Behandeling

Uw kind gaat met sondevoeding naar huis

Uw kind krijgt sondevoeding en mag naar huis. We begrijpen dat dit spannend kan zijn. Hier leest u over wat sondevoeding geven inhoudt. Ook leggen we uit hoe wij u begeleiden en waar u terecht kunt met vragen.

In deze informatie gaan we uit van een kind dat te vroeg geboren is (prematuur). Soms zijn er ook andere redenen waarom een kind sondevoeding nodig heeft. Gaat uw kind met sondevoeding naar huis? Dan is deze informatie voor u bedoeld.

Het traject van vervroegd ontslag met sondevoeding thuis noemen we
PREVOS-traject (Prematuren Vervroegd Ontslag met Sondevoeding).

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling

Praktische tips

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

MijnJBZ voor kinderen

Kinderen onder de 12 jaar en hun ouders kunnen niet inloggen in het dossier van het kind in MijnJBZ. Wilt u informatie in het dossier inzien? Dan kunt u mogelijk een machtiging voor uw kind aanvragen. Kijk voor de actuele informatie op www.mijnjbz.nl/machtiging.

Bekijk de zorgverzekering van uw kind

Controleer zelf vóór een afspraak in het JBZ of de zorg voor uw kind wordt vergoed:

  • Bekijk hier met welke zorgverzekeraars het JBZ een contract heeft.
  • Het hangt ook af van uw polis of uw zorgverzekeraar alle zorg volledig vergoedt.
  • Voor kinderen tot 18 jaar hoeft geen eigen risico betaald te worden. Let op! Bijvoorbeeld bij bepaalde medicijnen, betaalt u wel een wettelijke eigen bijdrage. Dit is iets anders dan het eigen risico. 

Betrokken afdelingen

Code KIN-206
Laatste revisie: 1 mei 2026 - 09:44
Hoe verloopt de behandeling?

Uw kind gaat met sondevoeding naar huis

Een baby die te vroeg is geboren (prematuur), heeft na de geboorte extra zorg nodig. Dit komt doordat de organen nog niet helemaal rijp zijn. Uw baby blijft daarom een tijd in het ziekenhuis. We houden uw baby daar goed in de gaten.

Na deze intensieve en spannende periode begint een nieuwe fase. Uw baby is dan medisch stabiel, kan zichzelf warm houden (soms met kruiken) en groeit goed. Wel moet uw baby nog leren drinken. In deze fase drinkt uw baby een deel zelf. De rest van de voeding geven we via een sonde. Dit is een dun slangetje dat via de neus naar de maag loopt. In deze fase kan het PREVOS-traject starten.

Een voedingssonde is een dun, flexibel slangetje van 50 centimeter lang. Deze sonde loopt via de neus naar de maag. Hierdoor is het mogelijk om voeding toe te dienen terwijl uw kind rust krijgt. Sondevoeding wordt door middel van een spuit toegediend. De voeding die wordt gegeven, is zuigelingenvoeding (flesvoeding) of afgekolfde moedermelk. Een (neus)sonde zit met een pleister vast op de wang.

De verwachting is dat uw kind leert drinken aan de borst of uit de fles en dat de resterende voeding hierna per sonde wordt gegeven. Uw kind zal steeds meer borst- of flesvoeding gaan drinken en minder sondevoeding nodig hebben. Het PREVOS-team begeleidt u hierbij. 

Sondevoeding kind

Naar huis met sondevoeding

Leren drinken kost tijd. Dit kan enkele weken tot maanden duren. Hoe lang het duurt, hangt af van de reden waarom uw kind nog niet zelf drinkt. We geven uw kind de tijd en ruimte om dit in een eigen tempo te leren.

Soms is het mogelijk dat uw kind met sondevoeding naar huis gaat. Zo kan het gezin wennen aan een meer normale situatie.

