Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

Carpaal Tunnel Release (behandeling)

Als u last heeft van het Carpaal Tunnel Syndroom kan een operatie nodig zijn. Bij het Carpaal Tunnel Syndroom wordt de middelste armzenuw bekneld. Deze zenuw loopt door een soort tunnel aan de binnenkant van de pols. Dit noemen we de carpaal tunnel. Met een operatie kan het ‘dak’ van de carpaal tunnel worden geopend, zodat de tunnel niet meer te nauw is. Deze operatie heet een Carpaal Tunnel Release (CTR).

 

Voorbereiding

U moet zich thuis op de operatie voorbereiden. In de folder ‘Carpaal Tunnel Syndroom’ (foldercode: ALG-341) kunt u lezen hoe u dat moet doen.

 

Hoe verloopt de operatie?

De operatie wordt uitgevoerd op de Poliklinische Operatiekamers (POK). Meestal verdooft de arts u hand plaatselijk. U hoort van uw arts als dit anders is, dit wordt vooraf met u besproken. Nadat u bent verdoofd maakt de arts een snee aan het begin van de handpalm. Daarna snijdt de arts het ‘dak’ van de carpaal tunnel door, dat is een stevige band. Hierdoor krijgen de pezen en de beknelde zenuw weer meer ruimte en kunnen ze gaan herstellen. Tenslotte hecht de arts de wond en legt een verband aan.

 

    

 

  

 

Na de operatie

Na de operatie mag u meestal direct weer naar huis. U krijgt een mitella (draagverband) mee. Deze mag u de eerste dag en nacht dragen. Na 24 uur mag de mitella af. Het drukverband mag u twee dagen (48 uur) na de operatie eraf halen. Uw behandelend arts vertelt u wanneer de pleister eraf mag. Na de operatie moet u thuis rekening houden met een aantal leefregels en adviezen. Deze vindt u in de folder ‘Carpaal Tunnel Syndroom’ (foldercode: ALG-341). Daarnaast staan in deze folder ook enkele oefeningen die u thuis kunt doen met uw hand.

 

  

 

Houdt u er rekening mee dat u na de operatie last heeft van de wond. De wond zit namelijk op een plaats die u vaak beweegt en waar u zich ook gemakkelijk stoot. Daar tegenover staat dat de pijn die u voor de operatie had, in de meeste gevallen vrijwel direct na de operatie is verdwenen. Het kan maanden duren voordat u het gevoel in uw vingers weer goed terug heeft. Ook kunt u soms nog een tijd last houden van prikkels en tintelingen in de vingertoppen of van pijnscheuten door uw hand en/of arm. Het litteken in uw handpalm kan enkele maanden gevoelig blijven. Ook kan het nog langer duren voordat de kracht in uw hand weer normaal is. Heel af en toe blijkt dat de operatie niet geholpen heeft. Dan kan het zijn dat u opnieuw geopereerd moet worden.  

 

Meer informatie

Meer informatie over deze operatie, de risico's en de nazorg vindt u in de folder 'Carpaal Tunnel Syndroom' (foldercode: ALG-341). Gebruik ook de JBZ Zorgapp. In de app vindt u ook meer foto's van de operatie.


Zie ook

Patiëntenfolders

Zoeken

Print