Behandeling

Beademing via een beademingsbuisje in de hals (tracheostoma)

Een tracheostoma is een opening in de hals naar de luchtpijp.

Uw familielid of naaste is opgenomen op de Intensive Care en heeft op dit moment ondersteuning van de ademhaling nodig. De intensivist plaatst in deze opening een beademingsbuisje (traceacanule). Het buisje wordt aangesloten op het beademingsapparaat.

U kunt een tracheostoma om verschillende redenen krijgen. Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de mondelinge informatie, die u van de behandelend specialist (intensivist) en verpleegkundige ontvangt.

Hoe verloopt de behandeling?

Hier vindt u alle belangrijke informatie over deze behandeling

Betrokken afdelingen

Code ICA-028
Laatste revisie: 28 januari 2020 - 08:21
Hoe verloopt de behandeling?

Beademing via een beademingsbuisje in de hals (tracheostoma)

Een tracheostoma is een opening in de hals naar de luchtpijp. Die wordt meestal door de intensivist op de afdeling zelf aangelegd. Hiervoor wordt de patiënt eerst in slaap gebracht. De patiënt heeft vaak al een beademingsbuis (tube) gekregen.

Met een scope (flexibele slang met aan het einde een camera) wordt via de beademingsbuis in de keel gekeken. Dan prikt de intensivist met een naald een gaatje in de hals onder de adamsappel en boven het borstbeen. Via de camera gebeurt dit nauwkeurig. Hierna wordt dit gaatje ruimer gemaakt, zodat de tracheacanule (het beademingsbuisje) geplaatst kan worden.

doorsnede van luchtpijp met stoma en canule

De tracheacanule vervangt de tube die via de mond was ingebracht. De beademingsmachine kan aangesloten worden op de tracheacanule. De machine kan volledig of gedeeltelijk ondersteuning van de ademhaling bieden. Wanneer de toestand van de patiënt het toelaat, kan de patiënt ontwennen van de beademingsmachine (weanen) zelf leren ademen.

Hoe ziet een tracheanule er uit?

Een tracheacanule is een kunststof pijpje met aan het einde een cuff (ballonnetje). Dit kan worden opgeblazen zodat er geen lucht of slijm langs de canule stroomt. De in- en uitademing verloopt dan alleen nog via de canule.

Canule

De intensivist heeft vanwege een van de volgende problemen/situaties besloten uw familielid of naaste een tracheostoma te geven:

  • De beademing gaat lang duren. Een tracheostoma veroorzaakt minder irritatie in mond en keel en is daarom beter te verdragen. Ook de mondverzorging kan hierdoor makkelijker toegepast worden.
  • Het ontwennen van de beademing verloopt moeizaam. Met een tracheostoma gaat het ontwennen vaak makkelijker, omdat de ademweg naar de longen verkort is.
  • Slijm uit de longen kan onvoldoende worden opgehoest. Via een tracheostoma kan dit overtollig slijm makkelijker worden weggezogen.
  • Er is een zwelling in het gezicht en/of in de luchtwegen, bijvoorbeeld door een ongeval, operatie of allergische reactie. Het is noodzakelijk dat de luchtweg open blijft. Een tracheostoma garandeert een vrije luchtweg.

Over het algemeen is een patiënt op de Intensive Care nog niet in staat normaal te eten of te drinken. Met een tracheastoma is het in sommige situaties mogelijk om te eten; dit bepaalt de arts. Vaak onder begeleiding van logopedie. AIs een patiënt niet in staat is om te eten, dan gaat het toedienen van voeding en vocht via een voedingssonde en/of een infuus.

In de ontwenningsfase van de beademing - waarbij de patiënt zich niet verslikt in speeksel – kan de patiënt een spraakcanule krijgen. Deze kan na een week worden gewisseld met de eerder geplaatste canule. Met deze spraakcanule is uitademen via de normale ademweg mogelijk, waardoor de lucht de stembanden passeert. Via gaatjes in de achterzijde van de canule komt de uitademingslucht langs de stembanden, hierdoor kan de patiënt praten.

De arts besluit of de patiënt een spraakcanule kan krijgen.

Zoals eerder beschreven zijn er verschillende redenen om een patiënt een tracheostoma te geven. Het is afhankelijk van deze reden wanneer de tracheacanule definitief verwijderd kan worden. Het verwijderen van de tracheacanule wordt meestal op  de verpleegafdeling gedaan.

De canule wordt dan verwijderd en het achtergebleven gaatje in de luchtpijp wordt dakpansgewijs afgeplakt met pleisters. Hierdoor is er geen lekkage meer van lucht. Dit gaatje groeit meestal snel dicht.