Behandeling

Herniaoperatie en/of laminectomie, oefeningen en adviezen

Na een herniaoperatie of laminectomie krijgt u oefeningen en regels mee.

De fysiotherapeut oefent na de herniaoperatie of laminectomie met u in het ziekenhuis. De oefeningen die u mag doen bespreekt de fysiotherapeut met u. In deze informatie leest u hier meer over.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling

Praktische tips

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

MijnJBZ

Via MijnJBZ kunt u zelf een deel van uw persoonlijke en medische gegevens inzien die in het JBZ over u bekend zijn. Zie ook: Wat kan ik in MijnJBZ zien? 

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

Betrokken afdelingen

Code PMD-029
Laatste revisie: 12 november 2021 - 12:11
Hoe verloopt de behandeling?

Herniaoperatie en/of laminectomie, oefeningen en adviezen

  • Als u na de operatie weer op de verpleegafdeling bent, moet u 2 uur blijven liggen om bloedinkjes in de wond zoveel mogelijk tegen te gaan.
  • De verpleegkundige legt uit hoe u moet draaien in bed en begeleidt u de eerste keer. Als het draaien goed gaat, hoort u van de verpleegkundige of u zelfstandig mag gaan draaien.
  • Tijdens het liggen op bed mag u met uw voeten en benen bewegen, dat is goed voor de doorbloeding van uw benen.
  • U mag rustig wat gaan bewegen, nadat u met een verpleegkundige het in- en uit bed gaan heeft geoefend.
  • Verder mag u af en toe wat rondlopen, eventueel naar het toilet gaan en een paar minuten zitten.

De dag na de operatie, het ontslag

  • De fysiotherapeut komt vandaag bij u langs en neemt de manier van in en uit bed gaan met u door.
  • U mag 3 keer per dag kort in de stoel zitten, bijvoorbeeld tijdens het eten. Dit mag maximaal 10 tot 15 minuten per keer.
  • U start met de oefeningen 1-2-3-4.
  • Tijdens deze oefeningen is het belangrijk dat u de navel iets ingetrokken houdt. Dit zorgt voor aanspanning van de buikspieren waardoor u zorgt voor stabiliteit van uw onderrug. Daarnaast is het belangrijk de bekkenbodemspieren aan te spannen. Dit kunt u doen door de anus iets in te trekken, alsof u een windje tegen houdt. De aanspanning van buik– en bekkenbodemspieren houdt u vast tijdens het uitvoeren van de oefeningen. Als u de oefening heeft uitgevoerd, ontspant u als laatste deze spieren.
  • De fysiotherapeut oefent het traplopen met u als dit nodig is.
  • Als u vragen heeft, kunt u die dan stellen aan de fysiotherapeut.
  • Als u na de operatie weer op de verpleegafdeling bent, moet u 4 uur blijven liggen om bloedinkjes in de wond zoveel mogelijk tegen te gaan.
  • De verpleegkundige legt uit hoe u moet draaien in bed en begeleidt u de eerste keer. Als het draaien goed gaat, hoort u van de verpleegkundige of u zelfstandig mag gaan draaien.
  • Tijdens het liggen op bed mag u met uw voeten en benen bewegen, dat is goed voor de doorbloeding van uw benen.
  • Als u vragen heeft, kunt u die dan stellen aan de verpleegkundige.

