Headerafbeelding
Vaas op tafel in wachtkamer met zicht op binnentuin
Behandeling

Endocriene therapie bij borstkanker

Met een endocriene therapie wordt de groei van borstkankercellen geremd.

Deze kwaadaardige cellen hebben geslachtshormonen nodig om te kunnen groeien. Door deze hormonen buiten werking te stellen, sterven de borstkankercellen af. Endocriene therapie moet, wanneer het als aanvullende behandeling wordt gegeven, minimaal 5 jaar gevolgd worden. In deze informatie leest u meer over de behandeling met endocriene therapie.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling

Praktische tips

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Code ONC-211
Laatste revisie: 21 april 2021 - 09:21
Hoe verloopt de behandeling?

Endocriene therapie bij borstkanker

Algemeen

Het woord ‘hormoon’ komt van het Griekse woord hormaein, dat ‘aansporen, in beweging zetten’ betekent. Hormonen zijn stoffen die in het lichaam boodschappen overbrengen. Ze geven opdrachten om bepaalde processen in gang te zetten of te stoppen.

Een aantal organen in uw lichaam heeft hormonen nodig om goed te kunnen werken. Sommige organen hebben dit ook nodig voor hun groei en ontwikkeling. Voorbeelden zijn borstklier, schildklier, prostaat en slijmvlies van de baarmoeder. Als in deze organen kanker ontstaat, is die vaak (voor een deel) afhankelijk van de aanwezigheid van hormonen. Zolang de hormonen aanwezig zijn kan de tumor groeien. Zonder deze hormonen kan de groei van de tumor stoppen, kan deze kleiner worden of zelfs (tijdelijk) verdwijnen. Van dit gegeven maken we gebruik bij endocriene therapie.

De behandeling met endocriene therapie kan op verschillende manieren worden gebruikt.

  • De organen waar hormonen worden gemaakt, kunnen bijvoorbeeld worden verwijderd.
  • Met medicijnen die de aanmaak of werking van bepaalde hormonen remmen of blokkeren. Deze worden ‘antihormonen’ (endocriene therapie) genoemd.
  • Met hormonen die kankercellen kunnen laten afsterven.

Endocriene therapie bestaat dus meestal uit het blokkeren van de werking of afname van de productie van eigen hormonen. In zeldzame gevallen worden extra hormonen toegediend. Daarbij zorgt juist de extra toediening voor de afremming van de kanker. Endocriene therapie kan soms naast behandeling met chemotherapie, radiotherapie of operatie gegeven worden. Bij endocriene therapie kan het wel enkele maanden duren voordat er effect optreedt.

Endocriene therapie bij borstkanker

Borstkliercellen hebben de hormonen oestrogeen en progesteron nodig om te kunnen werken en om te groeien. Die hormonen worden vooral in de eierstokken gemaakt en gedeeltelijk ook in de bijnieren en in het onderhuids vetweefsel. De hormonen hechten zich aan de borstkliercellen op speciale hechtplaatsen: de receptoren.

Borstkankercellen hebben vaak ook deze receptoren. Als dat het geval is, kunnen oestrogeen en progesteron zich hechten aan de tumorcellen. Daardoor groeien de tumorcellen. De tumorcel wordt dan ‘hormoongevoelig’ genoemd.

Hormoongevoelige tumor

Bij ongeveer 30 procent van de vrouwen die nog menstrueren, is de tumor hormoongevoelig. Bij vrouwen na de overgang is dit percentage hoger: rond 65 procent. Als de tumor hormoongevoelig is, kan bij de behandeling van de borstkanker endocriene therapie worden gegeven.

Endocriene therapie wordt soms als enige behandeling gegeven. Vaak wordt endocriene therapie gegeven als nabehandeling. Dus nadat de tumor uit de borst is weggenomen of is bestraald of na chemotherapie. Dit wordt een adjuvante behandeling genoemd. Adjuvant betekent aanvullend. Deze behandeling zorgt ervoor dat zeer kleine, niet opgemerkte kankercellen niet meer kunnen uitgroeien en daarmee uitdoven.

