Behandeling

Voedingsadviezen bij het prikkelbaar darmsyndroom

Bij het prikkelbaar darmsyndroom kunnen klachten worden aangepakt, zodat u er zo min mogelijk last van heeft.

De basis is een goede ‘zelfzorg’. Die bestaat uit gezond eten, het (verantwoord) achterwege laten van bepaalde voedingsmiddelen. Bij voeding is het een kwestie van uitproberen: uitzoeken welke adviezen voor u werken en welke niet. Welk dieet u ook volgt, het is belangrijk dat u de adviezen voor een gezonde voeding zoveel mogelijk opvolgt. 

Lees meer

Heeft u moeite om een goed dieet te vinden dat enerzijds gezond is en anderzijds uw klachten in de hand houdt? Vraag dan hulp aan een diëtist, liefst een die goed op de hoogte is van PDS en hier ervaring mee heeft. U kunt hierover advies vragen bij de PDS Infolijn,(088) 737 46 36 of op de website van de PDS belangenvereniging (www.pdsb.nl), maar ook zelf bij een diëtist informeren.

Adviezen voor gezonde voeding

Welk dieet u ook volgt, het is van belang dat u de adviezen voor een gezonde voeding zoveel mogelijk volgt:

  • Eet zo afwisselend mogelijk. Op deze manier krijgt u voldoende van alle benodigde voedingsstoffen binnen.
  • Eet zo min mogelijk verzadigd vet (in dierlijke producten zoals: vet vlees, spek, roomboter en volle melk) en vervang dit vaker door onverzadigd vet (in plantaardige olie en vis). Verzadigd vet wordt hard in de koelkast; onverzadigd vet blijft zacht of is vloeibaar.
  • Eet dagelijks minimaal 250 gram groente en twee stuks fruit.
  • Drink voldoende vocht, dagelijks minimaal twee liter.
  • Wees zuinig met zout. De benodigde hoeveelheid zit al van nature in voedingsmiddelen. Zout toevoegen aan eten is dus niet nodig.
  • Wees matig met alcohol: maximaal één glas per dag.
  • Eet regelmatig. Daarmee geeft u uw hongergevoel minder ruimte en krijgt u minder de neiging om te snacken. Dat betekent dat u verdeeld over de dag drie hoofdmaaltijden eet: ontbijt, lunch en avondeten. Maar vier, vijf of zes keer per dag een kleinere maaltijd kan in principe ook.
  • Sla geen ontbijt over. Ontbijt zorgt ervoor dat de spijsvertering op gang komt.
  • Houd uw lichaamsgewicht op peil.
  • Ga zorgvuldig en hygiënisch met eten om. Was uw handen voor het eten koken en voor u aan tafel gaat. Was groente en fruit goed en verhit vlees en vis door en door.
  • Lees wat er op de verpakking staat. Hierop vindt u nuttige informatie, onder andere over voedingswaarde en houdbaarheid. Eet geen voedingsmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken.
  • Eet veel vezels. Volkorenbrood, groente, fruit, aardappelen, zilvervliesrijst, volkorenpasta en peulvruchten zijn vezelrijk. Bij sommige mensen met PDS kunnen de klachten juist verergeren door het eten van vezels.

Waarom is het belangrijk om vezels te eten?

Vezels zijn de onverteerbare delen van een plant. We onderscheiden oplosbare en niet-oplosbare vezels. Belangrijk is dat u genoeg van beide soorten vezels binnenkrijgt. Probeer elke dag 30-40 gram vezels te eten. Oplosbare vezels lossen op in water. In de darmen vormen ze een gel-achtige brij. De meeste oplosbare vezels worden door darmbacteriën omgezet in bepaalde vetzuren. Deze vetzuren hebben een gunstig effect op de binnenwand van de darm en beschermen tegen schadelijke bacteriën. De oplosbare vezels zitten vooral in groenten, fruit en peulvruchten. Niet-oplosbare vezels zitten vooral in granen zoals bruinbrood, zemelen, volkorenpasta’s en havermout. De niet-oplosbare vezels zorgen ervoor dat u sneller vol zit tijdens het eten. Deze vezels worden niet verteerd in de dikke darm en zijn onveranderdin de ontlasting terug te vinden. De vezels nemen veel vocht op; ze werken als een soort spons. De ontlasting wordt hierdoor zachter en kan sneller in de richting van de endeldarm worden afgevoerd. Door deze vezels krijgt u ook meer ontlasting.

Wat heeft PDS met voeding te maken?

Onder normale omstandigheden wordt ons voedsel afgebroken in heel kleine stukjes, die vervolgens kunnen worden opgenomen in onze bloedbaan. Van die voedselbestanddelen kan het lichaam door miljoenen reacties weer de nodige bouwstoffen maken die ons lichaam in stand houden: eiwitten, cellen, botten, spieren, vetten enzovoort. Maar in dat complexe proces van afbraak van voedsel tot opbouwen en in stand houden van ons lichaam kunnen af en toe storingen optreden.

