Headerafbeelding
Operatiedossier Operatiekamer 2
Behandeling

Laparoscopische operatie door de gynaecoloog

Bij een laparoscopie bekijkt de gynaecoloog de baarmoeder, eileiders, eierstokken en omliggende organen zoals de blaas en de darmen.

Dit gebeurt met een laparoscoop. Dit is een lange dunne holle buis met een kleine camera en een lampje erin. Hierdoor kan de arts de buitenkant van de organen in de buikholte bekijken. De laparoscopie gebeurt onder algehele anesthesie. Er kunnen verschillende redenen zijn om een laparoscopie te doen.

Lees meer

Baarmoeder, eileiders en eierstokken

Een normale baarmoeder heeft de vorm en grootte van een peer. Aan de brede bovenkant monden 2 eileiders in de baarmoeder uit. Deze dunne, soepele buisjes, die zo’n 8 tot 10 centimeter lang zijn, beginnen bij de baarmoeder en eindigen bij de eierstokken. Normale eierstokken zijn ongeveer 3 centimeter groot. Bij een laparoscopische operatie ziet de arts meestal de eileiders, eierstokken en het bovenste deel van de baarmoeder. Het onderste deel van de baarmoeder dat in de vagina uitmondt, de baarmoedermond of baarmoederhals is niet zichtbaar tijdens de operatie.

Waarom een laparoscopie?

U kunt om verschillende redenen een laparoscopie krijgen:

  1. De gynaecoloog kan een laparoscopie doen om uit te zoeken waarom u bepaalde klachten heeft. Bijvoorbeeld als het nodig is te weten of de eileiders goed doorgankelijk zijn of als er sprake is van buikklachten. Dit onderzoek met een laparoscoop noemen we een diagnostische laparoscopie.
  2. De arts kan via de laparoscoop ook opereren. Dit noemen we een therapeutische laparoscopie. 

Uw arts bespreekt met u wat in uw geval de reden is om een laparoscopie te doen.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Code GYN-173
Laatste revisie: 7 augustus 2020 - 13:27
Hoe verloopt de behandeling?

Laparoscopische operatie door de gynaecoloog

Hieronder leest u de meest voorkomende redenen voor een laparoscopische operatie. Niet bij elke afwijking zal of kan een laparoscopische operatie gedaan worden. 

Redenen diagnostische laparoscopie

  • Het uitblijven van een gewenste zwangerschap.
  • Plotselinge pijn in de onderbuik.
  • Langdurige buikpijn.

Redenen therapeutische laparoscopie

  • Cyste van de eierstok of vergrote eierstok.
  • Verwijderen van normale eierstokken.
  • Sterilisatie.
  • Endometriose.
  • Hydrosalpinx.
  • Buitenbaarmoederlijke zwangerschap.
  • Vleesbomen (myomen).
  • Verwijdering van de baarmoeder.

Voordeel van een laparoscopie

De laparoscopie is de enige methode waarmee de binnenkant van de buik goed onderzocht kan worden zonder dat u een grote operatie krijgt. Bij een laparoscopische operatie blijft de buikholte afgesloten. In vergelijking met een operatie waarbij een snede via de buikwand wordt gemaakt, treedt er minder prikkeling van het buikvlies op en werken de darmen weer sneller normaal na de operatie. De kleinere sneetjes veroorzaken minder wondpijn. Hierdoor is het verblijf in het ziekenhuis korter en gaat het herstel thuis meestal sneller.

Risico’s en complicaties

Hier bespreken we een aantal mogelijke gevolgen en complicaties van laparoscopische operaties. Bedenk bij het lezen dat het om mogelijke gevolgen gaat: de meeste operaties verlopen zonder complicaties. De meeste complicaties kunnen ook optreden bij een niet-laparoscopische operatie.

