Vrijdag 31 januari 2020

“Dokter word je uit idealisme”

Na 36 jaar als kinderarts gewerkt te hebben, gaat Widdershoven met pensioen. “Ik laat iets moois achter.”

Profielfoto zorgverlener Jan Widdershoven

Hij weet het nog. Wat zijn nieuwe collega’s zeiden toen hij 23 jaar geleden begon als kinderarts in het JBZ. ‘Kijk goed rond de eerste weken, schrijf op wat je ziet, wat je opvalt en vertel het ons. Daar willen wij van leren’. Die open en leergierige houding is volgens Jan Widdershoven (64) wat de vakgroep Kindergeneeskunde van het JBZ zo sterk maakt.

Hij noemt zichzelf een observator. Iemand met een beschouwende blik en een scherp oog voor de dingen en de mensen om hem heen. Als jong mannetje van acht jaar oud zag hij de koeien in het weiland naast zijn ouderlijke huis; de boer in het veld met zijn zwiepende zeis. En hij dacht: dat wil ik ook. Het liep anders, mede door de mooie verhalen over zijn opa, die huisarts was in Kerkrade. “En omdat ik sterk de behoefte voelde om mensen te helpen. Dokter word je uit idealisme.”

Het hele vak overzien

Geen landbouwschool, maar geneeskunde, dus. De Universiteit van Maastricht bestond in 1973 alleen nog maar op de tekentafel, zodat Jan uit Heerlen naar Nijmegen trekt. Hij volgt daar ook zijn kinderartsopleiding. “Dat ik kinderarts wilde worden, stond voor mij al heel lang vast. Als scholier paste ik altijd veel op en met plezier. De spontaniteit, de onbevangenheid van kinderen vond en vind ik prachtig; in mijn zes kleinkinderen zie ik dat ook weer terug. De gedachte om voor Gynaecologie te kiezen, heeft even door mijn hoofd gespeeld, maar ik wilde me breder oriënteren, het hele vak overzien.”

Baanbrekend onderzoek

In Nijmegen promoveert Widdershoven in 1987 op de relatie tussen een tekort aan vitamine K en het ontstaan van hersenbloedingen bij pasgeboren kinderen, onder begeleiding van professor Leo Monnens. Baanbrekend! “Onze onderzoeksresultaten gaven veel reuring in de medische wereld, want de meningen over dit thema waren zeer verdeeld. Door dit promotieonderzoek is het toedienen van vitamine K bij pasgeboren een standaardprocedure geworden en is het evident dat veel kinderen ernstig letsel bespaard is gebleven. Ja, daar ben ik trots op.”

Hard werken

Hij werkt dan al in Oss, waar hij in 1985 gestart is bij een kleine vakgroep in een algemeen ziekenhuis.  “We waren met twee kinderartsen”, zegt hij. “Als de een vakantie had, stond je drie weken lang alleen. En de rest van het jaar volgde je het ritme van 12 dagen werk, twee dagen vrij. Je werkte hard, maar zag en leerde ook ontzettend veel. Het contact met de ouders was heel anders. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar de ouders mochten toen niet zomaar naar hun kinderen toe. Ook voor hun golden de gewone bezoekuren. En had je kind waterpokken, dan ging je na het bezoek via het balkon naar de uitgang: eerst even ‘de bacillen eruit laten waaien’.” 

De docent

Zijn opa was huisarts. Zij moeder lerares. Van haar heeft hij de liefde voor het doceren. De drang om  kennis te willen delen is een van de redenen voor zijn komst naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis in 1997. Een opleidingsziekenhuis. “Het mooie van opleiden? Het houdt je scherp. Je wordt gedwongen om na te denken over alles wat je doet en je moet op zoek naar de juiste woorden om jouw bevindingen over te brengen op anderen. Op een manier die inspireert. Heel uitdagend en motiverend. Vooral als je ziet dat je de juiste snaar weet te raken bij de mensen die je begeleid.” 

Anorexiaprotocol

Zijn komst naar ’s-Hertogenbosch gaf hem ook op andere vlakken meer opties. In een grote vakgroep zijn immers meer mogelijkheden tot subspecialisatie. Widdershoven bekwaamt zich in kindercardiologie en kinderpsychiatrie. Hij ontwikkelt een succesvol anorexiaprotocol. “Kort gezegd komt het erop neer dat we de kinderen duidelijk maken dat de keus om niet te eten, niet bestaat. En dat áls ze eten, het niet hun ‘schuld’ is, maar de onze. We leggen het probleem buiten hen om en proberen ze het vertrouwen te geven om de stem in hun hoofd te negeren. Door deze psychiatrische interventie is het aantal geslaagde behandelingen gestegen van 30 naar 70 procent.”

Veilige lerende omgeving

Luisteren naar zijn verhaal is aanstekelijk. De liefde voor het vak, de vakgroep en het ziekenhuis klinkt door in iedere zin. “Het is ook gewoon zo!” zegt hij. “We hebben een geweldige vakgroep, steunen elkaar door dik en dun. We zijn kritisch op onszelf en elkaar, maar trekken dat nooit in het persoonlijke. Zo creëer je een veilige omgeving waarin alles gericht is op leren, op ontwikkelen. De mensen die we opleiden ervaren dat – zo horen wij - precies zo. In zo’n omgeving is het heerlijk werken."

 

Toch valt het afscheid hem niet zwaar. “Omdat ik weet dat ik iets mooist achterlaat”, besluit hij. “En ik heb mooie dingen in het vooruitzicht. In de zomermaanden ga ik werken in een klein ziekenhuisje op Bonaire. In Nederland ben ik vrijwilliger bij de stichting Spoedeisende Hulp bij Kinderen (SHK) die reanimatiecursussen geeft gericht op pasgeborenen en kinderen, aan kinderartsen, verloskundigen en Kinderchirurgen en anesthesisten. Verder heb ik een passie voor keramiek en zit ik graag aan de  pottenbakkerstafel. Genoeg te doen. Wel even schakelen, want ik ga van fulltime naar 0 uren. Een bewuste keuze. Afbouwen werkt niet voor mij, dan zit ik in de kortste keren toch weer voltijds te werken. Ik ken mezelf te goed.”

Lees ook: Stoppen als arts, beginnen als ridder: onderscheiding voor Jan Widdershoven

Laatste revisie: 3 februari 2020 - 08:21