Headerafbeelding
afdelingen chirurgie verpleegafdeling verpleegkundige patiënt
Behandeling

Punctie hartzakje (pericardpunctie)

Bij een punctie van het hartzakje verwijdert de arts het teveel aan vocht in het hartzakje.

Het hartzakje is gevuld met vocht. Dit zorgt ervoor dat het hart goed kan bewegen. Soms zit er te veel vocht in het hartzakje. Hierdoor kunnen klachten ontstaan. Dit teveel aan vocht verwijdert de arts met een holle naald (punctie). Hierdoor krijgt het hart weer meer ruimte. De klachten verminderen dan snel.

Lees meer

Teveel vocht rondom uw hart kan verschillende klachten geven:

  • lage bloeddruk. Hierdoor kunt u duizelig zijn en het gevoel hebben ziek te zijn;
  • hartritmestoornissen en/of een snelle hartslag;
  • benauwdheid en kortademigheid;
  • bleekheid;
  • zweten;
  • verminderde aanmaak van urine, waardoor u weinig of niet plast.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee bij een (dag)opname?

Als u voor een opname of dagopname naar het ziekenhuis komt, neemt u dan uw geldig legitimatiebewijs mee en uw patiëntenpas. Maar bijvoorbeeld ook de medicijnen die u thuis gebruikt. Hier vindt u een overzichtje van alles wat u mee moet nemen.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

MijnJBZ

Via MijnJBZ kunt u zelf een deel van uw persoonlijke en medische gegevens inzien die in het JBZ over u bekend zijn. Zie ook: Wat kan ik in MijnJBZ zien? 

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Code CAR-111
Laatste revisie: 4 mei 2022 - 14:40
Hoe verloopt de behandeling?

Punctie hartzakje (pericardpunctie)

Resistente bacterie (BRMO)

Draagt u een resistente bacterie (bijvoorbeeld MRSA of ESBL) bij u? Dan kan dit voor uzelf en voor medepatiënten een risico geven bij een medische behandeling.

Het is daarom heel belangrijk dat u doorgeeft als u:

  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen of behandeld bent geweest, in een buitenlandse zorginstelling;
  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen bent geweest in een Nederlands ziekenhuis of verpleeghuis, waar een resistente bacterie aanwezig was;
  • in de afgelopen 2 maanden in een instelling voor asielzoekers heeft gewoond;
  • door uw beroep in contact komt levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens (bijvoorbeeld: varkens-, kalver- en pluimveehouders, veeartsen, medewerkers slachthuis);
  • woont op een bedrijf met varkens, kalveren of vleeskuikens;
  • ooit besmet bent geweest met een resistente bacterie;
  • contact heeft met iemand die een resistente bacterie bij zich draagt.

Zo nodig onderzoeken we dan of u een resistente bacterie bij u draagt of dat u een COVID-19-besmetting heeft. Als dat zo is dan nemen we in het ziekenhuis maatregelen om te voorkomen dat de bacterie of het virus zich verspreidt.

Geldt een van bovenstaande punten voor u, geef dit dan door aan de polikliniek of afdeling die het onderzoek of de behandeling met u heeft afgesproken.

Voor de behandeling

Wanneer de arts vermoedt dat u teveel vocht heeft in het hartzakje, wordt er een hartfilmpje, een longfoto en een echo van uw hart gemaakt. Ook neemt de laborante bloed af voor onderzoek. Heeft u inderdaad teveel vocht in het hartzakje? Dan krijgt u van uw arts pijnstillers en ontstekingsremmers. Als dit nodig is, krijgt u ook antibiotica. Soms moet u bedrust houden.

Tijdens de behandeling

De punctie van het hartzakje gebeurt op de Hartkatheterisatiekamer.

  • Als de arts de drain inbrengt, ligt u op uw rug.
  • U krijgt een plaatselijke verdoving op de plek waar de arts de punctie doet. Deze verdovingsinjecties kunnen wat pijnlijk zijn.
  • Zodra uw huid en het weefsel daaronder verdoofd is, prikt de arts het hartzakje aan.
  • Via de opening brengt de arts de drain in. Soms wordt het teveel aan vocht direct afgenomen, zodat de druk meteen afneemt.
  • Uiteindelijk verdwijnt al het vocht uit het hartzakje. Daardoor is de druk op uw hart afgenomen en kan het hart weer normaal werken. De klachten die u had verdwijnen en u gaat zich snel veel beter voelen.

Drain

Tijdens de punctie van het hartzakje brengt de arts een dun slangetje (drain) in om het vocht in het hartzakje te verwijderen. De arts kan besluiten om de drain langer te laten zitten. Als de drain meteen wordt verwijderd na de punctie, gaat u terug naar de verpleegafdeling waar u vandaan komt. Behalve als de arts anders besluit.

Wat gebeurt er na de behandeling als u nog een drain heeft?

Als u na de behandeling nog een drain heeft, gaat u naar de Hartbewaking (CCU).

  • De verpleegkundige houdt u goed in de gaten en controleert of er nog veel vocht uit de drain komt.
  • Ook controleert de verpleegkundige enkele keren uw bloeddruk en polsslag.

Wanneer wordt de drain verwijderd?

  • De arts bepaalt wanneer de drain eruit mag. Hierbij kijkt de arts naar de hoeveelheid vocht die nog uit de drain komt.
  • Het verwijderen van de drain kan vervelend zijn.
  • Na het verwijderen van de drain moet u 1 uur in bed blijven liggen.
  • Afhankelijk van hoe het met u gaat, bepaalt de verpleegkundige of u uw dagelijkse activiteiten weer mag oppakken. Daarna gaat u weer terug naar de verpleegafdeling.

Krijgt u last van kortademigheid, koorts, pijn of vermoeidheid? Vertel dit dan aan de verpleegkundige van de afdeling.

Wat zijn de risico's?

Meestal is een pericardpunctie een veilige behandelingsmethode. Toch kunnen er, zoals bij iedere behandeling, complicaties optreden:

  • een klaplong (pneumothorax);
  • lucht in het hartzakje;
  • infectie;
  • verstopping drain;
  • hartritmestoornissen.

Naar huis

De arts bepaalt wanneer u weer naar huis mag. Na 24 uur mag u de pleister op de aanprikplaats verwijderen. Er kunnen enkele druppels wondvocht op de pleister zitten, dit is normaal.

Wat moet u doen bij problemen thuis?

Heeft u vóór uw controleafspraak problemen die te maken hebben met het onderzoek, dan belt u het ziekenhuis.

  • Tijdens kantoortijden belt u naar de polikliniek Cardiologie, telefoonnummer (073) 553 60 40.
  • In dringende gevallen buiten kantoortijden belt u naar de afdeling Hartbewaking (CCU), telefoonnummer (073) 553 25 00.

Bij vragen of problemen ná uw eerste controleafspraak belt u uw huisarts.

Heeft u geen controleafspraak in het ziekenhuis? Dan belt u met het ziekenhuis bij problemen in de eerste 10 dagen na de operatie. Ná 10 dagen belt u met uw huisarts.

Heeft u na de behandeling ook last van toenemende benauwdheid die steeds terug komt of toenemende wondlekkage? Neem dan ook contact op.

Moet u nog op controle komen? Dan krijgt u hiervoor een afspraak mee naar huis.

Als u nog vragen heeft stel deze dan gerust aan de arts of verpleegkundige op de afdeling.