Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

Blaasontsteking (cystitis)

Bij een blaasontsteking is het slijmvliesweefsel (mucosa) van de blaas ontstoken. Dit slijmvliesweefsel vormt de binnenbekleding van de blaas. Soms zijn ook de urinebuis of de urineleiders ontstoken.


Oorzaak

Een blaasontsteking ontstaat bijna altijd door bacteriën die uit de darm via de huid en de plasbuis in de blaas terechtkomen. Ongeveer 85 procent van de blaasontstekingen wordt veroorzaakt door de Escherichia Coli (E-coli) bacterie. Vrouwen hebben vaker blaasontsteking dan mannen. Dit komt doordat de vagina en anus bij een vrouw erg dicht bij elkaar liggen. Bacteriën uit de darm komen dan makkelijker in de blaas. Ook hebben vrouwen een kortere urinebuis dan mannen waardoor er eerder een blaasontsteking optreedt.

 

Preventie

Om een blaasontsteking te voorkomen is het belangrijk om:

  • veel te drinken; liefst ruim twee liter dag;
  • regelmatig te plassen; dan spoelt u de bacteriën naar buiten;
  • uw blaas altijd goed leeg te plassen. Neem de tijd en ga er rustig bij zitten; 
  • te plassen na het vrijen. Hiermee worden bacteriën weggespoeld die rond en in de urinebuis zijn gekomen; 
  • na toiletbezoek van voren naar achteren af te vegen. Hiermee voorkomt u dat bacteriën uit de ontlasting bij de urinebuis kunnen komen;
  • niet teveel zeep te gebruiken voor de intieme hygiëne. Dit ontregelt de natuurlijke zuurtegraad van de vagina, waardoor bacteriën makkelijker kunnen uitgroeien.

 

Er zijn aanwijzingen dat cranberry’s een stof bevatten die de aanhechting van E-coli bacteriën aan de blaaswand remt, waardoor de kans op een blaasontsteking afneemt. Vitamine C helpt niet om blaasontsteking te voorkomen.



Symptomen

Een blaasontsteking kan de volgende klachten veroorzaken:

  • vaak kleine beetjes moeten plassen;
  • pijn of een brandend gevoel bij het plassen;
  • ‘s nachts uit bed moeten om te plassen;
  • pijn onder in de buik of rug;
  • soms is de urine troebel en ruikt onaangenaam;
  • soms bloed in de urine.

 

Bij zuigelingen en kleine kinderen kan een urineweginfectie leiden tot een gebrek aan eetlust, slecht groeien, huilen, algehele malaise en onbegrepen periodes met koorts. Oudere kinderen kunnen last krijgen van incontinentie en bedplassen. Bij ouderen kunnen verwardheid, koorts en incontinentie de enige klachten van een blaasontsteking zijn.

 

Wanneer een blaasontsteking niet op tijd wordt behandeld, kunnen de bacteriën vanuit de blaas 'opstijgen' naar de nier. Er kan dan een nierbekkenontsteking ontstaan (pyelonefritis). Hiervan zijn de symptomen: koorts, pijn in de zij, algehele malaise. Deze ziekte kan levensbedreigend zijn.

 

Indien de infectie zich bij mannen uitbreidt naar de prostaat, ontstaat een prostaatontsteking of prostatitis. Deze infectie veroorzaakt hoge koorts, koude rillingen, misselijkheid en pijn tussen de zaadballen en de anus (perineum). Bij een prostaatontsteking hoeven er geen plasklachten te zijn.


Diagnose

Wanneer u met klachten van een blaasontsteking naar de huisarts gaat, neemt u urine mee. De huisarts dompelt een stripje in de urine. Op het stripje kan worden afgelezen of er waarschijnlijk sprake is van een blaasontsteking. Meestal is dit voldoende om een goede behandeling te kunnen starten. U krijgt een antibioticum voorgeschreven.

 

Om met zekerheid vast te stellen dat er sprake is van een blaasontsteking moet de urine worden 'gekweekt' in het laboratorium. Voor dit onderzoek zal bijvoorbeeld worden gekozen als een blaasontsteking niet reageert op een antibioticakuur. Het duurt enkele dagen voordat de uitslag bekend is.

 

Wanneer jonge kinderen één of meerdere keren na elkaar een blaasontsteking krijgen, is verder onderzoek noodzakelijk. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een aangeboren afwijking.

 

Als een volwassene regelmatig een blaasontsteking heeft, kunnen hiervoor allerlei oorzaken zijn. Er kunnen bacteriën zijn achtergebleven, omdat de antibioticakuur niet werd afgemaakt of omdat niet het meest geschikte antibioticum werd gekozen. De uroloog zal onderzoeken wat er aan de hand is. Vaak wordt er bloedonderzoek, een urinekweek, een echografisch onderzoek van de nieren en een blaaskijkonderzoek (cystoscopie) gedaan.


Behandeling

Een blaasontsteking is meestal goed te behandelen. Meestal volstaat een korte antibioticumkuur. Wanneer de infectie gepaard gaat met ernstige klachten, koorts of er verdenking is op een nierbekkenonsteking, is een langdurige behandeling met antibiotica nodig. Soms moet het antibioticum via een infuus worden toegediend.

 

Als er besloten is tot een urinekweek, zal de behandelend arts vaak alvast een antibioticum voorschrijven. Zo wordt vermeden dat de infectie opstijgt en/of te pijnlijk wordt. Als de uitslag van de kweek bekend is, kan zonodig op een specifieker type antibiotica worden overgeschakeld.

 

Bij mensen met een katheter wordt een blaasonsteking alleen behandeld als er koorts of algehele malaise optreden. Bij patiënten die langdurig een katheter hebben, treedt altijd een blaasonsteking op. Dat geeft meestal geen klachten. Bij het gebruik van teveel antibiotica kunnen er resistente bacteriën ontstaan die (eventueel) moeilijker te behandelen zijn.



Zie ook

Zoeken

Lees voorLees voor | Print