Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

Operatie bij een tenniselleboog

In uitzonderlijke gevallen, als u langer dan zes maanden last heeft van een tenniselleboog, kan de orthopedisch chirurg u een operatie adviseren. In 80 procent van de gevallen is deze operatie succesvol.

 

Voorbereiding

Het is belangrijk dat u goed en veilig wordt voorbereid op de operatie. Daarom brengt u enige tijd vóór de opname in het ziekenhuis een bezoek aan de afdeling Preoperatieve Screening (POS). U moet zich thuis op de operatie voorbereiden. Op de pagina ‘Voorbereiding op een operatie’ kunt u lezen hoe u dat moet doen. 

 

Hoe verloopt de operatie?

U wordt voor deze operatie opgenomen op de afdeling Dagbehandeling. De operatie zelf vindt plaats in het Operatiecentrum onder regionale verdoving (plexusanesthesie) of algehele anesthesie. Bij regionale verdoving wordt alleen de arm verdoofd door een injectie in de oksel.

 

Tijdens de operatie maakt de orthopedisch chirurg de pijnlijke peesaanhechting in de elleboog los van het bot. Hierdoor is de spanning op de pijnlijke plaats tijdelijk verholpen. Op termijn groeit de pees vanzelf weer vast aan het bot.

 

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Als zich goed voelt, wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling. Als er verder geen bijzonderheden zijn, dan gaat u dezelfde dag weer naar huis.

 

Waar moet u op letten als u weer thuis bent?

Na de operatie heeft u een drukverband om uw arm. U krijgt een sling of een mitella om uw arm te ondersteunen. U mag het drukverband na 24 tot 48 uur verwijderen. Daarna mag u uw elleboog langzaam weer gaan bewegen. Luister hierbij goed naar uw lichaam; als u pijn voelt, beweegt u uw arm niet verder. De eerste twee weken na de operatie mag u uw arm niet zwaar belasten. De sling of mitella is na een paar dagen niet meer nodig. Na ongeveer 4 tot 6 weken komt u bij de orthopedisch chirurg op de polikliniek voor controle.

 

Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis?

Het is belangrijk dat u contact opneemt met de behandelend arts of met de huisarts als één van de volgende verschijnselen zich voordoet:

  • U heeft koorts boven de 38.5 °C.
  • U heeft steeds meer pijn in het operatiegebied, in combinatie met roodheid en eventueel koorts.
  • Bij overmatig lekken van de wond.

 

Wat zijn de risico’s?

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen kunnen er na iedere operatie complicaties optreden. Bij deze operatie kan een meer dan normale bloeduitstorting optreden, waardoor de wond pijnlijker is. Ook kan de wond ontsteken. Dan is een behandeling met antibiotica nodig.

 

Meer kans op complicaties bij rokers

Uit onderzoek is gebleken dat mensen die roken een veel grotere kans op complicaties na een operatie hebben dan niet-rokers. Zo geneest bij rokers de wond langzamer. Ook treden er bijvoorbeeld vaker (ernstige) infecties van de wond op. Rokers kunnen de kans op complicaties met 50%(!) verminderen door rondom de operatie te stoppen met roken. Wij adviseren u daarom om minstens 4 weken voor de operatie en 4 weken na de operatie niet te roken.

 


Zie ook

Afdelingen

Zoeken

Print