Headerafbeelding
aanzicht ingang Jeroen Bosch Ziekenhuis met overkapping
Behandeling

Slokdarmspataderen (slokdarmvarices) behandeling met rubberbandligatie

Een behandeling met rubberbandligatie wordt gedaan om de kans op een bloeding te verkleinen, bij grote slokdarmspataderen of slokdarmspataderen die eerder gebloed hebben.

De arts doet deze behandeling via een gastroscopie. Tijdens de behandeling bindt de arts de spataderen af met elastiekjes (rubberbandligatie). Deze elastiekjes klemmen de spataderen af. Hierdoor stroomt er geen bloed meer door de spataderen en verdwijnen de spataderen.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee bij een (dag)opname?

Als u voor een opname of dagopname naar het ziekenhuis komt, neemt u dan uw geldig legitimatiebewijs mee en uw patiëntenpas. Maar bijvoorbeeld ook de medicijnen die u thuis gebruikt. Hier vindt u een overzichtje van alles wat u mee moet nemen.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

MijnJBZ

Via MijnJBZ kunt u zelf een deel van uw persoonlijke en medische gegevens inzien die in het JBZ over u bekend zijn. Zie ook: Wat kan ik in MijnJBZ zien? 

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Uw rechten en plichten als patiënt

Als patiënt heeft u een aantal wettelijke rechten en ook een aantal wettelijke plichten. Hier vindt u een overzicht.

Code INT-188
Laatste revisie: 1 maart 2022 - 10:00
Hoe verloopt de behandeling?

Slokdarmspataderen (slokdarmvarices) behandeling met rubberbandligatie

Nuchter zijn

Het onderzoek kan alleen goed uitgevoerd worden als uw slokdarm en maag leeg zijn.

Krijgt u het onderzoek in de ochtend?

  • Dan mag u op de dag van het onderzoek vanaf 24.00 uur ‘s nachts niets meer eten.
  • U mag vanaf 24.00 uur 's nachts tot 3 uur voor het onderzoek alleen water of thee (zonder melk) drinken.
  • U mag geen medicijnen innemen tenzij uw arts met u heeft afgesproken dat u bepaalde medicijnen wel moet innemen.
  • Medicijnen die u normaal ‘s morgens inneemt, kunt u meebrengen en zo nodig meteen na het onderzoek innemen.

Krijgt u het onderzoek na 13.00 uur 's middags?

  • Dan mag u tot 07.00 uur in de ochtend nog een licht ontbijt gebruiken (2 beschuitjes zonder boter met mager beleg) en uw medicijnen innemen.
  • Daarna mag u tot 3 uur voor het onderzoek alleen nog water of thee (zonder melk) drinken, en niets meer eten.

Heeft u een stoornis van de bloedstolling of gebruikt u medicijnen die de bloedstolling beïnvloeden?

Heeft u een stoornis van de bloedstolling? Of gebruikt u medicijnen van de trombosedienst die de bloedstolling beïnvloeden? Geeft u dit dan door bij het maken van de afspraak voor de behandeling.

Diabetes?

Bent u diabetespatiënt? Dan moet u speciale maatregelen treffen. Vraag naar de speciale voorbereidingsfolder voor diabetespatiënten of neem contact op met de diabetesverpleegkundige.

Allergie

Bent u allergisch voor rubber of latex of voor bepaalde medicijnen? Geeft u dit dan door aan uw arts.

Heeft u problemen met uw tanden of kiezen (gebit)?

Tijdens het onderzoek krijgt u een bijtring tussen uw tanden om uw tanden en de endoscoop te beschermen. Als u te hard op deze bijtring bijt, kan uw gebit beschadigen. Dat heeft vooral te maken met de staat van uw gebit. Heeft u een zwakke plek in uw gebit? Vertel dit dan voordat het onderzoek start aan de arts of verpleegkundige.

Vragenlijstje

Hieronder staan een aantal vragen over uw medische conditie die belangrijk zijn voor het onderzoek. Wilt u deze vragen vast thuis beantwoorden en meenemen naar het onderzoek? Als u een van deze vragen met 'ja' beantwoordt en u heeft dit nog niet besproken, neemt u dan contact op met uw arts.

  • Heeft u een stoornis van de bloedstolling?
  • Bent u op dit moment onder behandeling van de Trombosedienst?
  • Gebruikt u acenocoumarol of fenprocoumon? 
  • Heeft u een pacemaker?
  • Heeft u een I.C.D. (implanteerbare defibrillator)?

Resistente bacterie (BRMO)

Draagt u een resistente bacterie (bijvoorbeeld MRSA of ESBL) bij u? Dan kan dit voor uzelf en voor medepatiënten een risico geven bij een medische behandeling.

Het is daarom heel belangrijk dat u doorgeeft als u:

  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen of behandeld bent geweest, in een buitenlandse zorginstelling;
  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen bent geweest in een Nederlands ziekenhuis of verpleeghuis, waar een resistente bacterie aanwezig was;
  • in de afgelopen 2 maanden in een instelling voor asielzoekers heeft gewoond;
  • door uw beroep in contact komt levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens (bijvoorbeeld: varkens-, kalver- en pluimveehouders, veeartsen, medewerkers slachthuis);
  • woont op een bedrijf met varkens, kalveren of vleeskuikens;
  • ooit besmet bent geweest met een resistente bacterie;
  • contact heeft met iemand die een resistente bacterie bij zich draagt.

