Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

Hamerteen en klauwteen

De termen hamerteen en klauwteen worden vaak door elkaar gebruikt. Officieel is er wel een verschil:

  • Bij een hamerteen is het gewrichtje tussen de eerste en tweede kootje gebogen.
  • Bij een klauwteen is ook het gewrichtje tussen het tweede en derde kootje gebogen en daarbij is er ook nog een overstrekking van het gewrichtje tussen de kleine teen en het middenvoetsbeentje.

 

Als het evenwicht tussen de verschillende buig- en strekspieren in de tenen is verstoord, kunnen er hamer of klauwtenen ontstaan. Dit evenwicht wordt meestal verstoord doordat de functie van de kleine voetspiertjes uitvalt, bijvoorbeeld door ouderdom, diabetes, reuma of na een ongeval. Een hamerteen of klauwteen komt ook vaak voor in combinatie met een scheefstand van de grote teen (hallux valgus).



Symptomen

Een hamer of klauwteen geeft meestal weinig tot geen klachten. Door het herhaaldelijk wrijven van de teen tegen de schoen ontstaat meestal op het gewrichtje tussen het eerste en tweede kootje een eeltplek (likdoorn of eksteroog). Dit kan veel pijn geven bij het dragen van gewone schoenen. Soms ontstaat er een eeltplek op het topje van de teen. En er kan eelt en pijn onder de bal van de voet ontstaan, omdat de kromstand van de teen het kopje van het middenvoetsbeentje naar beneden drukt en daarmee abnormaal veel druk veroorzaakt. Dit kan ook gepaard gaan met ontsteking en pijn in het gewrichtje tussen de kleine teen en het middenvoetsbeentje. Door overrekking van het kapsel van dit gewricht, kan het teentje geleidelijk uit de kom raken. Zo kan er pijn ontstaan aan de top van de teen, de bovenkant van de teen en zelfs aan de onderkant van de voorvoet.


Diagnose

Een hamer- of klauwteen kan gemakkelijk aan de buitenkant worden herkend. Vaak wordt nog een röntgenfoto gemaakt van de hele voet, om te zien of er problemen met het bot zijn. 


Behandeling

Afhankelijk van hoeveel pijn u ervaart, kan worden besloten om de hamer- of klauwteen wel of niet te opereren.

 

Niet-operatieve behandeling hamerteen of klauwteen

Bij een hamer- of klauwteen wordt in principe niet meteen gekozen voor een operatieve behandeling. Drukplekken kunnen worden voorkomen door het dragen van schoenen met een zogenaamde wijdere 'tenenbox', zodat de teen meer ruimte heeft en de schoen niet tegen de teen drukt.

 

Het dragen van schoenen gemaakt van soepel materiaal en het laten oprekken van de schoen bij de tenen zorgt ervoor dat de klachten afnemen. Met een inlegzool met ondersteuning onder de voorvoet of de teen, wordt de teen in een betere positie gehouden. Ook dit geeft minder klachten.

 

Ter preventie of ontlasting van eeltplekken kunnen ook viltjes, ringpleisters of andere hulpmiddelen worden gedragen. Deze zogenaamde orthesen kunnen door de podotherapeut worden gemaakt.

 

Wanneer bovenstaande maatregelen niet voldoende resultaat opleveren, is het dragen van (deels) een op maat gemaakte schoen (semi-orthopedische schoenen) met voldoende ruimte voor de tenen, een goede oplossing. Klachten nemen hierdoor vaak af.

 

Operatieve behandeling hamerteen of klauwteen

Als er veel klachten blijven, kan besloten worden tot een operatie. Er zijn verschillende operatiemethoden. Welke methode de beste keuze is, hangt onder andere af van de mate van standsafwijking en eventuele afwijkingen van de voet. Het doel van de operatie is om een rechte stand van de teen/tenen te verkrijgen. Als ook de voorvoetgewrichten stijf zijn, worden deze tijdens de operatie ook weer soepel gemaakt. Hierdoor vermindert de pijn onder de voorvoet.

 

Bij alle verschillende operatiemethoden wordt het pijnlijke gewrichtje tussen de kootjes weggehaald (de zogenaamde 'resectieartroplastiek'). Hierna kan de teen in een meer rechte stand worden gezet. Om deze stand te behouden, wordt meestal gebruik gemaakt van een klein ijzeren pennetje (zogenaamde K-draad). Dit pennetje steekt uit aan de voorkant van de teen uit de huid en wordt na ongeveer 4 weken verwijderd tijdens de poliklinische controle.

 

Soms is het nodig om ook het gewricht tussen het middenvoetsbeentje en het eerste kootje recht te zetten. Om de rechte stand van dit gewricht vervolgens te behouden, wordt het pennetje dieper in dit gewricht ingebracht.

 

 



Zoeken

Print