Headerafbeelding
werken en leren verpleegkundige 2
Behandeling

Scheefstand van de grote teen (hallux valgus): operatieve behandeling

Als de grote teen weer in de kom staat, krijgt deze weer een goede steunfunctie. Een operatie aan de hallux valgus is een relatief kleine voetoperatie maar heeft wel een langer revalidatie traject.

Om de grote teen weer recht te zetten, moet de stand van het bot worden veranderd. Dit geldt ook voor de aanhechting van de gewrichtsbandjes en het gewrichtskapsel. De operatie houdt meer in dan het weghalen van de knobbel. De oorzaak van de scheefstand moet ook aangepakt worden. De orthopedisch chirurg corrigeert daarom ook het middenvoetsbeentje zodat de gewrichtsdelen weer netjes boven elkaar komen te staan.

Bij deze operatie krijgt u een plaatselijke verdoving van de voet en het been. Eventueel kan de anesthesioloog u een licht slaapmiddel geven zodat u niets merkt van de operatie.

Lees meer

Er zijn verschillende technieken om hallux valgus te opereren. We geven u hier informatie over de technieken die ons Voet en Enkel Team gebruikt. Welke operatietechniek bij u wordt gebruikt, bepaalt de arts aan de hand van de mate van afwijking van de grote teen.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

MijnJBZ

Via MijnJBZ kunt u zelf een deel van uw persoonlijke en medische gegevens inzien die in het JBZ over u bekend zijn. Zie ook: Wat kan ik in MijnJBZ zien? 

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Betrokken afdelingen

Code ORP-040a
Laatste revisie: 26 april 2022 - 15:51
Hoe verloopt de behandeling?

Scheefstand van de grote teen (hallux valgus): operatieve behandeling

Preoperatieve Screening en Centraal Apotheek Punt

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom heeft u enige tijd voor uw opname in het ziekenhuis een afspraak met het Centraal Apotheek Punt (CAP) en de afdeling PreOperatieve Screening (POS). Dit zijn meestal telefonische afspraken. De anesthesist kan het om medische redenen nodig vinden dat u naar het ziekenhuis komt voor de afspraak. Deze afspraak op de afdeling POS duurt dan ongeveer 1 uur.

Let op! De afspraken met het CAP en POS zijn belangrijk; uw operatie kan zonder deze afspraken niet door gaan. Heeft u een belafspraak; zorg dan dat u goed bereikbaar bent en de tijd heeft om alle vragen goed te beantwoorden.

Op www.jbz.nl/anesthesie leest u meer over de verdoving en bewaking tijdens de operatie. Als u hierover vragen heeft, kunt u deze bespreken tijdens uw afspraak met de afdeling POS.

Informatieboekje voorbereiding opname

Van de afdeling Preoperatieve Screening (POS) krijgt u een informatieboekje. Hierin leest u belangrijke informatie die u nodig heeft bij de voorbereiding op uw opname. U krijgt het boekje als papieren versie en/of als digitale versie in uw MijnJBZ. Lees dit boekje goed door!

Nuchter zijn

Opereren kan alleen als u nuchter bent. ‘Nuchter’ betekent dat uw maag leeg is. Zo wordt voorkomen dat de inhoud van uw maag tijdens de operatie in de luchtpijp en longen terechtkomt. Dit zou tot ernstige complicaties kunnen leiden.

U moet voor een operatie altijd nuchter zijn, ook als u een regionale verdoving (bijvoorbeeld ruggenprik) krijgt. Om te zorgen dat u nuchter bent, houdt u zich aan de volgende regels:

Tot 6 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag normaal eten en drinken.

Vanaf 6 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag niets meer eten (ook geen snoepjes). U mag nog wel kauwgom kauwen, maar u mag deze niet doorslikken.
  • U mag nog wel drinken: water, helder appelsap, thee of koffie zonder melk (eventueel met zoetjes of suiker).
  • U mag niet meer drinken: melk(producten), koolzuurhoudende dranken of alcohol.

Vanaf 2 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag niets meer eten en drinken (ook geen  snoepjes). U mag ook geen kauwgom meer kauwen.
  • Een slokje water om medicijnen in te nemen - of bij het tandenpoetsen - mag wel.

Na opname op de afdeling: 

  • Na opname kunt u nog tot 300 ml ranja (dat zijn 2 glaasjes) met paracetamol op de afdeling van opname aangeboden krijgen. 

