Behandeling

Thermo ablatie (RFA/ MWA) van de nier of de lever onder CT-geleide

Bij de RFA (Radio Frequency Ablatie) en/of MWA (Micro Wave Ablatie) worden plekjes met afwijkend weefsel in de nier of de lever vernietigd door ze te verhitten met microgolven.

De radioloog brengt via de huid een speciale naald in het plekje met afwijkend weefsel. Met behulp van een CT-scan kan de radioloog de naald precies in het afwijkende weefsel plaatsen. Via de naald worden microgolven toegediend, waardoor het plekje verhit wordt. Het afwijkende weefsel sterft hierdoor af. De behandeling vindt plaats op de afdeling Radiologie. Na deze behandeling blijft u 1 nacht opgenomen in het ziekenhuis ter controle.

Lees meer

LET OP! Deze informatie beschrijft de algemene gang van zaken. Het is mogelijk dat de behandeling in uw geval net iets anders verloopt. 

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over uw behandeling

Praktische tips

Wat neemt u mee?

Bij iedere afspraak in het ziekenhuis moet u meenemen: een geldig legitimatiebewijs, uw JBZ-patiëntenpas en uw Actueel Medicatie Overzicht (AMO). Hier vindt u meer informatie over wat u moet meenemen.

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Code RAD-099
Laatste revisie: 28 februari 2022 - 09:01
Hoe verloopt de behandeling?

Thermo ablatie (RFA/ MWA) van de nier of de lever onder CT-geleide

Nachtkleding en toiletartikelen meenemen

Na deze behandeling blijft u 1 nacht in het ziekenhuis ter controle. Neem daarom nachtkleding en toiletartikelen mee. U krijgt van tevoren een brief thuisgestuurd met daarin informatie over de opname. Als u al bent opgenomen in het ziekenhuis wordt de afspraak voor de behandeling telefonisch doorgegeven aan de verpleegafdeling. 

Eten en drinken

  • U mag de laatste 6 uur voor de behandeling niets meer eten.
  • U mag nog wel water drinken tot 2 uur voor de behandeling.

Bent u zwanger?

Bent u zwanger of zou u zwanger kunnen zijn?  Röntgenstraling kan schadelijk zijn voor het ongeboren kind. Vraag uw arts of het onderzoek kan worden uitgesteld. Meld dit óók altijd aan de laborant, voordat het onderzoek begint.

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen of heeft u een stoornis van de bloedstolling?

Dan is het belangrijk dat de arts die dit onderzoek/deze behandeling aanvraagt dit weet. Uw behandelend arts zal u vertellen of u moet stoppen met de bloedverdunners of dat u ze mag blijven gebruiken.

Gebruikt u medicijnen?

Uw medicijnen kunt u gewoon innemen met een klein beetje water.

Heeft u diabetes?

Dan is voor u speciale informatie beschikbaar. Volg de aanwijzingen goed op. Heeft u deze informatie niet ontvangen? Neem dan contact op met de afdeling Radiologie.

Contrastmiddel

Het is mogelijk dat u vóór of tijdens het onderzoek een injectie met een jodiumhoudende contrastvloeistof krijgt. U krijgt deze injectie in uw arm.
Met deze vloeistof zijn de bloedvaten duidelijker te zien op de CT-scan.  

Een onderzoek met contrastvloeistof kan niet:

  • als  u Metformine (Glucophage) gebruikt;
  • bij ernstige nierfunctiestoornissen;
  • als u in het verleden ooit een allergische reactie op contrastvloeistof had;
  • bij hyperthyreoidie (een te snel werkende schildklier)

U heeft in deze gevallen een hoger risico op lichamelijke problemen. Soms kan het onderzoek toch doorgaan als er vooraf speciale maatregelen zijn genomen. Uw behandelend arts kan in overleg met de radioloog beoordelen of een ander onderzoek ook voldoende informatie kan geven. Hoort u tot één van deze risicogroepen?  Heeft uw behandelend arts hier niet naar gevraagd? Dan is het belangrijk dat u zelf contact opneemt met de behandelend arts.

