Headerafbeelding
Binnentuin met groene bomen
Behandeling

Pacemaker plaatsen

De cardioloog kan een pacemaker plaatsen als u een trage hartslag heeft en/of als uw hart niet meer goed pompt.

De pacemaker helpt uw hart om zo goed mogelijk te werken door regelmatig een elektrisch stroomstootje te geven. Hier voelt u niets van. De pacemaker kan 1, 2 of 3 draden/ elektrodes hebben. Dit hangt af van de reden dat u de pacemaker krijgt. Uw cardioloog bespreekt dit van te voren met u.

Lees meer

Een pacemaker is een klein elektronisch apparaat. De pacemaker bestaat uit een batterij en elektronica. Deze zijn ingebouwd in een behuizing van titanium. Het lichaam verdraagt dit metaal goed. De pacemakerdraden/ elektrodes zorgen ervoor dat het stroomstootje in uw hart terechtkomt. Via het uiteinde van de pacemakerdraad, geeft de pacemaker de stroomimpuls aan het hart af. De elektronica van de pacemaker kunt u vergelijken met een hele kleine computer. De batterij zorgt ervoor dat de pacemaker jarenlang zijn werk kan doen.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling

Praktische tips

Wat neemt u mee bij een (dag)opname?

Als u voor een opname of dagopname naar het ziekenhuis komt, neemt u dan uw geldig legitimatiebewijs mee en uw patiëntenpas. Maar bijvoorbeeld ook de medicijnen die u thuis gebruikt. Hier vindt u een overzichtje van alles wat u mee moet nemen.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

MijnJBZ

Via MijnJBZ kunt u zelf een deel van uw persoonlijke en medische gegevens inzien die in het JBZ over u bekend zijn. Zie ook: Wat kan ik in MijnJBZ zien? 

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Code CAR-013
Laatste revisie: 20 mei 2022 - 09:44
Hoe verloopt de behandeling?

Pacemaker plaatsen

Wat neemt u mee?

Wilt u het volgende meebrengen naar het ziekenhuis:

  • Neem wat te lezen mee.
  • De medicijnen die u thuis gebruikt (voor 24 uur).

Kleding voorschrift

U mag uw eigen gemakkelijk zittende kleding dragen tijdens de behandeling. Belangrijk hierbij is dat u:

  • de kleding makkelijk aan- en uit kunt doen, zoals een sport- of pyamabroek en een t-shirt met korte mouwen;
  • wasmachine schone kleding draagt;
  • geen BH draagt;
  • op uw bovenlichaam geen kleding draagt waar ijzer in verwerkt zit;
  • geen sieraden of piercings draagt.

Kunt u op de vastgestelde opnamedatum niet komen?

Belt u dan zo snel mogelijk, maar uiterlijk een werkdag voor de opnamedatum, naar de polikliniek. Bent u de dagen voor de operatie erg verkouden? Moet u veel hoesten of heeft u koorts? Neemt u dan minimaal 24 uur van tevoren contact op met de polikliniek.

Vervoer naar huis

Wij adviseren u dringend om niet zelf auto te rijden na de operatie. Regel daarom iemand die u naar huis kan brengen.

Resistente bacterie (BRMO)

Draagt u een resistente bacterie (bijvoorbeeld MRSA of ESBL) bij u? Dan kan dit voor uzelf en voor medepatiënten een risico geven bij een medische behandeling.

Het is daarom heel belangrijk dat u doorgeeft als u:

  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen of behandeld bent geweest, in een buitenlandse zorginstelling;
  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen bent geweest in een Nederlands ziekenhuis of verpleeghuis, waar een resistente bacterie aanwezig was;
  • in de afgelopen 2 maanden in een instelling voor asielzoekers heeft gewoond;
  • door uw beroep in contact komt levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens (bijvoorbeeld: varkens-, kalver- en pluimveehouders, veeartsen, medewerkers slachthuis);
  • woont op een bedrijf met varkens, kalveren of vleeskuikens;
  • ooit besmet bent geweest met een resistente bacterie;
  • contact heeft met iemand die een resistente bacterie bij zich draagt.