Soms schrijft de arts endocriene therapie voor als er nog wel een tumor en/of uitzaaiingen aanwezig zijn. De endocriene therapie kan dan bijdragen aan het remmen van de tumorgroei. Men spreekt dan van een palliatieve behandeling. Genezing is dan niet meer mogelijk, maar wel (voor langere tijd) de kanker remmen en zelfs tot stilstand brengen.

Hoe werkt endocriene therapie?

Het doel van endocriene therapie is het remmen of blokkeren van de geslachtshormonen. Op die manier wordt de groei van de tumor of van de uitzaaiingen afgeremd. Endocriene therapie remt ook de vorming van een nieuw gezwel uit een achtergebleven tumorcel of de groei van niet-genezen borstkanker.

Hoe lang duurt behandeling met endocriene therapie?

Vrouwen die een aanvullende (adjuvante) hormoonbehandeling krijgen, moeten deze medicijnen meestal 5 tot 7 en soms zelfs 10 jaar gebruiken om de kankercellen zo goed en zo definitief mogelijk uit te schakelen.

Vrouwen met uitzaaiingen die de endocriene therapie als palliatieve behandeling krijgen, gebruiken de medicijnen meestal levenslang om de tumor te onderdrukken.

Gebruik endocriene therapie

Endocriene therapie kan op een aantal manieren worden gebruikt. Er zijn verschillende vormen van endocriene therapie. Welke behandeling uw arts voorstelt, hangt af van verschillende omstandigheden: bent u al in de overgang of niet, is het een aanvullende behandeling of een palliatieve behandeling.

Specifieke informatie

U krijgt apart de specifieke informatie over het medicijn(en) dat de arts u heeft voorschreven.

Bij endocriene therapie kunnen er bijwerkingen zijn. Of u last krijgt van bijwerkingen, hangt bijvoorbeeld af van de functie die uw eigen hormonen hadden voordat ze door de therapie werden uitgeschakeld of tegengewerkt. Met andere woorden: was u op dat moment vóór, in of na de overgang. Daarnaast worden bijwerkingen ook bepaald door het soort endocriene therapie. En natuurlijk reageert iedereen anders op medicijnen, ook al gaat het om dezelfde behandeling.

Overgangsklachten

Door de endocriene therapie kan het zijn dat u in de (vervroegde) overgang komt. Dit hangt af van uw eventuele voorbehandeling met chemotherapie en uw menopauzale situatie voor de start van de behandeling. Bespreek met uw verpleegkundig specialist wat dat voor u betekent.

Opvliegers

Opvliegers is de meest voorkomende overgangsklacht. Opvliegers worden veroorzaakt doordat bepaalde gebieden in de hersenen (verantwoordelijk voor temperatuurregeleng) verstoord worden door het stopzetten van de oestrogeenproductie. Van het een op het andere moment ontstaat er een warmtegolf die vanuit de borst, rug en armen naar het hoofd stijgt. Dit gaat vaak samen met een rood gezicht en hevig zweten.

Opvliegers kunnen overdag en ‘s nachts, binnenshuis en buitenshuis voorkomen en dat staat los van hoe koud of warm het op dat moment is. Er zijn vrouwen die af en toe een opvlieger hebben en anderen hebben er vele keren per dag last van. Ook ‘s avonds en ‘s nachts kunt u last hebben van opvliegers. Uw nachtrust kan daardoor verstoord raken, waardoor u overdag vermoeid en prikkelbaar kunt zijn.

Een opvlieger kan een paar seconden duren, maar ook vele minuten aanhouden. Vaak gaat een opvlieger samen met een verhoogde hartslag en zweten. Vooral ‘s nachts kunt u daardoor heftig zweten. Stress kan zorgen voor meer en heftigere opvliegers.

Wat kunt u zelf doen?

