Headerafbeelding
werken en leren verpleegkundige 2
Behandeling

Verwijderen van vocht en/of lucht uit de pleuraholte in de longen (pleuradrainage)

Een pleuradrainage krijgt u als u een klaplong heeft en/of longvocht in de pleuraholte.

De pleuraholte is de ruimte tussen het longvlies en borstvlies. Bij een pleuradrainage brengt de longarts een dun slangetje (pleurakatheter) in uw long in de pleuraholte. Met dit slangetje neemt de longarts een teveel aan lucht en/of vocht weg uit de pleuraholte. 

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Code LON-078
Laatste revisie: 29 oktober 2019 - 15:27
Hoe verloopt de behandeling?

Verwijderen van vocht en/of lucht uit de pleuraholte in de longen (pleuradrainage)

Kunt u niet naar uw afspraak komen?

Belt u dan zo snel mogelijk, maar uiterlijk een werkdag voordat u de afspraak heeft naar de polikliniek. Uw plaats kan dan gebruikt worden om een andere patiënt te helpen. Zo werkt u ook mee om de wachtlijsten zo kort mogelijk te houden!

Bloedverdunners

Als u geen bloedverdunners gebruikt, zijn er geen voorbereidingen nodig. Gebruikt u wel bloedverdunners, dan overlegt u dit met uw longarts.

Resistente bacterie (BRMO)

Draagt u een resistente bacterie (bijvoorbeeld MRSA of ESBL) bij u? Dan kan dit voor uzelf en voor medepatiënten een risico geven bij een medische behandeling.

Het is daarom heel belangrijk dat u doorgeeft als u:

  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen of behandeld bent geweest, in een buitenlandse zorginstelling;
  • in de afgelopen 2 maanden opgenomen bent geweest in een Nederlands ziekenhuis of verpleeghuis, waar een resistente bacterie aanwezig was;
  • in de afgelopen 2 maanden in een instelling voor asielzoekers heeft gewoond;
  • door uw beroep in contact komt levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens (bijvoorbeeld: varkens-, kalver- en pluimveehouders, veeartsen, medewerkers slachthuis);
  • woont op een bedrijf met varkens, kalveren of vleeskuikens;
  • ooit besmet bent geweest met een resistente bacterie;
  • contact heeft met iemand die een resistente bacterie bij zich draagt.

Zo nodig onderzoeken we dan of u een resistente bacterie bij u draagt. Als dat zo is dan nemen we in het ziekenhuis maatregelen om te voorkomen dat de bacterie zich verspreidt.

Geldt een van bovenstaande punten voor u, geef dit dan door aan de polikliniek of afdeling die het onderzoek of de behandeling met u heeft afgesproken.

Waar meldt u zich?

U meldt zich bij de Longbehandelkamer, gebouw B, verdieping 1, ontvangst 5.

Als u bent opgenomen op de verpleegafdeling, dan brengt de verpleegkundige u met uw bed naar de Longbehandelkamer.

Voor de behandeling

Op de longbehandelkamer bekijkt de longarts uw borstholte met behulp van een echoapparaat. Op deze manier kan de longarts nauwkeurig vaststellen waar het vocht zich bevindt. Zit er lucht tussen de vliezen? Dan bekijkt de longarts uw longen met behulp van een röntgenapparaat of er wordt een longfoto gemaakt.

Tijdens de behandeling

De longarts voert de ingreep uit en er is minstens ook 1 verpleegkundige aanwezig, die de arts assisteert.

  • Heeft u vocht tussen de longvliezen? Dan vraagt de verpleegkundige u op de rand van het bed of onderzoeksbank te gaan zitten en uw bovenlichaam te ontbloten. Uw andere kleding kunt u aanhouden.
  • Bij lucht tussen de longvliezen, gaat u op uw goede zij liggen.
  • De arts desinfecteert de huid en verdooft plaatselijk met een injectie de huid en het longvlies. De naald is dun en de prik voelt aan als een gewone prik, dit kan een beetje pijnlijk zijn.
  • Nadat de verdoving is ingewerkt, plakt de verpleegkundige steriele doeken op uw rug. Hierdoor kan de longarts de ingreep zo steriel mogelijk verrichten.
  • De longarts brengt de pleurakatheter in. Door de verdoving doet dit geen pijn.
  • Met een hechting maakt de longarts de pleurakatheter vast aan uw lichaam.
  • Aan de pleurakatheter maakt de verpleegkundige een opvang zuigdrainage-systeem vast. Dit wordt over u buik vastgeplakt naar de andere zijde van uw lichaam.

De behandeling duurt ongeveer 30 minuten.

Na het plaatsen van de pleurakatheter, haalt de verpleegkundige u op en gaat u terug naar de afdeling. Meestal is dit de afdeling Longgeneeskunde. De verpleegkundige sluit de pleurakatheter aan op een Thopazpomp.

Wat is een Thopazpomp?

De Thopazpomp is een klein elektrisch apparaatje met een accu. De Thopazpomp zorgt ervoor dat de druk in uw borstholte zo goed mogelijk blijft en zuigt als het nodig is lucht en vocht af. De verpleegkundige kan op het scherm van het apparaat aflezen hoe het gaat met uw behandeling. Zij bespreekt dit met de longarts.

Met de Thopazpomp kunt u gewoon gebruik maken van het toilet en de badkamer. Ook kunt u op de afdeling rondwandelen, maar u mag de afdeling niet verlaten. U mag niet douchen met de pleurakatheter.

Wanneer wordt de pleurakatheter verwijderd?

Hoe lang de pleurakatheter blijft zitten, verschilt per patiënt en hangt af van het herstel. De longarts vertelt u wanneer de pleurakatheter eruit kan en u wanneer u weer naar huis kunt.

Wat zijn de risico's?

Een pleurakatheter/thoraxdrain inbrengen is meestal een veilige ingreep. Complicaties treden bijna nooit op, maar kunnen wel voorkomen.

  • Na het inbrengen van de pleurakatheter kan de insteekopening blijven nabloeden. De verpleegkundige verbindt dit dan met een extra drukverband. De bloeding stopt in de loop van de dag.
  • Langs de insteek opening kan soms wat pleuravocht blijven komen. Dit wordt met kompressen afgedekt. Zo nodig verschoont de verpleegkundige de kompressen vaker. Een enkele keer is het nodig om de opening te sluiten met een hechting.
  • Na het inbrengen van een drain kan er lucht tussen de longvliezen komen (pneumothorax of klaplong). Dit ontstaat doordat de long tegen de naald is gekomen en er een luchtlekkage vanuit de long is opgetreden.
  • Een hemothorax, dit is een ophoping van bloed in de pleuraholte. Dit kan worden veroorzaakt door een stomp of scherp voorwerp zoals een naald, gebroken rib.
  • Er is een klein risico dat tijdens de ingreep een infectie van de insteekopening en/of borstholte optreedt.

Na een aantal weken komt u ter controle terug op de polikliniek. Hiervoor krijgt u een afspraak mee.

Als u vragen heeft stel deze dan gerust tijdens uw opname aan de verpleegkundigen, de zaalarts of uw behandelend longarts.

Heeft u thuis nog vragen dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Longgeneeskunde, telefoonnummer (073) 553 24 63.