Zo nodig onderzoeken we dan of u een resistente bacterie bij u draagt of dat u een COVID-19-besmetting heeft. Als dat zo is dan nemen we in het ziekenhuis maatregelen om te voorkomen dat de bacterie of het virus zich verspreidt.

Geldt een van bovenstaande punten voor u, geef dit dan door aan de polikliniek of afdeling die het onderzoek of de behandeling met u heeft afgesproken.

Waar meldt u zich?

U meldt zich bij de Infobalie van het ziekenhuis. De medewerker van de Infobalie wijst u verder naar de juiste afdeling.

Voor de behandeling

U komt voor opname op de Hartlounge. De verpleegkundige bereidt u voor op de behandeling:

  • U krijgt een polsbandje om met uw naam en geboortedatum.
  • Uw bloeddruk en temperatuur worden gemeten.
  • U krijgt een infuusnaald in uw arm. Via deze infuusnaald krijgt u antibiotica.

Tijdens de behandeling

  • De verpleegkundige van de Hartkatheterisatiekamer haalt u op en brengt u naar de hartkatheterisatiekamer.
  • Voordat de arts de pacemaker plaatst krijgt u een plaatselijke verdoving.
  • De cardioloog brengt de pacemakerdraad of draden met behulp van röntgendoorlichting in. Via een ader onder het sleutelbeen schuift de cardioloog de pacemakerdraad of draden naar uw hart. Het kan zijn dat u hartkloppingen voelt bij het inbrengen van de draad. Dit is normaal.
  • De cardioloog kan de draden/elektrodes van de pacemaker in de rechterboezem, de rechterkamer en/of op de linkerkamer van het hart plaatsen.
  • De pacemakertechnicus controleert of de elektrodes op de juiste plaats liggen. Daarna brengt de cardioloog de pacemaker in. Deze wordt onder de huid, op de linker of rechter borstspier gelegd. Deze ruimte wordt pocket (zakje) genoemd.
  • Daarna hecht of lijmt de cardioloog de huid.

Het plaatsen van een pacemaker kan 1 tot 4 uur duren. Dit hangt ook af van het aantal draden die geplaatst worden.

  • Na het plaatsen van de pacemaker gaat u terug naar de Hartlounge.
  • Als alles goed verloopt mag u dezelfde dag nog naar huis.
  • Voordat u naar huis gaat wordt er nog een foto van uw borstkas gemaakt (X-thorax) en maakt de verpleegkundige een hartfilmpje (E.C.G.). U krijgt ook een mobiel hartbewakingskastje.
  • De verpleegkundige controleert de wond en vertelt u hoe u die thuis moet verzorgen.

Wat zijn de risico's?

Er zijn een aantal complicaties die kunnen voorkomen bij het plaatsen van een pacemaker:

  • Perforatie.
  • Tamponade. Bij een harttamponade hoopt zich vocht op in het hartzakje (pericard) dat om het het hart zit. Doordat het vocht niet weg kan lopen neemt de druk in het hartzakje steeds verder toe. Daardoor kan het hart het bloed niet goed meer opnemen en door het lichaam pompen.
  • Hartritmestoornissen.
  • Klaplong.
  • Verkeerde ligging van de pacemakerdraad(en).
  • Nabloeding.
  • Prikkeling van het middenrif.
  • Ontsteking wond/pocket.
  • Ontstoken weefsel kan vast gaan zitten aan de pacemaker- draad(en).
  • Slechte wondgenezing.
  • Verplaatsen of losraken van de pacemakerdraad.

Registratie van uw implantaat

Het JBZ registreert de gegevens van een ingebracht implantaat in uw dossier. U kunt deze gegevens zien in uw MijnJBZ onder het kopje ‘Dossier’ en vervolgens ‘Implantaten’. De informatie over uw implantaat staat ook in uw ontslagbrief. Staat een implantaat niet in uw MijnJBZ? Neem dan contact op met de polikliniek waar u onder behandeling bent.

