Headerafbeelding
Pasgeboren baby op de verpleegafdeling Verloskunde
Behandeling

Adviezen bij obstetrische plexus brachialis parese bij zuigelingen

Bij de geboorte kan uw kind een beschadiging krijgen van de zenuwen die vanuit de nek naar de arm lopen. Hierdoor kan er een verlamming ontstaan. 

Dit kan ontstaan na een moeilijke bevalling bijvoorbeeld:

  • van een zwaar kind;
  • een kind dat in stuitligging lag;
  • bij een bevalling waar haast nodig is.

De officiële naam hiervan is: ‘obstetrische plexus brachialis letsel’. Meestal wordt de naam Erbse parese gebruikt.

Lees meer

Wat zijn de gevolgen?
Een taak van de zenuwen is het aansturen van de spieren. Een andere taak is het doorgeven van gevoel. Als zenuwen door beschadiging niet goed werken, kan het zijn dat uw kind niet goed kan bewegen en voelen met het armpje.

Hoe ziet de toekomst er uit?
Meestal herstellen de zenuwen zich zo goed dat er uiteindelijk niets meer van te merken is. Soms kan de beschadiging ernstig zijn. Dan blijft uw kind klachten houden. Dat weten we de eerste weken niet. De toekomst is dus nog onzeker.

U krijgt adviezen waar u op kunt letten bij de verzorging van uw kindje. 

Praktische adviezen

Alle belangrijke informatie op een rij

Praktische tips

Wat neemt u mee voor uw kind?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, JBZ-patiëntenpas en het Actueel Medicatie Overzicht (AMO) van uw kind. Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

MijnJBZ voor kinderen

Kinderen onder de 12 jaar en hun ouders kunnen niet inloggen in het dossier van het kind in MijnJBZ. Wilt u informatie in het dossier inzien? Dan kunt u mogelijk een machtiging voor uw kind aanvragen. Kijk voor de actuele informatie op www.mijnjbz.nl/machtiging.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Betrokken afdelingen

Code PMD-713
Laatste revisie: 21 juli 2022 - 15:00
Praktische adviezen

Adviezen bij obstetrische plexus brachialis parese bij zuigelingen

De eerste weken wachten we af wat zich spontaan herstelt. Omdat de spieren rond de schouder voor een deel verlamd zijn, kunnen ze dit gewricht niet goed beschermen. U moet dan ook voorkomen dat het armpje slap naar beneden of naar achter hangt. Hierdoor komt er een te grote rek op de schouder. Let u hierop bij de dagelijkse verzorging. Verder is het belangrijk om in deze periode het armpje wel aan te raken en te strelen. Uw kind zal zich hierdoor meer bewust worden van zijn armpje. Dit zal uiteindelijk ook het gebruik ervan verbeteren. Het is goed om uw kind regelmatig op de zij te leggen. Dit kunt u doen als uw kind wakker is. Uw kind mag ook op zijn buik liggen. Vermijd houdingen en bewegingen waarvan u denkt dat ze pijnlijk zijn voor uw kind.

Zo mogelijk in het ziekenhuis laat de kinderfysiotherapeut u zien hoe u uw baby het beste kunt verzorgen en waar u op moet letten. Ook vertelt de kinderfysiotherapeut hoe u het armpje daarbij kunt beschermen en stimuleren. Als u en uw kind naar huis gaan krijgt uw kind een poliklinische afspraak mee voor de kinderfysiotherapeut. Na ontslag krijgt u ook een afspraak mee voor de kinderarts. Die bekijkt hoe het met de algemene gezondheid van uw kind gaat. Maar ook of het armpje voldoende vooruit gaat. Herstelt na enkele weken het armpje van u kind te weinig? Dan kan doorverwijzing naar een specialistisch centrum van belang zijn. Als dit nodig is gebeurt dat in overleg met de kinderarts en kinderfysiotherapeut.

De juiste positie van de arm

Er is niet één bepaalde houding die het beste is. Het is juist goed wanneer u houdingen afwisselt. Als het handje bij of tegen het mondje ligt kan uw kind op zijn of haar vingers sabbelen. De handjes tegen elkaar aan kan voor uw baby ook een prettig gevoel zijn. Daarnaast zijn andere houdingen goed voor de afwisseling. Bijvoorbeeld wanneer het handje naar beneden ligt, of het armpje juist niet tegen het lichaam aan. Hierdoor voorkomen we dat uw kind een stijf schoudertje krijgt.

Optillen en dragen

Til uw baby altijd met een hand onder de billen of in het kruis op. Uw andere hand houdt u rond de schouders en het hoofd van uw kindje. Trek uw kind niet aan de armpjes omhoog en til het niet onder de oksels op. Bij het optillen is het vaak prettig uw kind eerst een beetje naar de gezonde zijde te draaien. Hierdoor blijft het aangedane armpje op de buik liggen. U kunt ook met uw arm die rond de schouder van uw kind ligt, het handje op de buik vasthouden.

Op deze afbeelding ziet u hoe u uw kindje draagt

Draagt u uw baby met de aangedane arm tegen u aan? Zorg dan dat het armpje op de borst van uw kind ligt. Door uw kind tegen u aan te houden, blijft vanzelf de aangedane arm goed op zijn plaats. Draagt u uw kind met de gezonde zijde tegen u aan? Houdt dan met uw arm die rond de schouders van uw kind ligt, het aangedane armpje in de juiste positie; uw andere hand ondersteunt de billen. Zorg bij het voeden ervoor dat de armpjes vóór het lichaampje zijn.

Op deze afbeelding ziet u hoe u uw kindje rechtop houdt

Houdt u uw kind rechtop tegen uw schouder, bijvoorbeeld voor een boertje? Ondersteun dan met één hand de billen en met de andere hand houdt u de aangedane arm in de juiste positie. Links is fout en rechts is goed.

Aan- en uitkleden

Op deze afbeelding ziet u hoe u uw kindje neerlegt bij het aan- en uitkleden

De arm mag alle natuurlijke bewegingen maken. Heeft uw kind ook een gebroken sleutelbeen of bovenarmbreuk? Dan mag u de arm de eerste twee weken niet verder optillen dan in een hoek van 90 graden tussen romp en bovenarm.

Slaaphouding

Op deze afbeelding ziet u de slaaphouding van uw kindje

Voor de juiste slaaphouding gebruiken wij de landelijke richtlijnen. Het consultatiebureau kan u hier informatie over geven.

De eerste weken moet u voorzichtig zijn. Toch mag u ook al oefenen met uw baby. Hierover krijgt u adviezen van uw kinderfysiotherapeut. Als u en uw baby al uit het ziekenhuis zijn ontslagen vóórdat de kinderfysiotherapeut is langsgeweest, dan wordt u, samen met uw baby, de eerstvolgende werkdag verwacht op de polikliniek van de Paramedische Afdeling. We bellen u die dag zo vroeg mogelijk om af te spreken hoe laat we u verwachten.

Bel dan naar de Paramedische Afdeling, kinderfysiotherapie. Zij zijn op werkdagen bereikbaar van 08.00 tot 16.30 uur, telefoonnummer: (073) 553 61 55.

Kijk voor meer informatie ook bij de Erbse Parese Vereniging Nederland.