kleine kans vinden wij het belangrijk om een aantal problemen te noemen die kunnen optreden na een liesbreukoperatie:

Een nabloeding

Bij een forse nabloeding, waarbij de zwelling steeds groter wordt en de huid strak gespannen staat, kan een nieuwe operatie nodig zijn. Hierbij worden de bloedstolsels verwijderd, waarna u sneller herstelt.

Infectie (abces) van de wond

Als de wond ontsteekt, wordt de huid rood of lekt er vocht uit de wond. Vaak heeft u dan ook koorts. Bij een wondinfectie verwijderen we de hechtingen om de wond elke dag te kunnen uitspoelen. Soms moeten patiënten met een wondprobleem langer in het ziekenhuis blijven tot de verzorging thuis goed mogelijk is. Heel soms infecteert het ingebrachte kunststof matje. Na behandeling van de infectie kan het matje gelukkig meestal wel blijven zitten.

Gevoelloosheid of pijn door zenuwschade

In de lies lopen een paar gevoelszenuwen. En bij de man ook nog de zaadleider en de bloedvaten naar de teelbal. Ernstige kneuzing of schade aan de zenuw kan gevoelloosheid of pijnklachten in het liesgebied of in de balzak veroorzaken. Meestal verdwijnt deze pijn vanzelf. Soms kan de pijn ernstig zijn en veel last veroorzaken. Injecties met verdovende middelen kunnen dan helpen. Heel soms is een nieuwe operatie nodig om een beschadigde of beklemde zenuw te bevrijden.

Bij beschadiging van de zaadleider kan onvruchtbaarheid optreden. De kans hierop wordt groter als u geopereerd moet worden aan beide liezen. Als de bloedvaten naar de teelbal beschadigen, kan de teelbal na een pijnlijke periode kleiner worden.

Chronische pijn

Chronische pijn is pijn dat u langer dan 3 maanden blijft voelen. De kans op de chronische pijn na een liesbreukoperatie is wereldwijd ongeveer 10%. Dit is dus best hoog. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat dit na behandeling van een liesbreuk met de PHS-techniek in het Jeroen Bosch Ziekenhuis 1,8% is na 5 jaar.

Naar huis

De verpleegkundige vertelt u wanneer u naar huis mag. Meestal is dit 2 tot 3 uur na de operatie. De verpleegkundige geeft u informatie over de nazorg thuis en een recept voor pijnstillers. 

Meteen na de operatie kunt u uw eigen medicijnen weer innemen volgens voorschrift. Bent u bekend bij de Trombosedienst? Dan spreken zij met u af wanneer u uw bloedverdunners na de operatie weer mag innemen.

8 tot 10 dagen na de operatie moeten de hechtingen worden verwijderd. Dit doet uw huisarts. Wij vragen u hiervoor zelf een afspraak te maken bij uw huisarts.

Leefregels en adviezen

Uw lichaam heeft tijd nodig om te genezen. U kunt zich na de operatie moe voelen. Uw lichaam moet herstellen van een operatie. Ook kan uw reactievermogen wat vertraagd zijn. De adviezen die we u meegeven helpen bij de genezing. Ook heeft u hierdoor een kleinere kans op eventuele complicaties.

De eerste 3 dagen na de operatie mag u niet douchen. De wond moet droog blijven. Daarna mag u douchen. Als dat nodig is, kunt u een nieuwe pleister op de wond doen. Tot de hechtingen zijn opgelost of zijn verwijderd, mag u niet in bad of zwemmen.

Goed bewegen na de operatie is belangrijk om trombose en longproblemen te voorkomen, maar ook om verlies van spierkracht tegen te gaan. U mag de eerste week na de operatie geen zware dingen tillen. Verder zijn alle activiteiten, die u kunt doen zonder al te veel moeilijkheden of pijn, toegestaan. Ook wandelen en fietsen. Luister daarbij goed naar uw eigen lichaam. Als dat allemaal goed gaat, kunt u uw activiteiten snel uitbreiden. Dit geldt ook het opnieuw beginnen met uw werk en sporten.

Bloeduitstorting

Vaak treedt er na enkele dagen een blauwe verkleuring op in het wondgebied. Deze bloeduitstorting kan uitzakken naar de basis van de penis en de balzak bij de man en naar de grote schaamlip bij de vrouw. Dat is niet erg en verdwijnt vanzelf na enkele weken.

Wanneer zich een veel bloed ophoopt in het operatiegebied en u voelt een pijnlijke harde zwelling, dan spreken we van een hematoom. Dit wordt ook wel een grotere bloeduitstorting genoemd. Dit komt gelukkig bijna nooit voor. Soms komt het voor bij het gebruik van bloedverdunnende middelen. Meestal kan dit worden afgewacht. Soms is opnieuw een operatie nodig om het bloedstolsel te verwijderen.

Zwelling

Na de operatie is er soms een zwelling voelbaar op de plaats waar de breuk zat. Het gaat hierbij om een seroom: een opeenhoping van wondvocht op de plek waar vroeger de breukzak zat. Meestal verdwijnt deze spontaan na enkele weken. In zeldzame gevallen is het nodig het vocht met een naald weg te halen.

Een nieuwe liesbreuk (recidiefbreuk)

Er kan opnieuw een breuk ontstaan in het geopereerde gebied. Bij zo’n recidiefbreuk bespreekt de behandelend chirurg met u hoe de breuk hersteld moet worden. Soms is een nieuwe operatie nodig.

Heeft u vragen of problemen na ontslag?

Een verpleegkundige van de afdeling Dagbehandeling belt u de eerste werkdag na de operatie. Zij informeert dan hoe het met u gaat. Zijn er problemen of heeft u vragen? Dan kunt u deze met de verpleegkundige bespreken.

Neem zelf contact op met het ziekenhuis in de volgende gevallen:

  • Als u een blaaskatheter heeft gehad en 6 uur na de operatie nog niet spontaan heeft geplast.
  • Als binnen 24 uur na de operatie de pijn en zwelling steeds erger worden en de huid op de plaats van de wond strak gespannen staat.
  • Als de wond erg begint te bloeden.
  • Als u na de operatie met een epidurale verdoving last heeft gekregen van hoofdpijn en deze na 24 uur nog steeds niet is verdwenen.
  • Als u binnen 48 uur na de operatie koorts krijgt boven de 38.5°C.

U belt dan:

  • op werkdagen binnen kantooruren met de polikliniek Chirurgie, telefoonnummer: (073) 553 60 05.
  • buiten kantooruren met de afdeling Spoedeisende Hulp, telefoonnummer: (073) 553 27 00.

Bij vragen of problemen na 2 dagen neemt u contact op met uw huisarts.

Tenslotte

In het Jeroen Bosch Ziekenhuis is er speciale aandacht voor de medische en verpleegkundige zorg voor patiënten met een liesbreuk. U komt op een speciaal spreekuur en u wordt op dezelfde dag geopereerd als een aantal andere patiënten met een liesbreuk. Hierdoor kunt u snel terecht en krijgt u de beste zorg. Mocht u suggesties hebben hoe wij onze zorg kunnen verbeteren, dan horen wij dit graag. Uiteraard vinden wij het ook prettig om te horen waar u tevreden over bent.

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen over medicijnen of over de operatie? Bel dan met de polikliniek Chirurgie, telefoonnummer: (073) 553 60 05.

Heeft u vragen over de voorbereiding op de opname? Bel dan met het Planbureau, telefoonnummer: (073) 553 60 20.

Heeft u vragen over het verblijf op de verpleegafdeling? Bel dan met afdeling Dagbehandeling, telefoonnummer: (073) 553 64 00.