Headerafbeelding
afdelingen interne geneeskunde voorlichting sonde
Behandeling

Sondevoeding

Sondevoeding is dunne, vloeibare voeding die via een flexibel slangetje (de sonde) rechtstreeks in de maag, twaalfvingerige darm of dunne darm komt.

    Sondevoeding bevat alle voedingsstoffen die het lichaam dagelijks nodig heeft. De arts schrijft sondevoeding voor als u door ziekte, een behandeling of een operatie niet voldoende kunt of mag eten. Een goede voedingstoestand is nodig om in goede conditie te blijven en zorgt voor een betere genezing.

    Er zijn verschillende soorten sondes.

    Hoe verloopt de behandeling?

    Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling.

    Praktische tips

    Wat neemt u mee?

    Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

    Opleidingsziekenhuis

    In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

    MijnJBZ

    Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

    Betrokken afdelingen

    Code INT-722
    Laatste revisie: 20 augustus 2019 - 11:35
    Hoe verloopt de behandeling?

    Sondevoeding

    Voedingssondes kunnen op verschillende manieren worden ingebracht. Voor welke manier we in uw situatie kiezen, hangt onder meer af van welke voedingssonde u krijgt. Sommige sondes lopen via uw neus, andere via uw buik. Uw arts overlegt met u welke voedingssonde in uw situatie het beste is.

    Door de verpleegkundige

    Een ‘neus-maagsonde’ kan door een verpleegkundige worden ingebracht. De verpleegkundige schuift de sonde via uw neus, keel en slokdarm naar uw maag. Het invoeren van de sonde kan een vervelend gevoel geven, maar meestal gaat dit zonder problemen. Als de sonde goed ligt, plakt de verpleegkundige deze met pleisters vast aan uw neus zodat de sonde niet verschuift. Soms wordt de sonde ook nog aan uw wang vastgeplakt.

    Door de MDL-arts

    De MDL-arts plaatst voedingssondes endoscopisch op de afdeling Endoscopie. Hierbij gebruikt de MDL-arts een gastroscoop. Dit is een buigzame slang met aan het uiteinde een kleine camera en een lampje. De MDL-arts plaatst voedingssondes die via de neus lopen (de ‘neus-maagsonde', ‘neus-duodenumsonde’, ‘neus-jejunumsonde’ en ‘triple lumen sonde’). En voedingssondes die via de buik lopen (de ‘PEG-sonde’ en ‘PEG-J-sonde’).

    • Via de neus

    Als de MDL-arts een voedingssonde plaatst die via uw neus loopt, schuift hij de gastroscoop via uw neus, keel en slokdarm in uw maag, twaalfvingerige darm of dunne darm. Daarna brengt de MDL-arts via de gastroscoop de sonde in. Als de MDL-arts vervolgens de gastroscoop verwijdert, komt het uiteinde van de sonde door uw mond naar buiten. Met een speciaal slangetje halen we de sonde door uw neus en plakken we hem met een pleister vast aan uw neus. U krijgt voor deze ingreep een slaapmiddel waar u heel rustig van wordt, zodat u er niet zoveel van merkt.

    • Via de buik

    De MDL-arts plaatst op de afdeling Endoscopie ook voedingssondes die via de buik lopen. De MDL-arts brengt hierbij eerst de gastroscoop via uw neus, keel en slokdarm in uw maag. Vervolgens maken we een klein sneetje in uw buikwand. Door dit sneetje brengen we een draadje in uw maag. De MDL-arts verbindt dit draadje met de gastroscoop die al in uw maag ligt. Als de MDL-arts daarna de gastroscoop verwijdert, trekt hij het draadje door uw mond mee naar buiten. Vervolgens maakt hij de sonde vast aan het draadje. Door nu aan de andere kant van het draadje te trekken, komt de sonde via uw mond, slokdarm, maag en buikwand naar buiten. Uw buik wordt bij deze ingreep plaatselijk verdoofd. Ook krijgt u een slaapmiddel toegediend.

    Door de radioloog

    De radioloog plaatst voedingssondes met behulp van röntgenstralen op de afdeling Radiologie. Dit noemen we doorlichting. Net zoals de MDL-arts, kan de radioloog voedingssondes plaatsen die via uw neus lopen (de ‘neus-maagsonde’, ‘neus-duodenumsonde’, ‘neus-jejunumsonde’ en ‘triple lumen sonde’), maar ook voedingssondes die via uw buik lopen: de ‘PEG-J-sonde’ en ‘G-tube’.

    • Via de neus

    Als de radioloog een voedingssonde plaatst die via uw neus loopt, ligt u op een onderzoekstafel met een röntgenapparaat boven u. De radioloog schuift de sonde via uw neus, keel en slokdarm naar uw maag, twaalfvingerige darm of dunne darm. Ondertussen kijkt hij naar de beelden op het röntgenapparaat. Als de sonde goed ligt, plakken we de sonde met pleisters vast aan uw neus om te voorkomen dat deze verschuift. Het kan ook zijn dat de radioloog het röntgenapparaat alleen gebruikt om de sonde van uw maag in de twaalfvingerige darm of dunne darm te schuiven.

    • Via de buik

    Plaatst de radioloog een voedingssonde die via uw buik loopt? Dan brengt de verpleegkundige eerst een ‘neus-maagsonde’ bij u in. Dit is een sonde die via uw neus naar uw maag loopt. Deze gebruiken we om wat lucht in uw maag te blazen, zodat we beter zien wat er gebeurt. De radioloog maakt vervolgens een klein sneetje in uw buikwand. Met behulp van echo- en röntgenapparatuur bepaalt de radioloog de insteekplaats. Via dit sneetje plaatst de radioloog de sonde in uw maag of dunne darm. Met een röntgenfoto kijkt de radioloog of de sonde goed ligt. Als dat het geval is, verwijdert de verpleegkundige de neus-maagsonde weer bij u. Uw buik wordt bij deze ingreep plaatselijk verdoofd.

    Door de chirurg

    De ‘jejunostomiesonde’ is een voedingssonde die alleen chirurgisch geplaatst kan worden. Dit gebeurt op de operatiekamer. U krijgt hiervoor algehele narcose. De chirurg maakt een kleine snede in uw buik waardoor hij de sonde diep in uw dunne darm schuift. Daarna maakt de chirurg de sonde vast aan de buitenkant van uw buik met hechtingen.

    De verpleegkundige bespreekt met u of u op controle moet komen in het ziekenhuis. Dit is afhankelijk van welke voedingssonde u heeft. Bovendien verschilt dit ook per persoon.