Vallen voorkomen: adviezen voor thuis

Als u 50 jaar of ouder bent, kan een valpartij ernstige gevolgen hebben. U heeft dan meer kans op een botbreuk. In deze folder geven we u adviezen voor in de thuissituatie.

Er zijn een aantal omstandigheden die de kans op vallen vergroten. Deze omstandigheden nemen we hieronder door. We geven daarbij steeds adviezen.

Als u over een bepaald onderwerp meer informatie wilt hebben, kunt u hiervoor terecht bij uw huisarts. Deze kan u dan verder verwijzen naar bijvoorbeeld het Valspreekuur op de polikliniek Geriatrie van het Jeroen Bosch ziekenhuis. U kunt ook contact opnemen met de polikliniek Geriatrie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Het telefoonnummer is (073) 553 86 29.

Flauwvallen

Flauwvallen wordt in medische termen ‘syncope’ genoemd (spreek uit “sin-ko-pee”). Het is een vorm van bewusteloosheid die kort duurt en vanzelf weer overgaat. De oorzaak hiervan is dat er minder bloed stroomt naar de hersenen. Vaak voelt u dit aankomen en kunt u voorkómen dat u valt. Maar soms leidt dit toch tot een val.

Flauwvallen is vaak het gevolg van een te lage bloeddruk of een verandering van het hartritme. Daardoor kan er te weinig bloed naar de hersenen worden gepompt. Als de bloedtoevoer langzaam vermindert, ontstaan er meestal verschillende waarschuwingstekens. U krijgt dan bijvoorbeeld een licht gevoel in het hoofd, u ziet zwarte vlekken of u hoort zoemen in de oren. Bij jongeren ontstaat dit bijvoorbeeld door stress of schrik (zien van bloed).

Oorzaak van flauwvallen

Meestal ontstaat flauwvallen door een daling van de bloeddruk bij het gaan staan. Dit heet orthostatische hypotensie. De bloedvaten in de benen worden onvoldoende samengeknepen in staande houding. Hierdoor zakt het bloed naar de benen. De reflex die de bloeddruk op peil houdt bij het opstaan uit een zittende of liggende houding, is verminderd. De bloeddruk zakt vanaf het moment van opstaan. Binnen enkele seconden tot vele minuten heeft de bloeddruk een niveau bereikt waarbij de hersenen niet meer functioneren, en u dus flauwvalt. Bij oudere mensen kan dit ook langer dan enkele minuten aanhouden. Het kan ook ontstaan na het plassen of na het eten. Of deze bloeddrukdaling bij het gaan staan weer voorbijgaat, is erg afhankelijk van de oorzaak van de stoornis in de  bloeddrukregeling.

Daling van de bloeddruk bij het gaan staan: adviezen

Voeding

  • Zorg dat u niet zoutloos eet. Voeg dus normaal zout toe bij het eten. Dit mag niet als u een hoge bloeddruk of hartproblemen heeft. Overleg dan eerst met uw arts. 
  • Drink voldoende: 2 à 2,5 liter per dag.
  • Gebruik kleine maaltijden, zodat de bloeddruk - door verplaatsing van bloed naar de darmen - niet overmatig daalt.

Medicijnen

Medicijnen die invloed hebben op het hart- en vaatstelsel, kunnen uw klachten erger maken.  Voorbeelden hiervan zijn neusdruppels met xylometazoline, bloeddrukmedicijnen, medicijnen tegen psychische klachten, en verdovingen bij de tandarts. Overleg hierover met uw arts of tandarts.

Beweging

  • Probeer niet te veel in bed te liggen. Blijf overdag liefst zitten of staan. Als u een tijd gelegen heeft, verergeren de klachten.
  • Als u duizelig wordt terwijl u staat, ga dan op uw hurken zitten als dat mogelijk is. U kunt ook gaan liggen, of gaan zitten in een stoel met uw benen omhoog. Probeer niet te blijven staan. Als de klachten wegtrekken, kom dan rustig overeind.
  • Sta niet langdurig stil. Bij klachten tijdens het staan, kunt u de benen kruisen en op beide benen stevig gaan staan. Zo kan er minder bloed wegzakken. Neem waar mogelijk een opvouwbaar stoeltje of de rollator mee. U kunt dan gaan zitten als u klachten krijgt.
  • Sta altijd rustig op vanuit liggende of zittende houding. Wacht met weglopen als u licht in het hoofd wordt.
  • Ga niet naar plaatsen waar u niet kunt gaan zitten.

