Headerafbeelding
Operatiedossier Operatiekamer 2
Behandeling

Operatie bij een dogear

Na een operatie kan weefsel achterblijven en zich ophopen. Dit heet een dogear. Een dogear zit meestal aan het uiteinde van een litteken. Een dogear ontstaat als deze tijdens een eerdere operatie niet voorkomen kan worden. Of doordat de dogear eerst niet te zien was tijdens de operatie.

Tijdens een operatie wordt de zwelling verwijderd. Hierdoor ziet het litteken er beter uit.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling.

Betrokken afdelingen

Code PCH-100
Laatste revisie: 6 augustus 2021 - 09:25
Hoe verloopt de behandeling?

Operatie bij een dogear

Plaatselijke verdoving of algehele narcose

Er zijn twee mogelijkheden voor de verdoving: plaatselijke verdoving of algehele narcose. Het ligt aan de grootte van de dogear welke verdoving u krijgt. Uw behandelend arts overlegt met u hierover.

Krijgt u een operatie onder plaatselijke verdoving? Dan heeft u geen speciale voorbereiding nodig.

Krijgt u een operatie onder narcose? Dan is goede voorbereiding belangrijk. Lees onderstaande voorbereiding goed door.

 

Kunt u op de vastgestelde opnamedatum niet komen?

Belt u dan zo snel mogelijk, maar uiterlijk een werkdag voor de opnamedatum, naar de polikliniek. Bent u de dagen voor de operatie erg verkouden? Moet u veel hoesten of heeft u koorts? Neemt u dan minimaal 24 uur van tevoren contact op met de polikliniek.

Preoperatieve Screening en Centraal Apotheek Punt

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom heeft u enige tijd voor uw opname in het ziekenhuis een afspraak met het Centraal Apotheek Punt (CAP) en de afdeling PreOperatieve Screening (POS/Intake). Dit zijn meestal telefonische afspraken. De anesthesist kan het om medische redenen nodig vinden dat u naar het ziekenhuis komt voor de afspraak. Deze afspraak op de afdeling POS/Intake duurt dan ongeveer 1 uur.

Let op! De afspraken met het CAP en POS/Intake zijn belangrijk; uw operatie kan zonder deze afspraken niet door gaan. Heeft u een belafspraak; zorg dan dat u goed bereikbaar bent en de tijd heeft om alle vragen goed te beantwoorden.

Op www.jbz.nl/anesthesie leest u meer over de verdoving en bewaking tijdens de operatie. Als u hierover vragen heeft, kunt u deze bespreken tijdens uw afspraak met de afdeling POS/Intake.

Informatieboekje POS/Intake

Op de afdeling POS/Intake krijgt u een informatieboekje mee. Hierin leest u belangrijke informatie die u nodig heeft bij de voorbereiding op uw opname. Lees dit boekje goed door!

Nuchter zijn

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf een bepaald tijdstip niets meer mag eten en drinken. U krijgt hierover uitleg van het Planbureau.

Vervoer naar huis

Wij adviseren u dringend om niet zelf auto te rijden. Regel daarom iemand die u naar huis kan brengen.

Resistente bacterie (BRMO)

Draagt u een resistente bacterie (bijvoorbeeld MRSA of ESBL) bij u? Dan kan dit voor uzelf en voor medepatiënten een risico geven bij een medische behandeling.

Het is daarom heel belangrijk dat u doorgeeft als u:

  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen of behandeld bent geweest, in een buitenlandse zorginstelling;
  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen bent geweest in een Nederlands ziekenhuis of verpleeghuis, waar een resistente bacterie aanwezig was;
  • in de afgelopen 2 maanden in een instelling voor asielzoekers heeft gewoond;
  • door uw beroep in contact komt levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens (bijvoorbeeld: varkens-, kalver- en pluimveehouders, veeartsen, medewerkers slachthuis);
  • woont op een bedrijf met varkens, kalveren of vleeskuikens;
  • ooit besmet bent geweest met een resistente bacterie;
  • contact heeft met iemand die een resistente bacterie bij zich draagt.

Zo nodig onderzoeken we dan of u een resistente bacterie bij u draagt of dat u een COVID-19-besmetting heeft. Als dat zo is dan nemen we in het ziekenhuis maatregelen om te voorkomen dat de bacterie of het virus zich verspreidt.

