Goede zorg

In het JBZ werken ruim 4.000 mensen continu aan de kwaliteit en veiligheid van uw zorg.

Wij willen uitstekende zorg leveren. Het werken aan kwaliteit en veilige zorg is een zaak van álle medewerkers van het JBZ. Op deze manier helpen wij om uw gezondheidswelzijn te verhogen. Ook willen wij u het vertrouwen geven dat u bij ons in veilige handen bent. U kunt rekenen op onze topklinische zorg. Daarbij vragen wij u wat u zelf belangrijk vindt. Ons uitgangspunt hierbij is hoe u uw gezondheid dagelijks beleeft. Want wat voor ons kwaliteit is, hoeft voor u niet hetzelfde te betekenen.

Om de zorg zo veilig mogelijk te maken, hebben we werkafspraken gemaakt. Deze werkafspraken worden door alle zorgverleners uitgevoerd. Wij geven u graag uitleg hoe en waarom wij bepaalde handelingen uitvoeren. Maar ook wat u zelf kunt doen om de zorg goed en veilig te maken. U kunt natuurlijk uw eigen zorgverlener om meer uitleg vragen waarom bepaalde handelingen zo worden uitgevoerd.

Uw bijdrage aan een beter verblijf

Alle medewerkers van het JBZ zetten zich voortdurend in om uw zorg zo goed en veilig mogelijk te laten verlopen. Ook u kunt helpen aan een veiliger verblijf in het JBZ. Deze onderwerpen helpen u op weg:

De juiste zorg voor de juiste patiënt

Om te garanderen dat u de juiste zorg krijgt en om verwisseling te voorkomen:

  • Krijgt u van ons een patiëntenpas met een uniek patiëntennummer.
  • Vragen wij bij afspraken, onderzoeken en behandelingen altijd naar uw achternaam en geboortedatum.
  • Vragen wij bij meerlingen en mensen met dezelfde achternaam en geboortedatum ook naar extra gegevens zoals het patiëntennummer of voornaam.
  • Krijgt u bij opname altijd een polsbandje met uw naam, geboortedatum en patiëntennummer.
  • Vlak voor een behandeling in of aan uw lichaam controleren wij (nogmaals) wie u bent en welke behandeling gaat plaatsvinden. Bijvoorbeeld aan welke kant van uw lichaam u wordt geopereerd. Dit wordt gemarkeerd met een stift.

Wat kunt u zelf doen?

  • Neem altijd een geldig identiteitsbewijs mee.
  • Laat steeds duidelijk weten wie u bent door uw achternaam en geboortedatum te vertellen.
  • Laat het ons weten als u een meerling bent.

Wist u dat?

  • Wij jaarlijks 456.000 polikliniekbezoeken hebben?
  • Wij jaarlijks meer dan 59.000 polsbandjes uitgeven?
  • Wij voor baby’s aparte polsbandjes hebben?
  • Er mensen zijn met dezelfde achternaam en geboortedatum, maar geen meerling zijn? In 2018 waren hiervan 1.800 personen in onze registratie.

Informatie geven en vragen

In het JBZ vinden we het belangrijk dat u ons goed begrijpt. U hebt recht op duidelijke informatie over uw gezondheid en uw behandeling of onderzoek. De zorgverlener informeert u hierover, zodat u kunt beslissen of u de behandeling of het onderzoek wilt ondergaan. Vaak krijgt u ook een folder mee om uit te leggen welke behandeling u krijgt met alle belangrijke informatie. De zorgverlener zal u altijd informeren over het verloop van de behandeling en eventuele risico’s en alternatieven met u bespreken. Als u het niet begrijpt, is het belangrijk dat u dat aangeeft, zodat de zorgverlener de informatie kan verduidelijken.

Wat kunt u zelf doen?

Geef aan als iets niet duidelijk is of als u ergens over twijfelt. Als u nog vragen heeft nadat de arts is langsgekomen, schrijf ze dan op zodat u ze kunt vragen bij het volgende bezoek. U kunt ook vragen stellen aan de verpleegkundige of polikliniekmedewerker. Op sommige vragen kan zij/ hij ook antwoord geven. Daarnaast kan het fijn zijn om uw naaste mee te nemen als u uitleg krijgt over uw diagnose en behandelplan. Zo voorkomt u dat u dingen vergeet.

Als u aangeeft dat u voldoende geïnformeerd bent en instemt met de behandeling, registreert de arts dit in uw patiëntendossier. U hoeft hiervoor niets te ondertekenen. Wilt u toch voor toestemming tekenen, dan kunt u dit met uw arts bespreken.

Uw medicatie

Medicatieveiligheid is erg belangrijk voor u. Het JBZ streeft ernaar iedere patiënt het juiste geneesmiddel, op de juiste tijd, in de juiste hoeveelheid en op de juiste wijze te geven. Artsen en verpleegkundigen hebben een grote taak bij het voorschrijven en toedienen van medicatie. De apotheek van het ziekenhuis controleert of u de geneesmiddelen veilig kunt gebruiken.

Wat kunt u zelf doen?