  • Een complicatie bij een laparoscopische operatie is de kans dat er toch een ‘gewone’ buikoperatie (laparotomie) moet gebeuren via een grotere snede. Eigenlijk is dit geen echte complicatie, omdat het soms gewoon te moeilijk is om goed te opereren met behulp van de laparoscopische methode. Dit komt vooral voor bij ernstige verklevingen door endometriose of vleesbomen die te groot zijn. Maar ook bij het niet goed zichtbaar zijn van afwijkingen of een eerdere buikoperatie. Houdt u er dus altijd rekening mee dat u met een grotere snede dan gepland wakker kunt worden. De opname in het ziekenhuis en het herstel duren dan langer.
  • Bij het opereren zelf kunnen ook complicaties optreden. In zeer zeldzame gevallen worden de urinewegen of darmen beschadigd. De gevolgen daarvan zijn soms pas zichtbaar als u al uit het ziekenhuis ontslagen bent. Bij ernstige buikpijn, koorts of pijn in de nierstreek (aan de zijkant van uw rug) belt u de dienstdoende gynaecoloog. Deze beschadigingen zijn meestal goed te behandelen, maar ze vragen extra zorg en het herstel duurt langer.
  • Elke algehele anesthesie brengt risico’s met zich mee. Bent u verder gezond? Dan zijn deze risico's heel klein.
  • Bij de operatie krijgt u meestal een katheter in de blaas. Daardoor kan een blaasontsteking ontstaan. Zo’n ontsteking is lastig en pijnlijk, maar goed te behandelen.
  • Er kan in de buikwand of in de vagina een nabloeding optreden. Meestal verwerkt het lichaam een bloeduitstorting zelf, maar dit eist een langere periode van herstel. Bij een ernstige nabloeding is soms een tweede operatie nodig, vaak via een grote snede.
  • Bij iedere operatie is er een klein risico op het ontstaan van een infectie of trombose.
  • Een littekenbreuk is een complicatie op langere termijn. De darmen en het buikvlies puilen dan door de buikwand onder de huid naar buiten. Deze complicatie kan bij alle buikoperaties voorkomen, dus ook bij laparoscopische ingrepen.
  • Sommige vrouwen hebben na de operatie klachten als duizeligheid, slapeloosheid, moeheid, concentratiestoornissen en buik- en/of rugpijn. Deze klachten zijn niet ernstig te noemen, maar kunnen wel vervelend zijn. Als het verloop van het herstel na de operatie anders is of langer duurt dan verwacht, is het verstandig dit met uw huisarts of gynaecoloog te bespreken.

Uw beslissing

Het is belangrijk dat u zelf achter de beslissing tot opereren staat. Meestal is er geen acute situatie. Hierdoor heeft u ruim de tijd om na te denken over deze beslissing. Voordat u de definitieve beslissing neemt, is het verstandig na te gaan of de volgende vragen beantwoord zijn:

  • Wat is de reden voor de operatie?
  • Als u geen klachten hebt: is de behandeling dan echt noodzakelijk?
  • Als u wel klachten hebt: hoe groot is de kans dat deze zullen verminderen of verdwijnen na de operatie?
  • Zijn er andere behandelingsmogelijkheden, bijvoorbeeld met medicijnen? Welk resultaat is daarvan te verwachten?
  • Wat wordt er verwijderd en wat zijn de gevolgen daarvan?
  • Waar komen de littekens op de buik te zitten en komt er een litteken in de vagina?
  • Bent u op de hoogte van de mogelijke risico's en complicaties?
  • Heeft u genoeg informatie en tijd gehad om een goede beslissing te nemen?

U bent 1- of een paar dagen opgenomen in het ziekenhuis. Dit hangt af van de zwaarte van de operatie. Hoewel u geen grote buikwond heeft, kunt u wel pijn hebben en zich slap voelen. Soms heeft u na thuiskomst ook nog hulp nodig. Bespreek dit van tevoren met uw gynaecoloog. Bij een grotere laparoscopische operatie kan het zijn dat u vooraf nog een gesprek heeft met een verpleegkundige op de polikliniek.

Preoperatieve Screening en Centraal Apotheek Punt

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom brengt u enige tijd voor uw opname in het ziekenhuis een bezoek aan het Centraal Apotheek Punt (CAP) en de afdeling PreOperatieve Screening (POS/Intake). Deze afdelingen bevinden zich alleen op onze locatie in ’s-Hertogenbosch. Het bezoek aan het CAP duurt maximaal 20 minuten. De afspraak op de afdeling POS/Intake duurt ongeveer 1 uur. Let op! Het is belangrijk dat u naar de afspraak bij het CAP gaat; ook als u geen medicijnen gebruikt.

Op www.jbz.nl/anesthesiologie leest u meer over de verdoving en bewaking tijdens de operatie. Als u hierover vragen heeft, kunt u deze bespreken tijdens uw bezoek aan de afdeling POS/Intake.

Informatieboekje POS/Intake

Op de afdeling POS/Intake krijgt u een informatieboekje mee. Hierin leest u belangrijke informatie die u nodig heeft bij de voorbereiding op uw opname. Lees dit boekje goed door!

