Headerafbeelding
Verpleegkundige verwelkomt patiënt op de dagbehandeling
Behandeling

Punctie van vocht uit de buikholte (therapeutische ascitespunctie)

Bij een ascitespunctie neemt de arts via een naald vocht weg uit de buikholte.

De arts laat hiervoor een slangetje (drain) in de buikholte achter om het teveel aan ascitesvocht af te voeren. Na de behandeling verwijdert de verpleegkundige de drain weer. Het kan ook zijn dat de drain blijft zitten (permanente drain). Uw arts bespreekt dat dan met u.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over de behandeling.

Praktische tips

Wat neemt u mee bij een (dag)opname?

Als u voor een opname of dagopname naar het ziekenhuis komt, neemt u dan uw geldig legitimatiebewijs mee en uw patiëntenpas. Maar bijvoorbeeld ook de medicijnen die u thuis gebruikt. Hier vindt u een overzichtje van alles wat u mee moet nemen.

Opleidingsziekenhuis

In het JBZ leiden we verpleegkundigen, coassis­tenten, artsen en andere zorgverleners op. Dit betekent dat bij uw afspraak soms meerdere zorgverleners aanwezig zijn. En het kan zijn dat u onderzocht of behan­deld wordt door een zorgverlener in opleiding. Deze zorgverlener werkt altijd onder supervisie van een gekwali­ficeerde zorgverlener.

Bekijk uw zorgverzekering

Het is uw eigen verantwoordelijkheid na te gaan of u verzekerd bent voor de zorg waarvoor u naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis komt. Bekijk van tevoren uw polisvoorwaarden of informeer bij uw zorgverzekeraar.

MijnJBZ

Via MijnJBZ kunt u zelf een deel van uw persoonlijke en medische gegevens inzien die in het JBZ over u bekend zijn. Zie ook: Wat kan ik in MijnJBZ zien? 

Gegevens delen

Wilt u dat zorgverleners buiten het Jeroen Bosch Ziekenhuis uw medische gegevens kunnen inzien? Dan moet u het JBZ toestemming geven om uw gegevens beschikbaar te stellen.

Code INT-107b
Laatste revisie: 7 februari 2022 - 09:28
Hoe verloopt de behandeling?

Punctie van vocht uit de buikholte (therapeutische ascitespunctie)

  • Voor dit onderzoek hoeft u niet nuchter te blijven.
  • Soms is het nodig om de stollingswaarde in uw bloed te bepalen. Als dit nodig is krijgt u een formulier mee voor bloedprikken.

Kunt u op de afgesproken opnamedatum niet komen?

Belt u dan zo snel mogelijk, maar uiterlijk een werkdag voor de opnamedatum, naar de polikliniek. Bent u de dagen voor de behandeling erg verkouden? Moet u veel hoesten of heeft u koorts? Neemt u dan minimaal 24 uur van tevoren contact op met de polikliniek.

Kortdurende opname

Als u nog niet bent opgenomen in het het ziekenhuis, dan wordt u korte tijd opgenomen. Na de punctie kan de verpleegkundige controleren of alles goed met u blijft gaan. Meestal vindt de opname in de ochtend plaats en kunt u een paar uur na de ascitespunctie weer naar huis gaan. Uw behandelend arts kan besluiten dat dit eerder of later zal zijn.

Voor de behandeling

De punctie gebeurt op de röntgenafdeling. De verpleegkundige zorgt ervoor dat u op tijd op de juiste plaats bent.

Prikplaats

De arts bepaalt met echobeelden de plaats waar u moet worden aangeprikt. Bij een echografie kan de radioloog inwendige organen en weefsels zichtbaar maken met behulp van geluidsgolven. Een echo doet geen pijn. Als de arts de prikplaats heeft bepaald, desinfecteert de verpleegkundige uw huid met jodium of alcohol. Dit is om infecties te voorkomen.

Verdoving

U krijgt een verdovingsprik op de plaats waar de arts de naald inbrengt. Deze verdoving werkt al binnen een paar minuten. Soms doet een verdovingsprik even veel pijn als de prik van de punctie. Ook kan de arts beslissen om geen verdovingsprik te geven.

