Headerafbeelding
Binnentuin met groene bomen
Behandeling

Leren lopen (onbelast) met krukken

Soms is het nodig dat u na een behandeling in het ziekenhuis een tijdje met krukken loopt.

De fysiotherapeut kan u helpen bij het onbelast leren lopen met krukken.

Hoe loopt u onbelast met krukken?

Hier vindt u alle informatie over onbelast lopen met krukken.

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Betrokken afdelingen

Code PMD-066
Laatste revisie: 15 mei 2020 - 11:29
Hoe loopt u onbelast met krukken?

Leren lopen (onbelast) met krukken

Waar let u op tijdens het lopen?

  • Loop goed rechtop, houd uw ellebogen bij het steunen op de krukken steeds gestrekt.
  • Til bij het draaien uw voet op, dus niet schuiven.
  • Wees voorzichtig op een natte ondergrond.
  • Bij stil staan: de krukken vóór het gezonde been op de grond plaatsen.

Hoe loopt u met krukken?

  • Start het lopen pas als u goed in balans staat!
  • Houd het been waarop u niet mag steunen licht gebogen onder het lichaam.
  • Eerst de krukken naar voren zetten.
  • Plaats uw krukken zo breed dat u er gemakkelijk tussendoor kunt.
  • Dan steunen op de krukken; armen en lichaam zo veel mogelijk gestrekt houden.
  • Daarna het gezonde been voor de krukken plaatsen.
  • Het is aan te raden het aangedane been licht mee te bewegen met de krukken.

Hoe gaat u zitten?

  • Als u wilt gaan zitten, zorg dan dat de knieholte van uw gezonde been de zitting van de stoel raakt.
  • Het aangedane been houdt u naar voren.
  • De manchetten van de krukken laat u om de polsen vallen. De handvatten draaien naar de grond.
  • U pakt aan beide kanten de stoelleuning vast.
  • U kunt nu rustig gaan zitten.

Hoe staat u op vanuit de stoel?

  • Zorg dat u vooraan op de stoel zit. Het aangedane been houdt u naar voren.
  • Pak met beide handen de stoelleuning vast, de krukken zitten al om uw polsen, de handvatten zijn naar de grond gericht.
  • U kunt nu gaan staan.
  • Als u staat, kunt u de krukken goed vastpakken.

Hoe gaat u traplopen?

  • In het algemeen gebruikt u bij het traplopen één leuning en één kruk. De andere kruk kan via de buitenzijde horizontaal meegenomen worden in de hand die u gebruikt voor uw steunkruk.
  • Zijn er geen leuningen aanwezig: zie bij ‘Opstapje’ en ‘Afstapje’.

Trap op

  • Gebruik één leuning en één kruk.
  • Plaats uw hand op de leuning, op hoogte van de trede waarop u staat.
  • Plaats de kruk op de trede waarop u staat.
  • Plaats uw gezonde been op de volgende trede. Steun hierbij zo veel mogelijk op uw gestrekte armen.
  • Probeer niet te springen.
  • Plaats dan hand en kruk opnieuw op de trede waarop u staat.

Trap af

  • Gebruik één leuning en één kruk.
  • Plaats uw hand op de leuning ter hoogte van de trede waar u heen gaat.
  • Zet dan ook de kruk omlaag op de volgende trede.
  • U hangt het aangedane been boven de trede waar u heen gaat en u zakt hierbij door het gezonde been.
  • Als laatste zet u het gezonde been bij.

Hoe neemt u een opstapje?

  • U zet eerst het gezonde been op het opstapje.
  • De krukken zet u bij.

Hoe neemt u een afstapje?

  • U zet eerst de krukken naar beneden.
  • Het aangedane been hangt tussen de krukken.
  • Daarna zet u het gezonde been bij.
  • Zet eerst de krukken over de drempel.
  • U houdt zo mogelijk het aangedane been tussen de krukken.
  • Het gezonde been volgt.
  • Laat de auto niet tegen de stoeprand parkeren, maar op de stoep of op een meter afstand van de stoep.
  • Zorg bij het instappen dat de autodeur volledig geopend kan worden.
  • Laat de bestuurder de bijrijderstoel in de achterste stand zetten.
  • Leg eventueel een grote plastic zak op de zitting van de stoel (dit vergemakkelijkt het schuiven).
  • Sta met de achterzijde van uw standbeen tegen de autostoel.
  • Steun met uw handen op de rugleuning en zitting van de stoel en ga rustig zitten.
  • Schuif met uw billen zo diep mogelijk de auto in.
  • Plaats uw benen in de auto.