Headerafbeelding
werken en leren verpleegkundige 2
Behandeling

Trans Obturator Sling (TOS) / Trans Obtutator Tape (TOT) bij stressincontinentie bij vrouwen

Bij stressincontinentie kan een operatie nodig zijn.

Er zijn allerlei verschillende operaties mogelijk. Eén daarvan is de TransObturator Sling (TOS) ook wel de TransObturator Tape (TOT). 

Lees meer

Bij deze operatie wordt een bandje om de plasbuis geplaatst. Dit bandje zorgt ervoor dat  de positie van de blaas en de overgang van de blaas naar de plasbuis (blaashals) in de buikholte, wordt hersteld. Door deze nieuwe positie wordt bij persen, hoesten, tillen enz. de verhoogde druk ook overgebracht op de blaashals. Hierdoor kan er geen urineverlies optreden.

plaatje van skelet van bekken met plaats waar bandjes worden geplaatst

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling

Praktische tips

Wat neemt u mee bij een (dag)opname?

Als u voor een opname of dagopname naar het ziekenhuis komt, neemt u dan uw geldig legitimatiebewijs mee en uw patiëntenpas. Maar bijvoorbeeld ook de medicijnen die u thuis gebruikt. Hier vindt u een overzichtje van alles wat u mee moet nemen.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

Herhaalrecept? Zo geregeld via MijnJBZ

Het aanvragen van herhaalrecepten kan digitaal. U hoeft dit niet meer telefonisch te doen. U kunt via MijnJBZ uw medicatie bestellen. Elke dag van de week 24 uur per dag. Het bestellen van herhaalmedicatie geldt alleen voor medicijnen die zijn voorgeschreven door een specialist in het JBZ.

MijnJBZ

Via MijnJBZ kunt u zelf een deel van uw persoonlijke en medische gegevens inzien die in het JBZ over u bekend zijn. Zie ook: Wat kan ik in MijnJBZ zien? 

Betrokken afdelingen

Code URO-085a
Laatste revisie: 7 februari 2022 - 09:28
Hoe verloopt de behandeling?

Trans Obturator Sling (TOS) / Trans Obtutator Tape (TOT) bij stressincontinentie bij vrouwen

Preoperatieve Screening en Centraal Apotheek Punt

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom heeft u enige tijd voor uw opname in het ziekenhuis een afspraak met het Centraal Apotheek Punt (CAP) en de afdeling PreOperatieve Screening (POS). Dit zijn meestal telefonische afspraken. De anesthesist kan het om medische redenen nodig vinden dat u naar het ziekenhuis komt voor de afspraak. Deze afspraak op de afdeling POS duurt dan ongeveer 1 uur.

Let op! De afspraken met het CAP en POS zijn belangrijk; uw operatie kan zonder deze afspraken niet door gaan. Heeft u een belafspraak; zorg dan dat u goed bereikbaar bent en de tijd heeft om alle vragen goed te beantwoorden.

Op www.jbz.nl/anesthesie leest u meer over de verdoving en bewaking tijdens de operatie. Als u hierover vragen heeft, kunt u deze bespreken tijdens uw afspraak met de afdeling POS.

Informatieboekje voorbereiding opname

Van de afdeling Preoperatieve Screening (POS) krijgt u een informatieboekje. Hierin leest u belangrijke informatie die u nodig heeft bij de voorbereiding op uw opname. U krijgt het boekje als papieren versie en/of als digitale versie in uw MijnJBZ. Lees dit boekje goed door!

Nuchter zijn

Opereren kan alleen als u nuchter bent. ‘Nuchter’ betekent dat uw maag leeg is. Zo wordt voorkomen dat de inhoud van uw maag tijdens de operatie in de luchtpijp en longen terechtkomt. Dit zou tot ernstige complicaties kunnen leiden.

U moet voor een operatie altijd nuchter zijn, ook als u een regionale verdoving (bijvoorbeeld ruggenprik) krijgt. Om te zorgen dat u nuchter bent, houdt u zich aan de volgende regels:

Tot 6 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag normaal eten en drinken.