Overig

  • Plaats het hoofdeinde van het bed een beetje hoger. Of gebruik kussens onder het matras om de benen hoger te leggen.
  • Neem geen hete douches. Douch op een stevige stoel.

 

 

Medicijnen

Hoe meer medicijnen u gebruikt, hoe groter de kans op ongewenste effecten zoals vallen. Toch kan het nodig zijn om de medicijnen wel te blijven gebruiken. Het is belangrijk om zorgvuldig met de medicijnen om te gaan. Dan werken ze het beste en heeft u minder kans op bijwerkingen. Hierbij zijn de onderstaande punten van belang.

Beperk het gebruik van kalmeer- en slaapmiddelen

Deze middelen worden over het algemeen te veel voorgeschreven. Ze maken de kans om te vallen aanzienlijk veel groter. Overleg goed met uw arts of er geen andere oplossing voor uw klachten bestaat. Als het mogelijk is, gebruik dan lichtere middelen die minder lang doorwerken en daardoor minder ongewenste effecten met zich meebrengen.

Vraag na of de verschillende medicijnen goed samengaan

  • Sommige medicijnen gaan niet goed samen. Mogelijk gebruikt u combinaties van medicijnen die elkaars werking beïnvloeden. Dat kan gebeuren als u van verschillende artsen medicijnen krijgt, en zelf misschien ook nog medicijnen in de winkel koopt. Uw arts kan dit voor u nagaan. Vertel daarom altijd aan uw arts welke medicijnen u allemaal gebruikt. Ook als het gaat om (homeopathische) middelen die u zelf koopt. Sommige plantbereidingen versterken bijvoorbeeld het effect van bepaalde geneesmiddelen.
  • Bij uw eigen apotheek kunt u gratis ‘het geneesmiddelenpaspoort’ verkrijgen. Hierin staan alle medicijnen vermeld die u gebruikt, ook de middelen die u zonder recept heeft aangeschaft. Neem dit geneesmiddelenoverzicht mee bij ieder bezoek aan een medisch specialist.

Verzamel voldoende informatie over het medicijn

Uw arts en uw apotheker kunnen u alle informatie geven over de medicijnen die u gebruikt. Ook de bijsluiter is een belangrijke bron van informatie. De apotheek maakt vaak zelf een bijsluiter bij een bepaald medicijn, die duidelijker is, en beter te begrijpen. Vraag ernaar in uw apotheek.

Wees matig met alcohol

Neem uw medicijnen op de juiste manier in

  • Vraag uw arts om een zo duidelijk mogelijk schema op te stellen voor het innemen van uw medicijnen. Houdt u zich precies aan dit schema.
  • Zorg dat u zoveel mogelijk rechtop zit tijdens het innemen van uw medicijnen. Zorg dat u er voldoende bij drinkt.
  • Als u moeite heeft met het innemen van de medicijnen, bespreek dat met de apotheker. Vaak is een medicijn ook in een andere ‘toedieningsvorm’ te krijgen die voor u makkelijker kan zijn.
  • Verder zijn er allerlei hulpmiddelen bij de apotheek te verkrijgen, bijvoorbeeld een tablettensplijter (als u het doorslikken van grote tabletten lastig vindt), een innameschema of een weekdoos (als u moeilijk kunt onthouden op welk tijdstip van de dag u welk medicijn moet innemen of als u meerdere medicijnen op verschillende tijden van de dag in moet nemen).

Bewaar uw medicijnen op de juiste wijze

  • Over het algemeen is een koele en droge bewaarplek het beste. Dus beter niet in een vochtige badkamer. Bewaar medicijnen in ieder geval buiten het bereik van kinderen of huisdieren. Als een medicijn op een speciale plek bewaard moet worden, bijvoorbeeld in de koelkast, dan staat dit in de bijsluiter vermeld.
  • Houdt u ook de houdbaarheidsdatum van de medicijnen in de gaten.
  • Breng de middelen die u niet meer gebruikt terug naar de apotheek of lever ze in bij de chemokar.