Geldt een van bovenstaande punten voor u, geef dit dan door aan de polikliniek of afdeling die het onderzoek of de behandeling met u heeft afgesproken.

Waar meldt u zich?

U meldt zich bij de Infobalie van het ziekenhuis. De medewerker van de Infobalie wijst u verder naar de juiste afdeling.

Voor de behandeling

De verpleegkundige ontvangt u op de afdeling en bereidt u verder voor op de behandeling. Als u aan de beurt bent voor de operatie, brengt de verpleegkundige van de afdeling u naar het Operatiecentrum

De verpleegkundige brengt u eerst naar de 'holding'. Dit is de voorbereidingsruimte. Hier draagt de verpleegkundige u over aan de anesthesiemedewerker.

Op de holding sluiten we u aan op bewakingsapparatuur. U krijgt plakkers op de borst om de hartslag te meten en een klemmetje op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. Ook krijgt u een band om uw arm waarmee de bloeddruk wordt gemeten. Verder krijgt u een infuus in uw hand of arm. Hierdoor kunnen we u medicijnen geven.

Het kan zijn dat de operateur en/of de anesthesioloog daarna nog langskomen om een paar laatste vragen te stellen. We brengen u vervolgens naar de operatiekamer.

Wat gebeurt er tijdens de operatie onder plaatselijke verdoving?

Vlak voor de operatie wordt de dogear gemarkeerd. Op de Poliklinische Operatiekamer zet de arts de verdoving. Dit gebeurt met een prik op een aantal plaatsen. Dan verwijdert de plastisch chirurg de zwelling. Het effect is meteen zichtbaar. Daarna wordt de plek afgeplakt mer een pleister.

Wat gebeurt er tijdens de operatie onder narcose?

Op de operatiekamer brengt de anesthesist u onder narcose. De plastisch chirurg verwijdert dan de zwelling. Het effect is meteen zichtbaar. Daarna wordt de plek afgeplakt met een pleister.

Naar huis

Na de operatie zijn de wonden afgeplakt. Bent u hersteld van de narcose of de plaatselijke verdoving? Dan mag u weer naar huis.

Wat zijn de risico's?

Uw behandelend arts heeft de risico's met u besproken, zoals een infectie of een bloeding.

Daarnaast is er de kans dat de operatie niet genoeg helpt. Uw behandelend arts heeft met u de opties besproken die u dan heeft.

Herstel thuis

Uw lichaam heeft na de operatie tijd nodig om te herstellen. Daarom kunt u zich na de operatie moe voelen. Ook kan uw reactievermogen wat vertraagd zijn. De adviezen die we u meegeven helpen u om te herstellen. Ook heeft u hierdoor minder kans op eventuele problemen die kunnen ontstaan door de operatie (complicaties).

Leefregels en adviezen voor thuis

  • Om goed te herstellen, heeft de wond rust nodig.
  • Heeft u een buikwond? Dan kan een drukkende corsetbroek prettig zijn.
  • Heeft u pijn? Dan kunt u tot 4 x per dag 1000 mg paracetamol gebruiken als pijnstilling.
  • Douchen mag na 2 dagen.
  • Sporten mag pas weer na 6 weken.

Wat doet u bij problemen thuis na een operatie?

Krijgt u vóór uw controleafspraak meer pijn of blijft u pijn houden? Of zijn er andere problemen die te maken hebben met de operatie, dan belt u het ziekenhuis.

Tijdens kantooruren belt u naar de polikliniek Plastische Chirurgie, telefoonnummer: (073) 553 60 15. In dringende gevallen buiten kantoortijden belt u de afdeling Spoedeisende Hulp, telefoonnummer: (073) 553 27 00.

Bij vragen of problemen ná uw eerste controleafspraak belt u uw huisarts. Heeft u geen controleafspraak in het ziekenhuis? Dan belt u met het ziekenhuis bij problemen in de eerste 10 dagen na de operatie. Ná 10 dagen belt u met uw huisarts.

Na twee weken heeft u een controleafspraak op de polikliniek Plastische Chirurgie.

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u deze stellen aan uw plastisch chirurg. Het kan handig zijn uw vragen voor het gesprek op te schrijven.

De eerste twee dagen belt u tijdens kantooruren naar de polikliniek Plastische Chirurgie, telefoonnummer: (073) 553 6015.

Buiten kantooruren belt u de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer: (073) 553 2700

Na twee dagen na de operatie belt u uw huisarts.