Behandeling

Antistollingsmedicijnen: TAR plaatjesremmers

Deze medicijnen maken de bloedplaatjes in uw bloed minder kleverig. Hierdoor stolt uw bloed minder snel. TAR staat voor Trombocyten aggregatieremmer.

Voorbeelden van plaatjesremmers zijn:

  • acetylsalicylzuur (Aspirine®)
  • asasantin®
  • carbasalaatcalcium (Ascal®)
  • clopidogrel (Iscover®, Plavix®, Grepid®)
  • dipyridamol (Persantin®)
  • duoplavin®
  • prasugrel (Efient®)
  • ticagrelor (Brilique®)

 

Belangrijke informatie over uw antistollingsmedicijnen

Praktische tips

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

Meer informatie

Code LAB-003c
Laatste revisie: 29 april 2021 - 09:22
Belangrijke informatie over uw antistollingsmedicijnen

Antistollingsmedicijnen: TAR plaatjesremmers

Wat zijn antistollingsmedicijnen?

Uw arts heeft u antistollingsmedicijnen voorgeschreven. We noemen deze medicijnen ook wel bloedverdunners. De naam bloedverdunners klopt eigenlijk niet. Deze medicijnen maken uw bloed namelijk niet dunner. Deze medicijnen zorgen er voor dat uw bloed minder snel stolt. Daarom noemen we ze ook wel antistollingsmedicijnen. Doordat u antistollingsmedicijnen gebruikt wordt de kans op een stolsel (trombose of embolie) kleiner.

Risico's van antistollingsmedicijnen

Wanneer u antistollingsmiddelen gebruikt, heeft u meer kans op bloedingen. U bloedt sneller, langer en heviger dan iemand die deze middelen niet gebruikt. Dit hoort bij uw behandeling. Maar er zijn wel situaties waarbij u direct contact op moet nemen met uw huisarts. 
U moet uw huisarts bellen als:

  • uw urine roodgekleurd is;
  • uw ontlasting zwart is;
  • u bijvoorbeeld uw arm of been niet goed meer kunt bewegen;
  • u plotseling niet meer goed kunt praten; 
  • u plots ontstane, hevige pijn heeft (bijvoorbeeld in uw buik);
  • u een blauwe plek heeft die groter is dan een bierviltje;
  • u plotseling meer dan vijf blauwe plekken heeft;
  • u een bloedneus heeft die langer dan een half uur duurt;
  • u bloed ophoest of bloed overgeeft;
  • u merkt dat u ergens anders een bloeding heeft.
     

Bel direct 112 als er een ernstige bloeding optreedt.

Het is ernstig als u:

  • steeds bloed blijft ophoesten of
  • bloed moet braken of
  • als u last heeft van meer dan een koffiekopje bloedverlies uit uw darm

Waar moet u opletten als u antistollingsmedicijnen gebruikt?

  • Gebruik de medicijnen zoals de arts ze heeft voorgeschreven,
  • Gebruik alleen medicijnen die zijn voorgeschreven door uw arts. Neem nooit zonder te overleggen andere medicijnen in. Doe dit ook niet met medicijnen die u zelf heeft gekocht bij apotheek of drogist. 
  • Gebruik geen pijnstillers die een ontsteking remmen, zoals aspirine, ibuprofen en voltaren, behalve als uw arts dit voorschrijft. Deze pijnstillers kunnen het risico op een bloeding verhogen.
  • Hebt u  koorts of pijn? Neem dan alleen paracetamol. Heeft u vragen hierover? Overleg dan met uw behandelend arts of apotheker welke andere medicijnen u mag gebruiken. 
  • Hebt u een ongeluk gehad? Of hebt u een bloeding zoals genoemd onder “risico’s van antistollingsmedicijnen”? Bel dan uw huisarts.
  • Meld bij elk bezoek aan huisarts, tandarts of specialist dat u antistollingsmedicatie gebruikt. Doe dit ook als u in het ziekenhuis opgenomen wordt.
     

Sporten met antistollingsmedicijnen

Sporten en bewegen is heel goed voor u. Het belangrijkst is om een manier van bewegen te vinden die bij u en uw leven past. Wandelen, fietsen en zwemmen zijn goede manieren om te bewegen. 

Sporten als judo en boksen zijn niet goed om te doen. Doordat u bij deze sporten veel lichamelijk contact heeft is de kans op een verwonding groter. Let dus ook goed op bij andere sporten waarbij u lichamelijk contact heeft tijdens het sporten. Neem geen onnodige risico’s. Mocht u toch een verwonding krijgen, bel dan met uw huisarts. Zeker als u een wond heeft aan uw hoofd of op uw hoofd gevallen bent. 
 

Krijgt u een onderzoek of operatie?

Dan moet u soms tijdelijk stoppen met uw antistollingsmedicijnen. Dit doen we omdat u met deze medicijnen meer kans heeft op een ernstige bloeding rondom de ingreep. Het kan zijn dat u tijdelijk een ander antistollingsmedicijn moet gebruiken. Het is daarom van belang, dat degene die de ingreep gaat uitvoeren op de hoogte is van uw medicijngebruik. Hij/zij kan dan de noodzakelijke maatregelen treffen.

Krijgt u een kleine ingreep? Bijvoorbeeld moet uw kies getrokken worden? Dan hoeft u meestal niet te stoppen met uw antistollingsmedicijn. Overleg altijd even met de arts die de behandeling gaat doen wat verstandig is. Twijfelt u, of twijfelt de arts die de ingreep doet of stoppen met uw antistollingsmedicijn rondom de ingreep noodzakelijk en veilig is? Vraag dan of de behandelaar contact opneemt met degene die u het antistollingsmedicijn heeft voorgeschreven.

Bent u een tablet vergeten?

Bent u een tablet vergeten?

Is het acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium: Ontdekt u het dezelfde dag, dan kunt u de vergeten dosering alsnog innemen. Anders slaat u de vergeten dosis over en hervat u de volgende dag uw normale schema.

Betreft het clopidogrel:

  • Duurt het nog meer dan 12 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem dan de vergeten dosis alsnog in.
  • Duurt het minder dan 12 uur? Sla dan de vergeten dosis over.

Voor de overige plaatjesremmers neemt u bij vergeten tabletten contact op met de huisarts. Doe dit ook als u een combinatie van plaatjesremmers gebruikt.

 

Niet alle plaatjesremmers kunt u veilig gebruiken tijdens de zwangerschap. Overleg bij zwangerschapswens altijd eerst met uw huisarts of behandelend arts en gebruik tot die tijd anticonceptie.

Na de bevalling

Gaat u geen borstvoeding geven, dan is het gebruik van een plaatjesremmer na de bevalling geen probleem.

Gaat u wel borstvoeding geven, overleg dan met de huisarts/ behandelend arts of gynaecoloog wat in uw situatie de beste keuze is. Niet van alle plaatjesremmers is bekend in welke mate zij in de borstvoeding komen en of zij schadelijk zijn voor de baby.