Headerafbeelding
aanzicht ingang Jeroen Bosch Ziekenhuis met overkapping
Behandeling

Behandeling van botmetastasen van prostaatkanker met radium-223 (Xofigo) (LNG-086)

Wanneer u prostaatkanker heeft met uitzaaiingen in de botten, kan de arts voorstellen om u te behandelen met radioactief radium.

Dit vermindert de kans op ernstige schade aan de botten, zoals botbreuken, als gevolg van de uitzaaiingen. Het behandeltraject bestaat uit 6 injecties, met tussen de behandelingen een periode van 4 weken. Er kunnen bijwerkingen optreden. Daarom kan deze behandeling alleen gegeven worden aan patiënten met een goede conditie. 

Het is belangrijk dat u en uw naasten deze informatie goed doorlezen. Uw persoonlijke situatie kan echter wel anders zijn. Het team van zorgverleners dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw eigen situatie. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling.

Wij raden u aan om altijd een volwassen persoon mee te nemen naar de gesprekken met een behandelend arts of verpleegkundig specialist. Het wordt niet aangeraden om zwangere begeleiders en jonge kinderen mee te nemen naar de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

Lees meer

Deze behandeling vindt plaats bij patiënten met prostaatkanker, als hormonale therapie onvoldoende heeft gewerkt. De behandeling is gericht op uitzaaiingen in de botten; deze worden ook wel botmetastasen, botuitzaaiingen of skeletmetastasen genoemd. Een behandeling met radium heeft geen effect op uitzaaiingen die buiten de botten zijn gelegen. Patiënten met uitzaaiingen in lymfeklieren of andere organen komen daarom niet in aanmerking voor deze behandeling.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

MijnJBZ

Via de beveiligde website MijnJBZ kunt u thuis uw persoonlijke en medische gegevens inzien zoals die in het JBZ bekend zijn.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Betrokken afdelingen

Code LNG-086
Laatste revisie: 8 mei 2020 - 10:35
Hoe verloopt de behandeling?

Behandeling van botmetastasen van prostaatkanker met radium-223 (Xofigo) (LNG-086)

Hoe werkt radioactief radium?

Bij de behandeling wordt radioactief radium via een infuus in uw bloedbaan gebracht. Chemisch gezien lijkt radium op calcium. Daarom wordt het, net als calcium, ingebouwd in de botten en met name op de plekken van de uitzaaiingen. De straling die het radium uitzendt is krachtig en kan maar een zeer korte afstand afleggen. Hierdoor worden deze botmetastasen vooral lokaal bestraald. Het doel van deze bestraling is het vernietigen van tumorcellen. Hierdoor nemen de uitzaaiingen af in grootte en wordt de ziekte geremd.

De behandeling met radium leidt niet tot genezing. De belangrijkste reden om te kiezen voor radium, is dat patiënten die deze behandeling krijgen gemiddeld 3 tot 4 maanden langer leven dan patiënten die deze behandeling niet krijgen. De behandeling met radium vermindert ook de kans op ernstige schade aan de botten als gevolg van de uitzaaiingen, zoals botbreuken. Veel patiënten geven aan dat de kwaliteit van hun leven verbetert door de radiumbehandeling. Bij een deel van de patiënten kan pijn in de botten na enkele dagen tot weken verminderen of zelfs geheel verdwijnen. Maar dit is niet het eerste doel van de behandeling.

Eten en drinken

Voor de radiumbehandeling is geen speciale voorbereiding nodig. U hoeft niet nuchter te zijn op de dag van de behandeling. Dit betekent dat u normaal mag blijven eten en drinken.

Gebruikt u medicijnen?

De meeste medicijnen kunt u tijdens de radiumbehandeling gewoon blijven gebruiken. Dit geldt echter niet voor alle medicijnen. Uw behandelend specialist heeft met u besproken of er gestopt moeten worden met medicijnen. 

De radiumbehandeling kan niet gecombineerd worden met het gebruik van Zytiga (abiteronacetaat) en prednison/prednisolon. Gebruikt u deze medicijnen? Neem dan contact op met de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

Ook mag u sommige medicijnen die invloed hebben op de botten tijdelijk niet gebruiken. Daarom is het belangrijk dat u al uw medicijnen, of een Actueel Medicatie Overzicht (AMO), meeneemt naar iedere afspraak in het ziekenhuis.

Onderstaande geneesmiddelen hebben mogelijk invloed op de botten. Overleg daarom met uw behandelend arts of u met deze geneesmiddelen moet stoppen voor uw behandeling met radium: 

  • pamidroninezuur (APD) via een infuus;
  • zoledroninezuur (Zometa) via een infuus;
  • didrokit tabletten;
  • fosamax tabletten;
  • denosumab tabletten;
  • vitamine D tabletten;
  • calcium tabletten;
  • fosfaattabletten.

