Headerafbeelding
aanzicht ingang Jeroen Bosch Ziekenhuis met overkapping
Onderzoek

Diabetes en nuchter zijn voor onderzoek

Voor sommige onderzoeken mag u langere tijd niet eten. Als u diabetes heeft, kan dit problemen geven met uw bloedsuikerspiegel.

U kunt dan last krijgen van een aantal vervelende verschijnselen die wijzen op een te hoge of een te lage bloedglucosespiegel. Om deze problemen te voorkomen is het belangrijk dat u de aanwijzingen hieronder goed uitvoert. Dit naast de andere voorbereidingen die u voor het onderzoek moet doen.

Deze adviezen en aanwijzingen zijn alleen bedoeld voor patiënten die tabletten, insuline of andere bloedglucose verlagende medicijnen gebruiken bij diabetes mellitus. Deze adviezen gelden niet voor andere medicijnen.

Adviezen en aanwijzingen

Hier vindt u alle belangrijke informatie

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

MijnJBZ

Via MijnJBZ kunt u zelf een deel van uw persoonlijke en medische gegevens inzien die in het JBZ over u bekend zijn. Zie ook: Wat kan ik in MijnJBZ zien? 

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Code INT-029
Laatste revisie: 15 december 2022 - 11:16
Adviezen en aanwijzingen

Diabetes en nuchter zijn voor onderzoek

Controle bloedsuikerwaarden

Het advies is om tijdens de voorbereidingen voor uw onderzoek goed uw bloedsuikerwaarden te blijven controleren.

Gebruikt u een sensor voor de controle van uw bloedsuikerwaarden?

  • Verwijder de sensor van uw arm vlak voordat u wordt blootgesteld aan sterke magnetische velden of elektromagnetische stralen bij radiografie, een MRI of een CT-scan. Breng na het onderzoek een nieuwe sensor aan. U kunt met de leverancier overleggen of u in aanmerking komt voor een extra sensor in verband met het onderzoek.
  • Bij andere onderzoeken raden we aan om aan de medewerker te melden dat u een sensor heeft. Neem uw reader of telefoon mee zodat de behandelaar eventueel ook tijdens het onderzoek een scan kan doen.

Krijgt u een coloscopie?

Als voorbereiding op een coloscopie gelden vanaf 2 dagen voor het onderzoek bepaalde voedingsadviezen. Er zijn beperkingen in wat u mag eten. Het is belangrijk dat u deze dagen uw bloedglucosewaarden goed controleert. Verder is het belangrijk dat u goed op de koolhydraten let. Probeer de koolhydraten uit de vaste voeding te vervangen door koolhydraten in vloeibare vorm, zoals beschreven staat in de folder over de coloscopie. Als u hier vragen over heeft, kunt u contact opnemen met de behandelaar van uw diabetes.

Nuchter zijn voor een CT-scan

Adviezen als u bloedsuikerverlagende tabletten of insuline gebruikt

U bent 2 uur voor het onderzoek nuchter.

Moet u nuchter zijn op de tijd dat u uw tabletten of insuline moet gebruiken? Gebruik uw medicijnen dan na het onderzoek, als u weer mag eten en drinken. U hoeft de dosering niet aan te passen.

Heeft u een insulinepomp?

Als u een insulinepomp heeft, moet u eerst contact opnemen met de polikliniek Algemene Interne Geneeskunde en Endocrinologie.

Druivensuikertabletten

Neem druivensuikertabletten mee naar het onderzoek. Als de voorzorgsmaatregelen niet genoeg helpen, dan kunt u de druivensuikertabletten gebruiken om een hypo te voorkomen.

Aanpassen van uw diabetesmedicijnen

 

Alleen nuchter blijven vanaf 24 uur

Laxeren én nuchter blijven vanaf 18 uur 

Bloedsuiker verlagende tabletten

  • Geen aanpassing.
  • Bij ontbijt: 50% van gebruikelijke dosering
  • Rest van de dag: niet innemen

GLP1

  • Geen aanpassing.
  • Geen aanpassing.

Kortwerkende Insuline

  • Geen aanpassing.
  • Geen aanpassing bij ontbijt en lunch.
  • Voor avondeten geen kortwerkende insuline.

Mix-insuline*

  • Voor avondeten 75% gebruikelijke dosis.

 

  • Ontbijt en avond eten 75% gebruikelijke dosis.

Middellang en langwerkende insuline

  • Op de tijd dat u normaal de insuline spuit: 75% van de gebruikelijke dosis.
  • Op de tijd dat u normaal de insuline spuit: 75% van de gebruikelijke dosis.

Ultralangwerkende insuline

  • Op de tijd dat u normaal de insuline spuit: 50% van de gebruikelijke dosis.
  • Op de tijd dat u normaal de insuline spuit: 50% van de gebruikelijke dosis.

Insuline met GLP1

  • Op de tijd dat u normaal de insuline spuit: 50% van de gebruikelijke dosis.
  • Op de tijd dat u normaal de insuline spuit: 50% van de gebruikelijke dosis.

Insulinepomp

  • Vanaf 24.00 uur basaal naar 75%.
  • Vanaf 18.00 uur basaal naar 75%.

Bloedglucosecontrole de dag voor het onderzoek

Als u een bloedglucosemeter heeft, adviseren we u om uw bloedglucosewaarden te controleren.