Totdat uw kind zelf genoeg drinkt, geeft u sondevoeding. In deze periode krijgt u ondersteuning van het PREVOS-team. Dit team bestaat uit verpleegkundigen van de afdeling Neonatologie (zorg voor pasgeboren baby’s).

Wat zijn de voordelen

Het thuis voortzetten van de zorg aan uw kind voor het zelf leren drinken en het geven van sondevoeding, heeft een aantal voordelen:

  • Thuis is het kind in een vertrouwde omgeving, waar het kind zich beter kan ontwikkelen en een band kan opbouwen met de ouders.
  • Er ontstaat een normale situatie. Een lange ziekenhuisopname kan een zware belasting zijn voor het kind, de ouders en broertjes of zusjes.
  • Doordat u thuis bent met uw kind, leert u het ritme van uw kind beter en sneller herkennen, wat kan bijdragen aan een betere zorgervaring.
  • U krijgt de juist begeleiding bij de borstvoeding, waardoor het geven van borstvoeding een prettige ervaring voor u is. Borstvoeding is belangrijk voor de algemene afweer, vooral bij pre- en dysmature kinderen, omdat hun afweersysteem nog niet volledig ontwikkeld is.
  • Als u vaker zelf voedt en de zorg thuis voortzet, kunt u beter reageren op de behoeften van uw kind. Vooral omdat het drinken van voeding voor te vroeg geboren kinderen nog veel energie kan kosten.
  • Het kind heeft minder kans op infecties door de vertrouwde, schone thuisomgeving.

Door het verplaatsen van de zorg naar thuis kunnen ouders een actievere rol spelen in de zorg voor hun kind, wordt de ontwikkeling van het kind gestimuleerd en wordt de belasting van een langdurige ziekenhuisopname verminderd. Het ziekenhuis blijft echter medisch eindverantwoordelijk totdat het kind zelfstandig kan drinken.

Het PREVOS-team bepaalt of uw kind in aanmerking komt voor vervroegd ontslag met sondevoeding. Voorwaarden zijn:

  • Uw kind heeft geen bewakingsapparatuur meer nodig;
  • Uw kind heeft geen couveusezorg meer nodig;
  • Uw kind krijgt maximaal acht voedingen per dag;
  • U bent in staat om zonder direct contact van de hulpverleners in het ziekenhuis uw kind te observeren, te verzorgen en goed te handelen bij onverwachte gebeurtenissen.

Wat gaat u allemaal leren?

Van de afdelingsverpleegkundige die voor uw kind zorgt, krijgt u mondelinge en schriftelijke informatie over het leren drinken en het thuis sondevoeding geven. Zij informeert u over de handelingen die u thuis gaat doen. Deze handelingen gaan we u op de afdeling leren.

U geeft uw kind thuis de volledige verzorging die uw kind nodig heeft. Dit kunt u al oefenen op de afdeling, door in het ziekenhuis te blijven slapen bij uw kind en 24 uur de hele zorg zelfstandig te doen. Dus zonder ondersteuning van de afdelingsverpleegkundigen.

U kunt uw kind mee naar huis nemen als u de volgende handelingen zelfstandig kunt uitvoeren.

  • (Zuigelingen)voeding klaarmaken;
  • Controleren of de sonde goed in de maag ligt;
  • Bij problemen de sonde verwijderen;
  • Voeding via een 20 of 50 ml spuit toedienen;
  • Mond- en neusgebied van uw kind verzorgen;
  • Weten wat te doen bij problemen;
  • Weten wanneer u hulp moet inschakelen.

De voorbereidingsperiode eindigt als u aangeeft dat u voldoende vertrouwd bent met de verzorging van uw kind en als u voldoende kennis heeft van alles wat te maken heeft met het geven van sondevoeding.

Thuiszorg

Thuiszorg is uw eerste aanspreekpunt

Binnen de thuiszorg is er een team dat gespecialiseerd is in sondevoeding bij baby's. Een medewerker van dit team neemt contact met u op om kennis te maken. U krijgt dan ook te horen hoe u de thuiszorg kunt bereiken. De thuiszorg is uw eerste aanspreekpunt. U kunt hen bellen als u vragen heeft of ergens over twijfelt.

