Behandeling

Niertransplantatie

Bij een niertransplantatie krijgt iemand een nieuwe nier. Met deze nieuwe nier wordt de nierfunctie in principe weer tot 50% hersteld, waardoor de gezondheid sterk verbetert.

Iedere patiënt met een goede gezondheid komt in principe in aanmerking voor een niertransplantatie. Wat uw leeftijd is, maakt op zich niet uit. Wel is het zo dat op oudere leeftijd vaak meerdere gezondheidsproblemen en ziekten voorkomen. De kans op een geslaagde niertransplantatie is hierdoor kleiner. 

Lees meer

Een donor kan iemand zijn die zojuist gestorven is, of een nog levend persoon.

  • De meeste transplantaties gebeuren met nieren van overleden donoren. Iedere Nederlander boven de 18 jaar kan donor worden. Wanneer een overleden persoon niet heeft aangegeven of hij wel of niet donor is, is het aan de nabestaanden om toestemming te geven. De nieren van overledenen worden pas verwijderd als (volgens strenge regels) is vastgesteld dat de persoon ook daadwerkelijk is overleden.
  • Familie- of relatietransplantatie houdt in dat een familielid of nabij persoon een nier afstaat. Een groot voordeel van familietransplantatie is dat de overeenkomsten van het weefsel tussen beide personen vaak zeer groot zijn. Daarbij komt dat de nier vaak in betere conditie is dan van een overleden persoon. Wettelijk is vastgesteld dat er een emotionele band moet zijn tussen patiënt en donor om orgaanhandel tegen te gaan. Het is dus belangrijk dat de donor geheel uit vrije wil een nier afstaat, zonder druk van buitenaf. Het afstaan van een nier is een ingrijpende gebeurtenis, zowel lichamelijk als emotioneel. Daarom dient deze beslissing goed overwogen te worden.

De transplantatie zelf wordt niet in het Jeroen Bosch Ziekenhuis uitgevoerd. U gaat hiervoor naar een universitair medisch centrum.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling.

Betrokken afdelingen

Code DIA-061
Laatste revisie: 23 oktober 2019 - 14:46
Hoe verloopt de behandeling?

Niertransplantatie

Om voor een donornier in aanmerking te komen, moet de arts u aanmelden bij de Nederlandse Transplantatie Stichting in Leiden. Deze stichting coördineert vraag en aanbod. 

U krijgt een weefselonderzoek (weefseltypering) om uw bloedgroep en weefselkenmerken te bepalen. Dit is belangrijk, omdat de bloedgroep en weefselkenmerken zoveel mogelijk moeten lijken op die van de donor. 

Aangetaste hart- en bloedvaten en chronische urineweginfecties zijn redenen om van een transplantatie af te zien. Maar ook bij een verhoogd operatierisico kunt u op de wachtlijst voor transplantatie komen.

Wat zijn de risico's?

Bij afstoting gaat de nieuwe nier slechter werken en soms zelfs verloren. Dit gebeurt bij ongeveer 25% van de patiënten. Vaak is het mogelijk om met medicijnen de afstoting te overwinnen, maar als dit niet lukt, gaat de nier verloren. Als de nieuwe nier niet meer functioneert, valt de patiënt weer terug op dialyse.

Wat gebeurt er voor de behandeling?

De gemiddelde wachttijd voor een donornier is vier jaar. De wachttijd hangt vooral af van het aanbod, weefselkenmerken en van hoe dringend uw situatie is. Transplantatie is alleen mogelijk als er een geschikte donornier beschikbaar is, ook als u bovenaan de wachtlijst staat.

Bij een oproep moet u zo snel mogelijk naar het ziekenhuis komen. Hier volgen dan nog een aantal onderzoeken. Als deze onderzoeken gunstig zijn, kan de transplantatie doorgaan. Een belangrijk onderzoek (kruisproef) bestaat uit het samenbrengen van uw bloed en dat van de donor. Hieraan kunnen we zien of er alsnog afstoting zal optreden.

Wat gebeurt er bij de behandeling?

Bij de transplantatie wordt de nieuwe nier in de onderbuik geplaatst en verbonden met de blaas. Dit is technisch gezien een eenvoudige operatie. De oude nieren blijven aanwezig, tenzij hier medische problemen mee zijn.

Het gemiddelde verblijf in het ziekenhuis is 2 tot 3 weken. De nieuwe nier gaat over het algemeen na 3 tot 4 dagen werken. Is dit niet het geval, dan krijgt u dialyse totdat de nieuwe nier werkt.

Een afstoting kan snel optreden, maar ook nog na jaren. U krijgt vanaf het begin medicijnen om de kans op afstoting te verminderen. Deze medicijnen geven wel bijwerkingen. Ook bent u daardoor extra vatbaar voor infecties.