Expertgroep Klinische Farmacologie

Binnen het Jeroen Bosch Ziekenhuis hebben zes functies een topklinische status gekregen. De expertgroep klinische farmacologie is één van deze afdelingen. Medicijngebruik kan tot vermijdbare gezondheidsschade leiden. Vooral bij multimorbiditeit en polyfarmacie en situaties waarbij coördinatie tussen voorschrijvers niet optimaal is kunnen risico’s ontstaan. Voor het veilig gebruiken van medicatie is goed voorschrijven en afstemmen dus essentieel.

Op al deze terreinen zijn klinisch farmacologen bij uitstek de specialisten met de benodigde kennis en vaardigheden om artsen en apothekers te ondersteunen om verbeteringen te bereiken. Het JBZ kent een expertgroep klinische farmacologie bestaande uit 22 klinisch farmacologen met verschillende achtergronden (geriater, psychiater, SEH-arts en (ziekenhuis)apothekers) die steeds verder wordt uitgebreid.

Onze missie is het bevorderen van het effectief en veilig voorschrijven van medicatie voor kwetsbare patiënten in Den Bosch en omstreken waarbij deze mensen ervan op aan kunnen dat zij de voor hun persoonlijke situatie meest optimale farmaceutische therapie ontvangen die bijdraagt aan het totale gezondheidswelzijn. Dat doen wij middels het leveren van directe patiëntenzorg, geven van onderwijs en onderzoek.

Zo is vorig jaar door de expertgroep klinische farmacologie onder de naam F-team team – F van farmacologie, aandacht besteed aan de rol van medicatie bij SEH bezoek en ziekenhuisopname van ouderen. Landelijke rapporten stellen dat 10% van de acute ziekenhuisopnames bij 65-plussers het gevolg is van medicijnbijwerkingen, waarbij de helft vermijdbaar zou zijn. Naar aanleiding van deze rapporten heeft de expertgroep bij patiënten van 70 jaar of ouder die via de SEH werden opgenomen en die vijf of meer geneesmiddelen chronisch gebruikten beoordeeld of de opname medicatiegerelateerd kon zijn.

Voor de selectie van patiënten met een hoge kans op medicatiegerelateerde ziekenhuisopname werd een lijst met meest frequent door geneesmiddel veroorzaakte opnameredenen uit de multidisciplinaire richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen, addendum 2e-lijn’ gebruikt. Denk aan vallen, fracturen, bloedingen, electrolytstoornissen en dergelijke. Uit onze analyses blijkt dat de associatie tussen geneesmiddelgebruik en opnamereden veel lager is dan de landelijke rapporten aanneemt. Bijvoorbeeld: wanneer een oudere een bloeddrukverlager slikt en na een val is beland op de SEH, dan kan dat geneesmiddel een rol spelen als oorzaak van de val. Echter de bij bestudering van het dossier blijkt dat deze patiënt over een sok op de trap is gevallen. Dat geneesmiddel stoppen of de dosering aanpassen van de bloeddrukmedicatie is dan niet zinvol. De conclusie is dan ook dat het selecteren van risicopatiënten voor een nadere medicatiebeoordeling op basis van de richtlijn Polyfarmacie bij ouderen niet doelmatig is.

Verder werden medicatiegerelateerde problemen vaak al onderkend tijdens een klinische opname door de betrokken specialist en opgelost. We pleiten ervoor de methode te herzien. Dat hebben we ook teruggekoppeld naar de adviesgroep van deze richtlijn en publiceren hier over in een wetenschappelijk tijdschrift. We constateerden echter ook dat de follow-up van ouderen waarbij medicatie mogelijk een rol speelt bij het SEH bezoek maar die niet worden opgenomen niet goed is geregeld. De mogelijke rol van medicatie wordt op de SEH nog onvoldoende onderkent en terugkoppeling hierover (en bijvoorbeeld het advies om een medicatiebeoordeling te doen) naar de 1e-lijn ontbreekt. Hierover willen we graag verder in gesprek met onze 1e-lijnspartners.

De expertgroep zoekt nu naar betere methoden om te komen tot selectie van risicopatiënten. Zo start het team met een experiment om op basis van de data uit de pilot met artificial intelligence-technieken een algoritme te ontwikkelen dat voorspelt welke ouderen baat hebben bij een medicatiebeoordeling. Daarbij wordt samengewerkt met de Jheronimus Academy for Data Science van TU Eindhoven en Tilburg University. Als we hierin slagen, kunnen we de veiligheid in het ziekenhuis, maar ook in de rest van de keten, verbeteren door ook de eerste lijn te informeren over deze risicopatiënten.” Daarnaast investeert de vakgroep in de ontwikkeling van een self-assessment over voorschrijven voor de artsen in opleiding in dit ziekenhuis. We weten dat slechts een beperkt aantal geneesmiddelen ernstige bijwerkingen veroorzaakt. Als we de kennis van artsen daarover kunnen vergroten, behalen we ook winst. Hier speelt onderwijs weer een belangrijke rol.

Uitbreiding naar de keten, richting huisartsen, apothekers in de regio en de verpleeghuiszorg is dan een volgende stap waarover wij komend jaar graag in gesprek willen met onze ketenpartners. “Zo kunnen we nog meer betekenen voor patiënten in het ziekenhuis en daarbuiten.” Denk daarbij aan het informeren van de huisarts en openbare apotheek over de eerder genoemde risicopatiënten. Maar denk bijvoorbeeld ook aan een polifarmacie/bijwerkingen-poli met onze strategische samenwerkingspartner Lareb waarnaar patiënten met onbegrepen medicatieproblemen verwezen kunnen worden of een medicatie hulplijn voor complexe vraagstukken.

Laatste revisie: 12 februari 2020 - 16:11