Net als in het JBZ, werkt de Thuiszorg volgens ontwikkelingsgerichte zorg (OGZ). 
Ze kijken naar de signalen die uw baby met zijn of haar lichaam geeft en zorgen samen met u dat uw baby zich zo prettig mogelijk voelt. Op uw verzoek kunnen zij ook meekijken tijdens een voedingsmoment en tips geven als dat nodig is.

Inbrengen nieuwe sonde

Wanneer de sonde niet meer goed zit of als uw kind de sonde er zelf heeft uitgetrokken, belt u de thuiszorg. Het inbrengen van een nieuwe sonde doet u niet zelf. Iemand van de thuiszorg komt bij u thuis een nieuwe sonde bij uw kind inbrengen. Als dit in de nacht gebeurt, wordt de volgende dag een nieuwe sonde ingebracht. Zij brengen de sonde in, in het andere neusgat, om irritatie te voorkomen. Na het inbrengen van de sonde controleren zij ook of de sonde in de maag ligt. 

De sonde wordt, over het algemeen, één keer per zes weken vervangen.

De PREVOS-verpleegkundige

Op dag 3 nadat uw kindje uit het ziekenhuis is gekomen, belt de PREVOS-verpleegkundige u op. We vragen dan hoe het gaat met uw kindje en de sondevoeding. U kunt uw vragen stellen en zij kan u advies geven. Als het nodig is, overlegt zij met de kinderarts of verpleegkundig specialist. Aan het eind van dit gesprek, maakt zij met u een nieuwe telefonische afspraak.

Als u vragen heeft, kunt u deze stellen aan de PREVOS-verpleegkundige via e-mail prevos@jbz.nl. Kan uw vraag niet wachten, dan neemt u eerst contact op met de Thuiszorg. Zij kunnen u meestal meteen helpen.

Afdelingsverpleegkundige

De afdelingsverpleegkundige is verantwoordelijk voor de zorg tijdens de opname in het ziekenhuis en bereidt u voor om met uw kindje naar huis te gaan (ontslag).

Is uw kindje thuis met sondevoeding? Dan is de thuiszorg uw eerste aanspreekpunt. U kunt hen bellen als u vragen heeft of ergens over twijfelt. Zij kunnen u meestal meteen helpen.

Soms verwijst de thuiszorg u naar het ziekenhuis. Dan belt u de afdelingsverpleegkundige op nummer (073) 553 31 37. Als het nodig is, overlegt zij met de verpleegkundig specialist, kinderarts of PREVOS verpleegkundige.

Logopedist

Als een logopedist betrokken is bij de zorg voor uw kind in het ziekenhuis, nemen we het advies van de logopedist mee in de beslissing of uw kind met sondevoeding naar huis kan.

Gaat uw kind naar huis met sondevoeding? Dan verwijzen we u naar een logopedist bij u in de buurt. Deze logopedist begeleidt u en uw kind verder. De logopedist komt bij u thuis om te kijken hoe uw kind drinkt en geeft tips als dat nodig is.

De logopedist houdt ook contact met het zorgteam in het ziekenhuis en laat weten hoe het met uw kind gaat.

Controle op de polikliniek

Uw kind heeft regelmatig afspraken voor controle op de polikliniek met de kinderarts of de verpleegkundig specialist. Een verpleegkundig specialist is een verpleegkundige die medisch is opgeleid in de kindergeneeskunde. Tijdens deze afspraak bespreken we met u vooral het medische gedeelte van de sondevoeding. We kijken naar het drinkgedrag van uw kind en hoe uw kind is gegroeid sinds de laatste controle. Het plan voor het leren drinken kan tijdens dit gesprek worden bijgesteld. Als het nodig is vragen we andere hulpverleners om advies.

De kinderarts of de verpleegkundig specialist informeert uw huisarts als uw kind met sondevoeding naar huis gaat.