De eerste dag na de operatie

  • U krijgt hulp met de verzorging op bed en/of in de badkamer.
  • U mag een paar keer per dag lopen. U mag 3 keer per dag kort in de stoel zitten, bijvoorbeeld tijdens het eten . Dit mag maximaal 10 tot 15 minuten per keer.
  • De fysiotherapeut komt ’s ochtends bij u langs. Deze dag is er aandacht voor het in- en uit bed komen, opstaan en gaan zitten.
  • Zo mogelijk start de fysiotherapeut ook met lopen en nemen we het traplopen met u door.
  • Kunt u zelfstandig lopen (en traplopen), dan sluit de fysiotherapeut het consult in het ziekenhuis af.
  • Verder is er aandacht voor de oefeningen 1-2-3-4.
  • Tijdens deze oefeningen is het belangrijk dat u de navel iets ingetrokken houdt. Dit zorgt voor aanspanning van de buikspieren waardoor u zorgt voor stabiliteit van de onderrug. Daarnaast is het belangrijk de bekkenbodemspieren aan te spannen. Dit kunt u doen door de anus iets in te trekken, alsof u een windje tegen houdt. De aanspanning van buik –en bekkenbodemspieren houdt u vast tijdens het uitvoeren van de oefeningen. Als u de oefening heeft uitgevoerd, ontspant u als laatste deze spieren.
  • Als u vragen heeft, kunt u die dan stellen aan de fysiotherapeut.

De tweede dag na de operatie, het ontslag

  • U mag uzelf verzorgen, maar als het nodig is helpt de verpleegkundige u met de verzorging.
  • De fysiotherapeut komt zo nodig vandaag nog langs om te beoordelen hoe het bewegen gaat.
  • De fysiotherapeut neemt het lopen met u door en als dat bij u nodig is, ook het traplopen.
  • Als het bewegen (mobiliseren) vertraging oploopt, blijft u mogelijk een dag langer in het ziekenhuis.

Draaien van rugligging naar zijligging

Plaatje draaien van ruglig naar zijlig
  • Zorg dat u recht ligt.
  • Trek uw knieën 1 voor 1 op en duw knieën tegen elkaar.
  • Druk de arm aan de kant waar u niet heen draait, als een spalk tegen uw lichaam aan.
  • Pak met de arm de bedrand of het hoofdeinde van het bed vast, aan de kant waar u heen draait.
  • U draait zich om tot zijligging door het bekken en de schoudergordel op hetzelfde moment te bewegen en de wervelkolom als 1 blok te laten omgaan.

Zijwaarts verplaatsen in bed

Zijlig

  • Trek uw knieën op.
  • Verplaats uw bekken naar voren/achteren.
  • Verplaats uw schouders.
Oefening zijwaarts verplaatsen in bed

Ruglig

  • Trek uw knieën één voor één op.
  • Til uw bekken op en verplaats een klein stukje.
  • Uw handen kunnen hierbij helpen tillen.
  • Daarna schuift u uw schouders mee.

Tot zit komen vanuit rugligging

Oefening tot zit komen vanuit ruglig
  • Draai op de aangegeven manier zodat u op uw zij ligt.
  • Buig uw heupen en knieën 90° (benen optrekken).
  • Breng uw voeten en onderbenen buiten het bed.
  • Plaats uw armen op het bed om mee af te zetten.
  • Kom zitten (als een 'blokje') zonder uw wervelkolom te bewegen.
  • Op het moment dat uw schouders omhoog komen, zakken uw voeten omlaag.
Oefening tot zit komen vanuit ruglig

Gaan staan vanuit zit

Oefening komen tot stand vanuit zit
  • Zit met uw voeten op de grond.
  • Plaats uw sterkste been onder de stoel of het bed.
  • Gebruik uw handen om mee af te zetten.
  • Kom staan, doe dit vooral vanuit uw benen.

Gaan zitten

Oefening gaan zitten
  • Kies een stoel met leuningen.
  • Ga staan met uw benen tegen de zitting.
  • Zak door uw heupen en knieën, pak de leuningen vast.
  • Uw rug blijft gestrekt en buigt een heel klein beetje naar voren.
  • Als u zit, plaatst u het bekken (billen) goed achterin de stoel.
  • Als de rugleuning het strekken van uw rug niet voldoende steunt, plaats dan een steuntje in uw rug.

Dit schema is bedoeld als geheugensteuntje voor de oefeningen die de fysiotherapeut met u heeft doorgenomen. Meestal geldt: oefen 2 keer per dag. Als het belangrijk is dat u een oefening vaker herhaalt, wordt dat apart vermeld.