  • Zorg voor ontspanning.
  • Zoek afleiding.
  • Houdt een opvliegerdagboek bij om uw problemen in kaart te brengen. Wanneer heeft u een opvlieger, hoelang duurt het, hoe ernstig is het, was er een uitlokkende factor zoals eten, drinken, stress enzovoort.
  • Draag luchtige kleding. Het liefst kleding van natuurlijke materialen, zoals katoen.
  • Zorg voor een goed geventileerde, koele slaapkamer en niet te warm beddengoed. Het liefst ook van natuurlijke materialen, zoals katoen.
  • Bij sommige mensen zou alcohol, roken, heet en gekruid eten, cafeïne, chocolade, koolzuurhoudende dranken, bessen en witte suiker voor het ontstaan van opvliegers kunnen zorgen. Probeer zelf uit of u daar gevoelig voor bent.
  • Beweeg regelmatig.
  • Soms kunnen medicijnen de klachten wat verminderen. Bespreek dat met uw arts.

Belangrijk

Voeding, kruidenmiddelen en homeopathische middelen tegen opvliegers kunnen oestrogeenachtige effecten hebben. Deze kunnen dus uw behandeling voor kanker tegenwerken. Bespreek dit altijd met uw arts voordat u deze middelen gaat gebruiken!

Lees hier meer informatie over wat u kunt doen bij overgangsklachten.

Slaapproblemen

Behandeling met endocriene therapie kan slaapstoornissen geven. Door opvliegers ’s nachts kan uw nachtrust behoorlijk verstoord raken. Hierdoor kunt u moeite hebben met activiteiten overdag, maar ook vermoeidheid of stemmingswisselingen kunnen verergeren.

Vermoeidheid

Door de verandering in de hormoonhuishouding kunt u zich meer vermoeidheid voelen. Maar vermoeidheid kan ook ontstaan als gevolg van de ziekte, de behandeling en/of de geestelijke belasting. Deze vermoeidheid wordt na de behandelingen langzaam minder. Het is mogelijk dat uw vermoeidheid niet helemaal overgaat. De klachten die u kunt hebben als gevolg van vermoeidheid zijn bijvoorbeeld:

  • (ernstige) lichamelijke vermoeidheid;
  • beperking in uw dagelijks leven;
  • slaapproblemen;
  • concentratie problemen;
  • vergeetachtigheid;
  • emotioneel reageren;
  • piekeren;
  • angstig zijn.

Wat kunt u zelf doen?

  • Neem voldoende tijd om te rusten, ga bijvoorbeeld ’s middags een uurtje naar bed.
  • Verdeel de activiteiten die u wilt doen of moet doen over de dag of over de week.
  • Probeer uw conditie op peil te houden door toch in beweging te blijven. Probeer elke dag 30 minuten te bewegen of te sporten. De tijd kunt u ook verdelen over de dag, bijvoorbeeld 2 keer 15 minuten. Deze vermoeidheid gaat niet over door veel te rusten.
  • Zorg voor een goede en regelmatige nachtrust.
  • Eet goed en gezond.
  • Bespreek uw problemen met uw naasten. Maak gebruik van de hulp die u wordt aangeboden door familie of vrienden. U heeft dan meer tijd en mogelijk meer energie voor de dingen die u leuk vindt.
  • Stel nieuwe grenzen aan uw mogelijkheden/beperkingen.
  • Bepaal voor uzelf wat echt belangrijk is en durf nee te zeggen.
  • U kunt meer informatie vragen over het revalidatieprogramma Herstel & Balans. Deze training heeft een positieve invloed op vermoeidheid.
  • Bespreek uw vermoeidheidsklachten met uw verpleegkundige of uw arts.

Lees hier meer informatie over Minder moe bij kanker.

Concentratiestoornissen

Veranderingen in de hormoonhuishouding kunnen er voor zorgen dat u meer moeite heeft om u te concentreren en dat u wat makkelijker dingen vergeet.

Stemmingsstoornissen

Door de verandering in de hormoonhuishouding kunt u gevoeliger zijn voor stemmingswisselingen. Vrouwen geven aan vaak prikkelbaarder te zijn, gemakkelijker geïrriteerd te raken, sneller uit hun evenwicht te raken, soms zo dat ze zichzelf niet herkennen. Depressieve gevoelens kunnen ontstaan als direct gevolg van de overgang, maar ook doordat u geconfronteerd wordt met het hele ziekte- en behandelproces.