Voedselvergiftiging en infectie

Omdat de vertering van ons voedsel een complex proces is, zijn er ook meerdere plekken waar het mis kan gaan. Een van de bekendste problemen die iedereen wel eens heeft meegemaakt, is een voedselvergiftiging. Wanneer we iets eten dat bedorven is merken we dat meestal heel snel. We zeggen dan: “Dat slaatje is niet goed gevallen”. Ons autonome zenuwstelsel laat ons via de snelle verbinding tussen onze darmen en onze hersenen weten, dat we niet verder moeten eten. Dat is de eerste waarschuwing. Daarna worden we misselijk en als het heel erg is, geven we ook over. Dat is het beschermingsmechanisme van ons darmstelsel. Het bedorven voedsel moet er snel uit om erger te voorkomen. Zo is diarree, hoe vervelend ook, eveneens een bescherming van ons lichaam bij een infectie. De ziekmakende bacteriën of virussen in de darm worden er met veel geweld en krampen (buikpijn) uitgewerkt. Als ze vertrokken zijn kan het immuunsysteem van de darm ons er weer verder bovenop helpen. We zijn genezen en hebben weer zin om wat te eten na die vervelende periode.

Een van de mogelijke oorzaken van PDS is dat na een periode van voedselvergiftiging de klachten van waarschuwing (minder eetlust, misselijkheid) en verdediging (diarree, buikkramp en overgeven) niet meer overgaan. Het autonome zenuwstelsel keert niet meer terug in de ‘ruststand’. Je hoort niet te voelen dat je een buik hebt, maar je voelt die wel. Op de een of andere manier blijft het autonome zenuwstelsel in de alarmstand hangen en gaat bij heel geringe veranderingen meteen weer allerlei alarmprikkels geven. De PDS-patiënt krijgt dan buikpijn of diarree terwijl dat eigenlijk helemaal niet nodig zou moeten zijn. Die situatie wordt Viscerale Hyperalgesie (darmovergevoeligheid) genoemd.

Coeliakie

Daarnaast kan er nog een andere invloed bestaan van voeding op ons zenuwstelsel. De voeding zelf kan ook de oorzaak zijn dat we allerlei afwijkingen in onze darmen krijgen. De meest bekende is coeliakie. Een aandoening waarbij een eiwit (gluten) uit graan een ontstekingsreactie in onze dunne darm geeft waardoor het slijmvlies zo ernstig beschadigd kan worden, dat ons voedsel niet meer goed kan worden verteerd en er allerlei tekorten in ons lichaam ontstaan. Een dieet zonder gluten is dan de behandeling. De klachten van coeliakie kunnen heel erg lijken op PDS. Bij PDS-patiënten komt coeliakie vaker voor dan bij anderen. Dit wordt bij patiënten die onze polikliniek bezoeken dan ook gecontroleerd.

Voedingsallergie en intolerantie

Een andere factor waardoor PDS-patiënten last van voedsel kunnen hebben is de invloed van delen van ons voedsel waar zij allergisch voor zijn. Het immuunsysteem van onze darm reageert (te) heftig op stoffen waar we allergisch voor zijn en geeft meteen alarmsignalen af waardoor we weer al die nare PDS-achtige klachten krijgen. Bij allergie kunnen we vaak de allergische stoffen in het bloed opsporen en weten we waar we de boosdoener moeten zoeken. Maar er zijn ook stoffen die ons immuunsysteem niet verdraagt zonder dat we hier echt allergisch voor zijn. Dan spreken we van intolerantie voor voedsel. Vooral bij melk kan gedacht worden aan een lactose intolerantie. Dat komt veel voor bij mensen met PDS en een lactose beperkt dieet heeft bij veel mensen een sterke verbetering van hun klachten gegeven.

Darmbacteriën en klachten van de buik

Tenslotte spelen onze darmbacteriën een belangrijke rol. Niet al ons voedsel kan door ons lichaam worden verteerd en opgenomen. Er zijn allerlei restanten die door de dunne darm heen gaan en in de dikke darm terecht komen. De miljarden bacteriën die daar zitten zijn vaak wel in staat om die producten alsnog te verteren. De darmbacteriën kunnen heel veel energie en nuttige bouwstoffen uit ons voedsel beschikbaar maken.

Maar het kan ook zijn dat uit die voedselresten stofjes gemaakt worden waar een PDS-patiënt niet tegen kan. En dan zijn het juist die nuttige darmbacteriën die klachten gaan veroorzaken. Door moderne technieken weten we inmiddels dat de darmbacteriën van een PDS-patiënt anders samengesteld zijn dan van iemand die geen PDS heeft. Dit is de reden dat soms gekozen kan worden voor behandeling met goede bacteriën (probiotica) om deze bacteriën te beïnvloeden.

Betrokken afdelingen

Code INT-178f
Laatste revisie: 22 mei 2019 - 10:49

Voedingsadviezen bij het prikkelbaar darmsyndroom