Deze website maakt gebruik van cookies.   Meer informatie Sluiten

Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie

In verreweg de meeste gevallen begint de behandeling van borstkanker met het verwijderen van de tumor. Dit kan op twee manieren:

 

1. De borstsparende operatie

Hierbij wordt de tumor weggesneden uit de borst met wat omringend gezond weefsel. Dit gezonde weefsel wordt weggehaald om de kans te vergroten dat alle kwaadaardige cellen worden verwijderd.

 

Bij een tumor kleiner dan vier centimeter wordt meestal een borstsparende operatie geadviseerd. Of een borstsparende operatie mogelijk is hangt ook af van de plaats van de tumor, de grootte van de borst en uw algemene conditie.

 

Een borstsparende operatie wordt altijd gevolgd door radiotherapie.

 

2. De borstamputatie (ablatio mammae)

Hierbij wordt de hele borst verwijderd. De ribben blijven bedekt door de borstspier. Door de operatie ontstaat een vrij groot litteken. De borstwand is na de operatie niet altijd glad en kan iets verdikt zijn. Dit kan zich na een paar maanden herstellen. Kort na de operatie hoopt zich altijd een hoeveelheid wondvocht op onder het litteken. Ook dit herstelt zich na enige tijd. De huid van de borstwand wordt minder gevoelig of helemaal gevoelloos. Dit vermindert vaak met de tijd. Soms komt het voor dat een deel van de wond juist extra gevoelig wordt.

 

Voor welke operatie gekozen wordt, hangt af van de grootte van de tumor en de borst; de soort borstkanker en in hoeverre de kanker verspreid is. Ook speelt uw voorkeur uiteraard een rol in de beslissing.

 

Omdat borstkanker uitzaaiingen kan geven, wordt er tijdens de operatie een of meerdere lymfeklieren uit de oksel verwijderd. Indien er geen sprake is van opgezette lymfeklieren zal de chirurg een schildwachtklier (de dichtstbijzijnde lymfeklier na de afwijking in de borst) verwijderen. De zogenoemde schildwachtklierbiopsie of 'sentinel klier procedure'. Indien er voor de operatie al bekend is dat er een uitzaaiing in de lymfeklieren zit, of het gebied waar de afwijking zit is meer dan 5 cm, dan zullen alle lymfeklieren uit de oksel verwijderd worden tijdens de operatie.

 

Pathologisch onderzoek

De schildwachtklier wordt door de patholoog onderzocht in het laboratorium. Als er in deze klier kankercellen aanwezig zijn, kan de chirurg besluiten de rest van de lymfeklieren in de oksel te verwijderen.

 

Na de operatie onderzoekt de patholoog het verwijderde weefsel onder de microscoop. Zo wordt duidelijk of de tumor in zijn geheel is weggenomen. Als dat niet zo is kan een tweede operatie nodig zijn. Daarnaast wordt de tumor op een aantal kenmerken onderzocht die voor de nabehandeling belangrijk zijn.

 


Zie ook

Patiëntenfolders

Zoeken

Lees voorLees voor |A A A | Print