U kunt de artsen, verpleegkundigen en apotheek helpen om het proces veiliger te maken. Het is fijn als u actuele informatie over uw medicijngebruik doorgeeft bij een polikliniekbezoek of opname in het JBZ. U kunt hiervoor een Actueel Medicatie Overzicht opvragen bij uw thuisapotheek. Bij het ontslag uit het ziekenhuis is het belangrijk dat u uw eigen thuisapotheek informeert over de gewijzigde medicatie. U ontvangt hiervoor bij ontslag een nieuw Actueel Medicatie Overzicht van het JBZ.

U kunt bij uw huisarts of apotheek aangeven dat u toestemming geeft om uw (medicatie)gegevens te delen via het Landelijk Schakel Punt (LSP), u kunt dit aangeven via www.volgjezorg.nl/toestemming.

Samen infecties voorkomen

Het ziekenhuis is een omgeving waar altijd bacteriën en virussen aanwezig zijn. Het JBZ heeft allerlei hygiënische maatregelen genomen. Toch kan het voorkomen dat u tijdens uw opname een infectie oploopt. Dit gebeurt bij ongeveer 5% van alle patiënten. Een ziekenhuisinfectie is vervelend. Dit kan uw opname verlengen en u kunt last hebben van pijn, ziekte of een verminderd operatieresultaat.

Wat doen wij?

Met de juiste hygiënische maatregelen is het aantal infecties te verminderen. Daarom wassen de zorgverleners vaak hun handen en zijn er strikte regels voor het schoonmaken en reinigen van onder andere kamers, apparatuur en bedden. Wanneer u een infectie heeft, kunt u ook anderen besmetten. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen, kan het zijn dat u in isolatie wordt opgenomen. Ook gelden strenge hygiënemaatregelen.

Wat kunt u zelf doen?

Ook u kunt een bijdrage leveren aan het voorkomen van ziekenhuisinfecties:

  • Was uw handen met water en zeep:
    • na een toiletbezoek
    • na hoesten of niezen
    • als uw handen zichtbaar vies zijn
  • Gebruik in het ziekenhuis papieren zakdoekjes bij hoesten of niezen en gooi deze direct na (éénmalig) gebruik weg
  • Zorg voor een goede lichaamshygiëne, douche dagelijks en trek schone kleding aan
  • Specifiek voor bezoekers:
  • Maak uw handen schoon met handalcohol bij het begin en eind van uw bezoek en zo nodig tussendoor. Verder is het schoonmaken van uw handen extra belangrijk bij patiënten in isolatie, of als u daarom gevraagd wordt. De flessen met handalcohol hangen aan het begin van de afdeling en op elke patiëntenkamer.
  • Stel uw bezoek uit als u verkouden of ziek bent, of overleg dit in ieder geval met de verpleegkundige die voor de patiënt zorgt

Voorkom vallen

Als we ouder worden, is de kans op vallen groter. Een val is, ook in het ziekenhuis, snel gebeurd. Vallen kan vervelende gevolgen hebben. Met wat geluk houdt u er alleen een schaafwond of blauwe plek aan over. Vaak zijn de gevolgen ernstiger. U kunt bijvoorbeeld uw heup, pols of schouder breken. Binnen het ziekenhuis doen we er alles aan om de kans op vallen zo klein mogelijk te maken. Dit doen we door gladde vloeren te vermijden, oneffenheden en losliggende vloerdelen zo snel mogelijk weg te werken en zorgen we voor goede verlichting in de kamers en op de gang.

Wat kunt u zelf doen?

Helaas kunnen we niet alle valincidenten voorkomen. Wel kunt u zelf samen met uw naaste, het risico op vallen sterk verminderen door de volgende tips op te volgen:

  • Meld het aan de verpleegkundige of arts als u niet goed ziet.
  • Houd voorwerpen die u vaak nodig heeft, zoals bril, telefoon of zakdoek, dicht bij de hand. Dit geldt natuurlijk ook voor de ziekenhuisbel (oproepsysteem).
  • Sta rustig op om duizeligheid te voorkomen.
  • Draag altijd schoenen die goed aansluiten en niet glijden, loop niet op blote voeten of sokken.
  • Sommige medicijnen verhogen het risico op vallen, geef al uw medicatie door aan de arts en verpleegkundige.
  • Wanneer u steun nodig heeft bij het lopen, gebruik dan een passend hulpmiddel.
  • Vraag om hulp als u zich niet zeker voelt om alleen in of uit bed te stappen, zeker ’s nachts. Bent u bang om te vallen? Bespreek dit dan met de verpleegkundige of arts.
  • Ziet u natte of gladde vloeren, loszittende vloerbekleding, oneffenheden of kapotte verlichting, meld dit dan aan een verpleegkundige of andere zorgverlener.

Antistolling

Antistollingsmiddelen zijn medicijnen die de stolling van het bloed verminderen of vertragen. Ze worden ook wel bloedverdunners genoemd. Dit is eigenlijk niet de juiste benaming. Het bloed wordt niet dunner, maar stolt minder snel.

