Onderzoek

Meten van het niveau van de motorische ontwikkeling met de M ABC-2

De M ABC-2 is een test waarmee we kunnen bepalen of uw kind een motorische achterstand heeft. Met andere woorden: of uw kind in het uitvoeren van bewegingen achterloopt vergeleken met leeftijdsgenoten.

De test bestaat uit 3 onderdelen:

  • Handvaardigheid (HV)
  • Mikken en Vangen (MV)
  • Evenwicht (EV)

Aanvullend kunnen we de ‘M ABC-Checklist’ gebruiken. Dit is een vragenlijst voor ouders en/of leerkracht waarmee we een beeld kunnen krijgen van eventuele problemen op het gebied van bewegen.

Hoe verloopt de test?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de test.

Betrokken afdelingen

Code REV-205
Laatste revisie: 27 januari 2020 - 13:32
Hoe verloopt de test?

Meten van het niveau van de motorische ontwikkeling met de M ABC-2

Voor wie is de test bedoeld?

De test is bedoeld voor kinderen met lichte motorische afwijkingen of achterstand, in de leeftijd van 3 tot en met 16 jaar. De test wordt afgenomen op voorstel van de revalidatiearts of de fysiotherapeut.

De test is verdeeld in 3 leeftijdscategorieën:

  • 3-6 jaar
  • 7-10 jaar
  • 11-16 jaar

Wat gebeurt er tijdens de test?

Bij het onderdeel 'Handvaardigheid' krijgt uw kind zittend aan tafel een aantal opdrachten. Bij het tweede onderdeel ('Mikken en Vangen') en het derde onderdeel ('Evenwicht') krijgt uw kind opdrachten in de oefenzaal. Afhankelijk van de opdracht, bekijken we hoe vaak en/of hoe snel uw kind de opdracht uitvoert. Daarnaast kijken we hoe uw kind de bewegingen uitvoert.

De test duurt gemiddeld ongeveer 45 minuten. Voor sommige kinderen kan dit belastend zijn.

 

Wie gebruikt de test?

De test wordt afgenomen door de fysiotherapeut.

We kunnen de test gebruiken om vast te stellen of er problemen zijn met het uitvoeren van bewegingen (motoriek). Maar ook om te bepalen wat het huidige niveau is van uw kind en om na te gaan wat het effect is geweest van een behandeling.

 

Wat zijn de testresultaten?

De uitkomst van de 3 testonderdelen en de totaalscore zetten we om naar een zogenaamde percentielwaarde. Deze waarde geeft aan hoeveel procent van de kinderen van dezelfde leeftijdsgroep eenzelfde of lagere score haalt.

Voorbeeld: een percentielscore van 25 (P25) geeft aan dat 25% van de onderzochte kinderen van dezelfde leeftijdsgroep hetzelfde of lager scoort, en dat de rest (75%) dus hoger scoort.

De fysiotherapeut die de test bij uw kind heeft afgenomen, rapporteert dit in de teamverslaglegging en bespreekt dit met u in de teambespreking.

Meer informatie?

Een volledige beschrijving van dit testinstrument is aanwezig bij de Fysiotherapie. Vraag hier gerust naar bij de fysiotherapeut van uw zoon of dochter.