Onderzoekswijzer

Coxiella burnetii (IgM fase 2); acute Q koorts

Afdeling
Medische Microbiologie
Methode
Antistofbepaling, immunofluorescentietest
Frequentie van bepaling
Tweemaal per week
Doorlooptijd
Tot 5 werkdagen
Monstermateriaal
Serum
Afnamemateriaal

Bloedbuis voor stolbloed (6,0 ml, rode dop)

Onderzoekenwijzer MMB - Bloedbuis voor stolbloed 6.0 ml rode dop

Bewaarconditie na afname
Transport binnen 24 uur bij 1-28 °C
Opmerkingen
In de antistofrespons tegen Coxiella burnetii ontstaan zowel fase 1 als fase 2 antistoffen. Bij acute Q-koorts zijn de eerste antistoffen die kunnen worden aangetoond IgM fase 2 antistoffen. Bij screening op acute Q-koorts wordt daarom specifiek naar deze antistoffen gekeken. Als de screening positief is, worden de IgM en IgG fase 1 en fase 2 antistoffen aanvullend bepaald middels een immunofluorescentie test. Bij een sterke verdenking op acute Q-koorts (bijvoorbeeld in een uitbraak situatie) maar een negatieve screening kan in de eerste 14 dagen na de eerste ziektedag een Coxiella burnetii PCR op serum worden gedaan. Het DNA van Coxiella burnetii is namelijk eerder aantoonbaar in het bloed dan de antistoffen.

Acute Q-koorts is een meldingsplichtige ziekte. Als het Regionaal Laboratorium Medische Microbiologie en Infectiepreventie de diagnose acute Q-koorts stelt, wordt, mede namens de aanvrager, een melding aan de GGD gedaan.
Laatste revisie: 23 januari 2019 - 09:56