Als u een dag vóór de operatie wordt opgenomen, volgt u de instructies van de verpleegafdeling over het nuchter zijn.  

Opname in het ziekenhuis

Meestal wordt op u voor deze behandeling opgenomen op de afdeling Dagbehandeling en gaat u dezelfde dag weer naar huis.

Elleboogkrukken

Neem op de dag elleboogkrukken mee. Deze kunt u bijvoorbeeld huren bij de Thuiszorgwinkel. 

Kunt u op de vastgestelde opnamedatum niet komen?

Belt u dan zo snel mogelijk, maar uiterlijk een werkdag voor de opnamedatum, naar de polikliniek. Bent u de dagen voor de operatie erg verkouden? Moet u veel hoesten of heeft u koorts? Neemt u dan minimaal 24 uur van tevoren contact op met de polikliniek.

Vervoer naar huis

Wij adviseren u dringend om niet zelf auto te rijden. Regel daarom iemand die u naar huis kan brengen.

Stoppen met roken

Uit onderzoek is gebleken dat mensen die roken een veel grotere kans hebben op complicaties na een operatie dan niet-rokers. Zo geneest bij rokers de wond langzamer. Ook treden er bijvoorbeeld vaker (ernstige) infecties van de wond op. Rokers kunnen de kans op complicaties met de helft (!) verminderen door rondom de operatie te stoppen met roken. Wij adviseren u daarom om minstens 4 weken voor de operatie en 4 weken na de operatie niet te roken.

Waar meldt u zich?

U meldt zich bij de Infobalie van het ziekenhuis. De medewerker van de Infobalie wijst u verder naar de juiste afdeling.

Operatietechniek 1: Chevron osteotomie

Bij deze techniek maakt de orthopedisch chirurg een snee over de knobbel, zodat de knobbel, het gewricht en middenvoetsbeentje vrij liggen. Er wordt een klein gedeelte van de knobbel afgezaagd maar het gewricht raakt hier niet bij beschadigd. Daarna wordt er een wigje uit het eerste middenvoetsbeentje gezaagd zodat dit middenvoetsbeentjes weer richting het 2e middenvoetsbeentje kan worden gecorrigeerd. De botdelen worden aan elkaar geschroefd waar het wigje is uitgehaald. De schroefjes steken niet uit het bot en hoeven ook niet op een later moment verwijderd te worden. Doordat er niet aan het gewricht wordt geopereerd, blijft het grote teengewricht bewegelijk.

Operatie hallux valgus - chevron osteotomie
Afbeelding: Chevron osteotomie

Operatietechniek 2: Proximale osteotomie

Bij deze techniek maakt de orthopedisch chirurg een snee aan de zijkant van de voet. De basis van het eerste middenvoetsbeentje wordt doorgezaagd. Dit gebeurt wat verder richting de middenvoet van het middenvoetsbeentje. De mate van de correctie wordt behaald door een wig uit te zagen en deze eruit te halen om zo de stand te corrigeren. Het geopereerde deel wordt vastgezet met een plaatje met schroeven of alleen met schroeven.

Hallux Valgus - operatie proximale osteotomie
Afbeelding: proximale osteotomie

Operatietechniek 3: Akin techniek

Bij deze techniek wordt de snee gemaakt aan de zijkant van de grote teen. Er wordt een wigje uit het teenkootje gehaald van de grote teen om zo de stand te corrigeren. Dit wordt vast gezet met een krammetje of schroeven. De Akin techniek wordt vaak gecombineerd met een andere techniek voor een hallux valgus operatie om de grote teen in het bovenste teenkootje rechts te zetten.

Hallux Valgus - operatie Akin techniek
Afbeelding: Akin techniek

Operatietechniek 4: Lapidus correctie

Bij een forse scheeftstand kan er door de arts gekozen worden voor een Lapidus correctie. Er wordt een snee gemaakt aan de zijkant van de voet. Dit is een correctie aan het eerste middenvoetsbeentje en het voetwortelbeentje wat daar tegen aanligt. Deze botten worden gecorrigeerd en aan elkaar vastgezet met een plaatje met schroeven of alleen schroeven.

Hallux Valgus - operatie lapidus correctie
Afbeelding: Lapidus correctie

Wat zijn de risico's?

Dit zijn de meest voorkomende complicaties bij voetoperaties:

Stijfheid van de grote teen: Na de operatie is het gewricht van de grote teen altijd iets stijver dan dat deze voor de operatie was. 