Iedereen weet dat op een wond een korstje komt. Dit is de stolling van uw bloed. In een ader, slagader of in het hart kan het bloed ook stollen en ontstaan er stolsels of klontjes. Dit kan bijvoorbeeld bij aderverkalking, weinig beweging of ritmeproblemen van het hart. Antistollingsmiddelen gaan deze stolselvorming tegen of voorkomen dat de stolling verergert. Zo kunnen vervelende aandoeningen voorkomen worden, zoals een hartinfarct of herseninfarct.

Antistolling kan ook gegeven worden na een operatie om trombose te voorkomen. Deze medicatie krijgt u dan voor een bepaalde periode, vaak ook tot na de opname. Het is belangrijk hiermee door te gaan tot de afgesproken datum. Als deze datum u niet duidelijk is, vraag daar dan naar bij uw zorgverlener.

Wat kunt u zelf doen?

Voor uw behandelend arts is het van belang om te weten of u antistollingsmedicatie gebruikt. Dit wordt u daarom ook altijd voor een operatie gevraagd. Geef dit daarom duidelijk aan. Indien u het niet zeker weet, vertel dit dan ook aan de arts. Dan kan er samen gekeken worden wat nodig is.

Als het even minder goed gaat

Er kan een situatie ontstaan waarbij u problemen krijgt met bijvoorbeeld uw hartslag of ademhaling. Dit kan zo ernstig zijn dat een hart- of ademhalingsstilstand ontstaat. Dit kan gebeuren voor of tijdens de opname, of bij een operatie of onderzoek dat ineens anders gaat dan verwacht. Het is dan erg belangrijk dat de zorgverleners snel ingrijpen.

Dit is voor u als patiënt of naaste ingrijpend om mee te maken. En soms bent u als naaste zelfs een van de eersten die de veranderingen opmerkt. Misschien ziet of merkt u iets wat u niet vertrouwt of reageert uw naaste ineens ‘anders’ dan dat u van degene kent. Het is belangrijk om dit direct te laten weten. Ook de zorgverleners houden in de gaten of de toestand van u of uw naaste verslechterd. Bijvoorbeeld door het meten van de temperatuur, bloeddruk en hartslag. Hoe sneller we bij een situatie zijn die acuut verandert, hoe beter we kunnen inschatten welke zorg of behandeling u of uw naaste nodig heeft.

Wat kunt u zelf doen?

De arts gaat met u in gesprek over behandelbeperkingen, bijvoorbeeld of u gereanimeerd wilt worden. Als u niet gereanimeerd wilt worden, wordt dat vastgelegd in het dossier. Daarnaast informeert uw arts uw naaste over hoe hij/zij hulp kunnen vragen wanneer zij zorgen hebben over uw gezondheidstoestand.

Voeding

Het is belangrijk zo fit mogelijk een behandeling of operatie in te gaan. Uit onderzoek blijkt dat u bij een goede conditie sneller herstelt. Goede voeding kan helpen uw conditie te verbeteren en is ook een onderdeel van een goede behandeling. Het JBZ vindt het daarom belangrijk om voedingsproblemen te voorkomen of vroegtijdig te ontdekken. Zo wordt de kans op complicaties verkleind en herstelt u sneller.

De verpleegkundige vraagt aan het begin van uw opname in het ziekenhuis uw gewicht, uw lengte en of u in de afgelopen maand veel bent afgevallen of aangekomen. Als het nodig is, kijkt de verpleegkundige hoe uw conditie door voeding kan verbeteren. Dit kan door bijvoorbeeld energie- en eiwitverrijkte voeding of advies van een diëtist.

Pijn

Aandacht voor uw pijn vinden wij belangrijk. Pijn vermijden is belangrijk. Dit draagt bij aan uw herstel en maakt uw verblijf in het ziekenhuis aangenamer. U als patiënt of naaste bent hiervoor de belangrijkste informatiebron. Geef daarom direct aan als u pijn heeft. Daarnaast zal de verpleegkundige in het opnamegesprek vragen of u pijn heeft. Tijdens de opname wordt ook naar pijn gevraagd. Deze metingen worden geregistreerd in uw dossier. Krijgt u tussendoor pijn, geef dit dan aan. Op deze manier kunnen we een goede behandeling starten.

Kwetsbare ouderen

We willen het liefst dat u of onze ouders zo lang mogelijk gezond en vitaal thuis blijven wonen. Helaas kan dit ineens veranderen. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Ook kan ziekte of een onverwachte gebeurtenis er voor zorgen dat u of uw naaste toch ineens kwetsbaar en hulpbehoevend wordt. Ook is een ziekenhuisopname voor u meer risicovol. De kans op een complicatie of een val is groter. Het is belangrijk dat u bij uw bezoek bijvoorbeeld aan de Spoedeisende Hulp (SEH) goed aangeeft wat de hulpvraag is en waardoor die is ontstaan. En dat u als oudere actief blijft. Ga bewegen, maak een praatje, maak uw eigen keuzes. En dat u als naaste daarin actief betrokken blijft. In het ziekenhuis hebben we hulpmiddelen ontwikkeld om u te beschermen. Ook hebben we afspraken gemaakt hoe we voor een goede overgang van ziekenhuis naar huis of zorginstelling zorgen.

Laatste revisie: 21 december 2018 - 09:53