Bij het oefenen mag u enige rek voelen en er mag wat vermoeidheid optreden. Maar forceer nooit! Doe alleen de oefeningen die de fysiotherapeut heeft aangekruist.

Oefening 1 na operatie
Oefening 1

Doe deze oefening tot aan uw pijngrens. Doe de oefening 10 keer, wissel af met uw rechterbeen en linkerbeen.

Oefening 2 na operatie
Oefening 2

Bekken kantelen

  • Doe dit in een rustig tempo.
  • Til uw bekken niet op.
  • Lok geen pijn uit.
  • Herhaal de oefening 10 tot 15 keer.
Oefening 3 na operatie
Oefening 3
  • Druk eerst uw rug in de mat.
  • Strek voorzichtig 1 been (boven de onderlaag).
  • Til uw been op tot de pijngrens.
  • Doe deze oefening 10 keer met links en 10 keer met rechts.
Plaatje oefening bekken van links naar rechts bewegen
Oefening 4
  • Maak een kleine beweging naar links en rechts.
  • Doe dit in een redelijk tempo.
  • Houdt u knieën tegen elkaar.
  • Uw bekken gaat maar een klein beetje mee.
  • Doe deze oefening ongeveer 1 minuut.

Mogelijke problemen

Bij het uitvoeren van de oefeningen of tijdens het bewegen mag u geen extra pijn krijgen. Gaat u door vermoeidheid anders lopen of kunt u de oefeningen niet goed uitvoeren? Dan is dat een teken om rust te nemen.

De eerste 3 tot 5 dagen na de operatie kan de zenuw zwellen als gevolg van irritatie tijdens de operatie. Dit kan pijn, dove gevoelens of tintelingen veroorzaken. Na een week moet dat langzaam aan minder gaan worden. Neemt u wat meer rust en voer de oefeningen 1-2-4 ontspannen uit.

Zitten

  • Het is verstandig om niet te lang achter elkaar stil te zitten. De eerste week mag u per dag maximaal 3 keer, 15 minuten zitten.
  • Daarna kunt u dit langzaam uitbreiden. Hierbij kunt u beter vaker zitten, dan langer zitten.
  • Als u zit, gebruik dan een stoel met rugleuning waarbij u goed rechtop zit. Eventueel plaatst u een klein kussentje in uw lende. Voorkom in ieder geval dat u onderuit gezakt zit.
  • Daarnaast moet de stoel voldoende zithoogte hebben, zodat uw benen op een natuurlijke wijze op de grond rusten.

Lopen

Maak er een gewoonte van ieder (half) uur even rond te lopen. Wij raden u aan om na ontslag uit het ziekenhuis regelmatig te wandelen en de afstand langzaam aan op te bouwen. Probeer hierbij niet te slenteren.

Liggen

  • De eerste weken na het ontslag uit het ziekenhuis moet nog regelmatig rusten door te gaan liggen. Zoals u deed in het ziekenhuis.
  • Let erop dat u hierbij zo plat mogelijk ligt. Uw hoofd mag hierbij ondersteund worden door 1 kussen.
  • Een bank geeft niet de ondersteuning en de rust die uw rug nodig heeft.
  • Zorg dat u op een bed slaapt dat niet doorzakt.
  • U mag op uw zij slapen met een rechte rug. Dus niet in de foetus houding. Voor extra comfort kunt u een kussen tussen uw benen leggen.

Bukken en tillen

  • Vooroverbukken is een zware belasting voor uw rug. Vermijd deze beweging door met een rechte rug te hurken om iets van de grond op te rapen.
  • Dit geldt ook voor tillen. De eerste 2 weken na uw operatie raden wij tillen af. Tillen is altijd een extra belasting voor uw rug en daarom is het beter tillen, voor zover mogelijk te vermijden.
  • Gebruik als het mogelijk is hulpmiddelen.
  • Als het niet anders kan en u moet toch tillen, til dan met een rechte rug en begin met lichte dingen. Gaat dit goed dan mag u langzaam aan meer tillen maar houd rekening met de adviezen hierboven.
  • Het is erg belangrijk dat u tijdens hurken en tillen uw buik- en bekkenbodemspieren aangespannen houdt.

