Algehele anesthesie (narcose) en PCA-pomp

Behandeling

Algehele anesthesie (narcose) en PCA-pomp

Binnenkort ondergaat u een operatie of onderzoek waarvoor als verdoving algehele anesthesie en een PCA-pomp is geadviseerd.

U leest hier wat dit voor verdoving is, welke risico’s er zijn en wat dit voor u persoonlijk kan betekenen.

PCA (Patiënt Controlled Analgesia) pomp betekent dat u zelf bepaalt of u extra medicijnen tegen de pijn nodig heeft. U heeft dan zelf de controle over de pijnbehandeling. 

Het is erg belangrijk te weten dat u de enige bent die op de knop mag drukken. Familie, bezoek of verpleegkundigen mogen de PCA-pomp niet bedienen!

Wij vragen u toestemming te geven voor deze vorm van verdoving. Deze informatie helpt u hierover een weloverwogen beslissing te nemen.

Algehele anesthesie

Hier vindt u alle belangrijke informatie
Code ANE-074
Laatste revisie: 11 juni 2026 - 15:04
Algehele anesthesie

Algehele anesthesie (narcose) en PCA-pomp

Voorbereidingsruimte

  • U moet nuchter zijn voor de operatie. Houd u goed aan de instructie voor het nuchter zijn, anders gaat de operatie mogelijk niet door.
  • In de voorbereidingsruimte (holding) sluiten we u aan op apparatuur om uw hartslag, bloeddruk en zuurstof te meten.
  • Ook krijgt u hier een infuus.

Algehele anesthesie (narcose) is een gecontroleerde en tijdelijke toestand van bewusteloosheid. Tijdens de narcose:

  • bent u buiten bewustzijn;
  • voelt u geen pijn;
  • ontspannen uw spieren;
  • worden uw ademhaling en bloedsomloop bewaakt en zo nodig ondersteund.

Het anesthesieteam bestaat uit de anesthesioloog en een anesthesiemedewerker. Zij zorgen voor de narcose.

Verloop van de narcose

  • Op de operatiekamer krijgt u een kapje met extra zuurstof om uw longen goed voor te bereiden op de narcose.
  • Via het infuus krijgt u de narcosemedicijnen toegediend. 
  • Zodra u onder narcose bent, wordt de ademhaling ondersteund via een beademingsmasker (larynxmasker) of beademingsbuisje (tube) in de keel of luchtpijp. Hier merkt u niets van omdat u in diepe slaap bent.
  • Tijdens de operatie controleert het anesthesieteam steeds hoe de narcose gaat en stuurt bij waar nodig. Het team houdt uw hartslag, bloeddruk, zuurstofgehalte, ademhaling goed in de gaten. 
  • Na de operatie gaat u naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer) om bij te komen. Als u wakker en stabiel genoeg bent, brengen we u naar de verpleegafdeling.

Mogelijke complicaties en bijwerkingen narcose

Meestal treden er geen problemen bij deze vorm van verdoving. Toch zijn er risico’s. Uw persoonlijke risico hangt af van uw gezondheidstoestand en het type operatie.

Vaak voorkomend (tijdelijk en meestal mild):

  • Misselijkheid en braken. Zo nodig geven we u medicijnen om dit tegen te gaan.
  • Keelpijn of heesheidklachten door het beademingsbuisje.
  • Suf of slaperig zijn.
  • Spierpijn door ligging tijdens de operatie.

Zeldzaam:

  • Een allergische (anafylactische) reactie
  • Een wondje aan de lip of tandschade bij het plaatsen van het beademingsbuisje. Dit kan vooral gebeuren bij een zwakker gebit met bijvoorbeeld loszittende tanden.

Gebruikt u de anticonceptiepil?

Algehele anesthesie kan de betrouwbaarheid van de anticonceptiepil tijdelijk verminderen. Daarom adviseren wij u om vanaf de dag van de operatie gedurende minimaal 7 dagen naast de pil een extra voorbehoedsmiddel te gebruiken (bijvoorbeeld een condoom). Volg daarnaast het advies over de 'vergeten pil', zoals vermeld in de bijsluiter van uw anticonceptiepil.

De PCA-pomp wordt aan het infuus aangesloten. U krijgt een drukknop die is verbonden met de pijnpomp. Zodra u pijn begint te voelen, drukt u op de knop van de pomp. U hoort dan een piepje bij de pomp. Op dat moment wordt er pijnstillende medicatie toegediend. Het duurt enkele minuten voordat de pijn minder wordt. Als de pijn onvoldoende afneemt, dan drukt u weer op de knop. Dit kunt u net zolang herhalen tot de pijn voor u acceptabel is, dan stopt u met drukken. 

De pomp is zodanig ingesteld dat u zichzelf nooit te veel pijnstilling kunt toedienen. De pomp houdt voor u de tijd in de gaten en bepaalt wanneer u weer een volgende dosis mag hebben. Drukt u binnen deze vastgestelde tijd, dan geeft het pompje geen medicijnen. 

De PCA-pomp wordt meestal voorgeschreven bij matige tot ernstige pijn na een operatie. In enkele gevallen gebruiken we de PCA-pomp om de pijn tijdens de operatie te bestrijden, bijvoorbeeld bij het verwijderen van een myoom (vleesboom) uit de baarmoeder.

Mogelijke complicaties en bijwerkingen PCA-pomp

  • Soms krijgen mensen last van jeuk en/of misselijkheid. Als u hier last van heeft, aarzel dan niet en geef dit door aan de verpleegkundige of arts. Zij kunnen hierop actie ondernemen als dat nodig is. 
  • U kunt ook wat slaperig worden. Dit is over het algemeen niet zorgwekkend, maar het kan voor u vervelend zijn.
  • Het kan voorkomen dat u door het gebruik van morfine niet goed naar het toilet kunt gaan (obstipatie). U kunt een laxeermiddel krijgen om dit te verhelpen. Geef het door aan de verpleegkundige of zaalarts, zodra u merkt dat uw ontlastingspatroon verandert.

Acute Pijn Service

Zolang u de PCA-pomp heeft, komen verpleegkundigen van de Acute Pijn Service (APS) geregeld bij u langs. Zij controleren de werking van de PCA-pomp, vragen naar uw pijnervaring en passen het pijnbeleid eventueel aan.

Alternatieve vorm van verdoving

Er bestaat een kleine kans dat u toch een andere vorm van anesthesie krijgt dan waarvoor u toestemming heeft gegeven. Dit gebeurt alleen wanneer de anesthesioloog hiervoor een belangrijke (medische) reden ziet. Uiteraard bespreekt de anesthesioloog dit voorafgaand aan de operatie met u.

Heeft u nog vragen?

Afhankelijk van de ingreep kunnen er andere vormen van verdoving mogelijk zijn.  Als u vragen hierover heeft, kunt u  bellen naar afdeling Preoperatieve Screening (POS).