Behandeling

Antistollingsmedicijnen: Vitamine K-remmer

Vitamine K-remmers zijn antistollingsmiddelen in tabletvorm die het opnieuw gebruiken van vitamine K tegengaan. Doordat u minder Vitamine K heeft stolt uw bloed minder snel.

Als u vitamine K-remmers gebruikt, moet u regelmatig bloed laten prikken. De Trombosedienst begeleidt u dan. Zij kijken dan hoe hoog uw INR-waarde is. De INR-waarde geeft aan hoe snel uw bloed stolt. Hoe hoger de INR waarde, hoe langzamer uw bloed stolt.

Aan de INR waarde in uw bloed  kan de Trombosedienst zien hoeveel tabletten u moet slikken. Dat kan dus per dag verschillen.

Voorbeelden van vitamine K-remmers zijn:

  • acenocoumarol (Sintrom®)
  • fenprocoumon (Marcoumar®)

 

Lees meer

Vitamine K-remmers zijn antistollingsmiddelen in tabletvorm die de werking van vitamine K tegengaan. U heeft vitamine K nodig voor het aanmaken van een aantal stollingseiwitten. Deze stollingseiwitten zorgen ervoor dat bloed kan stollen. Vitamine K-remmers zorgen er dus voor dat uw lichaam minder stollingseiwitten kan aanmaken. Hierdoor zal uw bloed minder kans krijgen om te stollen, waardoor de kans op trombose kleiner wordt.

Vitamine K wordt in de darmen gemaakt en komt daarnaast voor in ons voedsel, met name in groene groentes.

Belangrijke informatie over uw antistollingsmedicijnen

Praktische tips

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

Meer informatie

Code LAB-003d
Laatste revisie: 15 januari 2021 - 14:39
Belangrijke informatie over uw antistollingsmedicijnen

Antistollingsmedicijnen: Vitamine K-remmer

Wat zijn antistollingsmedicijnen?

Uw arts heeft u antistollingsmedicijnen voorgeschreven. We noemen deze medicijnen ook wel bloedverdunners. De naam bloedverdunners klopt eigenlijk niet. Deze medicijnen maken uw bloed namelijk niet dunner. Deze medicijnen zorgen er voor dat uw bloed minder snel stolt. Daarom noemen we ze ook wel antistollingsmedicijnen. Doordat u antistollingsmedicijnen gebruikt wordt de kans op een stolsel (trombose of embolie) kleiner.

Risico's van antistollingsmedicijnen

Wanneer u antistollingsmiddelen gebruikt, heeft u meer kans op bloedingen. U bloedt sneller, langer en heviger dan iemand die deze middelen niet gebruikt. Dit hoort bij uw behandeling. Maar er zijn wel situaties waarbij u direct contact op moet nemen met uw huisarts. 
U moet uw huisarts bellen als:

  • uw urine roodgekleurd is;
  • uw ontlasting zwart is;
  • u bijvoorbeeld uw arm of been niet goed meer kunt bewegen;
  • u plotseling niet meer goed kunt praten; 
  • u plots ontstane, hevige pijn heeft (bijvoorbeeld in uw buik);
  • u een blauwe plek heeft die groter is dan een bierviltje;
  • u plotseling meer dan vijf blauwe plekken heeft;
  • u een bloedneus heeft die langer dan een half uur duurt;
  • u bloed ophoest of bloed overgeeft;
  • u merkt dat u ergens anders een bloeding heeft.
     

Bel direct 112 als er een ernstige bloeding optreedt.

Het is ernstig als u:

  • steeds bloed blijft ophoesten of
  • bloed moet braken of
  • als u last heeft van meer dan een koffiekopje bloedverlies uit uw darm

Bel bij het gebruik van vitamine K-remmers naast de huisarts ook de Trombosedienst.

Waar moet u opletten als u antistollingsmedicijnen gebruikt?

  • Gebruik de medicijnen zoals de arts ze heeft voorgeschreven,
  • Gebruik alleen medicijnen die is voorgeschreven door uw arts. Neem nooit zonder te overleggen andere medicijnen in. Doe dit ook niet met medicijnen die u zelf heeft gekocht bij apotheek of drogist. 
  • Gebruik geen pijnstillers die een ontsteking remmen, zoals aspirine, ibuprofen en voltaren, behalve als uw arts dit voorschrijft. Deze pijnstillers kunnen het risico op een bloeding verhogen.
  • Hebt u  koorts of pijn? Neem dan alleen paracetamol. Heeft u vragen hierover? Overleg dan met uw behandelend arts of apotheker welke andere medicijnen u mag gebruiken. 
  • Hebt u een ongeluk gehad? Of hebt u een bloeding zoals genoemd onder “risico’s van antistollingsmedicijnen”? Bel dan uw huisarts.
  • Meld bij elk bezoek aan huisarts, tandarts of specialist dat u antistollingsmedicatie gebruikt. Doe dit ook als u in het ziekenhuis opgenomen wordt.
     

Geef nieuwe medicatie altijd door aan de Trombosedienst.

Bel ook de Trombosedienst als u de huisarts belt.

Sporten met antistollingsmedicijnen

Sporten en bewegen is heel goed voor u. Het belangrijkst is om een manier van bewegen te vinden die bij u en uw leven past. Wandelen, fietsen en zwemmen zijn goede manieren om te bewegen. 

Sporten als judo en boksen zijn niet goed om te doen. Doordat u bij deze sporten veel lichamelijk contact heeft is de kans op een verwonding groter. Let dus ook goed op bij andere sporten waarbij u lichamelijk contact heeft tijdens het sporten. Neem geen onnodige risico’s. Mocht u toch een verwonding krijgen, bel dan met uw huisarts. Zeker als u een wond heeft aan uw hoofd of op uw hoofd gevallen bent. 
 

Bel bij een verwonding, naast de huisarts, ook de Trombosedienst.

Krijgt u een onderzoek of operatie?

Dan moet u soms tijdelijk stoppen met uw antistollingsmedicijnen. Dit doen we omdat u met deze medicijnen meer kans heeft op een ernstige bloeding rondom de ingreep. Het kan zijn dat u tijdelijk een ander antistollingsmedicijn moet gebruiken. Het is daarom van belang, dat degene die de ingreep gaat uitvoeren op de hoogte is van uw medicijngebruik. Hij/zij kan dan de noodzakelijke maatregelen treffen.

Krijgt u een kleine ingreep? Bijvoorbeeld moet uw kies getrokken worden? Dan hoeft u meestal niet te stoppen met uw antistollingsmedicijn. Overleg altijd even met de arts die de behandeling gaat doen wat verstandig is. Twijfelt u, of twijfelt de arts die de ingreep doet of stoppen met uw antistollingsmedicijn rondom de ingreep noodzakelijk en veilig is? Vraag dan of de behandelaar contact opneemt met degene die u het antistollingsmedicijn heeft voorgeschreven.

Voor vitamine-k remmers belt de behandelaar in dat geval de Trombosedienst.

Meld een operatie of ingreep ook altijd aan de Trombosedienst. U kunt hen ook bellen als u of de behandelend arts vragen heeft over vitamine K-remmers.

Bent u tabletten vergeten? Bel de Trombosedienst.

Als u zwanger wilt worden moet u dit doorgeven aan de huisarts en de Trombosedienst. Gebruik tot die tijd anticonceptie. Bent u toch zwanger geworden tijdens het gebruik van vitamine K-remmers? Bel dan meteen uw huisarts  en de Trombosedienst.

Wordt u niet ongesteld? Doe dan om de paar dagen een zwangerschapstest. Als u zwanger bent, moet u namelijk stoppen met de vitamine K-remmer. De vitamine K-remmer kan via de placenta bij het kind komen en kan zo aangeboren afwijkingen veroorzaken. Als u zwanger bent krijgt u enkele dagen vitamine K voorgeschreven. U stopt met de vitamine K-remmer en gaat over op “spuitjes” (LMWH= laag moleculair gewichts heparine). LMWH passeert de placenta niet en kunt u dus veilig gebruiken tijdens de zwangerschap.

Na de bevalling

Zowel Acenocoumarol als Fenprocoumon mogen na de bevalling gebruikt worden, ook als u borstvoeding geeft.

Dus na de bevalling kunt u overstappen op een vitamine K-remmer.

De vitamine K-remmer komt in geringe mate in de borstvoeding. Omdat kinderen die borstvoeding krijgen dagelijks vitamine K toegediend krijgen, hebben zij geen last van de vitamine K-remmer.