Vanaf 6 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag niets meer eten (ook geen snoepjes). U mag nog wel kauwgom kauwen, maar u mag deze niet doorslikken.
  • U mag nog wel drinken: water, helder appelsap, thee of koffie zonder melk (eventueel met zoetjes of suiker).
  • U mag niet meer drinken: melk(producten), koolzuurhoudende dranken of alcohol.

Vanaf 2 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag niets meer eten en drinken (ook geen  snoepjes). U mag ook geen kauwgom meer kauwen.
  • Een slokje water om medicijnen in te nemen - of bij het tandenpoetsen - mag wel.

Na opname op de afdeling: 

  • Na opname kunt u nog tot 300 ml ranja (dat zijn 2 glaasjes) met paracetamol op de afdeling van opname aangeboden krijgen. 

Als u een dag vóór de operatie wordt opgenomen, volgt u de instructies van de verpleegafdeling over het nuchter zijn.  

Bloedverdunnende medicijnen

Wanneer u bloedverdunnende medicijnen gebruikt moet u dit van tevoren melden aan de uroloog. In overleg met de arts die de medicijnen voorschrijft, zult u het gebruik van deze medicijnen een aantal dagen voor de operatie moeten stoppen. Deze medicijnenen kunnen bijvoorbeeld zijn: Ascal, Acetosal, Sintrom enz.

Opname

Afhankelijk van het tijdstip waarop u geopereerd wordt blijft u een dag, of een dag en een nacht, in het ziekenhuis.

Vervoer naar huis

Wij adviseren u dringend om niet zelf auto te rijden. Regel daarom iemand die u naar huis kan brengen.

Kunt u op de vastgestelde opnamedatum niet komen?

Belt u dan zo snel mogelijk, maar uiterlijk een werkdag voor de opnamedatum, naar de polikliniek. Bent u de dagen voor de operatie erg verkouden? Moet u veel hoesten of heeft u koorts? Neemt u dan minimaal 24 uur van tevoren contact op met de polikliniek.

Waar meldt u zich?

U meldt zich bij de Infobalie bovenaan de roltrap. Daar wordt u doorverwezen naar de juiste verpleegafdeling.

Wat gebeurt er tijdens de behandeling?

Op de operatieafdeling wordt vlak voor de operatie de schaamstreek onthaard.

De operatie vindt plaats op de operatiekamer. Meestal wordt een ruggenprik gegeven; uw onderlichaam is dan tijdelijk gevoelloos. Ook kan de operatie onder volledige narcose gebeuren.

U komt op een bed te liggen met uw benen in beensteunen. Er wordt een kleine snede in de vagina gemaakt. In de linker- en in de rechterlies komt een kleine snede. Het bandje wordt via de opening in de vagina om de plasbuis geplaatst en komt uit bij de linker- en rechterlies (zie afbeelding). Via de liezen kan het bandje strakker aangetrokken worden. Zo dat u goed kunt plassen, maar minder of geen urine zal verliezen.

De snede in de vagina wordt met oplosbare hechtingen gesloten. De sneetjes in beide liezen worden elk met een kleine oplosbare hechting gesloten en/of hier worden zogenaamde steristrips opgeplakt. Dit zijn kleine hechtpleisters. Tijdens de operatie krijgt u eenmalig een antibioticum toegediend via het infuus.

Wat gebeurt er na de behandeling?

Na de operatie laat de arts zo nodig een vaginaal tampon achter en een blaaskatheter. Het bloeden wordt op deze manier gestelpt en de urine kan via de katheter makkelijk de blaas verlaten.

Aan het eind van de dag (of de volgende ochtend) zullen tampon en katheter verwijderd worden. Dat ligt ook aan het tijdstip van uw operatie. Verwijderen gebeurt na toestemming van de arts.

Hierna zult u bijna direct het resultaat merken. Als de katheter is verwijderd kunt u zelf weer plassen. Vaak wordt, nadat u geplast heeft, gekeken of er nog urine in de blaas is achtergebleven. Dit gebeurt met behulp van een echoapparaat (geluidsgolven). Als het plassen goed gaat en er niet te veel urine in de blaas achterblijft mag u naar huis.

