Verandering in de hepatitis C diagnostiek

Omdat infecties met hepatitis C virus (HCV) steeds beter behandeld kunnen worden is het zinvol mensen met een HCV-infectie actiever op te sporen. Om hier aan bij te dragen is de HCV diagnostiek uitgebreid: op iedere positieve immuno-blot volgt een PCR om de aanwezigheid van het virus aan te tonen of uit te sluiten. We denken met deze verbeterde dienstverlening meer chronische HCV patiënten op te kunnen sporen.

De diagnostiek naar een chronische HCV-infectie berust op het aantonen van HCV antistoffen in serum. Indien antistoffen worden aangetoond volgt er een immuno-blot ter confirmatie. Indien deze HCV blot positief is, volgt vanaf nu automatisch een HCV-RNA bepaling middels HCV-PCR. Deze diende voorheen apart aangevraagd te worden. Indien HCV-RNA wordt aangetoond dient de patiënt voor behandeling doorverwezen te worden naar een MDL-arts.

Bij verdenking op een acute HCV infectie kan het soms ook zinvol zijn naast de serologie direct de HCV-RNA te bepalen. HCV-RNA is door middel van PCR 7-10 dagen na blootstelling aantoonbaar in bloed, terwijl de antistofrespons veelal laat op gang komt (2-3 maanden na blootstelling, nog langer voor patiënten met verminderde afweer). Deze bepaling dient wel actief door de aanvrager gedaan te worden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Mirjam Hermans, medisch moleculair microbioloog, tel. nr. (073) 553 21 06.

Laatste revisie: 21 november 2019 - 10:25