Wat kunt u zelf doen?

  • Geef uw gevoel de ruimte.
  • Probeer uw gevoelens bespreekbaar te maken met uw naasten.
  • U kunt contact zoeken met lotgenoten voor een stuk (h)erkenning.
  • Bespreek uw stemmingswisselingen met uw arts of verpleegkundige. Eventueel kan in overleg met u de psycholoog ingeschakeld worden.

Hoofdpijn

Er is een duidelijke relatie tussen hormonale verandering en hoofdpijn. Hoe het komt dat hormonen hoofdpijn of migraineaanvallen beïnvloeden, is onbekend.

Wat kunt u zelf doen?

  • Leg een koud, nat washandje op uw hoofd.
  • Zorg voor ontspanning.
  • Zoek afleiding.
  • Zorg voor een rustige omgeving.
  • Gebruik zo nodig een pijnstiller (paracetamol).

Gewichtstoename

Tijdens een behandeling met endocriene therapie bij borstkanker kan het zijn dat uw gewicht blijvend met enkele kilo’s toeneemt. De oorzaak hiervan is niet precies bekend. Gewichtstoename tijdens endocriene therapie kan ook worden veroorzaakt doordat u vocht vasthoudt. Bepaalde endocriene therapie kan uw eetlust verhogen waardoor u in gewicht aankomt.

Wat kunt u zelf doen?

  • Ga bewust om met eten en bewegen.
  • Beweeg voldoende.
  • Let op het gebruik van vetten en suikers.
  • Juist door genoeg water en thee zonder suiker te drinken, kunt u het vocht vasthouden tegengaan.
  • Overleg met een diëtiste over de gewichtstoename.

Lees hier meer informatie over voeding na de behandeling.

Huid en haar

Huid

Door de hormonale veranderingen kan ook uw huid veranderen:

  • Deze kan droger worden doordat er minder talg wordt gemaakt.
  • Uw huid kan dunner worden doordat er minder huidcellen worden aangemaakt.
  • Uw huid kan slapper worden doordat er minder collageen en elastine in uw huid zit.
  • U kunt meer gezichts- en/of lichaamsbeharing krijgen.

Wat kunt u zelf doen?

  • Lees meer over tips en adviezen in de informatie ‘Adviezen voor uiterlijke verzorging’
  • Elke 2 maanden is er in het ziekenhuis een 'workshop Uiterlijke verzorging' Deze worden samen met de organisatie 'Look Good...Feel Better' georganiseerd. Daarin aandacht wordt besteed aan uiterlijke veranderingen en zijn bedoeld voor vrouwen met kanker tijdens en/of (kort) na hun behan­deling. Uw verpleegkundig specialist kan u hier meer over vertellen.

Dunner wordend haar

Door de behandeling met endocriene therapie kan uw haar dunner worden. Ook kunt u wat meer haarverlies hebben dan normaal. Maar bij endocriene therapie zie je nooit volledige kaalheid zoals wel bij chemotherapie gebeurt.

Wat kunt u zelf doen?

  • Gebruik voor het wassen van uw haar geen agressieve shampoos, maar een milde alledag shampoo.
  • Was uw haar met lauw water, nooit te heet. Spoel uw haar goed uit.
  • Masseer uw hoofdhuid zacht en voorzichtig tijdens het wassen.
  • Na het wassen kunt u een conditioner gebruiken.
  • Droog het haar voorzichtig met een zachte handdoek.
  • Gebruik een grove kam bij het uitkammen. Doe dit voorzichtig en terwijl het haar nog vochtig is. Daarmee voorkomt u klitten.

Droge vagina

Door het afnemen van oestrogeen worden de slijmvliezen droger en dunner. Behalve de slijmvliezen van uw ogen, neus en mond zijn het vooral de slijmvliezen van de vagina die klachten kunnen geven. Zo wordt uw vagina gevoeliger voor irritaties. Klachten waar u last van kunt hebben zijn:

  • afscheiding;
  • jeuk;
  • droogheid;
  • bloedvlies;
  • pijn bij het vrijen, doordat de vagina droog is.

