MS en het coronavaccin

Hier leest u het advies van de landelijke MS-werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN) over het coronavaccin, van 28 september 2021.

Aan alle patiënten met MS is het advies om zich te laten vaccineren. Ook als u ziektemodulerende therapie heeft. Het maakt niet uit welke therapie of wanneer u die voor het laatst heeft gehad.

Bekijk voor meer informatie ook onderstaande video:

Je kunt deze video niet zien. Wat nu?

Je hebt onze cookies (nog) niet geaccepteerd. Daarom kun je deze en andere video's niet bekijken op onze website. Wil je de video's wel kunnen zien? Klik dan op Accepteer cookies. Meer weten? Lees dan onze cookieverklaring.

Hoe is dit advies tot stand gekomen?

Er is geen onderzoek gedaan naar de werking van het coronavaccin bij mensen met MS of bij mensen die ziektemodulerende therapie hebben. Het advies is gebaseerd op de algemene adviezen van het RIVM.

MS-experts hebben dit aangepast voor mensen met MS. Het kan aan de hand van nieuwe inzichten aangepast worden. De adviezen gelden voor het Pfizer-, het Moderna-, het AstraZeneca- en het Johnson&Johnson-vaccin. Dit zijn de vaccins die momenteel in Nederland gegeven worden.

Wanneer u minder dan 6 maanden geleden COVID-19 heeft doorgemaakt, adviseert de Gezondheidsraad te vaccineren met slechts één dosis vaccin. Maar dit advies geldt niet voor hoogrisicogroepen van wie het immuunsysteem ernstig beschadigd is. Het advies is voor deze personen 2 keer een vaccinatie na een doorgemaakte COVID-19, onafhankelijk van wanneer de besmetting plaatsvond. De opgebouwde immuniteit na een doorgemaakte COVID-19 kan bij patiënten met een slechte weerstand minder zijn dan die van andere personen. Een eenmalige booster met een enkele dosis vaccin na de eerdere infectie is daardoor onvoldoende voor bescherming.

Voor later: plannen vaccinatie

Op dit moment is het niet mogelijk om zelf het moment te kiezen waarop u het vaccin krijgt. Mogelijk kunnen we in de toekomst wel plannen wanneer u wordt gevaccineerd. In dat geval heeft het de voorkeur om bij bepaalde medicijnen een periode te laten zitten tussen de laatste keer dat u het medicijn kreeg en de vaccinatie. De reden is dat het vaccin dan waarschijnlijk beter zal werken.

Dimethylfumaraat (Tecfidera): vaccineren zodra mogelijk.

Fingolimod (Gilenya): vaccineren zodra mogelijk.

Glatirameeracetaat (Copaxone): vaccineren zodra mogelijk.

Interferon-bèta (Avonex, Betaferon, Plegridy, Rebif): vaccineren zodra mogelijk.

Natalizumab (Tysabri): vaccineren zodra mogelijk.

Ozanimod (Zeposia): vaccineren zodra mogelijk.

Siponimod (Mayzent): vaccineren zodra mogelijk.

Teriflunomide (Aubagio): vaccineren zodra mogelijk.

Stamcelbehandeling: vaccineren zodra mogelijk, bij voorkeur minimaal 4 weken voor de start van de behandeling, of minimaal 3 maanden na afronding van de stamceltransplantatie.

Methylprednisolon stootkuur: vaccineren zodra mogelijk, bij voorkeur minimaal 3-5 dagen na de laatste injectie.

Alemtuzumab (Lemtrada): vaccineren zodra mogelijk, bij voorkeur minimaal 4 weken voor het infuus, of 3 maanden na het laatste infuus

Cladribine (Mavenclad): vaccineren zodra mogelijk, bij voorkeur minimaal 4 weken voor het infuus, of 3 maanden na het laatste gift.

Ocrelizumab (Ocrevus): vaccineren zodra mogelijk, bij voorkeur minimaal 4 weken voor de gift, of 3 maanden na de laatste infuus.

