Behandeling

Behandeling schildklierzwelling (RFA)

In uw schildklier is een goedaardige zwelling gevonden, een zogenaamde 'nodus'. De radioloog gaat deze zwelling aanprikken en verwarmen via de naald, zodat de zwelling zal verschrompelen. Deze vorm van behandelen wordt RFA (radiofrequente ablatie) genoemd.

U leest hier meer over deze behandeling en de nazorg.

Lees meer

LET OP! Deze informatie beschrijft de algemene gang van zaken. Het is mogelijk dat de behandeling in uw geval net iets anders verloopt. 

In het Jeroen Bosch Ziekenhuis werken physician assistants (PA). Informatie over dit beroep ontvangt u bij de afspraakbevestiging of heeft u bij uw eerste polikliniekbezoek ontvangen. U bent onder behandeling van een endocrinoloog (internist) of de PA interne geneeskunde. De behandeling wordt uitgevoerd op de afdeling Radiologie door de radioloog of PA radiologie. Voor de leesbaarheid van de folder wordt hier steeds de radioloog of endocrinoloog genoemd, maar kunt u dit dus ook lezen als PA.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

De afdeling Radiologie

Op de afdeling Radiologie is de radioloog verantwoordelijk voor de onderzoeken. De radioloog is een arts die gespecialiseerd is in het uitvoeren en beoordelen van deze onderzoeken. De radiodiagnostisch laborant of physician assistent assisteert de radioloog bij de uitvoering van de onderzoeken. Ook kunnen zij deze onderzoeken in opdracht van de radioloog zelfstandig uitvoeren.

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Code RAD-098
Laatste revisie: 2 maart 2021 - 10:48
Hoe verloopt de behandeling?

Behandeling schildklierzwelling (RFA)

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of heeft u een stoornis van de bloedstolling?

Dan is het belangrijk dat de arts die dit onderzoek/deze behandeling aanvraagt dit weet. Uw behandelend arts zal u vertellen of u moet stoppen met de bloedverdunners of dat u ze mag blijven gebruiken.

Metalen apparaatjes in uw lichaam

Deze behandeling kan niet worden gedaan als in uw lichaam bepaalde  metalen apparaatjes zijn geplaatst, bijvoorbeeld een pacemaker, ICD, neurostimulator, insulinepomp of cochleair implantaat. Als er bij u een dergelijk apparaatje is geplaatst, geef dit dan zo spoedig door aan afdeling Radiologie, telefoonnummer (073) 553 26 00.

Medicijnen

Pijnstillende medicijnen mag u op de dag van het onderzoek niet innemen. U krijgt op de dag van de behandeling paracetamol op de afdeling. Overige medicijnen kunt u blijven gebruiken zoals u gewend bent. 

Eten en drinken

Voor dit onderzoek mag u normaal eten en drinken.

Opname

Voor deze behandeling wordt u enkele uren opgenomen op de afdeling Dagbehandeling. Van het Planbureau krijgt u bericht hoe laat u wordt verwacht. 

Informatieboekje POS/Intake

Op de afdeling POS/Intake krijgt u een informatieboekje mee. Hierin leest u belangrijke informatie die u nodig heeft bij de voorbereiding op uw opname. Lees dit boekje goed door!

Hoe verloopt de behandeling?

Op de dag van opname krijgt u eerst een bloedonderzoek om de bloedstolling te controleren. Vervolgens krijgt u een tablet oxazepam en 1000 mg paracetamol. De oxazepam heeft een kalmerende en ontspannende werking. De paracetamol werkt pijnstillend tijdens de procedure.

De verpleegkundige geeft u een speciaal jasje met drukknopen, dat u tijdens het onderzoek draagt. Uw ondergoed mag u aanhouden. Uw andere kleding moet u uitdoen. In bed wordt u naar de afdeling Radiologie gebracht.

Tijdens de behandeling ligt u op een onderzoekstafel horizontaal of met het hoofd iets achterover. Op elk been wordt een aardingssticker (een soort grote 'plakker') gelegd. Met behulp van echografie bepaalt de radioloog de exacte plaats van de zwelling in uw schildklier. Tussen de zwelling en de huid spuit de radioloog vervolgens een verdovingsmiddel in, waardoor de behandeling minder pijnlijk is. Bij de prikplek wordt de huid goed schoongemaakt en de huid rond de prikplek wordt afgedekt met een steriele doek. De radioloog prikt vervolgens de zwelling aan met een speciale naald. Als de juiste positie is bereikt wordt de tip van de naald telkens verhit zodat de cellen van de schildklierzwelling rond de naald stuk gaan en geleidelijk gaan verschrompelen. Tijdens de behandeling wordt de naald steeds verplaatst en opnieuw verhit totdat de hele zwelling is behandeld. Tijdens de behandeling vraagt de radioloog regelmatig aan u om iets te zeggen om na te gaan of u klachten heeft van de behandeling. Uiteindelijk wordt de naald verwijderd en de prikplek afgedekt met een pleister.

Het eerste half uur na de behandeling drukt u zelf met uw eigen hand op de prikplek om nabloeden te voorkomen. De radioloog legt u uit hoe u dit moet doen.

De behandeling duurt ongeveer 30 tot 60 minuten. Uw partner/begeleider kan niet bij de behandeling aanwezig zijn.

Wat gebeurt er na de behandeling?

U wordt na afloop van de behandeling terug gebracht naar de afdeling Dagbehandeling. Hier blijft u nog een paar uur totdat de radioloog langs is geweest om te controleren of alles goed is gegaan. De verpleegkundige zal u regelmatig controleren en vertelt wanneer u naar huis mag. 