 

 

Diabetes mellitus (suikerziekte)

Te hoge of te lage bloedsuikerspiegel

Als u diabetes mellitus heeft, dan kan het gebeuren dat uw bloedsuiker soms te hoog of soms te laag is. Hierdoor heeft u een groter risico om te vallen. Let goed op de verschijnselen die bij een te hoge bloedsuiker horen (hyperglykemie ofwel ‘hyper’). Bijvoorbeeld moeheid, vaak plassen, dorst, droge tong. Let ook goed op de verschijnselen die bij een te lage bloedsuiker horen (hypoglykemie of ‘hypo’). Bijvoorbeeld wisselend humeur, hoofdpijn, duizeligheid, beven, zweten.

Voetverzorging

Wees alert op goede voet- en teennagelverzorging. Eventuele wondjes genezen minder goed bij mensen met diabetes mellitus. Wondjes aan de voeten kunnen problemen geven tijdens het lopen. Als er wondjes zijn die niet behandeld worden, kan dit uiteindelijk zelfs leiden tot amputatie.

 

Woonomgeving

Algemeen

  • Als u iets wilt pakken dat hoog staat, gebruik dan een stevige huishoudtrap met beugel. Ga nooit op een stoel of krukje staan.
  • Zorg dat er op elke verdieping een makkelijk te bereiken telefoontoestel aanwezig is. Haast u niet als de telefoon rinkelt.
  • Zorg voor goede schoenen, ook als u binnenshuis loopt.

Vloeren

  • Zorg dat er geen losliggende snoeren op de vloeren liggen.
  • Verwijder losse kleden en tapijten. Als dit niet mogelijk is, maak tapijten dan vast aan de vloer of zorg dat ze een antisliplaag hebben.
  • Laat niets op de vloer slingeren.
  • Loop niet op een natte vloer.

Verlichting

Goede verlichting in de eigen woning is erg belangrijk. Dit wordt vaak onderschat. Enkele tips om valpartijen door slechte verlichting te voorkomen:

  • Zorg voor gelijkmatige, niet-verblindende verlichting in heel het huis.
  • Zorg dat vooral de trap goed verlicht is, omdat veel valpartijen op de trap gebeuren.
  • Zorg vooral voor goede, niet-verblindende verlichting van de slaapkamer naar het toilet. Gebruik deze ook. Wees hier niet voorzichtig mee om de partner niet wakker te maken.
  • Zorg voor een lichtknopje bij het bed, zodat opstaan in het donker niet nodig is.
  • Zorg dat het looppad vrij is van obstakels.

Badkamer en toilet

  • Breng hulpmiddelen aan zoals een handgreep bij toilet, douche en bad als u steun nodig heeft bij het opstaan.
  • Gebruik geen steunpunten die niet als steunpunt bedoeld zijn, zoals een fontein, glijstang, deurklinken of verwarmingsbuizen.
  • Gebruik een stoel met armleuningen in de douche.
  • Zorg in natte ruimtes voor antislipmatjes: in en naast de douche en in en voor het bad. Deze antislipmatjes moeten goed plakken en regelmatig vervangen worden als dit niet meer zo is. Gebruik geen andere toilet- en badkamermatten, uitsluitend antislipmatten.

Trappen

  • Laat geen spullen op de trap liggen.
  • Zorg in ieder geval voor één leuning, als het mogelijk is zelfs twee leuningen.
  • Laat treden die niet bekleed zijn met een vloerbedekking voorzien van een antisliplaag of strip.
  • Zorg voor een goed onderscheid tussen de onderste treden en de vloer, zodat u de onderste treden niet mist.

Woonkamer

  • Plaats in de woonkamer geen meubels die omvallen als u erop zou leunen.
  • Zorg voor voldoende loopruimte tussen de meubels door.
  • Leg geen losse kleedjes in de woonkamer.

Keuken

  • Maak keukenkastjes na gebruik steeds weer dicht zodat u er niet achter kunt blijven hangen.
  • Zet spullen die u veel gebruikt in kastjes die makkelijk bereikbaar zijn.

