Headerafbeelding
afdelingen chirurgie verpleegafdeling verpleegkundige patiënt
Behandeling

Endosponge

Door een aandoening of ingreep kan er een holte ontstaan in uw darm die niet goed wil genezen. De Endosponge is een spons die met behulp van vacuüm ervoor zorgt dat de holte in uw darm schoon wordt en dicht kan groeien.

Voor het plaatsen van een Endosponge wordt u enkele uren opgenomen op de afdeling Endoscopie of op de Dagbehandeling van de Maag-, Darm-, en Leverafdeling.

U leest hier meer over de voorbereiding en het verloop van de behandeling en over de nazorg thuis.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Betrokken afdelingen

Code CHI-089
Laatste revisie: 22 oktober 2020 - 15:40
Hoe verloopt de behandeling?

Endosponge

Kunt u op de vastgestelde opnamedatum niet komen?

Belt u dan zo snel mogelijk, maar uiterlijk een werkdag voor de opnamedatum, naar de polikliniek. Bent u de dagen voor de operatie erg verkouden? Moet u veel hoesten of heeft u koorts? Neemt u dan minimaal 24 uur van tevoren contact op met de polikliniek.

Voorbereiding thuis

U hoeft voor deze behandeling niet nuchter te zijn. U mag gewoon eten en drinken.

Wij raden u aan om een half uur tot 1 uur voor de behandeling 2 tabletten paracetamol (500 mg) in te nemen. 

Gebruikt u medicijnen?

Het kan zijn dat u bepaalde medicijnen niet mag innemen voor de behandeling. Uw arts bespreekt dit met u.

Vervoer naar huis

Wij adviseren u dringend om na de behandeling niet zelf met de auto naar huis te rijden. Regel daarom iemand die u naar huis kan brengen. Heeft u slaapmedicatie gekregen? Dan mag u de eerste 24 uur na de behandeling niet aan het verkeer deelnemen.

Waar meldt u zich?

Op de dag van de opname meldt u zich bij de Infobalie bovenaan de roltrap. Daar wordt u doorverwezen naar de juiste verpleegafdeling.

Voor de behandeling

De verpleegkundige van de afdeling Endoscopie bereidt u voor op de ingreep en brengt een infuusnaald in. Via deze infuusnaald krijgt u tijdens de behandeling slaapmedicatie en pijnmedicatie toegediend.

Omdat de behandeling maar kort duurt, wordt de behandeling in sommige gevallen zonder slaapmedicatie of pijnmedicatie gedaan. Dan wordt er geen infuus ingebracht.

Tijdens de behandeling

Op de behandelkamer gaat u op uw linkerzijde liggen. Na toediening van de slaapmedicatie begint de MDL-arts met de behandeling.

Met een buigzame buis gaat de arts via de anus naar binnen en plaatst de spons in de darmholte. Aan deze spons zit een slangetje dat wordt aangesloten op een pot die vacuüm zuigt. Dit geeft soms een pijnlijk gevoel dat na een paar minuten minder wordt. Het vuil uit de darmholte loopt via het slangetje in de vacuümpot die u bij u draagt. Het slangetje wordt vastgeplakt op uw been zodat u veilig kunt bewegen en mobiel blijft.

Het plaatsen van de Endosponge duurt 15 tot 20 minuten.

Meer informatie over de behandeling

De arts legt aan de hand van de onderstaande plaatjes de behandeling uit:

Endosponge behandeling

Na de behandeling wordt u teruggebracht naar een uitslaapafdeling. Hier kunt u rustig wakker worden. Een opgeblazen gevoel na de behandeling is heel normaal. Winden laten helpt hierbij. In overleg met u wordt een nieuwe afspraak gemaakt om de spons te wisselen.

Risico's

Bij deze behandeling komen complicaties amper voor. Soms blijft een deel van de spons achter of komt de spons niet goed los. In dat geval moet de spons op de operatiekamer onder narcose of met een ruggenprik verwijderd worden.

Naar huis

De arts die de Endosponge bij u heeft geplaatst, komt na de behandeling nog bij u langs om de voortgang te bespreken. U moet na de behandeling een half uur blijven ter observatie. Hierna kunt u gewoon weer naar huis. Houdt u er wel rekening mee dat er iemand bij u is die u weer naar huis kan brengen.

De behandeling met Endosponge kan 3 tot 8 weken duren en soms wat langer. Dit is afhankelijk van de grootte van de holte en hoe snel deze geneest.

Wisselen van de Endosponge

De Endosponge moet minstens 2 keer in de week vervangen worden. Het Endosponge systeem wordt dan 10 tot 30 minuten voor de geplande wissel losgekoppeld en van het vacuüm gehaald. Een verpleegkundige spuit een verdovende vloeistof (lidocaïne) in de spons. U wordt zo plaatselijk verdoofd en de spons kan losser komen. Dit maakt het verwijderen en plaatsen makkelijker. De voorbereiding duurt ongeveer 30 minuten.

U komt minstens 2 keer per week op de polikliniek om de spons te wisselen. Daardoor hoeft u weinig te doen met de spons en de opvangpot. U moet wel goed in de gaten houden of de pot nog vacuüm zuigt of niet. Hoe kunt u dit zien?

  • Er zit geen vacuüm meer op als de blauwe markering van de pot helemaal tot onderen is gedaald;
  • Er zit geen vacuüm meer op als de pot vol is;
  • Er zit geen vacuüm meer op als de aansluiting van de spons op de aansluiting van de pot heeft losgelaten.

Heeft de aansluiting losgelaten? Bel dan naar de polikliniek. De spons zal opnieuw ingebracht moeten worden omdat het vacuüm er af is.

De pot zelf verwisselen

Komt er zoveel vocht uit dat u zelf thuis de pot moet wisselen? Doe dit dan als volgt:

  1. U verschuift het klemmetje op de slang, zodat de pot dicht zit;
  2. Draai de draaiknop van stand ‘1’ naar ‘0’;
  3. Haal de aansluiting tussen de spons en de pot van elkaar;
  4. Neem de volle pot mee naar het behandelcentrum;
  5. Pak de nieuwe pot en haal de rode dop ervan af;
  6. Sluit de aansluiting van de nieuwe pot aan op de aansluiting van de spons;
  7. Draai de draaiknop op ‘1’ en zet het klemmetje vervolgens weer open;
  8. Als het goed is zit de vacuüm er weer op;
  9. Plak de slang weer vast op uw been of bil.

Wanneer neemt u contact op met het ziekenhuis?

Krijgt u na afloop van de behandeling steeds meer pijn of koorts boven de 38°C? Bel dan naar het ziekenhuis. Ook bij problemen met het vacuüm kunt u ons bellen.

De eerste 2 weken belt u:

  • tijdens kantooruren naar de Polikliniek Chirurgie, telefoonnummer: (073) 553 60 05.
  • buiten kantooruren naar de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer: (073) 553 27 00.

Na 2 dagen belt u uw huisarts.

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Bel dan naar de polikliniek Chirurgie.

De verpleegkundige en arts vertellen u tijdens de behandeling steeds wat er gaat gebeuren. U kunt natuurlijk ook zelf vragen stellen, vooraf en na afloop van de behandeling.