Tijdens de behandeling

  • U ligt tijdens de behandeling plat op uw rug of op uw linkerzij.
  • De arts prikt de naald via de huid in de buikholte, waarna het vocht af kan lopen. Deze prik kan even een stekend gevoel geven in uw zij.
  • Via de naald wordt een slangetje (drain) in de buikholte gebracht. Daarna verwijdert de arts de naald. 
  • Er blijft een PIG-tale achter in uw buik, dit is een soort van opgekrulde drain. De verpleegkundige op de röntgenafdeling zet de drain vast op uw huid.
  • Aan de drain maken we een slang met een zak vast om het vocht op te vangen.
  • Uw behandelend arts bepaalt hoeveel vocht er af moet lopen en hoe lang de drain moet blijven zitten.
  • Het verwijderen van de drain gebeurt ook weer op de röntgenafdeling.
  • Na het verwijderen van de drain controleert de verpleegkundige regelmatig de insteekplaats en verbindt deze zo nodig.
  • De verpleegkundige brengt u na de punctie, met bed terug naar de verpleegafdeling.
  • De verpleegkundige controleert op de afdeling uw bloeddruk, hartslag en temperatuur. Ook controleert de verpleegkundige de insteekplaats van de naald op lekkage.
  • U verliest eiwitten met het af laten lopen van ascitesvocht. Om het tekort aan eiwitten aan te vullen, kan uw behandelend arts besluiten u via een infuus eiwitten (Albumine) te geven.
  • Krijgt u in de eerste uren na de punctie last van plotseling optredende buikpijn, klamheid, zweterigheid, duizeligheid of overmatig slap voelen? Vertel dit dan aan de verpleegkundige.
  • De arts bespreekt met u wat er verder gaat gebeuren.

Risico's

Meestal is de ascitespunctie een veilige behandeling. Toch kunnen er complicaties optreden:

  • Er kan een bloeding ontstaan op de plaats waar de huid is aangeprikt. Vaak krijgt u dan een blauwe plek.
  • De plaats waar de huid is aangeprikt, kan lang blijven nalekken.
  • Het kan zijn dat het vocht zich in meerdere holtes (pockets) bevindt. In dat geval moet de arts meerdere keren prikken om het ascitesvocht af te laten lopen.

Gaat u naar huis met een drain (permanente drain)

Nabloeding insteekopening

Is de insteekopening nog wat bloederig na het inbrengen van de drain? Verschoon dan de insteekopening een keer extra de dag na de punctie.

Lekkage ascitesvocht naast de insteekopening

  • U kunt eerst proberen of lekkage ophoudt na het laten aflopen van het vocht, misschien is uw buik wel overvol.

Verstopping drain

Als de drain verstopt is, kan er geen vocht aflopen of er lekt vocht langs de drain. U kunt proberen om de drain door te spuiten. Lukt dat niet, bel dan naar uw behandelend arts of de verpleegkundig specialist Oncologie. Buiten kantooruren kunt u wachten met bellen tot de volgende dag.

Roodheid rondom insteekopening

  • Als uw huid de hele tijd rood blijft rondom de insteekopening en u heeft geen koorts, meld dit dan bij uw volgende bezoek aan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of aan de huisarts.
  • Breidt de roodheid zich snel uit en/of krijgt u koorts, bel dan meteen naar uw behandelend arts, verpleegkundig specialist Oncologie of uw huisarts. Buiten kantoortijden belt u met de huisartsenpost of dienstdoende specialist in het ziekenhuis.

Pijn in de buikholte

De eerste dagen kan uw buik pijnlijk aanvoelen, vooral bij inspanning.

  • Bij inspanning(bijvoorbeeld opstaan uit een stoel) adviseren wij u om uw buik te spannen door met getuite mond krachtig uit te ademen.
  • Eventueel mag u tot 4x daags 2 tabletten paracetamol nemen voor de pijn. Helpt de paracetamol niet voldoende, dan kunt u bellen met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist Oncologie of uw huisarts.

Verlies van de drain

Wanneer de drain eruit valt, bel dan naar uw behandelend arts of de verpleegkundig specialist Oncologie.

Gebeurt dit buiten kantooruren dan gaat de insteekopening waarschijnlijk lekken. Plak dan een aantal gazen op de insteekopening om dit vocht op te vangen. U belt dan de volgende dag naar uw behandelend arts of verpleegkundig specialist Oncologie.

Dan kunt u deze stellen aan uw behandelend arts of aan de arts die de punctie bij u uitvoert.