 

 

Zien

Als u minder goed ziet, heeft u een groter risico om te vallen. U merkt dan minder snel een obstakel of oneffenheid in de ondergrond op. Daarom volgen hier een aantal tips om vallen door slecht zien te voorkomen.

  • Gebruik geen bril die van een ander persoon is.
  • Laat één keer per jaar bij een opticien of oogarts uw ogen nakijken. Deze kan bekijken of de bril die u gebruikt nog wel de juiste sterkte van glazen heeft. Als u nog geen bril draagt, controleert de opticien of oogarts of het nodig is om voortaan een bril te gaan gebruiken.
  • Zorg dat de verlichting in huis voldoende is, vooral op plekken die gevaarlijke situaties kunnen opleveren.
  • Maak ‘s nachts licht aan als u naar het toilet gaat.

Botontkalking

Als u 50 jaar of ouder bent en u valt, dan loopt u een grotere kans op een botbreuk. Dat komt omdat de botten brozer worden. Tussen de 50 en 70 jaar wordt vooral de pols gebroken, terwijl mensen boven de 70 jaar steeds vaker een heup breken. Vooral vrouwen met een lichte huidskleur hebben een verhoogde kans op botontkalking (osteoporose).  Zo heeft een blanke vrouw op 50-jarige leeftijd meer dan 50% kans om in haar verdere leven iets te breken.

De huisarts kan met u doornemen of u een verhoogd risico heeft op botontkalking. 

Als bij u sprake is van botontkalking, kunnen de volgende maatregelen zinvol zijn:

  • Eet en drink calciumhoudende producten zoals kaas en melk. Daarvan is bewezen dat het helpt tegen botontkalking.
  • Dit geldt ook voor extra bewegen, en overdag buiten komen. Onder invloed van zonlicht maakt uw lichaam vitamine D aan. Deze vitamine is goed voor het opnemen van extra calcium uit de darmen.
  • Bij botontkalking is het vaak nodig om medicijnen in te nemen. Overleg met uw huisarts of specialist of u daarvoor in aanmerking komt. Deze medicijnen dient u wel lange tijd in te nemen, tot zeven jaar. Bij mensen die ouder zijn dan 85 jaar, is het effect van deze medicijnen al aangetoond na inname van minder dan een jaar.

Incontinentie (verliezen van urine of ontlasting)

Incontinentie is soms het gevolg van een verminderde spierkracht of verminderde balans. Door deze oorzaken aan te pakken, kunnen we soms de incontinentie behandelen. Blijft het voor u moeilijk om op tijd bij het toilet te komen? Dan is het verstandig om incontinentiemateriaal te gebruiken. Dan hoeft u zich niet zo te haasten naar het toilet. Want door uzelf te haasten, loopt u meer kans om te vallen. Informatie over de verschillende soorten incontinentie en incontinentiemateriaal zijn bij iedere apotheek te krijgen.

Accepteer echter nooit zomaar dat u urine of ontlasting verliest. Bespreek met uw huisarts wat er eventueel aan te doen is.

Wat als u gevallen bent?

Als u gevallen bent, kan het lastig zijn om weer overeind te komen. Daarom geven we u de volgende tips:

Overeind komen

  • Rol om tot u op de buik ligt.
  • Druk u omhoog. Kruip op handen en knieën naar een stevig meubel dat voldoende steun biedt om recht te komen.
  • Houd het meubel stevig vast.
  • Zet één voet plat op de grond. Probeer met de steun van beide armen en één been rechtop te komen.
  • Soms is een trap ook een uitstekende plaats waar u zich langzaam op kunt hijsen, tot u in een positie komt van waaruit u opnieuw rechtop kunt gaan staan.

Voorkom dat u afkoelt

Als u niet meer rechtop kunt komen, zorg dan dat u niet te sterk afkoelt. Trek alles naar u toe dat als isolatie kan dienen, bijvoorbeeld kussens, handdoeken, tapijtjes, kledingstukken. Probeer de aandacht te trekken van mensen in uw omgeving door lawaai te maken en hulp te roepen.

Onderzoek

Accepteer nooit dat u zomaar valt. Als u binnen zes maanden tweemaal bent gevallen, heeft u recht op een uitgebreid medisch onderzoek. Een dergelijk onderzoek wordt binnen het Jeroen Bosch Ziekenhuis uitgevoerd op de polikliniek Geriatrie (het Valspreekuur).