Kraamzorg of couveuse nazorg

Als u in aanmerking komt voor (uitgestelde) kraamzorg of couveusenazorg, geeft de kraamverzorgster u ondersteuning bij de dagelijkse verzorging van uw kind. Zij geeft geen sondevoeding, maar heeft vooral een begeleidende en adviserende rol. Dit kan in de thuissituatie erg waardevol zijn. Daarom adviseren wij u om bij uw zorgverzekeraar en verloskundige te vragen wat voor u de mogelijkheden zijn.

Medisch Pedagogisch Zorgverlener (MPZ)

De medisch pedagogisch zorgverlener kijkt tijdens de ziekenhuisperiode mee hoe het gaat met de ontwikkeling van uw kind. Ook maakt zij een inschatting of uw kind de prikkels en nieuwe indrukken kan verwerken, die uw kind ervaart als hij of zij naar huis gaat. 

Zij bespreken met u hoe u thuis kunt omgaan met de ontwikkelingsgerichte zorg en hoe u deze kunt afstemmen op de behoefte van uw kind. Zij houden zo nodig met u contact als er extra begeleiding nodig is als uw kind thuis is. 

Consultatiebureau

Als uw kind naar huis mag, wordt er telefonisch contact opgenomen door de afdelingsverpleegkundige met de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau. Zij krijgen zowel een mondelinge als schriftelijke overdracht, zodat zij goed op de hoogte zijn van uw situatie. De jeugdverpleegkundige neemt bij uw thuiskomst contact met u op voor een kennismaking bij u thuis.

Na het afsluiten van de sondevoedingsperiode neemt de JGZ-verpleegkundige de zorg over van de kinderthuiszorg en PREVOS-verpleegkundige. Vanaf dat moment zijn zij degene bij wie u terecht kunt met vragen of voor advies.

Maatschappelijk werk

Als u tijdens de ziekenhuisperiode begeleid wordt door een maatschappelijk werker, maakt zij met u afspraken over hoe deze begeleiding wordt voortgezet als uw kind thuis is.

Fysiotherapie

Als uw kind fysiotherapie krijgt in het ziekenhuis, bespreekt de fysiotherapeut met u hoe dit vervolgd zal worden. Deze afspraken worden zo veel mogelijk afgestemd op het poliklinisch spreekuur van kinderarts of verpleegkundig specialist. De afspraken in JBZ zijn altijd samen met de logopedist. 

Lactatiekundige

De lactatiekundige helpt u met specifieke vragen en extra begeleiding rondom de borstvoeding. Als u tijdens de ziekenhuisperiode begeleid wordt door een lactatiekundige, maakt zij met u afspraken over hoe deze begeleiding wordt voortgezet als uw kind thuis is.

Borstvoeding en flesvoeding

Borstvoeding

Als u borstvoeding geeft, is het belangrijk dat u reageert op de signalen van uw kind. Meldt uw kind zich te vroeg, dan is het niet erg een keer af te wijken van het schema. Zorg dat er altijd 2 tot 4 uur tijd zit tussen de voedingen om spugen te voorkomen. 

Als uw kind zich meldt door te huilen, is dit al een late reactie. Uw kind begint vaak met het maken van kleine geluidjes, zoeken en zuigen op de handjes. Als u dit ziet, mag u uw kind pakken en aanleggen. Uw kind is op dat moment wakker en wil aan de borst, dus waarom zou u dan wachten? Juist deze wakkere momenten moeten goed gebruikt worden.

Flesvoeding

Als uw kind moet leren drinken is het belangrijk dat uw kind wel voldoende voeding per dag krijgt. Meestal verdeeld over 7 of 8 voedingen. Het ophogen van de flesvoeding gaat volgens opdracht van de kinderarts, die dit vóór ontslag met u afspreekt. Vaak zal dit met 5cc per week zijn.