Wondinfectie: Er bestaat een kleine kans op een wondinfectie of genezingsprobleem. Uiteindelijk geneest de wond wel, maar de totale genezingsduur kan behoorlijk langer zijn. De verwachte genezingsperiode, zoals vermeld in deze folder, klopt dan niet meer. Het stoppen met roken in de periode rondom de operatie vermindert de kans op wondproblemen.

Gekneusde zenuwtakjes: Tijdens de operatie worden de zenuwtakjes van de huid geraakt of gekneusd. Dan ervaart u een geringe dofheid of tintelend gevoel van de huid. Dit wordt doorgaans in de loop van de tijd minder. Zenuwweefsel doet er een jaar over om te genezen. Na een jaar weet u dus pas wat voor soort gevoel u overhoudt in het been/voet.

Slechte doorbloeding: Het is belangrijk dat de doorbloeding van uw voet goed is. Dit wordt uiteraard voor de operatie beoordeeld, maar toch kan het in extreme gevallen voorkomen dat de doorbloeding in gevaar komt. U kunt de doorbloeding thuis ook in de gaten houden. Voelt de teen extreem koud aan? Neemt u dan contact op met de dienstdoende arts.

Het bot groeit moeizaam vast: Bij het vastzetten van een gewricht of een standscorrectie van de botten moeten deze weer aan elkaar vastgroeien. Alleen als deze één geheel vormen, wordt de voet stabiel en pijnloos. In sommige gevallen groeien de botten niet goed op elkaar vast en moet er - bij pijn - opnieuw worden geopereerd.

Botinfectie en dystrofie: Een diepe botinfectie en dystrofie (heftige pijn al bij aanraking van de huid) zijn ernstige, maar zeldzame complicaties. Om dystrofie te voorkomen is het na de operatie belangrijk dat u goede pijnstilling krijgt/neemt.

Wat gebeurt er na de behandeling?

Op de operatiekamer krijgt u een drukverband om de voet. Dit moet blijven zitten tot de eerste controle op de gipskamer. Het verband wordt aangelegd om de wondinfectie en zwelling zo veel mogelijk te voorkomen.

Zwelling van de voet

Tot aan de eerste controle op de gipskamer moet u het been zo veel mogelijk hoog houden en zo min mogelijk belasten. Dit zorgt namelijk voor minder pijn en nabloedingen. U mag wel kortdurend op de hak steunen.

U houdt de voet het beste hoog door de voet hoger te leggen dan de knie en de knie hoger dan de heup. Zo voorkomt u dat de voet te veel opzwelt. U kunt de voet eventueel koelen maar zorg dat het verband droog blijft.

Medicijnen tegen de pijn

Het hooghouden van de voet helpt meestal goed tegen de pijn. Eventueel mag u ook paracetamol gebruiken, 4 keer per dag 2 tabletten van 500 mg. 

Verder krijgt u geen medicijnen voorgeschreven in verband met deze operatie.

Douchen

Douchen kan eventueel met een speciale beenzak om het verband droog te houden. Ook adviseren we een krukje om te kunnen zitten onder de douche. Na het verwijderen van het verband, kunt u weer gewoon douchen als de wond droog is. 

Oefenen en hervatten activiteiten

Na genezing van de wond en eventueel het bot en de spieren, mag u de voet langzaam meer gaan belasten en in eigen tempo steeds sterker maken. Meestal is daarbij geen hulp van een fysiotherapeut nodig.

Het is normaal dat u na de operatie nog enkele maanden last van de voet heeft. Hoe lang en in welke mate hangt af van hoe uitgebreid de operatie was. U zult dikwijls kortdurende steken en pijn voelen. Soms is er sprake van een lichte verkleuring van de huid, overmatig transpireren en het anders aanvoelen van de voet. Deze klachten kunnen een jaar aanhouden en verdwijnen meestal geleidelijk.

Zelf oefenen
Vanaf 2 weken na de operatie kunt u gaan oefenen met de grote teen. Het doel hiervan is om het grote teengewricht niet te laten verstijven. De onderstaande oefening kunt u doen om uw teen in beweging te houden:

  1. U pakt de voet vast ter hoogte van de bal van de voet.
  2. Met de andere hand pakt u de grote teen vast, en wel nét boven de bal van de voet. U pakt dus het begin van de teen vast. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat u het topje van de teen vastpakt.
  3. U beweegt uw teen omhoog/naar u toe en vervolgens omlaag/van u af.

Beweeg de teen per oefensessie 10 keer. Doet u de oefening minimaal 2 keer per dag. 