Valtraining

Overleg met uw (huis)arts of het zinvol is om een valtraining te volgen bij een fysiotherapeut bij u in de buurt. Deze kan u leren hoe u weer overeind komt als u gevallen bent. Er zijn fysiotherapeuten die hierin gespecialiseerd zijn.  

Sociale alarmering thuis

Bent u alleenwonend, of veel alleen thuis? Dan is het van belang dat u in een noodsituatie iemand kunt waarschuwen. Als u gevallen bent en niet zelf op kunt staan en geen telefoon binnen handbereik heeft, is het moeilijk om iemand te waarschuwen. Een alarmketting kan dan een oplossing zijn. Door op de knop van de alarmketting te drukken, kunt u iemand waarschuwen die u kan helpen. Dit heet sociale alarmering.

De sociale alarmering bestaat uit een alarmapparaat en een halszender. De halszender draagt u om de hals met het bijgeleverde koordje of clipje. Met de halszender kunt u met één druk op de knop hulp inroepen. De zorgcentrale is 24 uur per dag bereikbaar voor het afhandelen van alarmoproepen en meldingen. Op het moment dat uw oproep of melding binnenkomt, zien de verpleegkundigen uw persoonlijke gegevens op de computer in beeld. Zij praten met u via uw alarmapparaat. Zo kunnen zij snel beoordelen welke hulp ze moeten inroepen, en regelen zij deze hulp onmiddellijk.

Voor informatie over het aanvragen van deze sociale alarmering kunt u contact opnemen met de thuiszorgorganisatie in uw regio. Mensen in de regio ‘s-Hertogenbosch kunnen terecht bij de Stichting Vivent, telefoonnummer 0900 - 515 25 35.

Beweging

Bewegen is goed voor de gezondheid tot op hoge leeftijd. U kunt uw spierkracht, coördinatie en ook uw geestelijke conditie onderhouden door lichamelijk actief te blijven. Het oude spreekwoord ‘rust roest’ geldt nog altijd. U kunt heel gemakkelijk lichaamsbeweging nemen door het doen van de dagelijkse activiteiten. Bijvoorbeeld boodschappen, activiteiten in en rond het huis, dagelijks een stukje wandelen en fietsen.

Schoenen

Zorg dat u goede, stevige schoenen draagt tijdens al deze activiteiten, zowel binnenshuis als buitenshuis. Gebruik geen sloffen, behalve als die de kenmerken hebben van een goede schoen.

Een goede schoen heeft de volgende eigenschappen: • geen hoge en/of smalle hakken; • goede, stevige aansluiting aan de hiel; • een dunne maar stevige laag tussen voetbed en zool.

Meer Bewegen voor Ouderen

U kunt zich ook aansluiten bij een organisatie die sportactiviteiten biedt speciaal gericht op ouderen. Dit wordt veelal gedaan onder de noemer ‘Meer Bewegen voor Ouderen’ (MbvO). De activiteiten zijn aangepast aan de wensen en mogelijkheden van de deelnemers. Alle MbvO-lessen worden verzorgd door bevoegde docenten. Door u aan te sluiten bij het MbvO heeft u meteen een reden om eens de deur uit te gaan en op die manier in contact te komen met andere mensen.

Voor informatie over ‘Meer Bewegen voor Ouderen’ bij u in de buurt kunt u contact opnemen met de Stichting Welzijn Ouderen in uw eigen gemeente. Voor informatie over ‘Meer Bewegen voor Ouderen’ in ‘s-Hertogenbosch verwijzen we u naar de website www.s-port.nl

Controlelijst veiligheid en vallen voorkomen

De Osteoporose Stichting heeft een lijst opgesteld waarmee u de veiligheid bij u thuis kunt controleren. Zet een V van 'veilig' in elk hokje waarvan de tekst klopt met de situatie bij u thuis.

Huiskamer

□ In de kamer staan spullen niet te dicht op elkaar, zodat er voldoende loopruimte is       en u zich niet steeds stoot of struikelt.

□ Alle meubels zijn goed stabiel; erop leunen of steun zoeken gaat zonder schuiven         of kantelen.