Medicijnen of vitamines toedienen

Als uw kind sondevoeding krijgt, kan het nodig zijn dat uw kind medicijnen gebruikt. Vaak zijn dit vitamines of ijzerpreparaten. U krijgt van de afdelingsverpleegkundige instructies hoe u die medicijnen het beste kunt toedienen. Ook de thuiszorg is hiervan op de hoogte en kan u hierin ondersteunen.

Mond- en neusverzorging

Als uw kind een sonde in het neusgat heeft, ontstaat er meer snot, zoals ook bij een verkoudheid gebeurt. Het neusslijmvlies wordt geprikkeld door de sonde, waardoor er extra slijm wordt aangemaakt. Als het neusje hierdoor verstopt raakt, beperkt dit de ademhaling waardoor uw kind minder gemakkelijk kan drinken. Met een schoon gaasje en water kunt u dit slijm verwijderen.

Ook kan dit met fysiologisch zout: hierbij spoelt u met een 2 ml-spuitje een halve ml in elk neusgat, waardoor het slijm makkelijk oplost en uw kind dit er zelf uit kan gaan niezen of doorslikt.

Als uw kind nog niet zelf drinkt, is het belangrijk om het mondgebied schoon te maken met een gaasje en water of moedermelk. Controleer het mondgebied op witte, niet weg te vegen plekjes of puntjes (spruw). Zie voor meer informatie ook hieronder. 

Sondevoeding geven

Als uw kind thuis sondevoeding krijgt, is het belangrijk dat u op de hoogte bent van problemen die zich kunnen voordoen. Uit de praktijk blijkt dat deze problemen niet vaak voor komen. Het is wel belangrijk dat u weet hoe u problemen herkent en wat u kunt doen.

Wat heeft u nodig?

  • 20 of 50 ml spuit;
  • Moedermelk of zuigelingenvoeding.

Voorbereiding

  • Was uw handen;
  • Zet de benodigde spullen klaar binnen handbereik;
  • Verwarm de voeding;
  • Zorg voor een rustige omgeving;
  • Neem de tijd en voorkom afleiding tijdens de handeling;
  • Controleer en verzorg zo nodig het neus- en mondgebied.

Uitvoering

  • Controleer of de sonde nog goed is afgeplakt. Plak zo nodig de sonde met een extra pleister vast;
  • Controleer de positie van de maagsonde door te controleren of het markeerpunt nog klopt. Klopt dit niet, geef dan geen sondevoeding en bel het specialistisch thuiszorgteam.
  • Neem uw kind eventueel op schoot.
  • Koppel de 20 of 50 ml spuit, zonder stamper aan op de maagsonde;
  • Vul de spuit met de (resterende) voeding;
  • Geef minimale druk met de stamper aan de bovenkant van de spuit;
  • Controleer of de voeding inloopt. Geef zo nodig nogmaals minimale druk met de stamper van de spuit wanneer de voeding niet vanzelf loopt.
  • Blijf bij uw kind terwijl de voeding inloopt. 
  • Koppel de spuit af na de gegeven voeding en vul de spuit met 1 ml lucht. 
  • Koppel de spuit opnieuw aan en spuit door met 1 ml lucht, zodat er geen voeding achterblijft in de sonde.
  • Sluit de sonde af en spoel de gebruikte spuit om onder de kraan en laat afzonderlijk van elkaar drogen. 

Aandachtspunten

  • Gebruik elke 24 uur nieuwe spuiten;
  • Zit de sonde niet meer goed of heeft uw kind de sonde verwijderd, neem dan contact op met de thuiszorg;
  • Is de sonde 's nachts verwijderd, maar drinkt uw kind al grote hoeveelheden zelf (richtlijn is minimaal de helft) en is hij tevreden met de zelf gedronken hoeveelheid voeding, dan mag u wachten tot de volgende werkdag om contact op te nemen met de thuiszorg. Het is mogelijk dat uw kind zich eerder zal melden voor de volgende voeding.