Nuchter zijn

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf een bepaald tijdstip niets meer mag eten en drinken. U krijgt hierover uitleg van het Planbureau.

Vervoer naar huis

Wij adviseren u dringend om niet zelf auto te rijden. Regel daarom iemand die u naar huis kan brengen.

Waar meldt u zich?

U meldt zich bij de Infobalie van het ziekenhuis. De medewerker van de Infobalie wijst u verder naar de juiste afdeling.

Voor de behandeling

Op de dag van uw operatie wordt u op de verpleegafdeling verder voorbereid op de operatie. Als u aan de beurt bent, brengt de verpleegkundige van de afdeling u naar het Operatiecentrum. Daar gaat u eerst naar de ‘holding’. Dit is de voorbereidingsruimte. Hier krijgt u een infuus en wordt u aangesloten op bewakingsapparatuur.

Tijdens de behandeling

Op de operatiekamer ziet u de gynaecoloog die de operatie doet. Het team neemt nog een keer alle gegevens door. Dan krijgt u de anesthesie via het infuus. Uw blaas wordt met een katheter leeggemaakt.

De gynaecoloog maakt meestal een sneetje van ongeveer 1 centimeter in de onderrand van de navel en brengt door dat sneetje een dunne holle naald in de buikholte. Door deze naald wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas. De buik bolt op en zo ontstaat er ruimte in de buik om de verschillende organen te zien. Daarna brengt de gynaecoloog via dit sneetje de laparoscoop in de buik en sluit deze aan op een videocamera. De baarmoeder, eileiders en eierstokken zijn zo te zien op de monitor.

Is er een vermoeden van verklevingen bij u? Dan maakt de arts een iets groter sneetje bij de navel. Hierdoor kunnen we beter zien hoe we de laparoscoop inbrengen. Ook kunnen we ervoor kiezen om de buik eerst met gas te vullen via een klein sneetje links in de bovenbuik. Dit is veiliger bij verklevingen. Een tweede sneetje, en soms zelfs een derde of vierde, wordt daarna gemaakt in de onderbuik. Hierdoor gaat een klein buisje naar binnen. Het is hierdoor mogelijk om een tangetje of schaartje in te brengen om kleine ingrepen te doen. Voorbeelden hiervan zijn het verwijderen van een stukje eierstok en het losmaken van een verkleving.

Via de vagina en de baarmoederhals brengt de gynaecoloog soms een instrument in de baarmoederholte om de baarmoeder tijdens de operatie te bewegen. Zo kan de arts veilig langs de baarmoeder opereren en geen andere organen beschadigen.

Tot slot kan ook in de vagina, achter de baarmoedermond, een snee gemaakt worden. Hierdoor is het mogelijk om bijvoorbeeld een vergrote eierstok of een vleesboom (myoom) uit de buikholte te verwijderen.

Aan het einde van de operatie haalt de arts de laparoscoop uit de buikholte en zuigt het gas weer weg. De wondjes worden gesloten met hechtingen en/of hechtpleisters.

Hoe lang duurt de operatie?

De operatie kan een half uur of soms een aantal uren duren. Een operatie kan soms moeilijker zijn dan verwacht en dus langer duren.

Uitslaapkamer

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Hier worden uw bloeddruk, hartritme en zuurstofbehoefte gecontroleerd. Als u zich goed voelt, wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling.

Op de afdeling

Na de operatie heeft u een infuus waardoor u vocht en pijnstilling krijgt toegediend. Vaak bent u misselijk en soms moet u overgeven. Ook hier krijgt u medicijnen voor. Het infuus blijft zitten tot de misselijkheid verdwenen is en u voldoende drinkt. De verpleegkundige verwijdert het infuus en de katheter de dag van de operatie of de volgende dag. Dit hangt af van de zwaarte van de operatie en wat voor soort operatie het was.

Pijn

Direct na de operatie heeft u vaak vrij hevige buikpijn. De pijn vermindert de eerste uren na de operatie en verdwijnt meestal aan het einde van de dag. Sommige vrouwen houden de eerste dagen nog buikpijn. U kunt hier pijnstillers voor gebruiken. U krijgt hiervoor een recept mee. Soms heeft u naast buikpijn ook schouderpijn. Deze pijn wordt veroorzaakt door het koolzuurgas dat gebruikt is in de buik. Dit verdwijnt binnen 2 dagen.