Immuunsuppressiva

Als u kan wachten met het starten van Fingolimod (Gilenya), Siponimod (Mayzent), Ozanimod (Zeposia), Cladribine (Mavenclad), Alemtuzumab (Lemtrada) en Ocrelizumab (Ocrevus), dan is het het beste om minimaal 2 weken vóór start ervan de eerste dosis van het vaccin te krijgen. Dan is het vaccin effectiever. Dan is in elk geval de eerste dosis toegediend zonder dat uw immuunsysteem onderdrukt is. Het liefst wachten we nog langer zodat u ook de tweede dosis van het vaccin krijgt toegediend vóór het starten met immuunsuppressiva (minimaal 4 weken voor start), maar dit zal in praktijk vaak niet mogelijk zijn. Bij de andere ziektemodulerende therapieën kan, ongeacht de vaccinatiestatus, gestart worden met de behandeling.

Antistoffen

Uit onderzoek blijkt dat er minder antistoffen worden aangemaakt na uw COVID-vaccinatie, wanneer u onder andere fingolimod en ocrelizumab gebruikt. Daarom wordt een derde vaccinatie geadviseerd aan mensen die fingolimod, ozanimod, siponimod en ocrelizumab gebruiken. U krijgt in oktober een brief, waarin u uitleg krijgt hoe u de derde vaccinatie kunt krijgen. Gebruikt u ocrelizumab? Dan kunt u deze vaccinatie het beste minstens 3 maanden na het laatste infuus met ocrelizumab en minimaal 1 maand voor het volgende infuus krijgen. Gebruikt u fingolimod, ozanimod, siponimod of ocrelizumab en heeft u in oktober geen brief ontvangen, neem dan contact op met het MS-behandelcentrum.

Het is in principe niet zinvol om COVID-19 antistoffen te bepalen, vóór of na de vaccinatie. Naast bescherming via de B-cellen (met productie van antistoffen) zorgt het vaccin ook voor bescherming via de T-cellen. Dit laatste is alleen niet te meten/testen. De aanwezigheid van antistoffen is dus niet de enige factor die bepaalt of het vaccin wel of niet werkt.

Griepprik en coronavaccin

Het advies is om minimaal 7 dagen te houden tussen het coronavaccin en de griepprik.

Informatie voor zorgverleners

Informatie voor zorgverleners

Mensen met MS kunnen zich gewoon laten vaccineren, ook als ze immuunmodulerende therapieën krijgen. Alleen levend verzwakte vaccins (zoals BMR of gele koorts) kunnen in principe niet gegeven worden aan mensen met MS die ziektemodulerende behandeling krijgen vanwege het risico daarvan ziek te worden. Bij sommige behandelingen zoals die met ocrelizumab, alemtuzumab en cladribine dient goed naar de timing van de vaccinatie gekeken te worden. De vaccinatierespons is namelijk lager indien deze kort voor of direct na de behandeling wordt gegeven.

Vanuit het ziekenhuis kunnen we op dit moment geen vaccinaties aanbieden of voorrang verlenen aan mensen met MS met of zonder ziektemodulerende behandeling. Een uitzondering betreft de groep patiënten bij wie de ademhaling gecompromitteerd is en daarvoor beademing nodig hebben. Mogelijk gaat het vaccinatiebeleid in de toekomst veranderen. Actuele informatie hierover zal volgen op de website.

Typen vaccinaties

In Europa zijn het Pfizer-, Moderna-, AstraZeneca- en Johnson&Johnson-vaccin goedgekeurd.

Het Pfizer- en Moderna-vaccin zijn allebei een mRNA-vaccin, een nieuw soort vaccin. De vaccinatie bestaat uit 2 injecties met 3 weken (Pfizer) of 4 weken (Moderna) ertussen. Bescherming treedt op na ongeveer 4 weken.

Het AstraZeneca- en Johnson&Johnson-vaccin zijn beiden een virus-vector-vaccin. Het AstraZeneca-vaccin bestaat uit 2 injecties, bij voorkeur met 4 weken ertussen. In de praktijk zijn dit vaak 12 weken. Het Johnson&Johnson-vaccin betreft maar 1 vaccin.

Code COR-057
Laatste revisie: 6 oktober 2021 - 10:08