Headerafbeelding
Afdeling KNO
Behandeling

Hoortoestel BCD

Een BCD (Bone Conduction Device) is een hoortoestel dat in het bot wordt geplaatst. Dit gebeurt met een operatie. 

Een BCD is een hoortoestel dat stevig in het bot wordt vastgemaakt. Het systeem bestaat uit een titanium implantaat en het hoortoestel. Het implantaat wordt in het schedelbot achter het oor bevestigd en bestaat uit een schroef en een verbindingsstuk waar later het hoortoestel op wordt vastgeklikt. De BCD versterkt het geluid en zet het om in trillingen die via het bot het binnenoor bereiken. Het geluid gaat dan direct door het bot naar het binnenoor.

Lees meer

U krijgt een BCD wanneer een klassiek hoortoestel geen verbetering van het gehoor oplevert. Redenen hiervoor zijn:

  • Een zeer nauwe gehoorgang.
  • Een chronische ontsteking in het middenoor of de gehoorgang. De gehoorgang kan dan niet worden afgesloten met een hoortoestel.
  • Een zeer nauwe gehoorgang met veel oorsmeer ophoping.

Proefperiode

Voordat het implantaat wordt geplaatst, wordt er een proefperiode doorlopen met een BCD om te kijken of het een geschikte oplossing is voor u. Dit proefhoortoestel wordt op een band of beugel geplaatst achter uw oor op uw schedelbot om een zo goed mogelijk idee te geven van de uiteindelijke werking.

Voor de proefperiode krijgt u een hoortest. Aan de hand van deze gegevens wordt bepaald of een BCD een optie is en aan welke zijde u deze krijgt. Vervolgens wordt het proefhoortoestel op uw gehoor ingesteld. U krijgt uitleg over de werking en krijgt het voor een aantal weken mee naar huis. 

Na de proefperiode krijgt u een nieuwe hoortest, om te zien of het een meerwaarde geeft. Bij een positief resultaat wordt de procedure voor het plaatsen van het implantaat in gang gezet.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis neemt u mee:

  • een geldig identiteitsbewijs
  • uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO).

Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Afspraak op onze hoofdlocatie in 's-Hertogenbosch? Meld u eerst digitaal aan. Lees hier hoe dit werkt.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

MijnJBZ

Via MijnJBZ kunt u zelf een deel van uw persoonlijke en medische gegevens inzien die in het JBZ over u bekend zijn. Zie ook: Wat kan ik in MijnJBZ zien? 

Betrokken afdelingen

Meer informatie

Code KNO-065
Laatste revisie: 16 augustus 2023 - 15:35
Hoe verloopt de behandeling?

Hoortoestel BCD

Preoperatieve Screening en Centraal Apotheek Punt

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie.

Daarom wordt u enige tijd voor uw opname in het ziekenhuis gebeld door het Centraal Apotheek Punt (CAP) en door de afdeling PreOperatieve Screening (POS)

De medewerker van het CAP controleert met u de medicatie die u (eventueel) gebruikt. De medewerker van de POS stelt u een aantal vragen over uw thuissituatie en over uw gezondheid.

De anesthesist kan het om medische redenen nodig vinden dat u naar de afdeling Preoperatieve Screening in het ziekenhuis komt. Deze afspraak duurt dan ongeveer 1 uur.

Let op! De gesprekken met het CAP en POS zijn belangrijk; uw operatie kan zonder deze gesprekken niet door gaan. 

Op www.jbz.nl/anesthesie leest u meer over de verdoving en bewaking tijdens de operatie. Als u hierover vragen heeft, kunt u deze stellen tijdens het gesprek met de POS-medewerker.

Informatieboekje voorbereiding opname

Van de afdeling Preoperatieve Screening (POS) krijgt u een informatieboekje. Hierin leest u belangrijke informatie die u nodig heeft bij de voorbereiding op uw (dag)opname. U krijgt het boekje als papieren versie en/of als digitale versie in uw MijnJBZ. Lees dit boekje goed door!

Nuchter zijn

Opereren kan alleen als u nuchter bent. ‘Nuchter’ betekent dat uw maag leeg is. Zo wordt voorkomen dat de inhoud van uw maag tijdens de operatie in de luchtpijp en longen terechtkomt. Dit zou tot ernstige complicaties kunnen leiden.