Huishoudelijk werk

  • Zware huishoudelijke werkzaamheden zoals stofzuigen, ramen zemen en het bed opmaken mag u de eerste 6 weken niet doen.
  • Lichte huishoudelijke werkzaamheden, zoals afwassen, koffiezetten, tafel dekken enzovoort, kunt u enkele dagen na uw operatie weer oppakken. Als u deze activiteiten doet, moet u de buik- en bekkenbodemspieren aangespannen houden.

Werk

Lichte werkzaamheden mag u 4 tot 6 weken na de operatie weer doen. Let u wel goed op met bukken en tillen. Zwaardere werkzaamheden (werk waarbij u veel moet tillen) mag u na ongeveer 3 maanden weer doen. Overleg voordat u weer gaat werken met uw neuroloog of neurochirurg en ARBO-arts.

Meestal geldt dat:

  • Werknemers met een zittend beroep 6 weken na de operatie weer mogen beginnen met hun werk.
  • Werknemers met een zwaar lichamelijk beroep na 3 maanden mogen beginnen met hun werk. De eerste 4 weken mag u licht werk doen, daarna mag u alles weer doen.

Fietsen

Als het zitten goed gaat mag u ongeveer 2 weken na de operatie weer fietsen. Fiets dan het liefst op een asfaltweg. Bouw dit rustig op, in afstand en tijd.

Na een laminectomie van de onderste wervels (lumbale laminectomie), mag u pas na 6 weken weer fietsen.

Autorijden

Meestal mag u ongeveer 2 weken na de operatie weer korte afstanden autorijden. U moet wel voldoende kracht in uw benen hebben en in staat zijn een noodstop te maken.

Na een lumbale laminectomie mag u pas na 6 weken autorijden.

Sport

Afhankelijk van welke sport u beoefent, kunt u dit na 3 maanden weer oppakken. Bespreek dit met uw behandelend fysiotherapeut. U mag wel na 3 weken beginnen met zwemmen en met oefentherapie (met fitness-apparatuur) onder begeleiding van een fysiotherapeut.

Na een lumbale laminectomie mag u pas na 6 weken zwemmen.

Seks

Seksuele gemeenschap is niet bezwaarlijk, als u maar verstandig met uw rug omgaat.

Wat als u teveel heeft gedaan (overbelasting)

Bij overbelasting kan er pijn in uw rug of in een been ontstaan. Hierbij adviseren we bedrust en het uitvoeren van rustige oefeningen, bijvoorbeeld oefeningen 1, 2 en 4.

Na het ontslag krijgt u een verwijzing mee voor fysiotherapie thuis. Als u wilt, kan de fysiotherapeut u aan huis behandelen. Bij het maken van de afspraak moet u daar zelf naar vragen. U kunt na 2 tot 3 weken starten met fysiotherapie. Tot die tijd kunt u het lopen verder uitbreiden en doet u de door de fysiotherapie aangekruiste oefeningen uit deze folder.

Het doel van fysiotherapie is het verstevigen van de spieren in de rug en de buik. Hierdoor wordt het mogelijk om op de juiste manier activiteiten uit te voeren, zoals huishoudelijke werkzaamheden, werk, sport en dergelijke. Hoe lang de behandeling duurt en hoe intensief deze is hangt vooral af van welke activiteiten u weer wilt oppakken en welke doelen er zijn. Deze doelen bepaalt u zelf samen met de fysiotherapeut.

Heeft u dringende vragen over het bewegen, vanaf dat u ontslagen bent uit het ziekenhuis tot de eerste behandeling van de fysiotherapeut bij u in de buurt? Bel dan naar de afdeling Paramedische Ziekenhuiszorg, fysiotherapie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis, telefoonnummer (073) 553 61 55.