Zo nodig onderzoeken we dan of u een resistente bacterie bij u draagt of dat u een COVID-19-besmetting heeft. Als dat zo is dan nemen we in het ziekenhuis maatregelen om te voorkomen dat de bacterie of het virus zich verspreidt.

Geldt een van bovenstaande punten voor u, geef dit dan door aan de polikliniek of afdeling die het onderzoek of de behandeling met u heeft afgesproken.

Waar moet u verder nog aan denken?

  • Tijdens de behandeling kunt u het beste gemakkelijk zittende kleding dragen.
  • Gebruik voor de behandeling geen lippenstift.

Vervoer naar huis

Wij adviseren u dringend om tot 24 uur na het onderzoek niet zelf auto te rijden of aan het verkeer deel te nemen. Het is belangrijk dat iemand u naar huis brengt na het onderzoek. U mag het ziekenhuis alleen onder begeleiding verlaten, omdat u nog onder invloed bent van het slaapmiddel.

Voor de behandeling

Slaapmiddel

Voor de behandeling krijgt u meestal een slaapmiddel midazolam (Dormicum®). Behalve als er een bloeding is. Dit middel versuft, waardoor u zich tijdens de behandeling beter kunt ontspannen. Hierdoor kan de behandeling gemakkelijker verlopen. Een eigenschap van Dormicum® is dat u zich na afloop weinig of niks meer herinnert van de behandeling en alles wat daaromheen is gebeurd.

Let op: er is géén sprake van een narcose. Het is dus mogelijk dat u gedeelten van de behandeling bewust meemaakt.

Tijdens de behandeling

  • Om de spataderen goed te kunnen bekijken brengt de arts via uw slokdarm tot in de maag een buigzame slang (gastroscoop) in. Dit is een flexibele slang, met aan het uiteinde een klein lampje en een cameraatje.
  • De arts bindt de spataderen af met elastiekjes (de rubberbandligatie). Hierdoor worden bloedingen voorkomen.
  • De elastiekjes vallen er na enkele dagen af en verlaten via de ontlasting het lichaam.

De behandeling duurt ongeveer 15 minuten. Soms is het nodig de behandeling te herhalen. Het aantal behandelingen dat nodig is, verschilt per patiënt.

Uw keel kan na de behandeling nog wat gevoelig zijn. Ook kunt u last hebben van het op boeren van lucht.

Wat zijn de risico's?

De rubberbandligatie is meestal een veilige behandeling.Toch kan er soms een complicatie optreden:

  • Een bloeding tijdens of na de behandeling.
  • Ondanks dat door deze behandeling de kans op een spontane bloeding sterk afneemt, is het belangrijkste risico van de behandeling dat de spataderen juist gaan bloeden.
  • Pijn achter het borstbeen.
  • Door verslikking kan er wat bloed en/of maaginhoud in de longen terecht komen. Daardoor kan een luchtweginfectie of een longontsteking ontstaan.
  • Door het slaapmiddel, komt soms een verminderde ademhaling voor.
  • Bij een slecht gebit kan door de bijtring schade aan het gebit ontstaan. Dit komt maar in een enkel geval voor. Het ziekenhuis accepteert hiervoor geen aansprakelijkheid.

Voeding

Dag van de behandeling

Net na de behandeling mag u:

  • vloeibaar voedsel, zoals pap, vla en appelmoes;
  • alle dranken, behalve alcohol.

1 dag na de behandeling

De dag na de behandeling moet u nog steeds voorzichtig zijn. U mag dan voedsel nemen zonder brokken, dus vloeibaar of gemalen voedsel, zoals puree.

De dagen daarna kunt u weer gewoon eten.

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunners? Overleg dan met uw arts wanneer u weer met deze medicijnen mag starten.

Pijn

Door de behandeling kunt u een paar dagen pijnklachten hebben achter uw borstbeen. Ook kunt u tijdelijk wat moeite hebben met eten en drinken. Meestal is het voldoende om paracetamol te gebruiken om de pijn onder controle te krijgen. Is dit niet het geval, dan kunt u bellen naar de afdeling MDL-endoscopie.

Wanneer neemt u contact op?

Neem contact op met uw arts als u de volgende klachten heeft:

  • koorts of koude rillingen;
  • bloed braken;
  • onhoudbare pijn;
  • misselijkheid;
  • als u zwarte ontlasting heeft.

Contactgegevens:

  • Op werkdagen kunt u van 08.30 - 17.00 uur bellen naar de afdeling MDL-endoscopie, telefoonnummer (073) 553 30 51.
  • ‘s Avonds, ‘s nachts en in het weekend belt u naar de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer (073) 553 27 00.

U krijgt na enkele dagen of weken een controle afspraak bij uw behandelend MDL-arts of verpleegkundig specialist. Dit kan ook een belafspraak zijn.

Als u vragen heeft, stelt u die dan gerust voor het onderzoek aan de arts of de verpleegkundige. U kunt ook bellen naar de afdeling Endoscopie, telefoonnummer (073) 553 30 51.