U moet voor een operatie altijd nuchter zijn, ook als u een regionale verdoving (bijvoorbeeld ruggenprik) krijgt. Om te zorgen dat u nuchter bent, houdt u zich aan de volgende regels:

Tot 6 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag normaal eten en drinken.

Vanaf 6 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag niets meer eten (ook geen snoepjes). U mag nog wel kauwgom kauwen, maar u mag de kauwgom niet doorslikken. 
  • U mag nog wel drinken: water, helder appelsap, thee of koffie zonder melk (eventueel met zoetjes of suiker).
  • U mag niet meer drinken: melk(producten), koolzuurhoudende dranken of alcohol.

Vanaf 2 uur voor het tijdstip van opname:

  • U mag niets meer eten en drinken (ook geen snoepjes). U mag nog wel kauwgom kauwen, maar u mag de kauwgom niet doorslikken. Gooi de kauwgom weg als u naar de operatieafdeling gaat.
  • Een slokje water om medicijnen in te nemen - of bij het tandenpoetsen - mag wel.

Na opname op de afdeling: 

  • Na opname kunt u nog tot 300 ml ranja (dat zijn 2 glaasjes) met paracetamol op de afdeling van opname aangeboden krijgen. 

Als u een dag vóór de operatie wordt opgenomen, volgt u de instructies van de verpleegafdeling over het nuchter zijn.  

Waar meldt u zich?

U meldt zich bij de Infobalie van het ziekenhuis. De medewerker van de Infobalie wijst u verder naar de juiste afdeling.

Voor de behandeling

De verpleegkundige ontvangt u op de afdeling en bereidt u verder voor op de behandeling. Als u aan de beurt bent voor de operatie, brengt de verpleegkundige van de afdeling u naar het Operatiecentrum

De verpleegkundige brengt u eerst naar de 'holding'. Dit is de voorbereidingsruimte. Hier draagt de verpleegkundige u over aan de anesthesiemedewerker.

Op de holding sluiten we u aan op bewakingsapparatuur. U krijgt plakkers op de borst om de hartslag te meten en een klemmetje op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. Ook krijgt u een band om uw arm waarmee de bloeddruk wordt gemeten. Verder krijgt u een infuus in uw hand of arm. Hierdoor kunnen we u medicijnen geven.

Het kan zijn dat de operateur en/of de anesthesioloog daarna nog langskomen om een paar laatste vragen te stellen. We brengen u vervolgens naar de operatiekamer.

Tijdens de behandeling

Vlak voor de operatie, wordt eerst een beetje haar achter het oor weggeschoren. De arts bepaalt de plaats waar het implantaat moet komen. Daarna wordt een kleine snede in de huid achter het oor gemaakt. Vervolgens wordt het titanium implantaat geplaatst in het bot van de schedel. Hiervoor boort de arts een klein gaatje met een diepte van 4 mm in het bot.

De titanium schroef van 4 millimeter lang, wordt direct achter het oor in het schedelbot geplaatst.  De schroef steekt na de operatie door de huid heen en is zichtbaar achter het oor.

Aan het einde van de operatie wordt een smal gaasje met antibioticazalf om de schroef gedraaid. Dit geheel wordt tijdelijk afgedekt door een rond kunststof afschermkapje.

Soms plaatst de arts een magneet onder de huid. Het hoortoestel wordt dan met dit magneet vastgehouden. Dan steekt er geen schroef door de huid.

De operatie duurt ongeveer 1 uur.

Uitslaapkamer

Na de operatie brengen wij u naar de uitslaapkamer. Net als tijdens de operatie controleren we voortdurend uw bloeddruk, hartritme en zuurstofbehoefte. Zodra u wakker bent en u zich goed voelt, brengen we u terug naar de verpleegafdeling.

Op de afdeling

Na de operatie heeft u een drukverband om uw hoofd. Dit is om bloeding te voorkomen. Dit verband moet 24 uur blijven zitten en mag u de volgende dag verwijderen. U heeft na de operatie weinig pijn. Als u pijn heeft is dit goed te behandelen met pijnstillers, zoals paracetamol.

