Headerafbeelding
Operatiedossier Naar de operatiekamer kinderen
Behandeling

Operatie bij het afglijden van de heupkop bij kinderen (schroeffixatie-operatie)

Bij deze operatie plaatst de orthopeed een schroef in de heupkop om het afglijden te stoppen.

Bij een afglijdende heup wordt standaard operatief behandeld (schroeffixatie-operatie). 

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling.

Praktische tips

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

MijnJBZ voor kinderen

Kinderen onder de 12 jaar en hun ouders kunnen niet inloggen in het dossier van het kind in MijnJBZ. Wilt u informatie in het dossier inzien? Bespreek dit dan met de zorgverlener of maak gebruik van het formulier ‘Aanvraag kopie medische gegevens’.

Betrokken afdelingen

Code KIN-760
Laatste revisie: 16 augustus 2019 - 10:14
Hoe verloopt de behandeling?

Operatie bij het afglijden van de heupkop bij kinderen (schroeffixatie-operatie)

Het is belangrijk dat uw kind goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom brengen u en uw kind enige tijd vóór de opname in het ziekenhuis een bezoek aan de afdeling Preoperatieve Screening (POS). Hier hoort u hoe uw kind zich thuis op de operatie moet voorbereiden.

Wat zijn de risico's?

Bij iedere operatie kunnen complicaties optreden, zoals een infectie of een slechte wondgenezing.

  • Na deze operatie ontstaat soms een ontsierend litteken op het bovenbeen.
  • Door de aandoening zelf (en dus niet door de operatie) kan functieverlies van de heup optreden en een beenlengteverschil. De kans op een groot beenlengteverschil is klein, omdat de grootste groei van het been in de groeischijven rond de knie plaatsvindt, en dus niet in de groeischijf van de heup.

Complicaties die vooral na deze operatie kunnen voorkomen zijn: het afsterven van de heupkop (heupkopnecrose) of het afsterven van het kraakbeen van de heupkop (chondrolysis). Bij de grotere operaties is de kans op deze specifieke problemen groter.

Wat gebeurt er voor de behandeling?

U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de Infobalie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis, bovenaan de roltrap. De medewerker van de Infobalie wijst u en uw kind verder naar de juiste afdeling.

Uw kind wordt voor deze operatie opgenomen op de Kinderafdeling. De verpleegkundige ontvangt uw kind op de afdeling en bereidt uw kind verder voor op de behandeling. Als uw kind aan de beurt is voor de operatie, brengt de verpleegkundige van de afdeling u en uw kind naar het Operatiecentrum.

Wat gebeurt er bij de behandeling?

De orthopeed maakt een snee aan de zijkant van de heup. Daarna zet de orthopeed een schroef in het centrum van de heupkop. Deze schroef doorboort de groeischijf. Door het vastzetten (fixatie) van de heup sluit de groeischijf zich. Daardoor stopt het afglijden van de heup.

Als de diagnose pas laat gesteld wordt, kan het heupgewricht al ernstig vervormd zijn. Er is dan een grotere operatie nodig om het heupgewricht zo veel mogelijk te herstellen. De orthopeed zet de heupkop dan in de gecorrigeerde stand met een plaat en schroeven weer aan elkaar. Bij deze operatie is de kans op complicaties groter dan bij de 'schroeffixatie-operatie'.

Na de operatie wordt uw kind naar de uitslaapkamer gebracht. Hier worden de bloeddruk, hartritme en zuurstofbehoefte gecontroleerd. Als uw kind zich goed voelt, worden u en uw kind teruggebracht naar de verpleegafdeling.

De dag na de operatie leert uw kind onder begeleiding van de fysiotherapeut lopen met twee elleboogkrukken. De heup mag in het begin maar weinig belast worden. Hierover krijgen u en uw kind uitleg.

Naar huis

Meestal kan uw kind de tweede of de derde dag na de operatie weer naar huis.

Het lichaam heeft na de operatie tijd nodig om te herstellen. Daarom kunt uw kind zich na de operatie moe voelen. Ook kan zijn reactievermogen wat vertraagd zijn. De adviezen die we u meegeven helpen uw kind om te herstellen. Ook heeft uw kind hierdoor minder kans op eventuele problemen die kunnen ontstaan door de operatie (complicaties).

Na zes weken komt uw kind op controle op de polikliniek Orthopedie. Aan de hand van een nieuwe röntgenfoto beoordeelt de orthopeed of de heup volledig belast kan worden.