Doordat de cellen van de schildklierzwelling kapot zijn gemaakt gaan ze verschrompelen. Dit verschrompelen is een langzaam proces dat 6 tot 12 maanden duurt. Het kan dus zijn dat u na de behandeling de zwelling van de schildklier nog steeds voelt. Dat wil niet zeggen dat de behandeling niet gelukt is.

In de hals zal zeer waarschijnlijk een blauwe plek ontstaan door de punctie. Dat is normaal. 

De pleister mag u na 24 uur verwijderen.

Vervoer naar huis

Oxazepam kan uw reactievermogen kan verminderen. Daarom mag u na afloop van de behandeling niet zelf naar huis rijden en geen machines bedienen.

Alcohol

Wij adviseren u om de eerste dag na het onderzoek geen alcohol te
gebruiken. Oxazepam kan het effect van alcohol namelijk versterken, waardoor u behoorlijk suf kunt worden.

Lichamelijke activiteit

Wij adviseren u tot 48 uur na de behandeling rustig aan te doen: niet sporten en niet zwaar tillen.

Pijnstilling

  • U krijgt op de afdeling Dagbehandeling 1000 mg paracetamol voorafgaand aan de behandeling.
  • De prikplek kan na afloop van het onderzoek pijnlijk zijn. U kunt de verpleegkundige vragen om medicatie tegen de pijn.
  • Na thuiskomst neemt u nog 3 keer 1000 mg paracetamol (verdeeld over de dag).
  • De dagen na de behandeling, kunt u als dat nodig is nog 4 keer per dag 1000 mg paracetamol nemen (verdeeld over de dag).

Zijn er bijwerkingen of risico's?

Elke behandeling kent een risico op complicaties. De specialist die het onderzoek heeft geadviseerd, weegt altijd de kans op complicaties af tegen de voordelen van het uitvoeren van het onderzoek.

Complicaties treden na RFA zelden op. Als er complicaties optreden dan zijn ze bijna altijd tijdelijk, heel soms blijvend. Het risico op het ontstaan van deze complicaties is minder dan bij een operatie. Bekende complicaties zijn:

  • stemverandering (doordat de stemzenuw wordt geprikkeld);
  • een trager werkende schildklier (hypothyreoïdie);
  • een huidreactie of lichte verbranding ter plaatse van de aardingspads op de benen;
  • een bloeduitstorting op de prikplek.

Risico op infectie:De behandeling vindt plaats onder steriele omstandigheden. Dit betekent dat de prikplek voor start van de procedure ruim wordt gedesinfecteerd en dat er steriele materialen worden gebruikt. Het risico op een eventuele infectie is gemiddeld lager dan 1%.

We adviseren u de paragraaf ‘Wanneer neem ik contact op met het ziekenhuis?’ goed door te lezen en bij het vermoeden dat er bij u een ontsteking is ontstaan direct contact op te nemen.

Risico echografie: Er zijn geen nadelige effecten bekend van het gebruik van echografie.

Bijwerkingen verdovingsmiddel: Het plaatselijke verdovingsmiddel dat we gebruiken, geeft zelden bijwerkingen. In een klein aantal gevallen (kleiner dan 0,1%) kan een huidreactie (roodheid, jeuk) of een allergische reactie optreden. De risico’s zijn groter als u in het verleden al eens een allergische reactie op een plaatselijk verdovingsmiddel heeft gehad. Dit willen wij dan uiteraard graag voor de start van het onderzoek weten.

Risico's oxazepam: Zie aparte bijlage.

Risico bij zwangerschap en borstvoeding: Zwangerschap en borstvoeding zijn bij deze behandeling geen probleem. Als u zwanger bent, is inname van oxazepam niet verstandig. Het onderzoek zal dan zonder oxazepam worden gedaan.

Uitslag van de behandeling

Uw behandelend arts krijgt van ons een verslag hoe de procedure is verlopen. U spreekt met hem/haar af hoe en wanneer u de uitslag krijgt.

Ik kan niet naar de afspraak komen, wat moet ik doen?

Kunt u niet naar de afspraak komen? Geef dit dan zo snel mogelijk (minstens 24 uur voor het onderzoek/behandeling) aan ons door via telefoonnummer (073) 553 26 00. We kunnen dan in uw plaats een andere patiënt helpen.

Wanneer neem ik contact op met het ziekenhuis?

Op de prikplek kan een bloeding of een ontsteking ontstaan. Als u in de uren/dagen na de behandeling één van de onderstaande klachten krijgt, neemt u dan direct contact op met het ziekenhuis. Tijdens kantooruren kunt u rechtstreeks contact opnemen met de afdeling Radiologie (073) 553 26 00. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp ’s-Hertogenbosch (073) 553 27 00.

De klachten die kunnen duiden op een bloeding of ontsteking zijn:

  • duizelig worden of 'zich niet goed voelen';
  • ernstige pijn, met name rondom de prikplek;
  • de prikplek wordt rood, warm of erg dik;
  • meer dan 38 graden koorts.

Krijg ik nog nazorg?

Na enkele weken komt u weer terug bij uw endocrinoloog voor nacontrole. De nacontrole is niet altijd nodig. Dit bespreekt u met uw endocrinoloog.

Ik heb nog vragen, waar kan ik die stellen?

Deze informatie is bedoeld als aanvulling op het gesprek dat u heeft gehad met uw endocrinoloog . Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neemt u dan telefonisch contact op met de afdeling Radiologie (073) 553 26 00 of met de polikliniek Algemene Interne Geneeskunde (073) 553 30 81.