Wat kunt u zelf doen?

  • Een droge vagina kan de hele dag een onprettig gevoel geven. Ook kan het pijn en ongemak geven bij het vrijen. Neem voldoende tijd bij het voorspel. Het is nu extra belangrijk om aan te geven wat u prettig en onprettig vindt of wat zelfs pijnlijk is. Gebruik zo nodig een glijmiddel bij seksueel contact. De meeste glijmiddelen werken vrij lang. Als u dat wilt kunt u ze al een tijdje voor het vrijen aanbrengen. Een voorbeeld van een goed glijmiddel is Pjur
  • Heeft u veel last en ongemak kunt u er over nadenken om medicijnen te gebruiken die de vochtigheid van het vaginaslijmvlies weer wat herstellen. U kunt beter geen medicijnen gebruiken waar hormonen in zitten of deze alleen korte tijd te gebruiken na overleg met uw behandelend arts. Een middel wat u veilig kunt gebruiken en waar geen hormonen inzitten is Pre menoduo of hyalofemme.
  • Gebruik geen zeep bij het wassen van uw vagina en draag luchtig katoenen ondergoed.
  • Bespreek samen uw lichamelijke veranderingen.
  • Neem contact op met uw arts bij vaginaal bloedverlies.
  • Let op bij jeuk en/of verandering, in geur en kleur, van de vaginale afscheiding. Dit kan namelijk ook wijzen op een schimmelinfectie. Neem dan ook contact op met uw verpleegkundig specialist of behandelend arts.

Merknamen

In deze informatie staan sommige middelen met merknaam genoemd. Dit is alleen om de herkenbaarheid te vergroten, u mag natuurlijk ook soortgelijke producten van andere merken gebruiken.

Verandering en/of minder zin hebben in seks (libidoverlies)

Verandering en/of vermindering van de de zin in vrijen is een bijwerking van endocriene therapie. Hierdoor kunt u problemen in de seksuele relatie ervaren en minder zin in vrijen te hebben. Minder zin om te vrijen betekent natuurlijk niet automatisch dat u minder behoefte heeft aan intimiteit.

Ook uw partner kan het soms moeilijk vinden om lichamelijk contact te hebben, bijvoorbeeld omdat deze denkt dat u daar nog niet aan toe bent. Voor u beiden is het belangrijk dat er aandacht is voor de verschillende gevoelens en behoeften. Neem samen de tijd om weer vertrouwd te raken met uw lichaam en te verwerken wat er veranderd is door de ziekte en de behandeling. Het is een situatie waar u en uw partner zelf een oplossing voor kunnen zoeken, eventueel met behulp van een therapeut.

Wat kunt u zelf doen?

  • Heb aandacht voor elkaar, praat met elkaar.
  • Bespreek zo nodig uw seksuele probleem met uw arts of verpleegkundig specialist.
  • Eventueel kan de arts in overleg met u de seksuoloog inschakelen.

Urineverlies

Doordat de hoeveelheid oestrogenen afnemen, wordt het weefsel rond de blaasuitgang slapper. Daardoor kan het zijn dat u uw plas minder makkelijk kunt ophouden. Ook lukt het leegplassen van de blaas minder goed; hierdoor kan gemakkelijk een blaasontsteking ontstaan.

Wat kunt u zelf doen?

  • Probeer altijd volledig uit te plassen.
  • Probeer uw bekkenbodemspieren te trainen. Dit kan staand, liggend of zittend: trek uw bekkenbodem in, alsof u heel heftig uw plas ophoudt. Houdt dit enkele seconden aan en ontspan daarna weer. Nog beter is om uw bekkenbodem in stapjes in te trekken: telkens iets verder, en daarna weer in stapjes los te laten. Herhaal dit 10 keer en doe deze oefening 3 keer per dag.
  • Gebruik zo nodig absorberend incontinentiemateriaal. Deze zijn er in verschillende soorten en maten. De apotheek kan u hierover meer informatie geven. Gebruik geen gewoon maandverband, inlegkruisjes of wc-papier in uw ondergoed, dit gaat namelijk ruiken en irriteren.
  • Heeft u problemen bij het plassen, neem dan contact op met uw arts.