□ De luie stoelen zijn niet te diep, zodat opstaan weinig moeite kost.

□ Er liggen geen losse kleden op de grond waarover u kunt struikelen of uitglijden.

□ De vloer is voldoende stroef, zodat uitglijden niet kan.

□ De telefoon staat op een makkelijk bereikbare plaats.

□ Op de grond liggen geen losse snoeren waarover u kunt struikelen of uitglijden.

□ Het raampje of schuifje om verse lucht binnen te laten is te bedienen                      zonder klimpartijen.

Keuken

□ De dingen die u vaak nodig heeft staan op grijphoogte.

□ De spullen in de provisiekast of kelder zijn zonder rekken en bukken te pakken.

□ De vloer is stroef, ook als er water is gemorst.

□ De keukenkastjes sluiten goed, zodat u zich er niet aan stoot.

Gang en trap

□ Gang en trap zijn goed verlicht.

□ Er liggen geen obstakels in de gang.

□ Er liggen geen spullen op de trap.

□ De trap is stroef.

□ De vloerbedekking op de trap zit goed vast; de eventuele traproeden ook.

□ De trap heeft aan beide zijden een solide leuning.

□ Bij de laatste treden (boven- en onderaan de trap) zit een extra handgreep.

Slaapkamer

□ Het bed is voldoende hoog, zodat opstaan geen problemen geeft.

□ Er liggen geen losse kleedjes waarover u kunt struikelen of uitglijden.

□ Er is een lichtknopje bij het bed, zodat opstaan in het donker niet nodig is.

Badkamer en toilet

□ Er is voldoende ruimte om te wenden en te keren.

□ Er zijn handgrepen aangebracht als dit nodig is (steun bij het bad, de douche en           het toilet, zoals een douchebeugel).

□ Er zijn veiligheidsmaatregelen genomen, zodat uitglijden onder de douche of in           het bad niet mogelijk is (antislipstickers of tegels, douche- of badmat).

□ De matjes zijn voorzien van een antisliplaag.

□ De deur is ook vanaf de buitenzijde te ontgrendelen.

□ Alle verbindingen zitten vast, lampen worden met een schakelaar bediend.

□ Over de hoge rand van het bad of de douche stappen geeft geen problemen.

Rondom het huis

□ De stoep en het straatje naar de voordeur zijn vlak. Er liggen geen losse tegels en         er steken geen tegels uit.

□ Er is een goede verlichting op plaatsen waar dit nodig is.

□ De stoep en het straatje zijn niet begroeid met mos of overwoekerd met onkruid.

Algemeen

□ In huis is een veilige huishoudtrap aanwezig (stevig, stabiel, antislip en met               een steunbeugel).

□ Elektrische apparaten en snoeren zijn goed onderhouden.

□ Zowel in de huiskamer, de slaapkamer als de badkamer is er een telefoon (de                 telefoon kan natuurlijk ook draadloos zijn).

In geval van nood

□ Voor het geval er iets misgaat, zijn er afspraken gemaakt met buren, kinderen              of huisgenoten.

□ In geval van nood is er hulp via de telefooncirkel of een alarmeringssysteem.

Hoeveel veilige V‘s kreeg uw huis?

Tel het aantal V‘s bij elkaar op en bekijk hieronder hoe veilig uw huis is.

  • 28 - 37 Heel goed. Maar denk nog niet: ‘Mij kan niets gebeuren’. Blijf op uw hoede.
  • 18 - 28 Goed. Blijf op uw hoede. Kan het nog beter? Ga na hoe uw huis ‘heel goed’ kan worden.
  • 9 - 18 Matig. U loopt meer risico dan nodig is. Verbetering op enkele punten is geen overbodige luxe.
  • 0 - 9 Slecht. In uw huis is het oppassen geblazen. Verbetering is op tal van punten nodig. Wacht hier niet te lang mee!

Met dank aan de GGD Delftland; Bron: GGD Gooi en Vechtstreek. © Osteoporose Stichting 1998 Osteoporose Stichting, Postbus 430, 5420 AK Rosmalen © European Foundation for Osteoporosis

 

Code ALG-382
Laatste revisie: 16 juli 2019 - 11:54