Opname in het ziekenhuis

Op de dag van de behandeling wordt u opgenomen op de afdeling Kort Verblijf of verpleegafdeling. Op deze afdeling wordt, als dat nodig is bloed geprikt en krijgt u een operatiejasje aan.

Daarna wordt u naar de afdeling Recovery gebracht. Hier wordt u aangesloten op de mobiele bewakingsmonitor. U krijgt een infuusnaald in de arm met een druppelinfuus.

Daarna wordt u naar de CT-kamer op de afdeling Radiologie gebracht. Daar vindt de behandeling plaats. U wordt in de goede positie op de CT-tafel gelegd. Daarna krijgt u van een anesthesiemedewerker een roesje (sedatie ).

Tijdens de hele procedure blijft de anesthesist bij u in de kamer, voor de controles.

Wat gebeurt er tijdens de behandeling?

De radioloog brengt met behulp van een CT-scan een speciale naald in het afwijkende weefsel. De naald is verbonden met een generator. Door de microgolven die via deze naald worden toegediend, wordt het afwijkende weefsel verhit waardoor het weefsel afsterft. Deze naald wordt door de huid ingebracht. De behandeling duurt ongeveer 1,5 uur en vindt plaats onder een roesje (sedatie).

Zijn er risico's of bijwerkingen?

Bij iedere ingreep zijn er zekere risico's. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen, bestaat er na deze  behandeling altijd een risico op nabloeding, trombose (een stolsel in het bloedvat), een longontsteking of wondinfectie.

De meest voorkomende bijwerking (in ongeveer 30% van de gevallen) noemen we het post-ablatie-syndroom. Het betekent dat u last krijgt van een soort algehele malaise, met pijn en lichte verhoging (heel soms met misselijkheid, braken en spierpijn), kortom een soort van griep. Deze verschijnselen duren 1 tot 2 dagen en verdwijnen vanzelf.

De volgende complicaties kunnen voorkomen bij de behandeling in de nier:

  • nierfunctiestoornis
  • nabloeding
  • infectie
  • darmperforatie
  • abces onder het middenrif
  • abcesvorming van de nier en koorts
  • littekenvorming urineverzamelsysteem

De volgende complicaties kunnen voorkomen bij de behandeling in de lever:

  • vochtophoping achter de longen of rond de lever
  • abcesvorming in de lever en koorts
  • leverfunctiestoornissen

Wij nemen bij deze behandeling alle mogelijke maatregelen om de de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Wat gebeurt er na de behandeling?

Als behandeling klaar is, wordt u teruggebracht naar de Recovery voor controle. Als u zich goed voelt,  wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling.

Hier moet u één nacht blijven, om in de gaten te houden of u bijwerkingen of complicaties krijgt. 

De volgende ochtend komt de specialist bij u langs om te beoordelen of u met ontslag kunt.

Ik kan niet naar de afspraak komen, wat moet ik doen?

Kunt u niet naar de afspraak komen? Geef dit dan zo snel mogelijk (minstens 24 uur voor het onderzoek/de behandeling) aan ons door via telefoonnummer (073) 553 26 00. We kunnen dan in uw plaats een andere patiënt helpen.

Wanneer neem ik contact op met het ziekenhuis?

Krijgt u thuis last van ernstige pijn, zwelling, benauwdheid of krijgt u koorts, neemt u dan direct contact op met de polikliniek van uw behandelend arts.

Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer: (073) 553 27 00.

Ik heb nog vragen, waar kan ik die stellen?

Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met de afdeling Radiologie of met de polikliniek van uw behandelend arts. De laborant en de radioloog vertellen u tijdens het onderzoek steeds wat er gaat gebeuren. U kunt dan ook vragen stellen.

De afdeling Radiologie is bereikbaar op telefoonnummer (073) 553 26 00, op werkdagen van 08.00 tot 17.00 uur.