Sonde verwijderen

Zorg ervoor dat tijdens het verwijderen van de sonde de dop er goed op zit of dat deze goed is dichtgeknepen, zodat er – als de sonde verwijderd wordt – geen voeding in de longen kan komen.

Wat heeft u nodig?

  • Removerdoekje voor het verwijderen van de pleister;
  • Schone gazen.

Uitvoering

  • Pleisters losmaken met removerdoekje;
  • De sonde dichtknijpen of dopje erop doen en in een vlotte beweging terugtrekken;
  • De sonde weggooien in de afvalemmer;
  • De neus schoonmaken, door snot en slijm te verwijderen.

Als uw kind thuis sondevoeding krijgt, is het belangrijk dat u op de hoogte bent van mogelijke problemen.

Bij het geven van sondevoeding kan dit gebeuren:

  • De sonde is eruit;
  • Spugen tijdens sondevoeding;
  • Er zijn witte puntjes op tong of wangslijmvlies (spruw);
  • De voeding loopt niet (goed) door.

Sonde is eruit

Het kan voorkomen dat uw kind de sonde zelf verwijdert of dat om een andere reden de sonde niet meer goed zit. Als dit gebeurt, neemt u contact op met de thuiszorg.

Spugen tijdens sondevoeding

Als uw kind gaat spugen tijdens het toedienen van de sondevoeding handelt u als volgt:

  • Toediening van de sondevoeding stoppen;
  • Uw kind rechtop houden of op de zij leggen, totdat hij of zij rustig is;
  • Sonde opnieuw controleren;
  • Eventueel de rest van de voeding geven.

Witte puntjes op tong of wangslijmvlies

Als uw kind, vóór de voeding, witte puntjes op de tong of het wangslijmvlies krijgt die niet weg te vegen zijn met een nat gaasje, kan dit duiden op een schimmelinfectie: spruw. In overleg met de (huis)arts kan uw kind hiervoor medicijnen krijgen. Lees meer over spruw op Thuisarts.nl

De voeding loopt niet (goed) door

Als de voeding niet goed door loopt, kan er een verstopping in de sonde zitten. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Er kan bijvoorbeeld aangekoekte voeding in de sonde zitten. De sonde zal dan doorgespoeld moeten worden. Dit doet u met een 10 ml spuit gevuld met lucht. Hierdoor kan er druk gezet worden op de voedingssonde. Wel is het belangrijk om de toegediende lucht, als de verstopping is opgeheven, weer te verwijderen.

Het is ook mogelijk dat er een knik in de sonde zit die u kunt zien. Probeer deze knik eruit te krijgen. Soms kan de sonde in de maag geknikt liggen. Het kan dan helpen om uw kind van houding te laten veranderen. Lukt het niet om de verstopping te verhelpen, bel dan de kinderverpleegkundige van de thuiszorg.

Als u vragen heeft, kunt u gebruik maken van de volgende mogelijkheden:

  • U kunt met al uw vragen terecht bij de thuiszorg. Zij zijn 24 uur per dag bereikbaar en kunnen overdag of in de avonduren een nieuwe sonde inbrengen bij uw kind. Iemand van het speciale team komt als het nodig is naar u toe.
  • U kunt contact opnemen met de prevos-verpleegkundige die u vanuit het ziekenhuis thuis begeleidt, via het e-mailadres prevos@jbz.nl. Als het nodig is overlegt ze met de kinderarts of verpleegkundig specialist. Zij beantwoordt uw e-mail of neemt telefonisch contact met u op. 
  • Heeft de thuiszorg u naar het ziekenhuis verwezen? Dan is de afdelingsverpleegkundige 24 uur per dag telefonisch bereikbaar op telefoonnummer (073) 553 31 37.  

De prevos-verpleegkundige of de afdelingsverpleegkundige kunnen overleggen met de verpleegkundig specialist of kinderarts. Het kan zijn dat zij u bij bepaalde problemen vragen met uw kind naar het ziekenhuis te komen.