Heeft u last van een moeizame of vertraagde stoelgang (obstipatie)?

Dan is het belangrijk dat u dit aan de nucleair geneeskundige meldt. Dit komt doordat het radium via de ontlasting het lichaam verlaat. 

Poliklinische behandeling

De behandeling wordt poliklinisch uitgevoerd. Dit betekent dat u direct na de toediening van het radioactieve radium weer naar huis mag. U kunt normaal doorgaan met uw dag. Ook kunt u na de behandeling gewoon autorijden. 

Bent u zwanger of zou u dit kunnen zijn? Of geeft u borstvoeding?

Bent u zwanger, of geeft u borstvoeding? Geef dit dan door aan uw arts. Als u zwanger bent is het beter deze behandeling niet te ondergaan. U kunt borstvoeding niet hervatten na dit onderzoek. Uw arts zal dit met u bespreken.

Wat gebeurt er tijdens de behandeling?

Het behandeltraject bestaat uit 6 injecties, met tussen de behandelingen een periode van 4 weken. Dat zijn dus 6 injecties met radium, 1 per 4 weken volgens een van tevoren vastgesteld schema.

Enkele dagen voor de toediening van het radium laat u bloed prikken. Als alle uitslagen goed zijn, kan daarna de behandeling van start gaan.

Op het afgesproken tijdstip wordt u verwacht op de afdeling Nucleaire Geneeskunde voor een injectie. Voor de injectie moet u naar de wc zijn geweest. 

U krijgt een infuus in een bloedvat in uw arm. Via dit infuus krijgt u het radium toegediend, dit duurt slechts een paar minuten. Na de behandeling wordt het infuus uit uw arm verwijderd. De afspraak duurt ongeveer 30 minuten in totaal.

Zijn er bijwerkingen of risico's?

De behandeling met radium heeft meestal weinig bijwerkingen. Er zijn geen allergische reacties op de toediening van radium te verwachten.

In sommige gevallen treden na het toedienen van radium wel tijdelijke bijwerkingen op:

  • U kunt zich ziek en misselijk voelen, diarree krijgen, braken, en zwelling krijgen van de benen, enkels en voeten. Deze bijwerkingen trekken meestal snel weg. Het aantal rode bloedcellen, witte bloedcellen en/of bloedplaatjes kan tijdelijk afnemen. Deze vermindering van de functie van het beenmerg kan gepaard gaan met verhoogde gevoeligheid voor infecties of een neiging tot bloedingen. Wanneer deze bloedwaarden te laag zijn voor een radiumbehandeling, zal de behandeling worden uitgesteld of stopgezet. Als u na een behandeling met radium last krijgt van koorts, een infectie of bloedingsneiging, moet u contact opnemen met uw eigen behandelend uroloog of medisch oncoloog.
  • Soms worden uitzaaiingen in het skelet door de behandeling een paar dagen geprikkeld. Daardoor kunnen pijnklachten tijdelijk toenemen. Deze pijn treedt op in de eerste dagen na toediening en gaat meestal binnen een paar dagen weer over. Ook mensen die eerder geen pijn hadden, kunnen tijdelijk toch enige pijn ervaren. U kunt in deze periode extra pijnstillers gebruiken als dat nodig is. Uw eigen uroloog of medisch oncoloog kan u hierbij adviseren.
  • Een zeer zeldzame bijwerking is afgestorven weefsel in het kaakbot (osteonecrose). Dit gaat gepaard met symptomen zoals pijn, zwelling of gevoelloosheid van de kaak, een zwaar gevoel in de kaak of los zittende tanden en/of kiezen. Neem bij deze klachten contact op met uw eigen uroloog of medisch oncoloog.

Belangrijke bijwerkingen waarvoor u contact moet opnemen met uw behandelend arts zijn:

  • wanneer u een ongewone bloeduitstorting ziet;
  • als u meer dan normaal bloedt na een verwonding;
  • als u koorts heeft boven de 38 graden;
  • bij ernstige toename van pijn in de botten;
  • bij pijn, zwelling of gevoelloosheid van de kaak;
  • bij het gevoel van loszittende tanden.

Wat gebeurt er na de behandeling?

Nadat u de 6 behandelingen met radium heeft gekregen, zal uw behandelend uroloog of medisch oncoloog u verder begeleiden.

Een groot deel van het toegediende radium wordt opgenomen in de botmetastasen. Het radium zendt straling uit die de uitzaaiingen behandelt. Deze straling treedt niet of nauwelijks buiten uw lichaam. Daarom bereikt deze straling niet de mensen om u heen. U hoeft dus geen afstand te houden, ook niet van jonge kinderen of zwangere vrouwen.