Wanneer mag u naar huis?

Als u zich goed voelt, mag u aan het eind van de dag naar huis. 

Complicaties komen niet vaak voor. Complicaties die kunnen optreden zijn:

  • Een bloeding. De KNO-arts kan dit behandelen door een tijdelijk drukverband aan te brengen.
  • Infectie van de huid. Hierdoor kunt u pijn hebben. Ook komt er een vieze afscheiding met korstvorming rond de schroef. De KNO-arts behandelt dit door de huid schoon te maken en zalf met antibiotica voor te schrijven.

Uw lichaam heeft na de operatie tijd nodig om te herstellen. Daarom kunt u zich na de operatie moe voelen. Ook kan uw reactievermogen wat vertraagd zijn. De adviezen die we u meegeven helpen u om te herstellen. Ook heeft u hierdoor minder kans op eventuele problemen die kunnen ontstaan door de operatie (complicaties).

Adviezen voor thuis

  • Het kunststof kapje moet 1 week blijven zitten.
  • De wond mag de eerste 2 weken niet nat worden. Als u uw haren wast, plaats dan een bekertje op de schroef.
  • Het is belangrijk om de huid rondom de schroef goed schoon te houden. Dit doet u met een zacht doekje, bijvoorbeeld tijdens het douchen.
  • U mag geen gebruik maken van sauna of zonnebank.
  • Na enkele dagen tot een week kunt u weer werken.
  • U kunt een week na de operatie weer sporten zoals fitnessen of hardlopen. Contactsport waarbij er iets tegen uw hoofd kan komen, mag pas na 2 maanden. Dan is de BCD goed in het bot vastgegroeid.
  • Als u pijn heeft, kunt u paracetamol gebruiken.

Wat doet u bij problemen thuis?

Krijgt u vóór uw controleafspraak meer pijn of blijft u pijn houden? Of zijn er andere problemen die te maken hebben met de operatie? Dan belt u het ziekenhuis.

Tijdens kantoortijden belt u naar de polikliniek Keel-, Neus- en Oorheelkunde, dan kunnen wij u het beste helpen. Het telefoonnummer is (073) 553 60 70. Heeft u een probleem buiten kantooruren dat echt niet kan wachten? Bel dan naar de afdeling Spoedeisende Hulp, (073) 553 27 00.

Bij vragen of problemen ná uw eerste controleafspraak belt u uw huisarts.

Heeft u geen controleafspraak in het ziekenhuis? Dan belt u met het ziekenhuis bij problemen in de eerste 10 dagen na de operatie. Ná 10 dagen belt u met uw huisarts.

U krijgt een controleafspraak mee voor een week na de operatie. Dan worden de hechtingen en de gaastampon om de BCD-schroef verwijderd.

Na 2 maanden is de schroef in het bot vastgegroeid. Een audioloog plaats de BCD dan op de schroef. 

Nadat het implantaat is bevestigd duurt het 6 tot 7 weken voordat u het definitieve hoortoestel kan dragen. Dit wordt opnieuw ingesteld zodra het mogelijk is. 

Registratie van uw implantaat

Het JBZ registreert de gegevens van een ingebracht implantaat in uw dossier. U kunt deze gegevens zien in uw MijnJBZ onder het kopje ‘Dossier’ en vervolgens ‘Implantaten’. De informatie over uw implantaat staat ook in uw ontslagbrief. Staat een implantaat niet in uw MijnJBZ? Neem dan contact op met de polikliniek waar u onder behandeling bent.

Het JBZ levert de informatie over ingebrachte implantaten aan bij het Landelijke Implantaten Register (LIR). Dit is wettelijk verplicht. In het register staan alleen gegevens over het implantaat en niet uw patiëntgegevens. Mocht er een probleem optreden met een bepaald implantaat, dan neemt het LIR contact op met de zorgverleners die de implantaatgegevens hebben aangeleverd, zodat zij hun patiënten kunnen informeren.

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u bellen naar de polikliniek Keel-, Neus- en Oorheelkunde, telefoonnummer: (073) 553 60 70.