Headerafbeelding
Vaas op tafel in wachtkamer met zicht op binnentuin
Behandeling

Maatregelen na het verwijderen van de milt of als de milt niet goed werkt

Als uw milt niet goed werkt bent u extra gevoelig voor een bepaald soort infecties. Het is daarom belangrijk dat u hiervan op de hoogte bent en weet wat u moet doen bij klachten.

De functie van de milt is het filteren van het bloed. De milt verwijdert onder andere bacteriën uit het bloed, en stimuleert het afweersysteem. Als uw milt niet goed werkt bent u extra gevoelig voor een bepaald soort infecties. Deze infecties kunnen dan erg snel en ernstig verlopen.

Soms hebben mensen geen milt meer, omdat deze bij een operatie is verwijderd. Het kan ook zijn dat de milt niet goed werkt, bijvoorbeeld bij bloedziektes zoals sikkelcelziekte. Maar ook bij levercirrose, SLE of Reumatoïde Artritis.

Maatregelen om ernstige infecties te voorkomen

Alle belangrijke informatie op een rij

Praktische tips

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Betrokken afdelingen

Code INT-103
Laatste revisie: 14 april 2020 - 14:19
Maatregelen om ernstige infecties te voorkomen

Maatregelen na het verwijderen van de milt of als de milt niet goed werkt

Met de adviezen die wij u geven heeft u minder risico op een ernstige infectie. Toch garandeert dit niet dat er geen ernstige infecties kunnen optreden. Het is aan te raden om een medical alert-kaart of een medaillon te dragen waarbij vermeld staat dat uw milt is verwijderd. Bij elk bezoek aan uw huisarts of specialist moet u ook zelf aangeven dat u geen milt meer heeft. U kunt zo nodig deze informatie meenemen

U loopt extra risico voor een ernstige infectie veroorzaakt door:

  • De zogenoemde gekapselde bacteriën, zoals de pneumokok, de meningokok en de Hemofilus influezabacterie. Deze kunnen ziekten veroorzaken zoals bronchitis, longontsteking en hersenvliesontsteking.
  • Door een honden- of kattenbeet, eventueel zelfs bij een bijtwond veroorzaakt door mensen.
  • Malaria bij bezoek aan malariagebieden.
  • Babesiose, dat overgebracht kan worden door teken, die vooral voorkomen in de Verenigde Staten (VS).

Uw arts zorgt ervoor dat u de vaccinaties die u nodig heeft krijgt :

  • Pneumoccenvaccin, dit zijn twee verschillende vaccinaties. U krijgt eerst het 13-valent pneumococcenconjungaatcaccin en na twee maanden het 23-valent pneumococcenpolysacharidevaccin. Het laatste vaccin wordt iedere vijf jaar herhaald.
  • Influenzavaccin, “griepprik”, jaarlijks via de huisarts.
  • Haemophilus influenzaevaccin, deze heeft u éénmaal nodig.
  • Meningococcenvaccin, deze heeft u éénmaal nodig.
  • Aanvullend meningococcenvaccin bij reizen naar risicogebieden.+

Schrijf de data op van de Pneumococcenvaccinaties, zodat u altijd zelf kunt controleren of u weer aan een herhalingsvaccinatie toe bent.

U krijgt een recept mee voor amoxicilline/clavulaanzuur (tenzij u allergisch bent). U haalt deze antibiotica bij de apotheek. U moet deze antibiotica altijd bij u hebben. Let op de vervaldatum en haal op tijd nieuwe antibiotica met een herhaalrecept van de huisarts.

Bij koorts

  • Krijgt u koorts boven de 38,5 C, dan begint u direct (binnen één uur) met deze antibiotica. Dat is heel belangrijk, omdat een infectie u binnen enkele uren ernstig ziek kan maken.
  • Daarna neemt u contact op met een arts voor verder onderzoek en om te kijken of u door moet gaan met deze antibiotica.

Bij beet door hond, kat of mens

Wordt u gebeten door een hond, kat of door een mens, dan begint u ook direct met de antibiotica die u in huis heeft. Neem daarna direct contact op met een arts.

Bij een verre reis

Bij reizen naar tropische gebieden heeft u altijd een risico op een infectie. Met name malariainfecties kunnen zeer ernstig verlopen. Bent u van plan bent naar tropische gebieden te gaan, neem dan op tijd contact op met de GGD. U kunt dan overleggen welke specifieke maatregelen u moet treffen. Overleg ook zo nodig met uw eigen arts.

Heeft u veel vragen over de risico’s van een niet goed werkende milt of over boven beschreven adviezen, dan kunt u altijd een afspraak maken met de internist.