Headerafbeelding
Aanmelden bij afdeling Radiologie
Onderzoek

Kijkonderzoek van de galwegen en de afvoerbuis van de alvleesklier (E.R.C.P.)

Een E.R.C.P is een kijkonderzoek.

De arts bekijkt via uw keelholte of er afwijkingen te zien zijn aan uw galwegen en/of alvleesklier. Dit gebeurt met behulp van een bestuurbare buigzame slang, de endoscoop. Voor dit onderzoek wordt u kortdurend opgenomen in het ziekenhuis. U leest hier welke voorbereidingen u moet treffen voor het onderzoek en hoe het onderzoek verloopt.

Hoe verloopt het onderzoek?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw onderzoek

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Code INT-013
Laatste revisie: 14 november 2019 - 08:36
Hoe verloopt het onderzoek?

Kijkonderzoek van de galwegen en de afvoerbuis van de alvleesklier (E.R.C.P.)

Gebruik voor het onderzoek geen lippenstift.

Nuchter

Het onderzoek kan alleen goed uitgevoerd worden als uw slokdarm en maag leeg zijn. Daarom mag u op de dag van het onderzoek vanaf 24 uur ‘s nachts niets meer eten, ook geen medicijnen. Tenzij uw arts heeft afgesproken dat u uw medicijnen wel moet innemen. Medicijnen die u normaal ‘s morgens inneemt, kunt u meebrengen en zo nodig meteen na het onderzoek innemen. Water en thee drinken mag tot drie uur voor het onderzoek.

Vindt het onderzoek na 13.00 uur ‘s middags plaats, dan mag u vóór 9.00 uur nog een licht ontbijt gebruiken en uw medicijnen innemen. Water en thee drinken mag tot drie uur voor het onderzoek.

Bloedverdunnende medicijnen

  • Tijdens de E.R.C.P. kan de arts stukjes weefsel wegnemen. Dit veroorzaakt wat bloedverlies. Heeft u een stoornis van de bloedstolling? Of gebruikt u medicijnen die de bloedstolling beïnvloeden zoals Acenocoumarol (Sintrom) en Fenprocoumon (Marcoumar), dan moeten deze in overleg met u arts gestopt worden. De Trombosedienst zorgt er voor dat de stolling van uw bloed goed is op de dag van het onderzoek.
  • Bloedverdunnende middelen zoals aspirine, Ascal, Acetylsalicylzuur en Carbasalaatcalcium kunt u bij dit onderzoek gewoon door gebruiken.
  • Gebruikt u Ascal en Plavix samen, dan moet u de Plavix vijf dagen voor het onderzoek stoppen. Doe dit altijd in overleg met arts die dit medicijn heeft voorgeschreven.

Bent u diabetespatiënt?

Dan moet u speciale maatregelen treffen. Vraag naar de speciale voorbereidingsfolder voor diabetespatiënten of neem contact op met de diabetesverpleegkundige.

Zwangerschap

Als u (mogelijk) zwanger bent, neemt u dan contact op met uw behandeld arts. Deze overlegt dan met u of het onderzoek moet doorgaan.

Vragenlijstje

Hieronder staan een aantal vragen over uw medische conditie die belangrijk zijn voor het onderzoek. Wilt u deze vragen vast thuis beantwoorden en meenemen naar het onderzoek? Als u een van deze vragen met 'ja' beantwoordt en u heeft dit nog niet besproken, neemt u dan contact op met uw arts.

  • Heeft u in het verleden een maagoperatie gehad? ja / nee
  • Heeft u een stoornis van de bloedstolling? ja / nee
  • Bent u op dit moment onder behandeling van de Trombosedienst? ja / nee
  • Gebruikt u carbasalaatcalcium, acenocoumarol of fenprocoumon? ja / nee
  • Heeft u een pacemaker? ja / nee
  • Heeft u een I.C.D. (implanteerbare defibrillator)? ja / nee

Resistente bacterie (BRMO)

Draagt u een resistente bacterie (bijvoorbeeld MRSA of ESBL) bij u? Dan kan dit voor uzelf en voor medepatiënten een risico geven bij een medische behandeling.