Ontslag en herstel thuis

Uw lichaam heeft tijd nodig om te genezen en te herstellen van een operatie. U kunt zich na de operatie moe voelen. Ook kan uw reactievermogen wat vertraagd zijn.

  • Bij een diagnostische laparoscopie heeft u een paar dagen nodig voordat u zich weer helemaal hersteld voelt.
  • Bij een therapeutisch laparoscopie moet u rekenen op 2 tot 3 weken herstel.
  • Bij een grotere operatie als een baarmoederverwijdering is dit soms langer.
  • Bij een kleine en vlotte ingreep verloopt het herstel soms sneller.

De adviezen die we u meegeven helpen bij de genezing. Ook heeft u hierdoor een kleiner kans op eventuele complicaties.

De eerste dagen kunt u vaak wel voor uzelf zorgen, maar niet voor een gezin. U bent sneller moe en kunt u minder aan dan u dacht. Dan is het verstandig toe te geven aan de moeheid en extra te rusten. Te hard van stapel lopen heeft vaak een averechts effect. Uw lichaam geeft aan wat u wel en wat u niet aankunt. Daarnaar luisteren is belangrijk. Als u zich goed voelt opknappen, kunt u rustig aan uw activiteiten uitbreiden.

Het vlottere herstel bij een laparoscopische operatie in vergelijking met een ‘gewone’ operatie is een groot voordeel van deze ingreep. Voor sommige vrouwen is het ook een nadeel. Voor uw omgeving lijkt het met deze sneetjes en het snelle ontslag dat u nauwelijks ziek bent. U zou minder hulp en steun thuis kunnen krijgen dan na een ‘gewone’ operatie met een grotere snede. Het is daarom verstandig de signalen van uw lichaam ook na een laparoscopische operatie serieus te nemen.

Bloedverlies

Soms heeft u bloedverlies uit de vagina. Bij operaties aan de baarmoeder zit er een litteken in de vagina. Dit kan een bloederige afscheiding geven. Dit kan variëren van een paar dagen tot een paar weken.

Hechtingen

De wondjes in uw buik zijn meestal gehecht. Hiervoor gebruiken we oplosbaar materiaal. De hechtingen hoeven dus niet te worden verwijderd. Het kan 6 weken duren voordat de zichtbare uiteinden van de draadjes verdwenen zijn. Zolang er vocht uit de wondjes komt, is het verstandig om hier een pleister of een gaasje op te doen. Zijn de wondjes droog? Dan is dit niet meer nodig. Als de hechtingen na 1 week de huid irriteren, kunt u de hechtingen (laten) verwijderen.

Douchen en baden

U mag gewoon douchen, ook met hechtingen. Bespreek met uw gynaecoloog of u in bad mag. Bij een litteken in de vagina zijn de meningen hierover verdeeld. Heeft u alleen buiklittekens? Dan mag u gewoon in bad of zwemmen.

Seksualiteit

Bij operaties aan de baarmoeder is er een litteken in de vagina. Het is dan voor de genezing beter als er niets in de vagina komt. U krijgt dan het advies mee om de eerste 6 weken na de operatie geen seks te hebben en geen tampons te gebruiken. Er is niets op tegen om al eerder seksueel opgewonden te raken of te masturberen. Heeft u geen litteken in de vagina? Dan mag u eerder seks hebben. De buik is vaak de eerste tijd nog wel gevoelig. Wacht er dan liever nog een poosje mee.

Wat te doen bij problemen thuis?

Bij problemen die te maken hebben met de operatie, belt u het ziekenhuis. U belt:

  • als u steeds meer buikpijn krijgt;
  • als u koorts van 38°C of hoger heeft.

De eerste 2 dagen belt u tijdens kantooruren naar de polikliniek Gynaecologie, telefoonnummer: (073) 553 62 50. Buiten kantooruren belt u de Spoedafdeling Gynaecologie en Verloskunde, telefoonnummer: (073) 553 20 20. Na 2 dagen belt u uw huisarts.

U krijgt een afspraak mee voor de uitslag. Dit is meestal een telefonische afspraak voor 2 tot 3 weken na de operatie. Na 6 weken komt u op controle op de polikliniek. De gynaecoloog bespreekt dan met u het resultaat van de operatie en of er nog verdere controle of behandeling nodig is.

Dan kunt u deze altijd stellen aan de gynaecoloog. U belt naar de polikliniek Gynaecologie, telefoonnummer: (073) 553 62 50.

Deze tekst is afkomstig van de NVOG.