Als ook de kleinere tenen zijn geopereerd, zijn na 6 weken ook de ijzeren pinnetjes uit de voet gehaald. Vanaf nu voert u dezelfde bewegingen ook uit bij deze tenen.

Hervatten van activiteiten

De eerste 2 weken na de operatie kunt u nog geen staand werk doen. Hierna mag u geleidelijk meer gaan lopen. De eerste zes weken na de operatie kunt meestal nog niet fietsen, autorijden of zwemmen. U kunt de eerste 6 weken na de operatie niet staan of lopen zonder de achtervoetloopschoen.

U mag uw activiteiten als volgt hervatten:

Na 2 weken kunt u weer zittend werk doen, zodra u voldoende mobiel bent om naar het werk te gaan en u de voet voldoende lang naar beneden kunt houden. Staand werk mag u weer doen zodra u voelt dat u dit aankunt (eventueel in overleg met de arbo-arts of bedrijfsarts).

Na 6 weken mag u weer gaan fietsen; zodra u voldoende veilig op- en af kunt stappen. Zwemmen mag zodra u veilig het water in- en uit kunt stappen. Autorijden mag zodra u weer redelijk kunt lopen en voldoende zeker bent dat u de pedalen met de geopereerde voet kunt bedienen. Autorijden met de achtervoetloopschoen wordt sterk ontraden, omdat u hiermee onvoldoende controle over de pedalen heeft. Bij gips rond de voet en/of enkel keert de verzekering niet uit bij schade.

Hechtingen

De hechtingen zijn oplosbaar. De uiteinden van de doorzichtige draden kunt u eventueel na 2 weken afknippen. 

Controle na de behandeling

Ongeveer een week na de operatie komt u terug op controle, op de gipskamer in het JBZ. De gipsverbandmeester verwijdert het verband en beoordeelt de wond. U krijgt een kunststof teenspalk die om uw grote teen en de middenvoetsbeentjes zit. De spalk is afneembaar en draagt u altijd met een achtervoetloopschoen (zie afbeelding). U kunt dit zelf aan en uit doen, maar zorg ervoor dat u het zoveel mogelijk draagt en de voet nog niet te veel belast. 

U draagt de spalk 5 weken. U komt 6 weken na de operatie bij de orthopedisch chirurg op controle. Er wordt dan ook een röntgenfoto gemaakt. Daarna mag u de voet zonder spalk belasten. De teen zal nog stijf zijn en het lopen zal lastig zijn voor nog een aantal maanden. Of er fysiotherapie nodig is wordt met u besproken.

Het advies is om ruime soepele schoenen met een vroege afwikkeling te dragen. 

spalk na operatie hallux valgus
Afbeelding: spalk grote teen en middenvoetsbeentjes
achtervoetloopschoen
Afbeelding: achtervoetloopschoen

Wanneer neemt u contact op?

Het is belangrijk dat u contact opneemt met de behandelend arts of met de huisarts bij één van de volgende verschijnselen:

  • de wond gaat lekken;
  • de voet steeds dikker wordt;
  • de voet steeds pijnlijker wordt;
  • u koorts krijgt boven de 39º Celsius.

Wat doet u bij problemen thuis?

Krijgt u vóór uw controleafspraak meer pijn of blijft u pijn houden? Of zijn er andere problemen die te maken hebben met de operatie? Dan belt u het ziekenhuis.

  • De eerste 24 uur na ontslag belt u tijdens kantooruren naar de polikliniek Orthopedie, telefoonnummer (073) 553 60 50. In dringende gevallen buiten kantooruren belt u naar de verpleegafdeling Orthopedie, telefoonnummer (073) 553 25 21. 
  • Zijn er problemen ná de eerste 24 uur thuis? Dan kunt u bellen naar (073) 553 67 86. Afhankelijk van het tijdstip komt u via dit telefoonnummer in contact met de polikliniek Orthopedie tijdens kantooruren) of met de afdeling Spoedeisende Hulp (buiten kantooruren).

Bij vragen of problemen ná uw eerste controleafspraak belt u uw huisarts.

Heeft u geen controleafspraak in het ziekenhuis? Dan belt u met het ziekenhuis bij problemen in de eerste 10 dagen na de operatie. Ná 10 dagen belt u met uw huisarts.

Vragen?

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u bellen naar de polikliniek Orthopedie. Zij zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag 8.30 - 17.00 uur op nummer (073) 553 60 50.