Het JBZ levert de informatie over ingebrachte implantaten aan bij het Landelijke Implantaten Register (LIR). Dit is wettelijk verplicht. In het register staan alleen gegevens over het implantaat en niet uw patiëntgegevens. Mocht er een probleem optreden met een bepaald implantaat, dan neemt het LIR contact op met de zorgverleners die de implantaatgegevens hebben aangeleverd, zodat zij hun patiënten kunnen informeren.

Daarnaast levert het JBZ informatie over ingebrachte pacemakers en draden aan bij de NHR (Nederlandse Hart registratie) om de kwaliteit van zorg op cardiologisch en cardio-chirurgisch gebied te bewaken en te bevorderen.

Hechtingen

De wond kan worden gesloten met lijm of hechtingen. Heeft de cardioloog de wond gesloten met hechtingen, dan verwijdert de pacemakertechnicus deze bij de controle na 10 tot 14 dagen.

Waar moet u als pacemakerdrager rekening mee houden?

  • Goed werkende huishoudelijke apparaten, hebben meestal geen invloed op een goede werking van de pacemaker.
  • Meestal geven controlepoortjes op luchthavens en in winkels geen probleem.
  • Wij raden u aan om uw mobiele telefoon niet ter hoogte van de pacemaker te dragen. Zorg dat u altijd uw telefoon meer dan 15 cm bij de pacemaker vandaan houdt. Draag uw mobiele telefoon niet in uw borstzakje aan de kant van de pacemaker.
  • Vertel uw behandelaar altijd dat u een pacemaker draagt. Overleg zo nodig met uw cardioloog of het pacemakerteam.

Het volgende kan invloed hebben op uw pacemaker

  • Bepaalde medische handelingen waarbij elektrische apparaten worden gebruikt zoals bij: fysiotherapie, MRI onderzoek, elektrische pijnonderdrukkers, het elektrisch wegbranden van bijvoorbeeld wratten en moedervlekken,- radiotherapeutische bestraling en een operatie.
  • Als u in de buurt bent van sterke zendinstallaties zoals een (amateur)radiozendstation.
  • Niet afgeschermde elektrische apparaten en machines waar elektrische vonken vanaf kunnen komen. Bespreek dit in voorkomende gevallen met het pacemakerteam.

Wat doet u bij problemen thuis?

Heeft u in de eerste 10 dagen na de ingreep problemen die te maken hebben met de operatie, dan belt u naar het ziekenhuis. Ná 10 dagen belt u met uw huisarts.

  • Tijdens kantoortijden belt u naar de polikliniek Cardiologie, telefoonnummer (073) 553 60 40, keuze 3.
  • Bij onwel worden, een pussende wond of bij meer zwelling na een pacemakerplaatsing, belt u buiten kantoortijden naar de afdeling Hartbewaking (CCU), telefoonnummer (073) 553 25 00.

1e controle

Na het plaatsen van de pacemaker heeft u de volgende werkdag een afspraak op de functieafdeling Cardiologie. Met speciale apparatuur controleert de pacemakertechnicus uw pacemaker van buitenaf en stelt deze zo nodig bij.

2e controle

De volgende pacemakercontrole is 10 tot 14 dagen later. De pacemakertechnicus verwijdert dan zo nodig de hechtingen en bekijkt de wond. Ook wordt de pacemaker nog een keer doorgemeten en zo nodig bijgesteld. Voor deze afspraak krijgt u tijdens de eerste controle van de pacemakertechnicus een afsprakenbrief mee.

Pacemakerpas

Tijdens de eerste controle krijgt u van de pacemakertechnicus een pacemakerpas. Hierop staan de meest belangrijke gegevens over u en uw pacemaker. Deze pas moet u altijd bij u hebben, zodat u deze aan de hulpverlener af kunt geven als er iets aan de hand is.

Vragen over het plaatsen van de pacemaker

Heeft u vragen over de operatie? Belt u dan naar het secretariaat van de Hartkatheterisatiekamer, telefoonnummer (073) 553 30 36.

Heeft u vragen over de pacemaker, dan kunt u deze stellen aan de medewerkers van het Pacemakerteam, telefoonnummer (073) 553 22 21. U kunt hen bereiken op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur.