Headerafbeelding
Pasgeboren baby op de verpleegafdeling Verloskunde
Behandeling

Adviezen bij een sleutelbeenbreuk bij zuigelingen

Een sleutelbeenbreuk bij zuigelingen is meestal het gevolg van een zware bevalling.

Een sleutelbeenbreuk noemen we ook wel een claviculafractuur. De breuk is niet volledig, het botvlies is nog heel. 

Lees meer

Wat zijn de gevolgen?

De gevolgen van een sleutelbeenbreuk zijn dat:

  • uw kind pijn kan hebben;
  • het armpje minder actief kan zijn;
  • uw kind een voorkeurshouding van het hoofd kan ontwikkelen;
  • er na een week een bobbel kan ontstaan op de plaats van de breuk.

Hoe ziet de toekomst eruit?

Een sleutelbeenbreuk geneest meestal vanzelf. Vanwege de pijn moet u voorzichtig zijn met vasthouden en verzorgen van uw kind in de eerste weken.

Praktische adviezen

Alle belangrijke informatie op een rij

Praktische tips

Wat neemt u mee voor uw kind?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, JBZ-patiëntenpas en het Actueel Medicatie Overzicht (AMO) van uw kind. Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

MijnJBZ voor kinderen

Kinderen onder de 12 jaar en hun ouders kunnen niet inloggen in het dossier van het kind in MijnJBZ. Wilt u informatie in het dossier inzien? Dan kunt u mogelijk een machtiging voor uw kind aanvragen. Kijk voor de actuele informatie op www.mijnjbz.nl/machtiging.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Betrokken afdelingen

Code PMD-714
Laatste revisie: 21 juli 2022 - 15:02
Praktische adviezen

Adviezen bij een sleutelbeenbreuk bij zuigelingen

De eerste twee weken geven we de arm van uw kind rust. Hierdoor kan deze zich spontaan herstellen. U moet voorkomen dat er te veel kracht of rek op de breuk ontstaat. Zorg er daarom voor dat u het armpje dicht tegen het lijfje aanhoudt tijdens de dagelijkse verzorging. Geeft uw kind geen pijn aan? Dan mag uw kind op de rug en op beide zijden liggen. De eerste twee weken mag uw kind niet op de buik liggen. Wel is het belangrijk dat u in deze periode het armpje aanraakt en streelt. Uw kind wordt zich hierdoor meer bewust van zijn armpje. Dit zal uiteindelijk ook het gebruik ervan verbeteren.

Zo mogelijk al in het ziekenhuis laat de kinderfysiotherapeut u zien hoe u uw kind het beste kunt verzorgen en waar u op moet letten. Ook vertelt de kinderfysiotherapeut hoe u het armpje daarbij kunt beschermen. Als u en uw kind naar huis gaan krijgt u een of meerdere poliklinische controle afspraken mee voor de kinderfysiotherapeut.

De juiste positie van de arm

Op deze afbeelding ziet u de juiste positie van het armpje van uw kindje

Het is goed om het armpje dicht bij het lichaam van uw kind te houden. U kunt het beste het armpje op de borst met het handje bij de mond leggen. Uw kind kan dan zijn eigen gezicht voelen en soms ook op zijn vingertjes sabbelen. Als de twee handjes elkaar raken is dat ook weer een prettig gevoel voor uw kind. Eventueel kunt u uw kind in deze houding in een babycape wikkelen en aan de kraamvisite geven.

Houdingen die u de eerste twee weken moet vermijden

Op  deze afbeelding ziet u welke houding u moet vermijden
  • Til de arm niet verder op dan in een hoek van 90 graden tussen romp en bovenarm.
  • Laat de arm niet naar achter afhangen.
  • Trek uw kind niet aan de armpjes omhoog. Til uw kind ook niet onder de oksels op.
  • Leg uw kind niet op de buik.
  • Vermijd houdingen waarvan u denkt dat ze pijnlijk zijn voor uw kind.

Optillen en dragen

Op deze afbeelding ziet u hoe u uw kindje optilt

Til uw kind altijd met een hand onder de billen of in het kruis op. Uw andere hand houdt u rond de schouders en het hoofd van uw kind. Bij het optillen is het vaak prettig uw kind eerst een beetje naar de gezonde zijde te draaien. Hierdoor blijft de arm op de buik liggen. U kunt ook met uw arm die rond de schouder van uw kind ligt, het handje op de buik vasthouden.

Op deze afbeelding ziet u hoe u uw kindje draagt

Draagt u uw kind met de aangedane arm tegen u aan? Zorg dan dat het armpje op de borst van uw kind ligt. Door uw kind tegen u aan te houden, blijft vanzelf de aangedane arm goed op zijn plaats. Draagt u uw kind met de gezonde zijde tegen u aan? Houd dan met uw arm, die rond de schouders van uw kind ligt, het aangedane armpje in de juiste positie; uw andere hand ondersteunt de billen. Zorg bij het voeden ervoor dat de armpjes vóór het lichaampje zijn.

Op deze afbeelding ziet u hoe u uw kindje rechtop houdt

Houdt u uw kind rechtop tegen uw schouder, bijvoorbeeld voor een boertje? Ondersteun dan met één hand de billen en met de andere hand houdt u de aangedane arm in de juiste positie. Links is fout, en rechts is goed.

Aan- en uitkleden

Op deze afbeelding ziet u hoe u uw kindje neerlegt bij het aan- en uitkleden

Bij het aankleden doet u de aangedane arm het eerst in de mouw. Bij uitkleden haalt u de aangedane arm het laatst uit de mouw. Gebruik hemdjes en truitjes met een wijde hals of overslaghemdjes. Sommige hemdjes of truitjes kunnen ook van onderaf worden aangetrokken of uitgedaan. Is het lastig om uw kind te draaien voor een goede positie in bad of bij het aankleden? Zo mogelijk, draai uw kind dan met aankleedkussen en al. Het makkelijkst is om uw kind recht van voren aan- of uit te kleden.

Baden

Let u bij het afdrogen goed op of de okselplooien droog zijn. Hiervoor mag u de aangedane arm gerust een stukje optillen. Zorg ook bij het baden dat de hoek tussen bovenarm en lichaam niet groter wordt dan 90 graden (zie tekening bij ‘Houdingen die u de eerste twee weken moet vermijden’). Houd u bij het baden de arm van uw kind dicht bij het lichaam, op de borst.

Slaaphouding

Voor de juiste slaaphouding gebruiken wij de landelijke richtlijnen. Het consultatiebureau kan u hier informatie over geven.

De eerste weken moet u voorzichtig zijn, daarna mag meer. Hierover krijgt u adviezen van uw kinderfysiotherapeut. Als u en uw kind al uit het ziekenhuis zijn ontslagen vóórdat de kinderfysiotherapeut is langsgeweest, dan wordt u, samen met uw kind, de eerstvolgende werkdag verwacht op de polikliniek van de Paramedische Afdeling. We bellen u die dag zo vroeg mogelijk om af te spreken hoe laat we u verwachten.

Bel dan naar de Paramedische Afdeling, kinderfysiotherapie. Zij zijn op werkdagen bereikbaar van 08.00 tot 16.30 uur, telefoonnummer: (073) 553 61 55.