Waarde bij controle voor de nacht Wat moet u doen?
Bloedglucose lager dan 4 mmol.
  • Neem 5 tot 7 tabletten druivensuiker.
  • Neem daarbij 25 gr koolhydraten* = 1 snee brood met zoetbeleg.
Bloedgluscose tussen 4 en 7 mmol.
  • Neem 15 gr koolhydraten = 1 portie fruit of 1 snee brood met hartig beleg.
Bloedglucose hoger dan 7 mmol.
  • Ga rustig slapen.
Bloedglucose hoger dan 15 mmol.
  • Bijspuiten volgens bijspuitschema

* Krijgt u een coloscopie: neem dan de koolhydraten in vloeibare vorm.

Op de dag van het onderzoek is het belangrijk om uw bloedsuiker te controleren. In de tabel hieronder ziet u wat u moet doen als uw bloedsuiker te hoog of te laag is.

Ook moet u maatregelen treffen voor uw diabetesmedicijnen. De hoeveelheid insuline (insulinedosering) voor en na het onderzoek staat in aparte tabellen.

Bloedsuikercontrole tijdens de dag van het onderzoek

  Bloedglucoosewaarde Wat moet u doen?

Bloedglucodewaarde 4 keer per dag meten.

  • Lager dan 4 mmol (hypo).
  • Neem 5 - 7 tabletten druivensuiker.
 
  • Tussen 4 - 10 mmol.
  • Goed.
 
  • Tussen 10 - 15 mmol.
  • Accepteren.
 
  • Hoger dan 15 mmol.
  • Zelf bijregelen met uw eigen schema, als dat mogelijk is.

Diabetesmedicijnen voor het onderzoek

  Onderzoek voor 12.00 uur Onderzoek na 12.00 uur
Tabletten
  • Ontbijt: niet innemen.
  • Ontbijt en lunch: niet innemen.

GLP1

  • Geen aanpassing.
  • Geen aanpassing.

Kortwerkende Insuline

  • Niet spuiten voor het ontbijt.
  • 50% van de ontbijt dosering.

Mix-insuline*

  • Niet spuiten voor het ontbijt.
  • 50% van de ontbijt dosering.

Middellang en langwerkende insuline

  • Niet spuiten voor het ontbijt.
  • 50% van de ontbijt dosering.

Ultralangwerkende insuline

  • Niet spuiten voor het ontbijt.
  • Spuit u voor het ontbijt? Dan 50% van de ontbijt dosering.

Insuline met GLP1

  • Niet spuiten voor het ontbijt.
  • Spuit u voor het ontbijt? Dan 50% van de ontbijt dosering.

Insulinepomp

  • 75% basaal
  • Voor ontbijt ½ bolus en basaal 75%

 

Onderzoek voor 12 uur

Onderzoek na 12 uur

Tabletten

  • U neemt bij lunch de ochtend medicijnen. Lunch dosering overslaan.
  • Bij avondeten de gebruikelijke dosering nemen. 
  • Behalve als uw arts anders heeft afgesproken.
  • Bij volgende maaltijd de gebruikelijke dosering nemen. 

 

 

 

  • Behalve als uw arts anders heeft afgesproken.

GLP1

  • Geen aanpassing.
  • Geen aanpassing.

Kortwerkende Insuline

  • Gebruikelijke dosering bij eerst volgende maaltijd.
  • Gebruikelijke dosering bij eerst volgende maaltijd.

Mix-insuline

  • Voor 1e maaltijd : 50% van de dosering die u anders bij ontbijt spuit
  • Gebruikelijke dosering op gebruikelijk tijd hervatten.

Middellang- en langwerkendewerkende insuline

  • Voor 1e maaltijd: dosering die u normaal voor het ontbijt spuit.
  • De rest van de dag de gebruikelijke dosis op de gebruikelijke tijd.
  • Voor 1e maaltijd: 50% van ontbijt dosering.
  • De rest van de dag de gebruikelijke dosering op de gebruikelijk tijd.

Ultralangwerkende insuline

  • Voor 1e maaltijd: dosering die u normaal voor het ontbijt spuit.
  • De rest van de dag de gebruikelijke dosis op de gebruikelijke tijd.
  • Voor 1e maaltijd: 50% van ontbijt dosering.
  • De rest van de dag de gebruikelijke dosering op de gebruikelijk tijd.

Insuline met GLP1

  • Voor 1e maaltijd: dosering die u normaal voor het ontbijt spuit.
  • De rest van de dag de gebruikelijke dosis op de gebruikelijke tijd.
  • Voor 1e maaltijd: 50% van ontbijtdosering.
  • De rest van de dag de gebruikelijke dosis op de gebruikelijke tijd.

Insulinepomp

  • Na het onderzoek pomp in normale basaalstand.
  • Na het onderzoek pomp in normale basaalstand.

Insulinesoorten

Kortwerkende insuline

Soortnaam Merknaam
  • aspart
  • Novo Rapid
  • Aspart Sanofi
  • Fiasp
  • lispro
  • Humalog
  • Lispro Sanofi
  • Lyumjev
  • gewone insuline
  • Humuline Regular
  • Insuman Rapid

Mix insuline

Soortnaam Merknaam
 
  • Novomix 30/50
  • Rysodeg 
  • Humalog Mix 25/ 50 
  • Insuman comb 25/50
  • Humuline 30/70

Middellangwerkende insuline

Soortnaam Merknaam
  • NPH
  • Insulatard
  • Humuline NPH
  • Isuman Basal

 

Langwerkende insuline

Soortnaam Merknaam
  • glargine
  • Abasaglar 
  • Lantus 
  • detemir
  • Levemir

Ultralangwerkende insuline

Soortnaam Merknaam
  • degludec
  • Tresiba
  • glargine
  • Toujeo

Insuline met GLP1

Soortnaam Merknaam
 
  • Xulpophy
  • Suliqua

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, neemt u dan contact op met de zorgverlener die uw diabetes behandelt.