Onvruchtbaarheid

Zijn bij u de eierstokken verwijderd of als de werking ervan is stilgelegd, zoals bij endocriene therapie gebeurt, dan raakt u onvruchtbaar. Bij verwijdering van de eierstokken is dit definitief. Als endocriene therapie de werking van de eierstokken stil legt dan kunt u na het stoppen met endocriene therapie meestal weer vruchtbaar worden. Wanneer de endocriene therapie stopt en uw menstruatie terugkeert, is een zwangerschap soms nog mogelijk. Daarom is het belangrijk om voor goede voorbehoedsmiddelen te zorgen.

U kunt beter niet ‘de pil’ gebruiken. Het is beter om niet hormonale voorzorgsmaatregelen te nemen, bijvoorbeeld condooms of een spiraaltje zonder hormonen. Er zijn nog onvoldoende onderzoekgegevens van het gebruik van het Mirena®-spiraal bij vrouwen die borstkanker hebben gehad.

Wat kunt u zelf doen?

Bespreek met uw arts of verpleegkundig specialist wat voor u de gevolgen van de endocriene therapie kunnen zijn op het gebied van (on-)vruchtbaarheid.

Gewrichtsklachten

30 tot 40 % van de vrouwen die behandeld worden met een aromataseremmer hebben last van (soms ernstige) bot- en gewrichtsklachten. Oestrogenen hebben invloed op de aanmaak van gewrichtsvloeistof. Deze aanmaak is tijdens de overgang verminderd. Hierdoor kunnen bewegingen stroever en pijnlijk zijn. Vooral ‘s ochtends bij het opstaan voelen de gewrichten pijnlijk en stijf aan. Wanneer u weer gaat bewegen worden de klachten vrij snel minder.

Wat kunt u zelf doen?

  • Soms kan een warme douche wat verlichting geven.
  • Blijf bewegen!
  • Let op uw gewicht. Hoe zwaarder u bent hoe meer u uw gewrichten belast.
  • Mocht u last hebben van ernstige bot- en gewrichtsklachten bespreek dit dan met uw arts. Deze kan eventueel medicijnen tegen de pijn voorschrijven.

Botontkalking (osteoporose) en botbreuken

Na de overgang gaat bij alle vrouwen de botdichtheid achteruit. Dit heet osteoporose of botontkalking. Oestrogeen is namelijk belangrijk voor de botaanmaak. Na de overgang is de oestrogeen- en progesteronspiegel flink afgenomen. Daardoor kan er dus (versneld) botontkalking optreden, wat kan leiden tot een verhoogd risico op botbreuken. Dit geldt vooral als u aromataseremmers krijgt (anastrozol, exemestaan en letrozol) en voor vrouwen die (zeer) vroeg in de overgang raken.

Meer informatie leest u in de informatie 'Sterke botten bij borstkanker'.

Misselijkheid

Als u last heeft van misselijkheid, dan is dit vooral aan het begin van de behandeling. Meestal verdwijnt dit vanzelf 3 of 4 weken na de start van de behandeling.

Wat kunt u zelf doen?

  • Drink voldoende, minimaal 1.5 liter per dag. Dit zijn 10 tot 15 glazen of kopjes, al het vocht telt mee: thee, water, melk, sap, koffie, bouillon, soep, vla, yoghurt.
  • Als u te weinig drinkt dan verergert de misselijkheid.
  • Gebruik regelmatig kleine maaltijden. Te veel eten in 1 keer kan de misselijkheid verergeren.
  • Met een lege maag wordt de misselijkheid soms erger. Eet vaker een klein beetje. Ga niet meer eten dan u gewend bent, maar verdeel het eten over de hele dag.
  • Zorg voor voldoende rust rondom de maaltijden.
  • Weeg u zelf 1 keer per week.
  • Vraag eventueel de hulp van een diëtist in.
  • Blijft u klachten houden, of heeft u een gewichtsverlies van meer dan 3 kilo? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.