Leefregels

Een deel van het radioactieve radium bevindt zich in de eerste week na toediening nog wel in uw bloed en ontlasting, en een zeer klein deel in de urine. Andere mensen zouden hiermee wel in aanraking kunnen komen. Daarom krijgt u een aantal leefregels mee voor hygiëne en veiligheid. Deze regels zijn erop gericht andere personen (zoals verzorgers of huisgenoten) niet met de radioactiviteit in contact te laten komen.

Let op! Het is belangrijk gedurende 1 week na een toediening van radium de leefregels te volgen!

Toiletgebruik

Het deel van de radioactieve stof dat niet wordt opgenomen in de uitzaaiingen, verlaat het lichaam met name via de ontlasting. Omdat een klein gedeelte het lichaam ook verlaat via de urine, is het belangrijk om zittend te plassen. Zo kan besmetting van de toiletruimte worden voorkomen. Spoel het toilet 2 keer door na elk gebruik en was meteen daarna grondig uw handen.

Het opruimen van besmettingen

Wanneer u morst met lichaamsvloeistoffen zoals ontlasting, urine, bloed, wondvocht of braaksel, moet dit volledig en direct worden opgeruimd. Gebruik hierbij altijd plastic handschoenen. Alle gebruikte materialen dient u in een plastic zak te doen. Deze mag u via het standaard huisvuil weggooien. Daarna moet u, of de persoon die u helpt, heel goed de handen wassen.

Als de besmetting op uw kleding terecht is gekomen, dient u deze bij voorkeur direct te wassen in een wasmachine. Ook het ondergoed en beddengoed dat u tijdens de eerste week na injectie heeft gebruikt, dient u regelmatig in een wasmachine te wassen.

Heeft u last van diarree of lichte urine-incontinentie? Gebruik dan incontinentiemateriaal (luierbroekjes) tijdens de eerste week na elke injectie met radium. Zo kan besmetting van uw kleding en huis met radioactiviteit worden voorkomen. Dit incontinentiemateriaal moet u ook met handschoenen aan verwisselen en direct in een plastic zak doen. Doe ook de handschoenen in deze plastic zak. Was hierna, ondanks het gebruik van handschoenen, de handen goed.

Incontinentie en stoma

Bent u incontinent voor urine of ontlasting? Neem dan van te voren contact op met de afdeling Nucleaire Geneeskunde. Als u al een katheter heeft, wordt u geadviseerd dagelijks uw katheter(zak) te vervangen. Gebruik hierbij wegwerphandschoenen. Direct na iedere vervanging moet u dit materiaal weggooien bij het gewone afval.

Als u een stoma heeft, moet u gedurende 7 dagen na de behandeling het stomazakje met handschoenen aan vastpakken. Het stomazakje en alle gebruikte materialen moeten direct weggegooid worden bij het gewone afval.

Seksualiteit

Tijdens de behandelperiode met radium mag u gewoon seksuele contacten hebben. Vanwege het mogelijke effect van de straling op het sperma, dient u in het eerste halfjaar na de behandeling wel te voorkomen dat u een zwangerschap veroorzaakt. Het is dus belangrijk om tot minimaal 6 maanden na beëindiging van de behandeling een betrouwbare manier van anticonceptie te gebruiken.

Werkhervatting

In principe mag u na een behandeling met radium meteen weer werken. Wanneer u weer kunt werken, is in de praktijk alleen afhankelijk van het optreden van bijwerkingen en van uw algemene conditie. De bovenstaande voorschriften ten aanzien van de toilethygiëne gelden uiteraard ook op het werk. In specifieke situaties (bijvoorbeeld bij incontinentie) kan het zinvol zijn om met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen of u uw werk gewoon kunt hervatten.

Andere medische zorg

In de eerste week na iedere behandeling met radium moeten medewerkers in de zorg weten dat u een behandeling met een radioactieve stof heeft gehad. Geef dit daarom door aan de medewerkers als er een andere behandeling, ander onderzoek of een bloedafname gaat plaatsvinden. Zij kunnen dan contact opnemen met de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

Ik lees dat ik een infuus krijg, maar ik ben moeilijk te prikken. Wat nu?

Als u uit eerdere ervaringen weet dat u moeilijk te prikken bent, neemt u dan vóór het onderzoek contact op met de afdeling Nucleaire Geneeskunde. 

Ik kan niet naar de afspraak komen, wat moet ik doen?

De radioactieve stof wordt een week voor uw komst speciaal voor u besteld. Deze bestelling kan niet meer worden geannuleerd. Het radium is kostbaar en helaas maar kort bruikbaar. Daarom is het belangrijk dat u op tijd aanwezig bent voor de behandeling.

Bent u verhinderd? Neem dan uiterlijk 1 week vóór de afspraak contact op met de afdeling Nucleaire Geneeskunde via telefoonnummer (073) 553 26 90. 

Ik heb nog vragen, waar kan ik die stellen?

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u telefonisch contact opnemen met de afdeling Nucleaire Geneeskunde, telefoonnummer (073) 553 26 90. De afdeling is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.