Risico's of bijwerkingen

De kans op complicaties bij deze operatie is klein. Het volgende kan voorkomen:

  • Nabloeding of bloeduitstorting
  • Infectie
  • Afstoting bandje
  • Toegenomen plasdrang
  • Onvoldoende resultaat
  • Niet kunnen plassen. Het komt voor dat het na verwijderen van de blaaskatheter niet meteen lukt om te plassen. Dit komt omdat de blaas zich moet aanpassen aan de nieuwe situatie. Bijna altijd komt na enkele dagen het plassen vanzelf op gang.

Als u voor de operatie bloedverdunnende middelen gebruikte, mag u het gebruik hiervan hervatten op de dag dat u naar huis gaat.

Herstel thuis

In de eerste periode thuis kunt u last hebben van de volgende klachten en verschijnselen:

  • Het wondje in de vagina veroorzaakt na de operatie vaak een paar dagen wat bloedverlies en/of bloederige afscheiding.
  • De eerste weken treedt soms nog ongewild urineverlies op.
  • Ook kunt u tijdelijk vaker of sterkere aandrang om te plassen voelen.
  • Sommige vrouwen hebben het gevoel over een weerstand heen te plassen. Dat gevoel verdwijnt later meestal vanzelf.
  • De eventueel zichtbare hechtingen zijn van oplosbaar materiaal en verdwijnen meestal binnen 3 tot 4 weken.

Leefregels en adviezen

  • De eerste 2 tot 3 weken na de ingreep is het belangrijk niet zwaar te tillen: liever geen kinderen optillen, geen zware boodschappentassen dragen en geen ander zwaar lichamelijk werk doen. Daarna kunt u uw gewone werkzaamheden gaandeweg hervatten. De eerste 4 weken mag u niet fietsen;
  • De eerste weken na de operatie hoeft u niet extra te drinken. Wel is het belangrijk regelmatig, bij aandrang, te plassen. Let u er op dat u ongeveer 5 keer per dag plast. Als het veel minder is, probeer dan iets meer te drinken;
  • Direct na de operatie kunt u weer onder de douche. Wacht met het nemen van een bad tot het bloedverlies uit de vagina gestopt is;
  • Gebruik de eerste 2 weken na de operatie geen tampons;
  • Wacht 4 weken met seksuele gemeenschap;
  • Voor wondpijn kunt u, tenzij de arts anders heeft geadviseerd, paracetamol 500 mgr. gebruiken: maximaal 4 keer per dag 2 tabletten.

Wanneer neemt u contact op?

  • Als u koorts heeft.
  • Als u veel pijn heeft.
  • Als u veel bloedverlies heeft.
  • Als u niet goed kunt uitplassen.

Wat doet u bij problemen thuis ?

Krijgt u vóór uw controleafspraak meer pijn of blijft u pijn houden? Of zijn er andere problemen die te maken hebben met de operatie? Dan belt u het ziekenhuis. Tijdens kantoortijden belt u naar de polikliniek Urologie telefoonnummer: (073) 553 60 10. In dringende gevallen buiten kantoortijden belt u naar de afdeling Spoedeisende Hulp, telefoonnummer: (073) 553 27 00.

Bij vragen of problemen ná uw eerste controleafspraak belt u uw huisarts.

Heeft u geen controleafspraak in het ziekenhuis? Dan belt u met het ziekenhuis bij problemen in de eerste 10 dagen na de operatie. Ná 10 dagen belt u met uw  huisarts.

Wanneer komt u op controle?

Ongeveer 6 weken na de operatie komt u op controle bij de arts. Hiervoor krijgt u een afspraak mee. Er wordt dan gekeken wat het effect van de operatie is.

Heeft u nog vragen?

Deze informatie is algemeen en is bedoeld als een aanvulling op het gesprek met uw behandelend arts. Bijzondere omstandigheden kunnen tot wijzigingen aanleiding geven. Dit zal altijd door uw uroloog aan u verteld worden. Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, leg die dan gerust voor aan uw uroloog of de verpleegkundige.