Trombose en hart- en vaatziekten

Trombose is een bloedstolsel (bloedprop) in een bloedvat. Als het stolsel groeit, kan het uw bloedvat verstoppen. Daardoor kan het bloed niet goed meer door het bloedvat stromen. U merkt dat aan de volgende klachten:

  • Uw been of arm is rood en dik, voelt warm aan en is pijnlijk/gevoelig (trombosebeen of -arm).
  • U wordt kortademig (longembolie).

Neem bij bovenstaande klachten direct contact op met uw arts!

Soja bevat isoflavonen. Dit zijn plantaardige oestrogenen (fyto-oestrogenen). De chemische structuur ervan kunt u vergelijken met de oestrogenen in uw lichaam. Als u endocriene therapie krijgt kan dit een nadeel zijn. Tot nu toe zijn in onderzoeken geen nadelige gevolgen van sojagebruik gebleken. Daarom krijgt u het volgende advies:

  • Gebruik niet meer dan 3 voedingsmiddelen per dag waar van nature soja in zit, zoals smeer- en bereidingsvetten, sojascheuten, sojamelk, sojayoghurt, tahoe, tempé en vegetarische vleesvervangers.
  • Gebruik geen supplementen met een hoge dosis soja, fyto-oestrogenen of isoflavonen (daidzeïne, genisteïne). Deze namen zijn terug te vinden op de verpakkingen van supplementen.
  • Meer informatie kunt u lezen op de website Voeding & kanker info.

Uw arts heeft u verteld en u heeft kunnen lezen dat de behandeling met endocriene therapie een belangrijke behandeling is om het risico op terugkeer van de borstkanker zo klein mogelijk te maken.

In het geval van palliatieve behandeling is endocriene therapie bedoeld om de borstkanker onder controle te houden. Het is daarom belangrijk dat u iedere dag deze medicijnen inneemt. Om de kans op vergeten zo klein mogelijk te maken, kunt u bijvoorbeeld een alarm op uw telefoon zetten en/of een vast ritme ontwikkelen wanneer u uw medicijnen inneemt.

Als u last krijgt van bijwerkingen die invloed hebben op uw kwaliteit van leven, geef dit dan door aan uw arts of verpleegkundige. Zij kunnen dan samen met u bekijken hoe dit het beste aangepakt kan worden en hoe u zo goed mogelijk met de behandeling kunt doorgaan.

Wanneer moet u contact opnemen?

Krijgt u last krijgt van bijwerkingen? Dan raden wij u aan om deze eerst enkele dagen tot weken af te wachten. Vaak verdwijnen de klachten na een tijdje weer als uw lichaam gewend is aan de behandeling.

Bespreek de bijwerkingen waar u last van heeft in ieder geval ook met uw arts of verpleegkundige. Zij kunnen u tips geven over hoe u de last kunt verminderen, die u van bijwerkingen heeft. Heeft u vragen en/of onacceptabele bijwerkingen kunt u contact opnemen tijdens het verpleegkundig spreekuur.

Wanneer moet u direct contact opnemen?

Bij bepaalde klachten zoals verdenking van een trombosebeen of arm en/of longembolie moet u direct contact opnemen met uw arts. De klachten waarvoor dit geldt vindt u terug in de specifieke informatie van het medicijn dat u krijgt voorgeschreven.

Heeft u (medische) vragen tijdens kantooruren? Dan kunt u bellen met het secretariaat van het Oncologisch centrum: telefoonnummer (073) 553 82 25.

  • Met medische vragen en/of zorgproblemen vragen we u als het kan te bellen van maandag t/m vrijdag tussen 09.00 - 10.30 uur. Als de secretaresse uw vraag niet kan beantwoorden, wordt terug gebeld door de verpleegkundig specialist.
  • Met spoedvragen kunt u tot 17.00 uur bellen

Spoedvragen buiten kantooruren

Voor dringende zaken ’s avonds na 17.00 uur, ’s nachts en in het weekend kunt u bellen met de Spoedeisende Hulp: telefoonnummer (073) 553 27 00. U vraagt dan naar de dienstdoende arts Interne Geneeskunde.