Het is daarom heel belangrijk dat u doorgeeft als u:

  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen of behandeld bent geweest, in een buitenlandse zorginstelling;
  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen bent geweest in een Nederlands ziekenhuis of verpleeghuis, waar een resistente bacterie aanwezig was;
  • in de afgelopen 2 maanden in een instelling voor asielzoekers heeft gewoond;
  • door uw beroep in contact komt levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens (bijvoorbeeld: varkens-, kalver- en pluimveehouders, veeartsen, medewerkers slachthuis);
  • woont op een bedrijf met varkens, kalveren of vleeskuikens;
  • ooit besmet bent geweest met een resistente bacterie;
  • contact heeft met iemand die een resistente bacterie bij zich draagt.

Zo nodig onderzoeken we dan of u een resistente bacterie bij u draagt. Als dat zo is dan nemen we in het ziekenhuis maatregelen om te voorkomen dat de bacterie zich verspreidt.

Geldt een van bovenstaande punten voor u, geef dit dan door aan de polikliniek of afdeling die het onderzoek of de behandeling met u heeft afgesproken.

Vervoer naar huis

Wij adviseren u dringend om niet zelf auto te rijden. Regel daarom iemand die u naar huis kan brengen. U kunt nog suf en slaperig zijn van het kalmeringsmiddel dat u krijgt voor het onderzoek.

Kortdurende opname

Om een ERCP te kunnen doen, wordt u kortdurend worden opgenomen in het ziekenhuis (als u al niet opgenomen bent). In de meeste gevallen brengt u de nacht na het onderzoek in het ziekenhuis door en mag u de volgende ochtend weer naar huis. Neem dus uw toiletspullen en nachtgoed mee.

Voor het onderzoek

Op de afgesproken tijd brengt de verpleegkundige u naar de afdeling Radiologie.

  • Voor het onderzoek moet u losse gebitsdelen uit doen.
  • De assistent verdooft uw keel met een spray. Dit helpt om de kokhalsreflex zoveel mogelijk tegen te gaan.
  • Via een infuusnaald krijgt u een verdoving met een kalmeringsmiddel toegediend. Dit is geen narcose, maar u wordt er wel suf en slaperig van.
  • De assistent plaatst een knijper op één van uw vingers. Daarmee kunnen we tijdens het onderzoek uw hartslag en ademhaling controleren.
  • U krijgt een soort bijtring tussen uw kaken, om het kijkinstrument en uw gebit te beschermen.

De voorbereiding van het onderzoek duurt ongeveer 5 tot 10 minuten.

Waar meldt u zich?

U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de Infobalie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis, bovenaan de roltrap. De medewerker van de Infobalie wijst u verder naar de juiste afdeling.

We doen ons best om u te helpen op de aangegeven tijd. Toch kan het gebeuren dat u niet precies op de afgesproken tijd geholpen wordt. Dit komt omdat spoedgevallen voorgaan. Bovendien weten we niet altijd precies hoe lang een onderzoek zal duren. We vragen uw begrip hiervoor

Tijdens het onderzoek

  • Tijdens het onderzoek ligt u op uw buik of linkerzij.
  • De arts brengt een flexibele slang (endoscoop) door de ring in uw keel en vraagt u te slikken. De arts helpt daarbij om de slang door uw keel in de slokdarm te brengen. De endoscoop wordt tot in de twaalfvingerige darm ingevoerd. Daar komen de galwegen en afvoergang van de alvleesklier in de darm uit.
  • Via de endoscoop brengt de arts een dun slangetje (katheter)  naar binnen. Dit slangetje komt uit in de galwegen en/of de afvoergang van de alvleesklier.
  • Door de katheter wordt contrastvloeistof ingespoten. Hierdoor kan de arts de galwegen en/of afvoergang van de alvleesklier zichtbaar maken op röntgenfoto’s.
  • Het is belangrijk dat u probeert zo rustig mogelijk te ademen en zo min mogelijk slikt. U heeft dan het minste last van het onderzoek. Bij het inbrengen van de endoscoop en het verdere onderzoek houdt u voldoende ruimte in uw keelholte over om normaal te kunnen ademen.
  • Tijdens het onderzoek blaast de arts, via de endoscoop, lucht in om de twaalfvingerige darm te laten ontplooien en deze beter te kunnen bekijken. Het kan zijn dat u van de ingeblazen lucht moet boeren. Dit is heel normaal, dus niet iets om u voor te schamen.

Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten. Als het moeilijk is om de katheter in de galwegen of de afvoergang van de alvleesklier te brengen, kan het onderzoek uitlopen tot 60 minuten.

Afwijkingen

Als de arts bij het onderzoek afwijkingen vindt, kunnen deze eventueel direct behandeld worden. Het kan zijn dat er afwijkingen zijn waardoor het afvloeien van gal en/of alvleeskliersap wordt belemmerd. In dat geval kan de arts de kringspier, die de afvoergangen afsluit, doorsnijden. Dit wordt papillotomie genoemd en is niet pijnlijk. Het resultaat is een grotere uitgang. Hierdoor kan de arts eventuele galstenen verwijderen, of een buisje in de galwegen plaatsen. Zo nodig haalt de arts tijdens het onderzoek een stukje weefsel weg voor nader onderzoek. Dit is niet pijnlijk.

Na het onderzoek gaat u weer terug naar de verpleegafdeling.

  • U kunt u zich nog suf en slaperig voelen.
  • Krijgt u na het onderzoek last van buikpijn of koorts, waarschuw dan de verpleegkundige.
  • De eerste 2 uur na het onderzoek mag u niet eten of drinken. Als zich in deze periode geen bijzonderheden voordoen, mag u wat drinken. Begin met een slokje water. Als dit goed gaat, kunt u gewoon drinken. Als u geen klachten heeft, kunt u ook weer eten.
  • Als bij het onderzoek een ingreep is gedaan, dan controleert de verpleegkundige regelmatig uw hartslag en bloeddruk.
  • Zijn er complicaties opgetreden bij het onderzoek? Dan bespreekt de arts die het onderzoek heeft uitgevoerd met u wat er verder gaat gebeuren.

Wat zijn de risico’s?

Een E.R.C.P. is meestal een veilig onderzoek. Toch kunnen er problemen (complicaties) optreden.

  • Er kan een luchtweginfectie of een longontsteking ontstaan als iemand zich verslikt in de maaginhoud. Dit komt vaker voor na een keelverdoving of na toediening van een kalmeringsmiddel.
  • U kunt na het onderzoek last hebben van keelpijn. Dit gaat meestal na enkele uren weer over.
  • Bij 10-15% van de onderzoeken lukt het niet om een katheter in de galwegen of de afvoergang van de alvleesklier op te voeren. Meestal wordt dan een tweede poging gedaan.
  • De alvleesklier kan ontstoken raken als gevolg van het onderzoek. Zo’n ontsteking heet pancreatitis. Het komt voor bij 2 tot 5% van alle onderzoeken. Deze ontsteking herstelt meestal in enkele dagen, maar kan ook zeer zelden (0,2%) een bijzonder ernstig verloop hebben.
  • Er kan een infectie van de galwegen of galblaas optreden. Zo’n infectie komt voor bij 0,5 tot 1% van de onderzoeken en kan een ernstig beloop hebben.
  • Bij het insnijden van de sluitspier van de galwegen en/of de uitvoergang van de alvleesklier kan soms een bloeding ontstaan. Meestal is er maar weinig bloedverlies, waarvoor geen aanvullende behandeling nodig is.
  • Soms kan er een gaatje (perforatie) in de darmwand ontstaan, waarvoor verdere medische behandeling nodig is.

Wanneer neemt u contact op?

Als u thuis last krijgt van ernstige buikpijn of koorts krijgt, neemt u dan direct contact op met de dienstdoende arts, of met de Spoedeisende Hulp.

  • Tijdens kantooruren belt u de afdeling Endoscopie, telefoonnummer (073) 553 30 51.
  • Buiten kantooruren belt u de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer    (073) 553 27 00.

De arts die het onderzoek heeft aangevraagd, bespreekt de uitslag met u tijdens uw volgende afspraak op de polikliniek. De arts die het onderzoek heeft uitgevoerd, kan u vaak al wel vertellen wat hij heeft gezien. Als de arts een stukje weefsel heeft weggenomen, dan wordt dit verder onderzocht in het laboratorium. De uitslag daarvan bespreekt uw behandelend arts, die het onderzoek heeft aangevraagd. Deze bespreekt ook de eventuele behandelingsmogelijkheden met u.

Stelt u ze dan gerust voor het onderzoek. U kunt ook bellen naar de afdeling Endoscopie, telefoonnummer (073) 553 30 51, kies dan optie 1, het secretariaat.