Het Jeroen Bosch Ziekenhuis is in 2002 ontstaan uit een fusie van het Bosch Medicentrum en het Carolus-Liduina Ziekenhuis. Op hun beurt waren de fusiepartners ook het product van fusies. De voorlopers van het Bosch Medicentrum zijn het protestants-christelijke Willem Alexander Ziekenhuis en het Grootziekengasthuis, dat van 1880 tot 1980 gedreven werd door de zusters van Trier, die de H. Carolus Borromeüs toegewijd waren. Het Bommels Gasthuis maakte eveneens deel uit van deze combinatie.
Het Carolus Ziekenhuis in ’s-Hertogenbosch en het Liduina Ziekenhuis in Boxtel hebben, zoals de namen al doen vermoeden, rooms-katholieke wortels. Bij de fusie is daarom gekozen voor een algemeen christelijke identiteit.
Christelijk
Het Jeroen Bosch Ziekenhuis benoemt zijn identiteit ‘algemeen christelijk’. ‘Algemeen’ staat hier voor ‘open’, dat wil zeggen open voor alle levensbeschouwelijke en religieuze groeperingen. Religie en levensbeschouwing zeggen iets over het leven zelf en over de worsteling van de mens met zijn bestaan en zijn eindigheid. Het fusieziekenhuis wil uitdrukkelijk iets behouden van het oude erfgoed, waarbij de zorg voor mensen is voortgekomen uit de evangelische bron en werd gezien als een daad van barmhartigheid. Het Jeroen Bosch Ziekenhuis ziet het dan ook als een blijvende opdracht om zorg te bieden vanuit de christelijke identiteit.
Cultuur –religieuze horizon
Op het moment dat mensen op zichzelf worden teruggeworpen en hun ziekte of eindigheid moeten accepteren, zal alle kracht en moed gemobiliseerd moeten worden. Ieder mens probeert zijn leven een inhoud te geven. Ieder mens zoekt een mogelijkheid zijn leven als zinvol te ervaren. Of hij dat nu doet als religieus mens, als kunstminnaar of in gewone dagelijkse bezigheden: alle behoren zij tot een domein dat wij ‘cultuur’ noemen. Het Jeroen Bosch Ziekenhuis wil als (algemeen) christelijk ziekenhuis ‘oog en oor’ hebben voor deze innerlijke drang van mensen tot het creëren van een zinvol leven. Het wil niet dat menselijk leven samenvalt met een louter fysiek bestaan dat puur technisch of instrumenteel benaderd wordt. Het hanteert een mensvisie waarin uitdrukking wordt gegeven aan de waardering voor de cultureel-religieuze horizon waartegen het leven van mensen zich afspeelt.
Mens en zorg
Vanuit zijn (algemeen) christelijke identiteit biedt het ziekenhuis een zorgaanbod dat aansluit bij de waarden van het leven en bij de waardigheid van iedere mens. Een aanbod dat - steeds opnieuw - geconcretiseerd moet worden in de vorm van gastvrijheid, zorgzaamheid en respect voor de patiënt als mens. Dit wordt voelbaar en mogelijk in de kwaliteit van de zorg: de ander wordt niet alleen gelaten, niet in zijn anders-zijn, niet in zijn uitzichtloosheid en ook niet in zijn autonomie. Het wordt tastbaar in de sympathie voor menselijke emoties en in de erkenning van wederkerigheid en afhankelijkheid. Uiteindelijk gaat het om een verantwoordelijkheid die mensen voor elkaar dienen te hebben.
Zie verder:
